Terug
Gepubliceerd op 04/02/2022

2022_CBS_01173 - OMV_2021179459 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het herbouwen van een bijgebouw (tuinpaviljoen) - zonder openbaar onderzoek - Zonder-Naamstraat 14G, 9000 Gent - Weigering

college van burgemeester en schepenen
do 03/02/2022 - 08:31 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 03/02/2022 - 08:51
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Elke Decruynaere, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_01173 - OMV_2021179459 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het herbouwen van een bijgebouw (tuinpaviljoen) - zonder openbaar onderzoek - Zonder-Naamstraat 14G, 9000 Gent - Weigering 2022_CBS_01173 - OMV_2021179459 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het herbouwen van een bijgebouw (tuinpaviljoen) - zonder openbaar onderzoek - Zonder-Naamstraat 14G, 9000 Gent - Weigering

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

De heer Florian Amira met als contactadres Ham 91/b0301, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2021179459) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 24 november 2021.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het herbouwen van een bijgebouw (tuinpaviljoen)

• Adres: Zonder-Naamstraat 14G, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 4 sectie D nr. 3691S

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 14 december 2021.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 27 januari 2022.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De te verbouwen woning bevindt zich langs de Zonder-Naamstraat in de wijk ‘Sluizeken- Tolhuis- Ham’. De Zonder-Naamstraat is een zijstraat van de Dampoortstraat die een verbindingsstraat is tussen het Dampoortstation en het centrum van de stad. De Dampoortstraat kenmerkt zich als een winkelstraat met wonen op de verdiepingen. Rechts van de woning nr. 16 bevindt zich een doorrit die ontsluiting biedt aan een privaat binnengebied met 17 vergunde ééngezinswoningen, opgesteld in een V-vorm.

De woning in kwestie betreft 1 van de 17 ééngezinswoningen die vergund werden in 2017 (2017/08192 Dig). Ze is rechts ingepland in het binnengebied en sluit als half-open bebouwing een rij van 8 woningen af (2 half-open bebouwingen met daartussen 6 rijwoningen). Het hoofdgebouw heeft 2 bouwlagen en een plat dak.

Desbetreffend perceel heeft een oppervlakte van ca. 499 m².

De woning is 6,58 m  breed en 18 m diep en heeft een footprint van 118,40 m².

De onbebouwde tuinzone is ca. 379 m² waarvan 37 m² reeds ingenomen wordt door een zwembad.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Met deze aanvraag wordt een vergunning gevraagd voor:

  • Het bouwen van een tuinpaviljoen met fietsenberging, opslagruimte voor tuinmeubilair, ruimte voor zwembadtechnieken en een poolhouse met een bar en zitruimte, ruimte voor sauna en jacuzzi en douche en een apart toilet.

 

Het aangevraagde bijgebouw grenst aan de achterste- en rechter zijperceelsgrens. Het is 15,10 m breed, 6,50 m diep (98 m²) en heeft een kroonlijsthoogte van 3,15 m ten opzichte van het maaiveld (de 0-pas op de snede bevindt zich 15 cm boven het maaiveld). De scheidingsmuren worden niet gewijzigd. De gevel wordt afgewerkt met steenstrips breuksteen cfr. de woning op hetzelfde perceel.

Het pand heeft een ruim beglaasde voorgevel: 3 schuifpuien van samen 7,39 m breed en een dubbel openslaande deur met vast paneel van 3,40 m breed.

In de linker zijgevel zit, naast de fietsberging (4 m²), de beglaasde inkomdeur met een breedte van 1,20 m.

Naast het nieuwe bijgebouw rest ter hoogte van de linker zijperceelsgrens een tuinstrook met een breedte van 1,90 m tot 2,45 m.

Het dak van het nieuwe bijgebouw wordt uitgevoerd als groendak.

 

  • Het aanleggen van extra verharding in de tuinzone in de vorm van een terras en looppad die woning, zwembad, tuinpaviljoen en fietsenberging met elkaar verbindt.

-      Het terras is ca. 23 m²

-      Het looppad heeft een totale oppervlakte van ca. 52 m²

 

Samen met het reeds vergunde zwembad komt de verharde oppervlakte in de tuinzone op 112 m².

Het bebouwde (en dus verharde oppervlakte) in de tuinzone wordt met het tuinpaviljoen 98 m².

 

In het totaal wordt de verharde zone 200 m² in een totale tuinstrook van 379 m².

2.       HISTORIEK

Vorige vergunningen en/of weigeringen zijn gekend:

Verkavelingsvergunningen

  • 2016 GE 159/00

Het verkavelen van een grond in 12 loten bestemd voor een woonerf bestaande uit 1 meergezinswoning en 17 ééngezinswoningen.

