Terug
Gepubliceerd op 28/01/2022

2022_CBS_00919 - OMV_2021178147 K - aanvraag omgevingsvergunning voor Het slopen en herbouwen van een eengezinswoning - zonder openbaar onderzoek - Phoenixstraat 93, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 27/01/2022 - 08:31 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 27/01/2022 - 08:57
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Elke Decruynaere, schepen; Sami Souguir, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Astrid De Bruycker, schepen; Tine Heyse, schepen

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_00919 - OMV_2021178147 K - aanvraag omgevingsvergunning voor Het slopen en herbouwen van een eengezinswoning - zonder openbaar onderzoek - Phoenixstraat 93, 9000 Gent - Vergunning 2022_CBS_00919 - OMV_2021178147 K - aanvraag omgevingsvergunning voor Het slopen en herbouwen van een eengezinswoning - zonder openbaar onderzoek - Phoenixstraat 93, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Mevrouw Seger Kinik met als contactadres Phoenixstraat 93, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2021178147) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 21 november 2021.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: Het slopen en herbouwen van een eengezinswoning

• Adres: Phoenixstraat 93, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 6 sectie F nr. 132

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 10 december 2021.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 18 januari 2022.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Het perceel bevindt zich langs de Phoenixstraat in de wijk Brugse Poort- Rooigem en sluit met de achterste perceelsgrens aan op het Karel Waeriplein, waarop parkeerplaatsen en toegangen tot garageboxen liggen.

De omgeving wordt gekenmerkt door gesloten bebouwing, waarvan de hoofdgebouwen hoofdzakelijk 2 en 3 bouwlagen tellen.
De woonfunctie primeert in deze buurt, maar enkele gelijkvloerse bouwlagen zijn ingevuld met handel, diensten of horeca.

 

Het pand Phoenixstraat 93 is opgenomen op de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed als onderdeel van het bouwkundig relict met ID 308321 dat als volgt wordt beschreven:

“Rijhuizen van slechts twee bouwlagen onder zadeldak (pannen), daterend uit de 19de eeuw. Bepleisterde bovenbouw boven begane grond voorzien van rechthoekige, al of niet omlijste vensters. Nummers 91, 99, 103, 105 met houten winkelpuien.”.

Door de talrijke verbouwingen aan deze panden, is de erfgoedwaarde van het relict reeds in grote mate verloren gegaan.

 

Het perceel heeft een kadastrale oppervlakte van 54 m², de straatbreedte meet 4,23 m en de perceelsdiepte meet 12,63 m.

Het pand betreft een rijbebouwing, ingevuld met een eengezinswoning.

Het hoofdgebouw meet 7,55 m diep en telt 2 bouwlagen met een zadeldak.

Achter het hoofdgebouw zijn gelijkvloerse bijgebouwen aangebouwd die reiken tot een diepte van 12,63 m, dus tot tegen de achterste perceelsgrens.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De plannen voorzien het slopen van de eengezinswoning en het oprichten van een nieuwe eengezinswoning. Volgende ingrepen worden voorzien :

 

Hoofdgebouw:
Het bestaande bouwvolume wordt qua diepte, hoogte en dakvorm identiek weer opgebouwd.
Verder wordt in het voorste en het achterste dakvlak telkens 1 dakuitbouw met plat dak geplaatst. De breedte van beide uitbouwen bedraagt 2,1 m en de hoogte 2,4 m boven het dakvlak. De afstanden tot de voorste en achterste gevel bedragen respectievelijk +/-36 cm en +/-44 cm. De afstanden tot de 2 zijperceelsgrenzen bedragen steeds 1 m.

In de straatgevel worden de raam- en deuropeningen gewijzigd. Er wordt isolatie voorzien en het nieuwe gevelmateriaal is een baksteen in wit/grijze kleur. De dorpel wordt uitgevoerd met blauwe hardsteen. Het ontwerp voorziet geen uitspring op de rooilijn.

