Terug
Gepubliceerd op 30/08/2021

2021_GR_00040 - Politieverordening tot invoering van het bestuurlijk beslag ter bestrijding van geluidsoverlast veroorzaakt door motorvoertuigen - Bekrachtiging

overlegcommissie
do 02/09/2021 - 19:00 Digitale zitting

Samenstelling

Bevoegde schepen

Mathias De Clercq
2021_GR_00040 - Politieverordening tot invoering van het bestuurlijk beslag ter bestrijding van geluidsoverlast veroorzaakt door motorvoertuigen - Bekrachtiging 2021_GR_00040 - Politieverordening tot invoering van het bestuurlijk beslag ter bestrijding van geluidsoverlast veroorzaakt door motorvoertuigen - Bekrachtiging

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Nieuwe Gemeentewet, artikel 134, § 1.


Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 § 3

Nieuwe Gemeentewet, artikel 134 § 1.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

In toepassing van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet werd op 22 juli 2021 een "Politieverordening tot invoering van het bestuurlijk beslag ter bestrijding van geluidsoverlast veroorzaakt door motorvoertuigen" genomen door de burgemeester. 

Deze politieverordening werd genomen in kader van de problematiek inzake "boomcars" (= voertuigen die hinder veroorzaken door bijzonder luide muziek) en de zogenaamde "knalpotterreur" (= voertuigen die hinder veroorzaken door lawaaierige, al dan niet aangepaste, motoren en uitlaten) die de laatste tijd bijzonder grote proporties aanneemt. Dit resulteert in een toenemend aantal meldingen en klachten vanuit verschillende kanalen die zich situeren op verschillende locaties binnen de stad. Op 26 juni 2021 ging bovendien nog een actie van een 120-tal bewoners van de wijk Muide - Meulestede door tegen de aanhoudende "knalpotterreur". 

Het is dan ook duidelijk dat deze problematiek de leefbaarheid van de stad en de openbare rust van de inwoners aantast en dat een krachtdadig optreden aan de orde is. 

Artikel 30 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt (de WPA), zoals deze bepaling thans in voege is, laat de leden van het operationeel kader van de politie toe om voorwerpen of dieren die een gevaar betekenen voor het leven of de lichamelijke integriteit van de personen of de veiligheid van goederen te onttrekken aan het vrij beschikkingsrecht van de eigenaar, de bezitter of de houder, en dit in de plaatsen waartoe zij wettelijk toegang hebben en zolang zulks met het oog op de openbare veiligheid of de openbare rust vereist is.

Deze mogelijkheid is niet van toepassing op  situaties waarin geen rechtstreeks risico voor andermans leven, de fysieke integriteit of de veiligheid van goederen aanwezig is, maar die wel ernstige hinder veroorzaken voor omwonenden (bijv. aangepaste uitlaatsystemen van patserauto's, het onnodig in toeren jagen van opgedreven voertuigen,...). In die gevallen kan immers niet teruggevallen worden op de procedure voorzien in art. 30 WPA aangezien er geen direct gevaar voor het leven of de fysieke integriteit mee gemoeid is (wat wel het geval is bv bij onaangepast en roekeloos rijgedrag).

De gerechtelijke en bestuurlijke aanpak van patsergedrag en straatraces waarbij er een gevaar bestaat voor het leven of de fysieke integriteit van personen is momenteel reeds voorhanden.

Wat betreft de gerechtelijke aanpak is het zo dat het Parket van Oost-Vlaanderen eind 2019 een omzendbrief heeft uitgevaardigd zodat er forser tegen patsergedrag en straatraces kan opgetreden worden (Omzendbrief N° OBOV2019010 van 27 november 2019). Bij gevaarlijke en herhaaldelijke feiten kan sindsdien sneller worden overgegaan tot het intrekken van het rijbewijs, immobilisatie van het voertuig en zelfs arrestatie van de bestuurder indien er sprake is van zeer ernstige feiten. Deze gerechtelijke aanpak heeft steeds voorrang op een eventuele bestuurlijke inbeslagname.

Daarnaast zijn er ook gevallen waar een immobilisatie van het voertuig gedurende de duurtijd van de intrekking van het rijbewijs niet mogelijk is, bv. wanneer er weliswaar asociaal rijgedrag is doch geen overtredingen van de tweede graad werden vastgesteld. In die situaties is een toepassing van de bestuurlijke inbeslagname op grond van artikel 30 van de WPA mogelijk. 

