Terug
Gepubliceerd op 28/01/2022

2022_CBS_00920 - OMV_2021155862 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van een eengezinswoning naar een meergezinswoning - zonder openbaar onderzoek - Gouvernementstraat 20, 9000 Gent - Gedeeltelijke Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 27/01/2022 - 08:31 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 27/01/2022 - 08:57
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Elke Decruynaere, schepen; Sami Souguir, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Afwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Verontschuldigd

Astrid De Bruycker, schepen; Tine Heyse, schepen

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur
2022_CBS_00920 - OMV_2021155862 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van een eengezinswoning naar een meergezinswoning - zonder openbaar onderzoek - Gouvernementstraat 20, 9000 Gent - Gedeeltelijke Vergunning 2022_CBS_00920 - OMV_2021155862 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van een eengezinswoning naar een meergezinswoning - zonder openbaar onderzoek - Gouvernementstraat 20, 9000 Gent - Gedeeltelijke Vergunning

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent gedeeltelijk de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

De heer Alex De Witte met als contactadres Pauline Van Pottelsberghelaan 10, 9051 Gent, ARS EN THEMIS NV met als contactadres Schoonzichtstraat 6, 9051 Gent, De heer Glenn Van Ooteghem met als contactadres Raf Verhaeststraat 49, 9050 Gent, Mevrouw Isabelle Verraes met als contactadres Schoonzichtstraat 6, 9051 Gent, De heer Louis De Clercq met als contactadres Cyriel Buyssestraat 12, 9000 Gent en De heer Wannes Thyssen met als contactadres Molendijk 13, 9552 Herzele hebben een aanvraag (OMV_2021155862) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 15 november 2021.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het verbouwen van een eengezinswoning naar een meergezinswoning

• Adres: Gouvernementstraat 20, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 3 sectie C nr. 648D

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 30 november 2021.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 20 januari 2022.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Het te verbouwen pand bevindt zich langs de Gouvernementstraat in de binnenstad. De omgeving bestaat voornamelijk uit gesloten bebouwing opgebouwd uit 3 à 4 (hoge) bouwlagen. Aan de overzijde bevindt zich het ‘Provinciehuis’. In de omgeving komen voornamelijk handelsfuncties en diensten voor, vaak gecombineerd met een woonfunctie op de bovenliggende verdiepingen. Het pand in kwestie betreft een zeer ruime eengezinswoning opgebouwd uit 3 bouwlagen afgewerkt met een hellend dak dat is opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed (ID 95874) en in de wetenschappelijke inventaris als volgt wordt omschreven:

“Kelder van Het Rymhuis

De moderne bovenbouw werd opgetrokken op een 13de-eeuwse kelder. De kelder in Doornikse steen bevindt zich onder het linker deel van het pand en behoorde tot het woonhuis van Symoen Rym. De oude kelder die reeds getekend werd door Armand Heins bij het begin van de 20ste eeuw is nog steeds intact aanwezig. De gewelven worden gedragen door acht zuilen.

De kelder zit ingekapseld in een betonnen omhulsel en staat bijgevolg bijna los van het bovengrondse pand.”

 

Het Rymhuis, kelder zonder bovenbouw, is sinds 17 maart 2009 beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

-          historische waarde, in casu architectuurhistorische waarde: Kelder van een middeleeuws pand opgetrokken uit Doornikse kalksteen met een constructiemethode (Opus Incertum) en vormentaal eigen aan de 13de eeuw, bestaande uit twee beuken gescheiden door vijf zuilen in Doornikse steen.

-          historische waarde: Burgerlijk pand getuige van de macht en het aanzien van de stedelijke Gentse erfachtige lieden in de 13de eeuw die betrokken waren bij de internationale handel. Het gebruik van Doornikse kalksteen wijst op de grote handel van deze steen via de Schelde, de levensader van het middeleeuwse Gent.

-          sociaal-culturele waarde: Burgerlijk pand getuige van de macht en het aanzien van de stedelijke Gentse handelselite in de 13de eeuw.

 

De voorliggende aanvraag strekt tot het omvormen van het pand tot een meergezinswoning met 6 woonentiteiten. De nieuwe indeling is als volgt voorzien:

-          De kelder wordt ingericht als bergruimte. Per woonentiteit wordt een afgesloten bergruimte voorzien. De bergingen bij appartementen 02 tem 04 worden opgevat als losstaande volumes met een hoogte van ca. 2,20 meter. Ter hoogte van de voorgevel rechts is er ruimte voor 2 auto’s, die door middel van een parkeersysteem worden gestald;

-          Op het gelijkvloers biedt de bestaande poort toegang tot de gemeenschappelijke circulatie met lift en trap. Er wordt een fietsenstalling met een oppervlakte van 30,6 m² voorzien. Er wordt tevens één appartement (APP 01) met 3 slaapkamers voorzien (315 m² NVO) dat voorzien is van een ruim terras en aansluit bij de tuin;

-          Op de eerste verdieping worden 2 appartementen voorzien. Appartement APP 02 betreft een 2-slaapkamerappartement met een terras aan de voorzijde van 8,40 m². Appartement APP 03 is een ruim 1-slaapkamerappartement met een terras van in totaal 42,90 m² waarvan 11,20 m² onoverdekt is;

-          Op de tweede verdieping bevinden zich eveneens 2 appartementen.  Appartement APP 04 beschikt over 1 slaapkamer en een terras met een oppervlakte van 8,40 m². Appartement APP 05 betreft een 2-slaapkamerappartement met een terras van 17,20 m² waarvan 7,90 m² overdekt is;

-          Op de derde verdieping bevindt zich tot slot een 3-slaapkamerappartement. Deze unit beschikt over een terras aan de voorgevel (14,50 m²) en een terras aan de achterzijde (38,90 m²).