 

Bijgebouwen :
Het bijgebouw wordt gesloopt en er wordt een nieuw bijgebouw opgericht.
Het nieuwe bijgebouw is perceelsbreed en meet 9,98 m diep (incl. hoofdvolume). Dit bouwvolume telt 2 bouwlaag met een platte dakvorm, waarvan de dakrand ligt op een hoogte van 6 m ten opzichte van het trottoirpeil. 
De achtergevel van het bijgebouw wordt geïsoleerd en bekleed met crepi in een gebroken witte kleur. Op de gelijkvloerse bouwlaag wordt een schuifraam geplaatst, op de 1e verdieping een normaal raam met borstwering.

 

Interne indeling
Op de gelijkvloerse bouwlaag en 1e verdieping wordt in de achtergevel een brede opening voorzien naar het bijgebouw en de trappencirculatie wordt verplaatst.
De gelijkvloerse bouwlaag wordt ingericht tot een inkomhal met toilet, de overige ruimte is 1 open lokaal met de dagleefruimten.
Op de 1e verdieping komen 2 slaapkamers met een sanitaire cel, inclusief een toilet.
Op de dakverdieping wordt ingericht met vooraan een slaapkamer en achteraan een dressing/berging.

 

Buitenruimte:

In de nieuwe toestand wordt een kleine tuin gecreëerd met een oppervlakte van +/-9,6 m².

 

Scheidingsmuren :

De profielen van volgende scheidingsmuren worden gewijzigd:

-          LINKS EN RECHTS: Tussen een bouwdiepte van 7,55 m en 9,98 m worden de 2 zijdelingse scheidingsmuren met respectievelijk +/-2,95 m en +/-2,85 m verhoogd naar een hoogte van 6 m boven het trottoirpeil.

-          ACHTER : De achterste perceelsmuur wordt verlaagd, namelijk van +/-4,65 m naar +/-3,45 m boven het trottoirpeil.

 

Diverse

Tijdens de verbouwingswerken wordt een hemelwaterput (3.000L) geplaatst.
Er wordt geen septische put voorzien.

2.       HISTORIEK

Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.

Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, het wijkt af op volgende punten:
Artikel 11: septische put;
Het ontwerp voorziet een hemelwaterput, maar geen septische put.

Artikel 11 verplicht de plaatsing van een septische put bij nieuwbouw of bij verbouwingen van het gelijkvloers en/of de kelder die voor gevolg hebben dat het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan worden aangepast.
Het college van burgemeester en schepenen kan bij gemotiveerde beslissing een afwijking van bovenstaande verplichting toestaan indien het technisch niet mogelijk is om een septische put te plaatsen.
Er zijn in het voorliggende ontwerp geen argumenten om een dergelijke afwijking toe te staan. De aanleg van een septische put primeert op een hemelwaterput.
 

Er dient blijvend te worden voorzien in de plaatsing van een septische put (hetzij door het plaatsen van een nieuwe septische put, hetzij door hergebruik van de bestaande). Enkel alle toiletten zijn aan te sluiten op de septische put. Gelet op het niet zelfreinigend vermogen van de openbare riolering (gescheiden rioleringsstelsel) is het noodzakelijk om voorkeur te geven aan het plaatsen van een septische put t.o.v. een regenwaterput.
Dit wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde.

Artikel 12-14: aspecten hemelwater;

Ter aanvulling van artikel 9 §1 van de gewestelijke hemelwaterverordening is de plaatsing van een hemelwaterput ook verplicht bij verbouwing (al dan niet met uitbreiding) van een gelijkvloerse of kelderverdieping van een bestaand gebouw, waarbij die verbouwing tot gevolg heeft dat het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan aangepast worden. Deze verplichting geldt enkel bij verbouwingen aan een bestaand gebouw, waarvan de oppervlakte groter dan 40 m² is.