 

Omgevingsvergunningen voor het bijstellen van een verkaveling

  • OMV_2019024814 

Het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften voor alle loten en het toevoegen van een nieuw lot 13 bestemd voor nutsvoorzieningen (2019 GE 159/02).

 

Stedenbouwkundige vergunningen

  • 2015/08176 

Het slopen van gebouwen, constructies en verhardingen, oprichten van 17 ééngezinswoningen in 2 bouwvolumes met 1 ondergrondse parkeerbouwlaag en een meergezinswoning bestaande uit 4 appartementen en 5 bouwlagen.

  • 2017/08192(dig) 

Het wijzigen van een bestaande vergunning voor de nieuwbouw van 17 ééngezinswoningen.

 

Omgevingsvergunningen

  • OMV_2021060007 

Het verbouwen van een ééngezinswoning.

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

 

De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.
 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling (ref. nr. 2019 GE 159/02 van 10 oktober 2019). De aanvraag heeft betrekking op ‘woning 8’. De zonering volgens deze verkaveling is in het centraal gebied.
De aanvraag is niet overeenstemming met de voorschriften van de verkaveling.

 

In de verkavelingsvoorschriften wordt de mogelijkheid van een bijgebouw en verharding in de tuinzone als volgt omschreven:

Uit de eerste verkavelingsvergunning (2016 GE 159/00) en toevoegingen en hernemingen in de bijstelling (2019 GE 159/02 en OMV_2019024814):

 

  • ACHTERTUINSTROOK- VERHARDING

‘Woning 8:

Verharding, niet waterdoorlatend materiaal toegestaan boven de kelderverdieping.

De verharding (som van bijgebouwen, verharding en zwembad/zwemvijver) is beperkt zodat er minimaal 45% van de tuin onbebouwd en onverhard blijft.’

 

‘ALGEMEEN: Het water afkomstig van de grondgebonden terrassen dient via natuurlijke infiltratie kunnen afvloeien naar een voldoende grote onverharde oppervlakte op eigen terrein, waar het water kan infiltreren. De voldoende grote oppervlakte is afhankelijk van de infiltratiecapaciteit van de bodem. Indien de ondergrond geschikt is voor infiltratie dient minstens 1/3 van de verharde oppervlakte beschikbaar te zijn. Indien de ondergrond minder geschikt is voor infiltratie dient dezelfde oppervlakte als de verharding beschikbaar te zijn. Er mag ook geen enkele vorm van versnelde afvoer van hemelwater van de verharding aanwezig zijn.’

 

  • ACHTERTUINSTROOK- CONSTRUCTIES

‘Bijgebouwen zijn toegestaan en worden voorzien in de tuinzone.

Op het perceel van woning 8 was er reeds een bijgebouw aanwezig. Dit was in slechte staat.

Hierdoor is dit niet kunnen bewaard blijven. Gezien het akkoord met de Stad Gent om dit gebouw te kunnen bewaren wordt er op dezelfde locatie en binnen dezelfde footprint een nieuw bijgebouw voorzien. Dit zal slechts 1 bouwlaag omvatten en dus ook qua volume niet groter zijn dan het oude bijgebouw.

Voorschrift: Maximale oppervlakte zwembad - (zwem)vijver: 50 m².

Dit is de som van de zijtuinstrook en de achtertuinstrook.’

 

‘Bijgebouw voor woning 8 volgens verkavelingsontwerp.

Bijgebouwen zijn toegestaan in hout of materiaal hoofdgebouw en dienen te worden voorzien

van een plat dak met een maximale nokhoogte van 3 m.’

 

‘ALGEMEEN: Het hemelwater dat op de tuinbergingen valt moet natuurlijk kunnen infiltreren in de bodem. Deze omliggende onverharde oppervlakte moet minimaal 1/3 van de constructie zijn. De tuinbergingen mogen niet voorzien worden van goten. Natuurlijke infiltratie mag niet leiden tot wateroverlast bij derden.’

 

  • ‘Het dak moet zo opgebouwd worden dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder de planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 l/m²’.

 

De aanvraag wijkt af van de voorschriften van de verkaveling op volgende punten:

-      het verharde oppervlak wijkt mogelijks af van de verkavelingsvoorschriften (toetsing infiltratiecapaciteit van de bodem ontbreekt!);

-      de hoogte van het bijgebouw wijkt af van de verkavelingsvoorschriften.

 

Aangezien de nota van de architect geen afwijkingen beschrijft werd de aanvraag in de vereenvoudigde procedure opgestart. Bij de beoordeling wordt duidelijk dat deze afwijkingen niet werden aangevraagd. Het dossier had de gewone procedure moeten volgen en kan binnen de vereenvoudigde procedure niet rechtsgeldig worden vergund.