 

De oppervlakte van de appartementen varieert tussen 83 m² en 215 m² waarbij het aantal slaapkamers varieert tussen 1 en 3 slaapkamers (33% 1-slaapkamerappartementen, 33% 2-slaapkamerappartementen en 33% 3-slaapkamerappartementen). De gemiddelde netto vloeroppervlakte van de woonentiteiten bedraagt 146 m².

 

Deze omvorming tot meergezinswoning gaat gepaard met volgende handelingen:

-          Op het gelijkvloers wordt, naast een aantal interne (structurele) wijzigingen, de bestaande aanbouw grondig verbouwd. De bouwdiepte ter hoogte van de rechter perceelsgrens wordt met 1,79 meter verminderd door de sloop van een berging tot 25,52 meter. Ter hoogte van de linker perceelsgrens bedraagt bouwdiepte 16,62 meter. Deze overgang in bouwdiepte wordt trapsgewijs opgevangen. Het terras aansluitend aan de achtergevel blijft behouden. De aanbouw wordt afgewerkt met een plat dak met een dakrandhoogte van 4,11 meter (gemeten tegenover het ongewijzigde niveau van het terras);

-          Op de eerste verdieping blijven de bestaande bouwdieptes op de perceelsgrenzen behouden. Het bestaande volume tot een diepte van 25,52 meter wordt wel beperkt uitgebreid in de breedte door het toevoegen van een luifel bij het terras en een uitbreiding bij de leefruimte. Het platte dak van de gelijkvloerse bouwlaag wordt deels ingericht als extensief groendak, deels als intensief groendak en deels als (grotendeels overdekt) terras. De balustrade wordt hierbij geplaatst zodat het deel intensief groendak toegankelijk is. Een deel van het extensief groendak valt onder de luifel;

-          Op de tweede verdieping zijn er geen volume-uitbreidingen voorzien. Het terras aan de achterzijde wordt grotendeels inpandig voorzien. Het plat dak van de onderliggende bouwlaag wordt ook hier ingericht als extensief en intensief groendak gecombineerd met terras. Het terras wordt voorzien tot een diepte van 19,10 meter. De balustrade tot een diepte van 21,10 meter;

-          De derde verdieping betreft een nieuwe bouwlaag. Deze bouwlaag wordt aan de voorzijde over ongeveer de linkerhelft teruggetrokken met 1,15 meter en ingericht als terras. Aan de achterzijde is het volume ongeveer 1,12 meter teruggetrokken over de volledige breedte. Door deze toevoeging wijzigt de dakrandhoogte van 12,47 meter naar 16,06 meter (gemeten tegenover de nulpas). Het nieuwe volume wordt afgewerkt met een plat dak ingericht als groendak. Er worden een aantal lichtstraten- en koepels voorzien.

2.       HISTORIEK

Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Onroerend Erfgoed Oost-Vlaanderen afgeleverd op 22 december 2021 onder ref. 4.002/44021/975.2:

De aanvraag heeft betrekking op het Rymhuis (kelder) aan de Gouvernementstraat 20 te Gent. De kelder van Het Rymhuis is beschermd als monument wegens de historische, de architectuurhistorische en de sociaal-culturele waarden. Deze zijn vastgelegd in het beschermingsbesluit van 17-03-2009.

De aanvraag betreft het omvormen van het pand tot een meergezinswoning. In de beschermde kelder komen deels bergingen en deels een ontspanningsruimte horend bij 1 van de appartementen. De aangevraagde werken werden op voorhand besproken met het agentschap Onroerend Erfgoed.

 

Ons advies is gunstig als de handelingen voldoen aan volgende voorwaarden:

- De drie nieuwe volumes voor de individuele kelderbergingen bevinden zich enkel in de zuidelijke beuk van de kelder en mogen niet voorbij de centrale kolommen komen (maximale lengte per berging van +/- 4m). Er blijft steeds minstens 60cm vrij rondom rond de bergingen en de hoogte blijft beperkt tot maximaal 2m20 zodat de twee-beukige indeling, het zicht op de gewelven en de ruimtelijkheid van de beschermde kelder overal gevrijwaard blijft. Bevestigingen gebeuren in voegen en niet in Doornikse steen;

- De restanten van de 18de-eeuwse keuken achteraan (oven, haard...) zijn integraal te vrijwaren. De vloer van deze voormalige keuken kan u maximaal 1 trede (+/-17cm) ophogen zodat alle keukenelementen zichtbaar blijven. Voor plaatsing legt u de nieuwe vloerafwerking in deze ruimte voor aan het agentschap Onroerend Erfgoed;

- Leidingen of bekabeling mag u in de kelder nergens doorheen historisch muurwerk of gewelven boren. Bevestiging (ook van nieuwe elementen) kan enkel in de voegen;

- De nieuwe lichte invulwanden in bestaande openingen in de kelder plaatst u verdiept zodat de bouwsporen afleesbaar blijven en de bestaande elementen zoals duimen e.d. overal zichtbaar blijven;

- De 2 geklampte houten deuren met ijzeren hang- en sluitwerk (hengsel en grendels) bewaart u in situ, bij voorkeur op hun originele plaats (al dan niet vastgezet in open toestand);

- De restauratieve werken aan de beschermde kelder (herstelling kelderwanden, -vloeren en - gewelven) zijn niet vervat in deze vergunning. Hiervoor dient u voor de start van de werken nog een toelating aan te vragen bij het agentschap Onroerend Erfgoed.

 

Als ze aan deze voorwaarden voldoen, doet geen van de gevraagde handelingen afbreuk aan de bescherming. Als ze niet aan de voorwaarden voldoen, dan is ons advies ongunstig.

 

Archeologie?