De totale oppervlakte (na verbouwing) bedraagt 42,2 m² en is dus groter dan 40 m², waardoor het plaatsen van een hemelwaterput met hergebruik verplicht is.
Het perceel is echter te klein om een septische put en een hemelwaterput te plaatsen omdat de tuinzone slechts 9 m² groot is.
Bijgevolg wordt de aanvrager vrijgesteld van het plaatsen van een hemelwaterput. Deze vrijstelling impliceert evenwel de verplichting tot het inrichten van het platte dak van de nieuwe aanbouw als een groendak.
 

Het nieuw plat dak moet als groendak worden aangelegd conform artikel 14 van het algemeen bouwreglement. Een groendak is een dak dat zo gebouwd wordt dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder die planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 liter per m².

Dit wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde.

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Beoordeling zie punt 5 Waterparagraaf.

Gewestelijke verordening voetgangersverkeer

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

Het voorliggende project heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied.

 

Enkel wordt door de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Dit kan worden gecompenseerd door de plaatsing van een hemelwaterput, overeenkomstig de normen vastgelegd in het geldend algemeen bouwreglement, en de verplichting om het nuttig gebruik van dit hemelwater maximaal te voorzien.
Gezien de onbebouwde oppervlakte klein is en er een septische put geplaatst moet worden, kan er afgeweken worden op de verplichting tot het plaatsen van een hemelwaterput.
Ter compensatie dient het platte dak van het nieuwe bijgebouw dan wel als een groendak te worden aangelegd.
 

Mits het groendak wordt aangelegd, zal de waterafvoer van het perceel vertragen en verminderen, waardoor gesteld kan worden dat de verbouwingswerken een beperkte en aanvaardbare impact hebben op de waterhuishouding van dit gebied.

 

Het nieuw plat dak moet als groendak worden aangelegd conform artikel 14 van het algemeen bouwreglement. Een groendak is een dak dat zo gebouwd wordt dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder die planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 liter per m².
Dit wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde.

6.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

7.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

 

Aangezien de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, werd met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen gevraagd.
Er werd 1 bezwaar ingediend binnen de vervaltermijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de dag van ontvangst van het verzoek om een standpunt.  

 

De bezwaren worden als volgt samengevat:

  1. Gaat deze aanvraag om het slopen van de woning of het herbouwen van de eengezinswoning?
  2. Wie betaalt bij het leiden van schade de kosten?

 

Naar aanleiding van het stedenbouwkundig onderzoek van deze aanvraag worden de bezwaren als volgt besproken:

  1. De plannen voorzien een nieuwbouw van het hoofdgebouw en de bijgebouwen.
    Het nieuwe hoofdgebouw krijgt hetzelfde bouwvolume als het te slopen volume, maar in het voorste en achterste dakvlak van het hoofdgebouw wordt telkens 1 dakuitbouw opgetrokken op 1 m van de 2 zijdelingse perceelsgrenzen.
    Verder wordt een perceelsbreed bijgebouw opgetrokken met 2 bouwlagen dat reikt tot een diepe van 9,98 m achter de rooilijn.
  2. Het is raadzaam dat de eigenaars van de omliggend percelen een voorafgaande plaatsbeschrijving van hun eigendom laten opmaken om eventuele schade van de bouwwerken te kunnen aantonen.
    De werken dienen uiteraard op een technisch verantwoorde manier te worden uitgevoerd, waarbij de nodige maatregelen worden genomen, om schade en hinder naar de omliggende percelen te voorkomen.
    Deze problematiek valt echter niet onder de beoordeling van een omgevingsvergunning, maar is een burgerlijke aangelegenheid die de stad Gent niet mag beoordelen.
    Als u schade heeft opgelopen, dan neemt u best contact op met de bouwheer of architect om deze problematiek te bespreken.
    Indien jullie niet tot een overeenkomst kunnen komen, kan de stad Gent wel een burenbemiddeling aanbieden in de vorm van een neutrale persoon (contact : tel. 09/26682 17, Burenbemiddeling@stad.gent ).