4.3.   Verordeningen

Algemeen bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.

 

De aanvraag is niet in overeenstemming met het algemeen bouwreglement en wijkt af op volgende punt:

 

  • Artikel 12 stelt dat het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt moet worden, uiteraard om de problematiek van wateroverlast en verdroging zoveel mogelijk te voorkomen. De strikt noodzakelijke verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.

 

Voorliggend voorstel voorziet 200 m² verharding, waarvan 75 m² niet beschreven wordt in materialiteit, waterdoorlaatbaarheid of waterhuishouding.

De verharding moet minstens beperkt worden tot de voorwaarden uit de verkavelingsvoorschriften (maximum 45% van tuinzone).

 

In de omgevingsvergunning van de woningen (OMV_2019024814) werden bijzondere voorwaarden opgelegd met betrekking tot verharding op basis van dit artikel 12:

‘Volgens artikel 12 van het ABR dient verharding beperkt te worden tot de strikt noodzakelijke oppervlaktes. De toegangswegen naar de verschillende woningen wordt op de plannen aangeduid als ‘groen + verhardingen’. De verhardingen die geplaatst zouden worden, moeten aangelegd worden in waterdoorlatende verharding of moet kunnen afwateren naar de omgeving. Enkel de doorrit en de helling naar de ongergrondse parking mag aangelegd worden in waterondoorlatende verharding, welke moet aangesloten worden aan een infiltratievoorziening.

Bij waterdoorlatende verharding dient ook de fundering in waterdoorlatende materialen te worden aangelegd en mag er geen enkele vorm van versnelde afvoer van hemelwater van de verharding aanwezig zijn (bv. goten, drainagebuizen, greppels, hellingen, …).’

Door het ontbreken van een beschrijving of een snede van de verharding (terras en looppaden) is het niet mogelijk om te beoordelen of aan deze voorwaarden voldaan wordt.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (zie waterparagraaf).

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel wordt voldoende ontsloten via een private weg naar een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied.

Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt.

Dit wordt gecompenseerd door het plat dak van de nieuwe achterbouw aan te leggen als groendak.  Een groendak heeft een zekere bufferende werking door de vertraagde afvoer van het perceel.

 

De verharding in de tuin dient uitgevoerd te worden in waterdoorlatende verharding. Voor minstens 75 m² van de voorziene oppervlakte is dit in de aanvraag niet geduid.

De verkavelingsvoorschriften geven zelf aan dat op basis van de mogelijkheden voor natuurlijke infiltratie op het perceel de verharding moet worden aangepast qua materialen en/of beperkt in oppervlakte. Dit wordt in de voorliggende aanvraag niet getoetst.

 

Conclusie: door het ontbreken van gegevens over infiltratiecapaciteit op het perceel en over de materialisatie van de voorziene verharding kan niet worden beoordeeld of de aanvraag de watertoets doorstaat.

 

6.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

7.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

 

Aangezien de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, werd met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen gevraagd. Er werden geen bezwaren ingediend binnen de vervaltermijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de dag van ontvangst van het verzoek om een standpunt.

8.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Toetsing aan de voorschriften uit de verkavelingsvergunning en de bijstelling van de verkavelingsvergunning:

  • ACHTERTUINSTROOK- VERHARDING

‘Woning 8:

Verharding, niet waterdoorlatend materiaal toegestaan boven de kelderverdieping.

De verharding (som van bijgebouwen, verharding en zwembad/zwemvijver) is beperkt zodat er minimaal 45% van de tuin onbebouwd en onverhard blijft.’

 

‘ALGEMEEN: Het water afkomstig van de grondgebonden terrassen dient via natuurlijke infiltratie kunnen afvloeien naar een voldoende grote onverharde oppervlakte op eigen terrein, waar het water kan infiltreren. De voldoende grote oppervlakte is afhankelijk van de infiltratiecapaciteit van de bodem. Indien de ondergrond geschikt is voor infiltratie dient minstens 1/3 van de verharde oppervlakte beschikbaar te zijn. Indien de ondergrond minder geschikt is voor infiltratie dient dezelfde oppervlakte als de verharding beschikbaar te zijn. Er mag ook geen enkele vorm van versnelde afvoer van hemelwater van de verharding aanwezig zijn.’

 

Toetsing:

-      De woning werd intussen uitgebreid op de gelijkvloerse verdieping tot de maximale bouwdiepte van 18 m. Daarmee is de zone boven de bovengrondse parking volledig ingenomen.

-      De tuinzone (= zijstrook + achterstrook = ‘onbebouwde zone’) heeft een oppervlakte van 379 m².

Volgens verkavelingsvoorschriften moet minstens 45% van de onbebouwde zone op dit perceel onverhard blijven. Dit komt overeen met minstens 170,55 m².