Kijkt u zeker na of er geen in akte genomen archeologienota bij dit omgevingsvergunningdossier moet worden gevoegd. Meer informatie en een beslissingsboom kunt u terugvinden op https://www.onroerenderfgoed.be/archeologie-bij-vergunningsaanvragen-vergunningverleners.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 3 december 2021 onder ref. 034430-005/PV2021:
BESLUIT: GUNSTIG, mits te voldoen aan de hiervoor vermelde maatregelen en reglementeringen.

 

Bijzondere aandachtspunten:
- Vermits de plannen geen duidelijkheid geven over de vloersamenstelling, wordt er benadrukt dat de vloeren tussen de verschillende compartimenten REI60 moeten hebben.
- Vermits de plannen geen duidelijkheid geven over de samenstelling ervan, wordt er benadrukt dat de structurele elementen R60 moeten hebben.
- De houten daken dienen aan de onderzijde beschermd te worden door een bekleding met EI 60.

 

Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius System Operator afgeleverd op 29 december 2021 onder ref. 48053955:

Op basis van het standaardvermogen voor appartementen van 9,2 kVA, voor algemene delen en commerciële panden van 56kVA en per aparte aansluiting voor een woning van 17,3 kVA is uw project niet aansluitbaar op het bestaande elektriciteitsnet. U dient dus de nodige ruimte te voorzien voor een extra distributiecabine. Raadpleeg zeker onze voorschriften hieromtrent op https://www.fluvius.be/nl/distributiecabines-elektriciteit-plaatsen-leidraad-voor-de-bouwheer .

Een netuitbreiding is noodzakelijk. Mits wegname van alle bestaande tellingen en mits zakken van de AD naar een standaard 4P40A max kan dit aangesloten worden op bestaand LS-net.

 

Op basis van het standaardvermogen van 6 m3/h per wooneenheid is uw project aansluitbaar op het bestaande gasnet. Raadpleeg zeker de minimale technische vereisten voor het gasmeterlokaal op www.fluvius.be/nl/media/3021 of www.fluvius.be/nl/media/3016.

 

Noot van de Omgevingsambtenaar: De noodzaak voor het voorzien van een distributiecabine brengt een wijziging van het ontwerp (en dus een ruimtelijke impact) met zich mee: dergelijke cabine dient doorgaans bereikbaar te zijn vanaf de straat. Anderzijds impliceert dit dat aan de aanvraag een milieuluik (IIOA) dient toegevoegd te worden gelet op het feit dat beide elementen onlosmakelijk verbonden zijn. Er werd contact opgenomen met Fluvius om de effectieve noodzaak voor een extra distributiecabine beter te kunnen inschatten. Indien er gekozen wordt voor het wegnemen van alle bestaande tellingen en mits het zakken van de AD (algemene delen) naar een standaard 4P40A, is het project in principe aansluitbaar. In deze fase van het project kan evenwel noch door Fluvius noch door de Omgevingsambtenaar ingeschat worden of deze standaard 4P40A zal volstaan (dit hangt af van de verbruikstoestellen die zullen worden voorzien zoals de autolift, eventuele laadpalen, …), maar het is niet uitgesloten dat dit haalbaar is.

 

De bouwheer is door middel van dit advies in kennis gesteld waardoor hij nu in de mogelijkheid is om er voor te zorgen dat een standaardaansluiting kan volstaan. Vanuit deze overwegingen wordt er dan ook van uitgegaan dat een standaard aansluiting wordt voorzien en het plaatsen van een extra distributiecabine niet noodzakelijk is. Indien blijkt dat deze standaardaansluiting niet voldoet en er toch een extra distributiecabine moet voorzien worden, zal dit een aanpassing van het ontwerp vereisen en dus een nieuwe Omgevingsvergunningsaanvraag (met milieu-luik).

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (zie waterparagraaf).

 

Gewestelijke verordening toegankelijkheid

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

Het project situeert zich in het stroomgebied van de Leie (beheer: Provincie Oost-Vlaanderen). Het is gelegen in effectief of mogelijks overstromingsgebied.

 

Toetsing aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GSV) en het algemeen bouwreglement van de stad Gent (ABR) inzake hemelwater:

-          Gescheiden stelsel

De bouwheer voorziet een privaat gescheiden afvoerstel van afval- en hemelwater.

Het privaat afvoerstelsel voor hemelwater mondt uit in de (nog niet gescheiden) openbare riool.

 

-          Hemelwaterput en groendak

Het dak wordt volledig aangelegd als groendak/terras er dient geen hemelwaterput aangelegd.

Het groendak (350,6 m²) moet zo opgebouwd worden dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder de planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 l/m².

 

-          Infiltratievoorziening

Het betreft een verbouwing met verticale uitbreiding een infiltratievoorziening dient niet te worden aangelegd.

 

Er kan geconcludeerd worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

De Dienst Milieu en Klimaat verleent onderhavig advies op basis van de gegevens uit het geoloket watertoets (http://www.waterinfo.be).

6.       MILIEU-ASPECTEN

Geluid

De akoestische norm NBN S 01-400-1 'Akoestische criteria voor woongebouwen' heeft tot doel om een akoestisch binnencomfort te garanderen.

Deze akoestische norm moet nageleefd worden.

7.       PROJECT-MER-SCREENING

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-MER-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-MER-screening moet opgemaakt worden.

 

Een project-MER-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-MER-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

 

Aangezien de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, werd met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen gevraagd. Er werden geen bezwaren ingediend binnen de vervaltermijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de dag van ontvangst van het verzoek om een standpunt.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Programma en indeling

Voorliggende aanvraag strekt tot het omvormen van een eengezinswoning naar meerdere woonentiteiten. Het opdelen van een eengezinswoning naar meerdere woonentiteiten kan pas als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Zo kan het pand geen te beschermen eengezinswoning zijn. Dit betekent dat het pand een netto-bewoonbare oppervlakte moet hebben van minstens 220 m², gemeten onder een vrije hoogte van 2,20 meter. Vermits de netto vloeroppervlakte ruim meer dan 220 m² bedraagt, is het pand geen te beschermen eengezinswoning.