8.       OMGEVINGSTOETS

Erfgoedstandpunt

Aangezien de resterende erfgoedwaarde te aangetast is, is er vanuit het erfgoedstandpunt geen bezwaar tegen het slopen van de woning.

 

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Het slopen en herbouwen van de eengezinswoning betekent een meerwaarde voor de woonkwaliteit van deze eengezinswoning.

Door het beperken van de bouwdiepte kan nu een kleine tuin gecreëerd worden. 

Het schuifraam in de achtergevel zorgt voor extra lichtinval en versterkt het contact met de tuin.

De nieuwe indeling op de gelijkvloerse bouwlaag zorgt voor meer praktische leefruimten die beter met elkaar gebonden zijn.

 

Het nieuwe hoofdgebouw sluit goed aan bij de aanpalende hoofdgebouwen.

Door het hoofdgebouw (plaatselijk) te verhogen met een dakuitbouw in elk dakvlak, wordt de woonoppervlakte binnen de woning vergroot. Dergelijke uitbreiding van het pand is vanuit ruimtelijk oogpunt de beste ingreep met het minste effect op de omgeving. 

Het nieuwe standvensters in de beide dakvlakken zijn voldoende beperkt in omvang waardoor deze uitbouwen voldoende geïntegreerd zijn binnen de totale dakconstructie. Bovendien bevinden de standvensters zich op voldoende afstand van de zijperceelsgrenzen, waardoor er geen onaanvaardbare storende inkijk zal ontstaan naar de omliggende eigendommen toe.

 

Het nieuwe bouwvolume van de aangebouwde bijgebouwen valt binnen de gebruikelijke normen qua bouwdiepte en -hoogte.

-   De bouwdiepte van de 2 bouwlagen hoge uitbouw bedraagt 9,98 m achter de rooilijn, dit is een uitbreiding van het hoofdgebouw van 2,43 m ten opzichte van het eigen en de 2 aanpalende hoofdgebouwen. Deze uitbreiding is aanvaardbaar gelet op de beperkte perceeldiepte (12,63 m), de perceelsbreedte (4,23 m) en de bouwhoogte(2 bouwlagen) van het hoofdgebouw, omdat zo de nodige leefruimte kan worden gecreëerd.
-   De nieuwe bouwhoogte van 6 m (ten opzichte van het trottoirpeil) is een aanvaardbare bouwhoogte voor een 2 bouwlagen hoge aanbouw die iets minder diep reikt dan 10 m.

 

De profielen van de linker en de rechter scheidingsmuur moeten voor het oprichten van het nieuwe bijgebouw worden aangepast.
Deze ophogingen zijn vrij beperkt, er kan worden gesteld dat de aanpalende percelen niet te sterk ingebouwd worden.

De buren zullen geen onaanvaardbare vermindering van de belichting, bezonning en/of zichten ervaren. Dit blijkt ook uit het feit dat de 2 aanpalende eigenaars hierover geen bezwaren hebben ingediend in het kader van ons verzoek om een standpunt over de verbouwingen.

 

De bouwheer wenst de achterste perceelsmuur, die ligt op de grens met het openbare domein (Karel Waeriplein) te verlagen. Deze ingreep kan niet worden toegestaan gezien hierdoor de uniforme bouwhoogte van de volledige scheidingsmuur (over een breedte van een 9-tal huizen) verbroken zou worden en dit is omwille van het esthetische effect vanop het plein absoluut niet aanvaardbaar.

 

In conclusie kan worden gesteld dat – mits het uitvoeren van de bijzondere voorwaarden - het bouwvolume, de gevelmaterialen en de binnenindeling ruimtelijk en esthetisch aanvaardbaar zijn binnen hun omgeving en bijdragen tot een hogere woonkwaliteit voor de betreffende eengezinswoning.