Momenteel is er maar 170,16 m² ingetekend als onverhard op de plannen.

-      De onbebouwde en onverharde oppervlakte van de tuinzone is meer dan 1/3 van de verharde/bebouwde oppervlakte.

De infiltratiecapaciteit van de bodem werd echter niet afgetoetst. De grond maakt deel uit van een voormalig Meersgebied en heeft naar alle waarschijnlijkheid dus geen goede infiltratiecapaciteit (kleigrond). In dat geval zou het infiltratieoppervlak de helft moeten zijn van het totaal verharde oppervlak. Met 170,16 m² is het onverhard oppervlak dan zo’n 19 m² te klein (50% van 379 m² is 189,50 m²).

 

  • ACHTERTUINSTROOK- CONSTRUCTIES

‘Bijgebouwen zijn toegestaan en worden voorzien in de tuinzone.

Op het perceel van woning 8 was er reeds een bijgebouw aanwezig. Dit was in slechte staat.

Hierdoor is dit niet kunnen bewaard blijven. Gezien het akkoord met de stad Gent om dit gebouw te kunnen bewaren wordt er op dezelfde locatie en binnen dezelfde footprint een nieuw bijgebouw voorzien. Dit zal slechts 1 bouwlaag omvatten en dus ook qua volume niet groter zijn dan het oude bijgebouw.

Voorschrift: Maximale oppervlakte zwembad - (zwem)vijver: 50 m².

Dit is de som van de zijtuinstrook en de achtertuinstrook.’

 

‘Bijgebouw voor woning 8 volgens verkavelingsontwerp.

Bijgebouwen zijn toegestaan in hout of materiaal hoofdgebouw en dienen te worden voorzien

van een plat dak met een maximale nokhoogte van 3 m.’

 

‘ALGEMEEN: Het hemelwater dat op de tuinbergingen valt moet natuurlijk kunnen infiltreren in de bodem. Deze omliggende onverharde oppervlakte moet minimaal 1/3 van de constructie zijn. De tuinbergingen mogen niet voorzien worden van goten. Natuurlijke infiltratie mag niet leiden tot wateroverlast bij derden.’

 

‘Het dak moet zo opgebouwd worden dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder de planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 l/m²’.

 

Toetsing:

-      Het bijgebouw wordt ingepland op de footprint van het voormalig bijgebouw en voldoet zo aan de voorschriften van de verkaveling. De nokhoogte ten opzichte van het maaiveld is echter 3,15 m en voldoet niet aan de voorschriften van de verkaveling. De nota van de architect vermeldt een nokhoogte van 3 m boven het maaiveld maar de plannen tonen 3 m ten opzichte van de vloerpas die zich 15 cm boven het maaiveld bevindt), bijgevolg werd het dossier in de eenvoudige procedure opgestart. Door deze afwijking op de verkavelingsvoorschriften had de aanvraag echter in de gewone procedure (met openbaar onderzoek) moeten opgestart worden.

-      De infiltratiecapacitieit van de bodem werd in vorig punt reeds besproken. Het nieuwe bijgebouw wordt niet voorzien van goten maar wel van een groendak, conform de voorschriften. De buffercapaciteit van het groendak wordt echter niet gedefinieerd.

 

Volgende punten zorgen voor een negatief advies voor voorliggende aanvraag:

-      Het over-gedimensioneerde verharde oppervlak die niet voldoet aan artikel 12 van het algemeen bouwreglement;

-      Het ontbreken van een aftoetsing van de infiltratiecapaciteit van de bodem.

 

Het dossier is onvergunbaar omdat:

-      De oppervlakte van het verharde oppervlak mogelijks afwijkt van de verkavelingsvoorschriften (toetsing van de infiltratiecapaciteit van de bodem nodig!);

-      De hoogte van het bijgebouw afwijkt van de verkavelingsvoorschriften.

 

Derhalve had een afwijking op de voorschriften moeten aangevraagd worden zodat voorliggende aanvraag in de gewone procedure -met openbaar onderzoek- zou opgestart zijn.


CONCLUSIE

Ongunstig,
de aanvraag werd behandeld in de foute procedure door het ontbreken van een afwijkingsvraag op de verkavelingsvoorschriften en de toetsing van de infiltratiecapaciteit van de bodem.

Een aangepast ontwerp dat meer duidelijkheid biedt over de materialisatie van de verharding, de infiltratiecapaciteit van het perceel en dat aangevraagd wordt binnen de correcte procedure kan worden voorgelegd.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het herbouwen van een bijgebouw (tuinpaviljoen) aan de heer Florian Amira gelegen te Zonder-Naamstraat 14G, 9000 Gent.