 

Voorts wordt de woningtypetoets gehanteerd: de woningtypetoets vormt een kader waarbinnen we duidelijk definiëren waar meergezinswoningen toegelaten zijn, waar eengezinswoningen verplicht zijn en waar andere stedelijke woontypologieën mogelijk zijn. Het is geen verordenend instrument, maar een beoordelingskader om te bepalen welk type woning op een perceel het meest geschikt is. Dit gebeurt op een objectieve manier, door op een uniforme wijze de omgeving, de buren, het perceel, het mogelijke volume en de parkeermogelijkheden in beeld te brengen.  Op basis van onze informatie zijn de resultaten voor het betreffende pand als volgt:

-          Vraag 1: Gebiedsgerichte differentiatie: score 1 (wegen opgenomen in lijst B1 of B2)

-          Vraag 2: Buurt: score 0 (minder dan de helft van de panden zijn eengezinswoningen)

-          Vraag 3: Buren: score 0 (geen eengezinswoning)

-          Vraag 4: Parkeren: score 1 (het parkeren kan op het gelijkvloers of met ligt ondergronds opgevangen worden)

-          Vraag 5: Bouwlagen: score 0 (meer dan 3 bouwlagen mogelijk )

-          Vraag 6: Perceelsconfiguratie in combinatie met bouwvolume: score 1 (leent zich moeilijker goed tot een invulling met eengezinswoning(en))

Totaalscore =  3

=> geen voorkeur voor een bepaald woningtype.

 

De oppervlakte van de appartementen varieert tussen 83 m² en 215 m² waarbij het aantal slaapkamers varieert tussen 1 en 3 slaapkamers. De gemiddelde netto vloeroppervlakte van de woonentiteiten bedraagt 146 m². Daarmee wordt op niveau van het gebouw voldoende mix voorzien in grootte en aantal slaapkamers. Er is een gezond evenwicht aanwezig tussen kleinere en grotere woningen. De vooropgestelde mix met maximaal 25% kleine entiteiten wordt in dit project benaderd met 33% 1-slaapkamerappartementen. Er wordt vastgesteld dat deze kleinere entiteiten beschikken over een ruime kwalitatieve oppervlakte (83 m²) en dat de indeling in het gebouw maximaal wordt afgestemd op de bestaande structuren en indeling. Dit is aanvaardbaar.

Daarnaast beschikt elke woning over een private buitenruimte die telkens minstens 10% van de netto vloeroppervlakte van de betreffende woning bedraagt.

 

Volume

De bouwdiepte van de gelijkvloerse aanbouw met luifel wordt beperkt verminderd (door het slopen van de buitenberging op de rechter perceelsgrens) maar wel in de breedte uitgebreid. Hiertoe zijn er geen uitbreidingen van de scheidingsmuren noodzakelijk. De nieuwe bouwdiepte is nog steeds veel ruimer dan wat als gangbaar wordt beschouwd. Rekening houdend met het feit dat deze nieuwe aanbouw met bijhorend terras zich boven de bestaande en te behouden kelder bevindt en er geen wijzigingen aan de scheidingsmuur noodzakelijk zijn, kan de aanbouw en terras aanvaard worden.

 

Op de eerste verdieping blijft de bouwdiepte behouden en wordt het volume op vandaag bestemd als ‘slaapkamer’ met ‘dressing’ omgevormd tot een overdekt terras. Het dak van de gelijkvloerse bouwlaag wordt deels omgevormd tot groendak (deels extensief, deels intensief) en een terras. Deze zone van het terras wordt grotendeels overdekt tot een nieuwe luifel. Aansluitend aan de achtergevel, ter hoogte van de rechter perceelsgrens, wordt een beperkte volume uitbreiding voorzien. Ook hier wordt opgemerkt dat de bestaande en nieuwe bouwdiepte veel ruimer is dan wat op vandaag als gangbaar wordt gehanteerd. De voorziene uitbreidingen worden hoofdzakelijk in de breedte voorzien, waardoor de voorziene uitbreidingen in deze context kunnen aanvaard worden. De luifel brengt evenwel een beperkte uitbreiding van de bouwdiepte met zich mee (0,60 meter) en wordt doorgetrokken tot tegen de rechter perceelsgrens. Aan de achtergevel, ter hoogte van de bestaande aanbouw (die wordt omgevormd tot overdekt terras), heeft de luifel louter een esthetische functie maar brengt toch een uitbreiding (van de reeds zeer ruime) bouwdiepte met zich mee. Via bijzondere voorwaarde wordt opgelegd dat deze luifel pas kan starten op een afstand van 3,80 meter, in overeenstemming met de luifel van de onderliggende verdieping. Het plaatsen van de balustrade zodanig dat het gedeelte intensief groendak betreedbaar is, zorgt ervoor dat de zone intensief groendak kan gebruikt worden als een ‘echte’ tuin en beloopbaar is. Vermits deze zone aansluit aan het terras zonder dat de bouwdiepte wordt uitgebreid, en de balustrade op voldoende afstand van de dakrand wordt voorzien, kan deze inrichting aanvaard worden.