 

CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor Het slopen en herbouwen van een eengezinswoning aan mevrouw Seger Kinik gelegen te Phoenixstraat 93, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

Hoogte achterste scheidingsmuur :

De achterste scheidingsmuur, die ligt op de grens met het openbare domein (Karel Waeriplein), mag niet worden verlaagd, gezien daardoor de uniforme bouwhoogte van de volledige scheidingsmuur (over een breedte van een 9-tal huizen) hiermee verbroken zou worden en dit is omwille van het esthetische effect niet aanvaardbaar.

 

Hemelwaterput/septische put

De hemelwaterput moet worden vervangen door een septische put.

 

Groendak:

Als compensatie voor het ontbreken van een hemelwaterput moet het platte dak van het nieuwe bijgebouw worden aangelegd als een groendak.

Het nieuw plat dak moet als groendak worden aangelegd conform artikel 14 van het algemeen bouwreglement. Een groendak is een dak dat zo gebouwd wordt dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder die planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 liter per m².

 

Riolering:

Er is geen septische put getekend op het plan, deze moet blijvend voorzien worden (hetzij door het plaatsen van een nieuwe septische put, hetzij door hergebruik van de bestaande).
Enkel alle toiletten zijn aan te sluiten op de septische put. Gelet op het niet zelfreinigend vermogen van de openbare riolering (gescheiden rioleringsstelsel) is het noodzakelijk om voorkeur te geven aan het plaatsen van een septische put t.o.v. een regenwaterput.

 

De aansluiting op het rioleringsnet is verplicht en wordt, wat betreft het gedeelte op het openbaar domein, uitgevoerd door FARYS. Een aanvraag tot het bekomen van een huisaansluiting moet ingediend worden bij FARYS via www.farys.be/nl/rioolaansluiting of verstuurd worden naar Stropstraat 1 te 9000 Gent.

De afvoer van het regen- en afvalwater moeten op kosten en op risico van de bouwheer, binnen zijn eigen terrein uitgevoerd worden. Het afvoeren kan hetzij door natuurlijke afloop, hetzij door oppompen.
 

Een bestaande aansluiting of een wachtaansluiting dient in regel gebruikt/ (her)bruikt te worden. De  locatie en de diepteligging ervan zijn bindend. De bestaande aansluiting dient ter hoogte van de rooilijn opgezocht, opgemeten en gemarkeerd te worden. Indien ze (tijdelijk) niet in dienst blijft is het de taak van de bouwheer om deze ter hoogte van de rooilijn dicht te maken om elke instroom te vermijden.

Bij een nieuwe huisaansluiting wordt het traject bepaald in overleg tussen rioolbeheerder en klant. De algemene veiligheid, de instandhouding en de normale werking van de elementen van de huisaansluiting moeten verzekerd zijn en het toezicht, de controle en het onderhoud moeten gemakkelijk uitgevoerd kunnen worden. Voor de diepteligging dient er rekening mee gehouden te worden dat de huisaansluiting in regel door FARYS wordt gerealiseerd vóór aanleg van de privéwaterafvoer op een maximale diepte van 50 cm onder het maaiveld. Indien de diepteligging van de hoofdriolering of (kruisen van de) nutsleidingen deze diepte niet toelaten, zal de huisaansluiting op de meest haalbare diepte worden aangelegd.

 

De aanvrager dient zich te houden aan de bepalingen van het Bijzonder Waterverkoopreglement huisaansluitingen. Dit reglement is terug te vinden op www.farys.be/wettelijke-bepalingen.