Momenteel is er echter, zoals hoger uiteengezet, sprake van overlast en verstoring van de openbare rust door patserauto's, boomcars en de zogenaamde "knalpotterreur". Naast de bestaande mogelijkheden om geluidsoverlast van wagens reeds aan te pakken (met name het opleggen van een boete bij te luide auto’s alsook de afkeuring van de wagen indien knalpotten een gevolg zijn van een ombouwing waardoor de auto niet meer conform de technische eisen is) kan ook in deze gevallen een bestuurlijke inbeslagname een zeer adequaat middel zijn om een onmiddellijk einde te maken aan de rustverstoring. 

Met het Politiereglement op de openbare rust en de veiligheid, goedgekeurd in de gemeenteraad van 19 januari 1998, is er reeds een verbod op het in werking stellen van de geluidsversterking in een voertuig op een zodanig geluidsniveau dat hoorbaar is voor wie niet in het voertuig heeft plaatsgenomen (artikel 6) én een verbod op nachtgerucht (artikel 7) in voege maar de handhaving middels een gemeentelijke administratieve sanctie blijkt niet adequaat voor een onmiddellijk herstel van de openbare rust. Gelet op de zware administratieve procedure die de GAS wet voorziet kan de effectieve administratieve geldboete immers pas ten vroegste weken na de inbreuk worden opgelegd, waardoor GAS geen structurele oplossing vormt voor het overlastprobleem ter plaatse.

Een preventieve politiemaatregel waarbij de bron van de overlast per direct wordt weggenomen, is dan ook noodzakelijk. Een gelijkaardige aanpak ten aanzien van bronnen van elektronische geluidsversterking (en dan vooral de wijdverspreide draagbare geluidsboxen die bv aan met een gsm kunnen worden gekoppeld) heeft de effectiviteit van dergelijke preventieve bestuurlijke inbeslagname reeds aangetoond.

De inbeslagname is een dwangmaatregel waarbij een zaak tijdelijk aan het vrije beschikkingsrecht van de eigenaar of bezitter wordt onttrokken ter vrijwaring van de openbare rust. Het is dus geen straf maar een preventieve handeling, zonder eigendomsoverdracht, die een verstoring van de openbare rust moet doen ophouden.

De gemeente is op grond van artikel 135 Nieuwe Gemeentewet bevoegd om geluidshinder met preventieve politiemaatregelen tegen te gaan. Onder meer preventieve politiemaatregelen aangepast aan de concrete ordehandhavingsbehoefte (zoals een (tijdelijke) inbeslagname van een geluidstoestel (bv. muziekinstallatie)) om rustverstoring te voorkomen of verdere rustverstoring tegen te gaan, worden in principe toegestaan door de Raad van State.

Gelet op de druk op het openbaar domein (door de zomerperiode en de geldende corona-maatregelen) en de ernst van de verstoring van de openbare rust, kon er niet gewacht worden op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad op 27 september 2021 en was een dringend optreden van de burgemeester vereist. 

Artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet bepaalt dat in geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, de burgemeester politieverordeningen kan maken, onder verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven, met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden. Voornoemde verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd.

Daarom werd met voorliggende verordening aan politie de mogelijkheid geboden om, ter bestrijding van de overlast veroorzaakt door zogenaamde "boomcars" en "knalpotterreur", de motorvoertuigen die de geluidsoverlast veroorzaken bestuurlijk in beslag te nemen als preventieve politiemaatregel. Het bestuurlijk beslag beoogt de onmiddellijke vrijwaring en herstel van de openbare rust en is geen sanctie, maar een preventieve maatregel. 

De minimale duur van het beslag bedraagt 72 uur, hetgeen een effectief herstel van de openbare rust moet toelaten. Bovendien moet ook de procedure zijn administratief beloop kunnen hebben. Indien de openbare rust dit vereist, kan de duur van het beslag uitzonderlijk verlengd worden.

Het beslag impliceert de onmiddellijke takeling en bewaring van het voertuig en is dan ook onderworpen aan het reglement "Belasting op het takelen en bewaren van voertuigen", goedgekeurd in de gemeenteraad van 18 december 2019.

Onderhavige politieverordening trad door het acuut karakter onmiddellijk in werking en geldt tot en met 31 december 2021 waarna de verordening geëvalueerd wordt.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

Artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet schrijft voor dat dergelijke politieverordening van de burgemeester op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad moet worden bekrachtigd.

Activiteit

AC34561 Ondersteuning, advisering en handhaving met betrekking tot juridische en gerechtelijke dossiers

Besluit

Artikel 1

Bekrachtigt de " Politieverordening tot invoering van het bestuurlijk beslag ter bestrijding van geluidsoverlast veroorzaakt door motorvoertuigen", genomen door de burgemeester in toepassing van artikel 134 § 1 van de Nieuwe Gemeentewet op 22 juli 2021 .