 

Op de tweede verdieping vinden geen volume-uitbreidingen plaats, op het voorzien van een terras en beloopbaar intensief groendak met bijhorende balustrade op het platte dak van de onderliggende bouwlaag na. Ook hier wordt opnieuw opgemerkt dat bestaande bouwdiepte reeds uitzonderlijk diep is. Een verdere uitbreiding van de bouwdiepte kan enkel zeer beperkt en afgestemd op de bestaande aanpalende bebouwing. Het terras aan de achtergevel wordt grotendeels inpandig voorzien, en komt 1,78 meter voorbij de bestaande achtergevellijn. Dit stemt overeen met de bestaande bouwdiepte van de rechterbuur op de perceelsgrens. Voor het voorzien van dit terras zijn geen wijzigingen aan de scheidingsmuur noodzakelijk. Vanuit die overwegingen kan deze beperkte uitbreiding van de bouwdiepte aanvaard worden. Ook bij dit terras wordt de balustrade zodanig ingeplant dat het deel intensief groendak toegankelijk is. Deze zone bevindt zich tot een diepte van 21,10 meter en betekent dus een uitbreiding van 3,78 meter ten opzichte van de bestaande achtergevellijn. Omdat het beloopbaar maken van het plat dak en de daarbij horende balustrades een zekere ruimtelijke impact hebben én gezien de maximale bouwdiepte hier reeds bereikt is, is het voorzien van een beloopbaar intensief groendak enkel aanvaardbaar indien het zich beperkt tot een diepte van 1,78 meter voorbij de bestaande achtergevellijn (en dus in lijn met de rechterbuur). Dit wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde. Men kan er voor kiezen de terraszone te verkleinen ten voordele van de zone intensief groendak.

 

Het bestaande volume wordt afgewerkt met een bijkomende, vierde, bouwlaag. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een aantal monumentale gebouwen en door de aanwezigheid van hogere scheidingsmuren boven het bestaande platte dak. Het afwerken van het bestaande volume met een bijkomende bouwlaag kan, gelet op deze specifieke context, aanvaard worden. Het betreft hier nog steeds een toepassing van de zgn. ‘basisschaal’ zoals beschreven in de structuurvisie 2030 ‘Ruimte voor Gent’. De nieuwe bouwlaag springt beperkt terug tegenover de bestaande voor- en achtergevel. Aan de voorgevel wordt ter hoogte van de linker perceelsgrens een grotere sprong naar achter voorzien waardoor het gebouw aansluit bij de linkerbuur. Deze zone wordt wel ingericht als terras. De daarbij noodzakelijke balustrade, een stalen borstwering met verticale spijlen, wordt doorgetrokken over de volledige perceelsbreedte. Om de impact van de balustrade te beperken wordt als bijzondere voorwaarde opgelegd dat de breedte van de balustrade zich dient te beperken tot de breedte van het terras bij de twee meest linkse slaapkamers en badkamer (ca. 9,75 meter).

Aan de achtergevel wordt ter hoogte van de rechter perceelsgrens een inpandig terras voorzien. Hier is de impact van de balustrade, ook voorzien over de volledige perceelsbeedte, aanvaardbaar.


Mobiliteit

De Gouvernementstraat ligt in het stadscentrum en is vlot bereikbaar zowel te voet als met de fiets. Er geldt een zone 30 met gemengd verkeer in het hele centrum. De fietsenstalling is bereikbaar via de bestaande hoofdingang (poort) aan de Gouvernementstraat. Het project is gelegen op 140m van een tramhalte. De Korenmarkt is op 400m wandelafstand en het openbaar vervoersknooppunt “Het Zuid” op 700m. Station Dampoort is gelegen op 1,7km van het project. Gent-Sint-Pieters op 2,3km. Er bevinden zich zo’n 5 deelwagens in een straal van 500m rond het project. Het project is zeer goed bereikbaar met het openbaar vervoer. De Gouvernementstraat is een smalle eenrichtingsstraat komende van de Brabantdam. Gezien de ligging in het stadscentrum zijn er duurzamere alternatieven aangewezen dan de wagen om het project te bereiken. Aangezien er wel parkeerplaatsen gerealiseerd worden, is de meest aangewezen route om het project te bereiken via het op- en afrittencomplex van de B401. Er wordt een nieuwe garagepoort met liftsysteem gerealiseerd. Er moeten hiervoor geen parkeerplaatsen sneuvelen op het openbaar domein.

 

Om de aanvraag te toetsen aan de goede ruimtelijke aanleg, bekijken we de voorgestelde parkeeroplossingen. De Stad beoogt de leefbaarheid en kwaliteit van de stad te bewaren en zelfs te versterken zonder de parkeeroverlast op de omgeving zonder meer te verhogen. Daarom moet een evenwicht gezocht worden tussen enerzijds het vermijden van een onbeperkte uitbreiding van de parkeercapaciteit omdat bijkomende parkeerplaatsen immers bijkomend autoverkeer aantrekt en anderzijds het voorzien van voldoende autoparkeercapaciteit om de parkeeroverdruk op straat niet bijkomend te verhogen. Om het fietsgebruik aan te moedigen, wordt een minimum aantal fietsenstallingen gevraagd. Het voorzien van voldoende en comfortabele fietsenstallingen is immers één van de manieren om fietsgebruik te stimuleren.

De Stad stelde hiertoe een set van fiets- en autoparkeerrichtlijnen op, opgenomen in het Parkeerplan Gent, deel uitmakend van het Mobiliteitsplan van de Stad. Deze richtlijnen worden als beoordelingskader gehanteerd en geven mee hoeveel fiets- en autoparkeerplaatsen bij een ontwikkeling op hun plaats zijn. De Nota fiets- en autoparkeerrichtlijnen is géén op zichzelf staand, verordenend instrument maar houdt wél rekening met de decretaal vastgestelde beoordelingselementen die de goede ruimtelijke ordening mee vorm geven. In die zin is deze nota dan ook te beschouwen als ‘beleidsmatig gewenst met betrekking tot de mobiliteitsimpact’, in de zin van art. 4.3.1 §2 2° a) van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening.

Voor dit project concrete project vragen de parkeerrichtlijnen minimum 18 fietsparkeerplaatsen voor bewoners, 2 voor bezoekers en maximum 4 autoparkeerplaatsen voor bewoners voor dit project voorzien worden. Dit aantal fiets- en autoparkeerplaatsen sluit het beste aan bij de functie en ligging van het project. De voorgestelde plannen voldoen:

Fiets:

-          Er wordt een gemeenschappelijke fietsenstalling voorzien met plaats voor 18 fietsen, wat voldoet aan de minimumrichtlijn.

-          De fietsen hebben voldoende plaatsen achter de fietsen. De as-op-asafstand is echter slechts 0,36 terwijl dit 0,4m moet zijn voor een hoog-laagsysteem.

-          Er moet door 1 poort en 2 deuren gegaan worden om tot deze stalling te komen, we vragen dan dat deze vlot te bedienen zijn met een fiets aan de hand.

-          Er worden geen plaatsen voor bezoekers voorzien, maar gezien de locatie en het beperkt aantal kunnen deze op het openbaar domein terecht.

Auto:

-          Er worden 2 autoparkeerplaatsen voorzien in dit project, wat onder de maximumrichtlijn valt.

-          Er wordt gebruik gemaakt van een liftsysteem om de 2 plaatsen te stallen, wat comfortabel is.
 

Erfgoed
Er zijn drie dominante fases te onderscheiden in het pand: de 13de-eeuwse bouwfase, vervolgens de 18de-eeuwse verbouwing en tenslotte de 20ste-eeuwse vervanging van de bovenbouw. Archiefonderzoek door de Dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg leverde zicht op de bouwtekeningen van 1777 en deze van 1957. De middeleeuwse kelder staat als één geheel ingetekend in de steeninventaris (S027). Bouwsporen ter plaatse bevestigen dat de middeleeuwse kelder één geheel moet gevormd hebben en bestond uit twee overwelfde beuken met een centrale rij van vijf zuilen in Doornikse steen met behouden bladkapitelen en abacus. Het basement van de zuilen is niet zichtbaar door de opgehoogde vloer. Op de bouwtekening van 1777 is de toenmalige bovenbouw zichtbaar met de tot op heden bewaard gebleven blauwe hardstenen deuromlijsting en de houten poort. De achterste kelderruimten zijn gevormd door in en naast de middeleeuwse kelder wanden en ruimtes toe te voegen. Hier bleven elementen van de 18de-eeuwse keuken bewaard zoals het gemetste fornuis met onderliggende stookplaatsen, de haard met bakoven, de blauwe hardstenen spoelbak met restanten van de pomp en wandbetegeling. De vernieuwbouw boven de kelder (met uitzondering van de poort en omlijsting) uit 1957 heeft geen architecturale of erfgoedwaarde. Deze vernieuwde bovenbouw heeft ook impact op een beperkt deel van de kelder gehad: in 2 ruimten naast de middeleeuwse kelder zijn de gewelven vervangen door een betonvloer. De architectuur van deze bovenbouw is eerder traditioneel opgevat en het interieur op de gelijkvloerse verdieping bevat enkele vermoedelijk gerecupereerde oudere elementen zoals 2 marmeren schouwmantels. Naast de als monument beschermde kelder met zijn middeleeuwse en 18de-eeuwse bouwfasen, heeft ook de 18de-eeuwse poort en -omlijsting een uitgesproken erfgoedwaarde.

 

De indeling en constructie van de gelijkvloerse, eerste en tweede verdieping maken een verbouwing tot meergezinswoning haalbaar. Alle ingrepen aan het gebouw die zouden leiden tot wijzigingen aan het beschermde deel of aan de te behouden poort en omlijsting moeten ondergeschikt blijven en dusdanig worden uitgewerkt dat de authenticiteit en erfgoedwaarde van de middeleeuwse en 18de-eeuwse bouwdelen niet wordt aangetast. Dit blijkt uit de informatie die reeds werd toegevoegd in de erfgoednota. De hierin beschreven aanpak stemt overeen met de eerder opgegeven voorwaarden. Voor de verdere detaillering en uitvoeringswijzen hiervan zal nog een toelating werken bij het agentschap Onroerend Erfgoed moeten worden aangevraagd.

 

De inbreng van de auto- en personenliften worden voorzien in de reeds in 1957 verbouwde zones van de kelder. Bijgevolg zijn ook deze ingrepen aanvaardbaar voor zover zij geen impact hebben op de waardevolle wanden van de middeleeuwse kelder of de 18de-eeuwse uitbreiding ervan. Onderzoek ter plaatse toonde aan dat dit haalbaar is.


CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

Ongunstig voor de restauratieve werken aan de kelder die conform het advies van het Agentschap Onroerend Erfgoed niet vervat zijn in de vergunning.
 

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent gedeeltelijk onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het verbouwen van een eengezinswoning naar een meergezinswoning aan de heer Alex De Witte, ARS EN THEMIS nv (O.N.:0429325958), de heer Glenn Van Ooteghem, mevrouw Isabelle Verraes, de heer Louis De Clercq en de heer Wannes Thyssen gelegen te Gouvernementstraat 20, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

Voorwaarden voortvloeiend uit externe adviezen:

De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 03/12/2021 met kenmerk 034430-005/PV2021). Bijzondere aandachtspunten:

-          Vermits de plannen geen duidelijkheid geven over de vloersamenstelling, wordt er benadrukt dat de vloeren tussen de verschillende compartimenten REI60 moeten hebben.

-          Vermits de plannen geen duidelijkheid geven over de samenstelling ervan, wordt er benadrukt dat de structurele elementen R60 moeten hebben.

-          De houten daken dienen aan de onderzijde beschermd te worden door een bekleding met EI 60.

 

Het advies en de voorwaarden van Onroerend Erfgoed Oost-Vlaanderen (advies van 22/12/2021, met kenmerk 4.002/44021/975.2) moeten strikt nageleefd worden:

-          De drie nieuwe volumes voor de individuele kelderbergingen bevinden zich enkel in de zuidelijke beuk van de kelder en mogen niet voorbij de centrale kolommen komen (maximale lengte per berging van +/- 4m). Er blijft steeds minstens 60cm vrij rondom rond de bergingen en de hoogte blijft beperkt tot maximaal 2m20 zodat de twee-beukige indeling, het zicht op de gewelven en de ruimtelijkheid van de beschermde kelder overal gevrijwaard blijft. Bevestigingen gebeuren in voegen en niet in Doornikse steen;

-          De restanten van de 18de-eeuwse keuken achteraan (oven, haard...) zijn integraal te vrijwaren. De vloer van deze voormalige keuken kan u maximaal 1 trede (+/-17cm) ophogen zodat alle keukenelementen zichtbaar blijven. Voor plaatsing legt u de nieuwe vloerafwerking in deze ruimte voor aan het agentschap Onroerend Erfgoed;

-          Leidingen of bekabeling mag u in de kelder nergens doorheen historisch muurwerk of gewelven boren. Bevestiging (ook van nieuwe elementen) kan enkel in de voegen;

-          De nieuwe lichte invulwanden in bestaande openingen in de kelder plaatst u verdiept zodat de bouwsporen afleesbaar blijven en de bestaande elementen zoals duimen e.d. overal zichtbaar blijven;

-          De 2 geklampte houten deuren met ijzeren hang- en sluitwerk (hengsel en grendels) bewaart u in situ, bij voorkeur op hun originele plaats (al dan niet vastgezet in open toestand);

-          De restauratieve werken aan de beschermde kelder (herstelling kelderwanden, -vloeren en - gewelven) zijn niet vervat in deze vergunning. Hiervoor dient u voor de start van de werken nog een toelating aan te vragen bij het agentschap Onroerend Erfgoed.

 

Het advies van Fluvius System Operator (advies van 29/12/2021 onder ref. 48053955) moet strikt nageleefd worden (zie ook noot van de Omgevingsambtenaar onder de rubriek ‘EXTERNE ADVIEZEN’):

Op basis van het standaardvermogen voor appartementen van 9,2 kVA, voor algemene delen en commerciële panden van 56kVA en per aparte aansluiting voor een woning van 17,3 kVA is uw project niet aansluitbaar op het bestaande elektriciteitsnet. U dient dus de nodige ruimte te voorzien voor een extra distributiecabine. Raadpleeg zeker onze voorschriften hieromtrent op https://www.fluvius.be/nl/distributiecabines-elektriciteit-plaatsen-leidraad-voor-de-bouwheer .

Een netuitbreiding is noodzakelijk. Mits wegname van alle bestaande tellingen en mits zakken van de AD naar een standaard 4P40A max kan dit aangesloten worden op bestaand LS-net.

 

Op basis van het standaardvermogen van 6 m3/h per wooneenheid is uw project aansluitbaar op het bestaande gasnet. Raadpleeg zeker de minimale technische vereisten voor het gasmeterlokaal op www.fluvius.be/nl/media/3021 of www.fluvius.be/nl/media/3016.

 

Het project wordt vergund onder voorwaarde dat het aansluitbaar is op net: Mits wegname van alle bestaande tellingen en mits zakken van de AD naar een standaard 4P40A max kan dit aangesloten worden op bestaand LS-net. Indien uit de voorziene vermogens blijkt dat dit niet het geval is, wordt de vergunning niet uitvoerbaar en dient een aangepast ontwerp met integratie van een cabine te worden voorgelegd.

 

Balustrades en luifel (zie aanduidingen op plannen):

De luifel bij het terras op de eerste verdieping kan pas starten op een afstand van 3,80 meter van de rechter scheidingsmuur (in overeenstemming met de luifel van de onderliggende verdieping).

 

De balustrade bij het terras op de tweede verdieping (die de beloopbare zone intensief groendak afbakent) dient beperkt te worden tot een diepte van 1,78 meter voorbij de bestaande achtergevellijn. Voorbij deze diepte dient het dak ingericht te worden als ontoegankelijk groendak.

 

De breedte van de balustrade op de derde verdieping aan de voorgevel dient zich te beperken tot de breedte van het terras bij de twee meest linkse slaapkamers en badkamer (ca. 9,75 meter).


Groendak:

De groendaken (zowel extensief als intensief) moet zo opgebouwd worden dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder de planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 l/m².

 

Inrichting fietsenstalling:
De fietsenstalling moet vlot bereikbaar zijn met de fiets aan de hand, alsook de ruimte tussen de fietsen in de stalling zelf moet breed genoeg zijn (0,40 meter voor een hoog-laagsysteem).


Openbaar domein:

De gewijzigde straatgevel dient inclusief de afwerking binnen de contour van het huidig gebouw opgetrokken te worden zodanig dat het nieuwe voorgevelvlak de eigendomsgrens volgt.

 

Er wordt slechts één oprit met een breedte van maximum 3,50 meter op het openbaar domein toegestaan.

 

Na het beëindigen van de werken zal de oprit op het openbaar domein aangelegd worden door de Stad Gent op kosten van de bouwheer volgens het geldende retributiereglement. Opritten op openbaar domein, die niet aangelegd zijn door de stad kunnen worden opgebroken. De oprit dient, na de werken, verplicht aangevraagd te worden, het aanvraagformulier kan u downloaden via de website www.stad.gent (typ trottoirs en opritten in het zoekveld).

Dit document dient bezorgd te worden aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Administratief Centrum, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, mail: tdwegen@stad.gent. Of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

Bij de aanleg van de oprit zal de boordsteen plaatselijk verlaagd worden. Na het verlagen, komt de boordsteen nog 4cm boven de rand van de straatgoot uit. Bij het bepalen van het niveau van het dorpelpeil van de inrit dient de bouwheer rekening te houden met het peil van het bestaand trottoir thv de perceelsgrens.

 

De garagepoort moet volledig binnen de rooilijn open en dicht draaien, rollen, wentelen, schuiven of kantelen.

 

Constructieve geveluitsprongen mogen maximaal 60 cm bedragen vanaf een hoogte van 3 m boven het peil van het trottoir of van de openbare weg.

De natuurstenen uitsprong boven de poort  springt 25 centimeter uit op een hoogte van ca. 4,70 meter en wordt dus door onze dienst gunstig geadviseerd.

 

Riolering:

De aansluiting op het rioleringsnet is verplicht en wordt, wat betreft het gedeelte op het openbaar domein, uitgevoerd door FARYS. Een aanvraag tot het bekomen van een huisaansluiting moet ingediend worden bij FARYS via www.farys.be/nl/rioolaansluiting of verstuurd worden naar Stropstraat 1 te 9000 Gent.

 

De afvoer van het regen- en afvalwater moeten op kosten en op risico van de bouwheer, binnen zijn eigen terrein uitgevoerd worden. Het afvoeren kan hetzij door natuurlijke afloop, hetzij door oppompen.

 

Een bestaande aansluiting of een wachtaansluiting dient in regel gebruikt/ (her)bruikt te worden. De locatie en de diepteligging ervan zijn bindend. De bestaande aansluiting dient ter hoogte van de rooilijn opgezocht, opgemeten en gemarkeerd te worden. Indien ze (tijdelijk) niet in dienst blijft is het de taak van de bouwheer om deze ter hoogte van de rooilijn dicht te maken om elke instroom te vermijden.

Bij een nieuwe huisaansluiting wordt het traject bepaald in overleg tussen rioolbeheerder en klant. De algemene veiligheid, de instandhouding en de normale werking van de elementen van de huisaansluiting moeten verzekerd zijn en het toezicht, de controle en het onderhoud moeten gemakkelijk uitgevoerd kunnen worden. Voor de diepteligging dient er rekening mee gehouden te worden dat de huisaansluiting in regel door FARYS wordt gerealiseerd vóór aanleg van de privéwaterafvoer op een maximale diepte van 50 cm onder het maaiveld. Indien de diepteligging van de hoofdriolering of (kruisen van de) nutsleidingen deze diepte niet toelaten, zal de huisaansluiting op de meest haalbare diepte worden aangelegd.

 

De aanvrager dient zich te houden aan de bepalingen van het Bijzonder Waterverkoopreglement huisaansluitingen. Dit reglement is terug te vinden op www.farys.be/wettelijke-bepalingen.

De bijzondere aandacht wordt gevestigd op :

* De openbare riolering kan onder druk komen tot het maaiveld niveau, wat neerkomt op een stijging van het waterpeil in de buizen en de aansluitingen (code van goede praktijk voor  rioleringssystemen : www.vmm.be/wetgeving/code-van-goede-praktijk-voor-rioleringssystemen).

De bouwheer moet hier dan ook rekening mee houden bij de aanleg van (en de aansluitingen op) zijn privéwaterafvoer. Het Stadsbestuur kan onder geen enkele voorwaarde aansprakelijk gesteld worden voor schade door wateroverlast die een gevolg is van een onoordeelkundige aanleg van de privéwaterafvoer.

* Door de aanleg van gescheiden rioleringsstelsels, zowel op openbaar als op privaat domein, kan er sneller geurhinder ontstaan als gevolg van het geconcentreerde (onverdunde) afvalwater.

De aanvrager dient bij geurhinder op eigen initiatief en kosten elke instroomopening op zijn privéwaterafvoer door middel van een waterslot geurdicht af te schermen.

Om geurhinder als gevolg van de eigen private riolering te reduceren werden er enkele richtlijnen opgesteld, die u via deze link kan terugvinden: www.farys.be/richtlijnengeurhinder.

De interne riolering moet zo ontworpen worden dat een toekomstige aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater).

Er is nog geen aparte regenwaterafvoer (RWA)-aansluiting mogelijk. Voor zover het niet mogelijk is om het regenwater ter plaatse te laten infiltreren is de RWA-leidingen naar de straat te voorzien als wachtaansluiting. Voorlopig moeten het regen- en afvalwater gezamenlijk naar de riolering afgevoerd worden. Bovendien moeten de RWA-, en DWA-afvoeren naast elkaar worden aangeboden met een tussenafstand van 40 tot 60 cm. Hierbij loopt het DWA-gedeelte in een rechte lijn door naar de openbare riolering.

 

Bij een toekomstige aanleg van het openbaar domein zal de riolering gescheiden worden.

De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht volgens het Algemeen Waterverkoopreglement bij aanbouw en/of het voorzien van een nieuwe aansluiting. Meer informatie vindt u op www.farys.be/keuring-privewaterafvoer

 

Er moet blijvend voorzien worden in een septische put waarbij (enkel) alle fecaliën aangesloten dienen te worden vooraleer de overloop daarvan terecht komt op het interne DWA-rioleringsstelsel.

 

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Geluid:

De akoestische norm NBN S 01-400-1 'Akoestische criteria voor woongebouwen' heeft tot doel om een akoestisch binnencomfort te garanderen.

Deze akoestische norm moet nageleefd worden.


Openbaar domein:

De bouwheer is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de verhardingen van de openbare weg, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer.

 

De vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken.

Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Administratief Centrum, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, via e-mail: tdwegen@stad.gent of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).

 

Voor het eventueel wegnemen en terugplaatsen van de distributiekabel die zich op de gevel bevindt, moet contact worden opgenomen met Telenet, tel. 015 66 66 66.

 

In functie van de werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld). U dient er rekening mee te houden dat de behandeling van deze aanvraag een bepaalde doorlooptijd nodig heeft (zie ook website).