De bijzondere aandacht wordt gevestigd op :

  • De openbare riolering kan onder druk komen tot het maaiveld niveau, wat neerkomt op een stijging van het waterpeil in de buizen en de aansluitingen (code van goede praktijk voor  rioleringssystemen : www.vmm.be/wetgeving/code-van-goede-praktijk-voor-rioleringssystemen).
    De bouwheer moet hier dan ook rekening mee houden bij de aanleg van (en de aansluitingen op) zijn privéwaterafvoer. Het Stadsbestuur kan onder geen enkele voorwaarde aansprakelijk gesteld worden voor schade door wateroverlast die een gevolg is van een onoordeelkundige aanleg van de privéwaterafvoer.
  • Door de aanleg van gescheiden rioleringsstelsels, zowel op openbaar als op privaat domein, kan er sneller geurhinder ontstaan als gevolg van het geconcentreerde (onverdunde) afvalwater.
    De aanvrager dient bij geurhinder op eigen initiatief en kosten elke instroomopening op zijn privéwaterafvoer door middel van een waterslot geurdicht af te schermen.
    Om geurhinder als gevolg van de eigen private riolering te reduceren werden er enkele richtlijnen opgesteld, die u via deze link kan terugvinden: www.farys.be/richtlijnengeurhinder.

De interne riolering moet zo ontworpen worden dat een toekomstige aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater).
Er is nog geen aparte regenwaterafvoer (RWA)-aansluiting mogelijk. Voor zover het niet mogelijk is om het regenwater ter plaatse te laten infiltreren is de RWA-leidingen naar de straat te voorzien als wachtaansluiting. Voorlopig moeten het regen- en afvalwater gezamenlijk naar de riolering afgevoerd worden. Bovendien moeten de RWA-, en DWA-afvoeren naast elkaar worden aangeboden met een tussenafstand van 40 tot 60 cm. Hierbij loopt het DWA-gedeelte in een rechte lijn door naar de openbare riolering.

 

Bij een toekomstige aanleg van het openbaar domein zal de riolering gescheiden worden.

De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht volgens het Algemeen Waterverkoopreglement bij aanbouw en/of het voorzien van een nieuwe aansluiting. Meer informatie vindt u op www.farys.be/keuring-privewaterafvoer

 

De regenwaterpijpen op de straatgevel moeten in de gevel worden ingewerkt. De regenwaterpijp dient binnenshuis op het interne rioleringssysteem aangesloten te worden.

 

Openbaar domein:

Sloop:
Funderingsresten die vóór de rooilijn liggen, moeten worden uitgebroken.

 

Bestaande rioolvertakkingen, die niet worden hergebruikt, moeten op het terrein, ter hoogte van de rooilijn, zorgvuldig worden dichtgemaakt.

 

Indien tijdens de werkzaamheden onvoorziene hindernissen opduiken (rioleringen, waterlopen, kelders e.d.)dan moet dit meteen worden meegedeeld aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Administratief Centrum, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, mail: tdwegen@stad.gent. Of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

 

Opbouw:

Bij het vastleggen van de vloerpassen en dorpelpeilen van het gebouw moet de bouwheer rekening houden met het bestaande peil van de dichtst bijgelegen rand van de openbare verhardingen. Het openbaar domein (zowel verharde als onverharde stroken) wordt aangelegd met een dwarshelling van 2% richting de as van de straat. De peilen van de bestaande verhardingen worden niet aangepast in functie van aanpalende bouwwerken. Er worden ook geen trappen en/of hellingen toegestaan op het openbaar domein om de gebouwen toegankelijk te maken.

 

De nieuwe gevelmuren (inclusief afwerking) dienen volledig op privaat domein binnen de perceelsgrens opgetrokken te worden zodanig dat het nieuwe voorgevelvlak de eigendomsgrens volgt. De gevelmuren die tegen de perceelsgrens worden opgetrokken, moeten onder het trottoirpeil een diepte hebben van ten minste 1,50 m, zodat er zonder gevaar voor de stabiliteit van het gebouw uitgravingen op de openbare weg kunnen worden verricht tot op deze diepte.

 

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Openbaar domein:

De bouwheer is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de verhardingen van de openbare weg, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer.

 

De vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken. Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Administratief Centrum, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, via e-mail:tdwegen@stad.gent of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).

 

Voor het eventueel wegnemen en terugplaatsen van de distributiekabel die zich op de gevel bevindt, moet contact worden opgenomen met Telenet, tel. 015 66 66 66.

In functie van de werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld).