Terug
Gepubliceerd op 04/02/2022

2022_CBS_01170 - OMV_2020137568 K - aanvraag omgevingsvergunning voor de reconstructie van het hellend dak met een helling van ongeveer 37° op twee achtergebouwen: een opslagruimte en een schuur - met openbaar onderzoek - Meulesteedsesteenweg 93, 9000 Gent - Gedeeltelijke Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 03/02/2022 - 08:31 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 03/02/2022 - 08:51
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Elke Decruynaere, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_01170 - OMV_2020137568 K - aanvraag omgevingsvergunning voor de reconstructie van het hellend dak met een helling van ongeveer 37° op twee achtergebouwen: een opslagruimte en een schuur - met openbaar onderzoek - Meulesteedsesteenweg 93, 9000 Gent - Gedeeltelijke Vergunning 2022_CBS_01170 - OMV_2020137568 K - aanvraag omgevingsvergunning voor de reconstructie van het hellend dak met een helling van ongeveer 37° op twee achtergebouwen: een opslagruimte en een schuur - met openbaar onderzoek - Meulesteedsesteenweg 93, 9000 Gent - Gedeeltelijke Vergunning

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent gedeeltelijk de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Piet Puttemans - Greta Decavele met als contactadres Meulesteedsesteenweg 93, 9000 GENT hebben een aanvraag (OMV_2020137568) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 14 oktober 2021.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: de reconstructie van het hellend dak met een helling van ongeveer 37° op twee achtergebouwen: een opslagruimte en een schuur

• Adres: Meulesteedsesteenweg 93, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 1 sectie A nr. 3320E3

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 29 oktober 2021.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 27 januari 2022.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De te verbouwen panden bevinden zich langs de Meulesteedsesteenweg in de wijk Muide- Meulestede- Afrikalaan.

De omgeving bestaat voornamelijk uit rijwoningen en enkele kleine of middelgrote ondernemingen.

De aanpalende percelen zijn bebouwd met eengezinswoningen met bijgebouwen.

 

Het perceel is gelegen in de kern van het bouwblok en wordt ontsloten via een poort met doorrit in het gebouw nr. 95.

Zo start het perceel op ca. 7m56 van de rooilijn aan de Meulesteedsesteenweg.

Het heeft een oppervlakte van ca. 630 m² waarvan ca. 337 m² bebouwd oppervlak en is volledig verhard.

 

Het perceel betreft een centrale koer met rondom, grenzend aan de perceelsgrenzen 4 gebouwen:

  • Grenzend aan de rechter zijperceelsgrens een garage (onderverdeeld in 8 eenheden):

Dit gebouw houdt maximum 2m27 afstand van het hoofdgebouw Meulesteedsesteenweg nr. 95, heeft een breedte van 5m37 – 6m62 en een maximale diepte van ca. 28m23 (tot de achterste perceelsgrens).

Het gebouw heeft 1 bouwlaag maar bestaat uit 2 bouwvolumes:

-          Over een diepte van 19m94 heeft dit gebouw een éénzijdig licht hellend dak. Het dak start op een hoogte van 3m09 ter hoogte van de rechter scheidingsmuur en loopt af richting het midden van het perceel. De kroonlijsthoogte is 2m36 ten opzichte van het maaiveld.

De gevel van dit bouwdeel bestaat in hoofdzaak uit 7 garagepoorten (6 houten draaipoorten, 1 metalen hefpoort) met, achterliggend, 7 garageboxen;

-          Over een diepte van max 8m25 (tot aan de achterste perceelsgrens) heeft  het gebouw een plat dak met een kroonlijsthoogte van2m84.  De gevel is in parementsteen met 1 wit metalen hefpoort.

Dit gebouw blijft ongewijzigd.

 

  • Grenzend aan de perceelsgrens met de Meulesteedsesteenweg 93 staat een berging van 3m55 x 1m67. Het gebouw heeft 1 bouwlaag en een éénzijdig hellend dak (lessenaarsdak). Het is opgebouwd uit betonplaten en asbesthoudende golfplaten (dak) en wordt ontsloten door een rolpoort in pvc. Het gebouw herbergt een regenwaterput van 2000L.

Dit gebouw blijft ongewijzigd.

 

  • Grenzend aan de achterste perceelsgrens een schuur:

Dit gebouw grenst aan de garage rechts en links aan een opslaggebouw. Het heeft een breedte van max. 17m97 en een diepte van ca. 5 m.

Het gebouw heeft 1 bouwlaag en een zadeldak met een nok evenwijdig aan de achterste perceelsgrens. De helling van het zadeldak is ca. 37°.

De kroonlijsthoogte is 2m59, de scheidingsmuur op de achterste perceelsgrens is 2m75 en de nokhoogte is 4m60 ten opzichte van het maaiveld.

De gevel is in wit geschilderde parementsteen en heeft 4 opendraaiende houten poorten.

 

  • Grenzend aan de linker zijperceelsgrens een opslaggebouw (onderverdeeld in 3 eenheden):

Dit gebouw heeft een breedte van 5m52 en een maximale diepte van 22m13.

Het gebouw heeft 1 bouwlaag en een mansarde dak en loopt door tot de achterste perceelsgrens.

De kroonlijsthoogte is 4m79, de hoogte van de linker scheidingsmuur is 4m70 en de nokhoogte 6m81 ten opzichte van het maaiveld.

De gevel is in een bruine parementsteen en heeft 2 dubbel opendraaiende houten poorten en 1 metalen hefpoort.

Meer dan de helft van de dakconstructie en delen van de gevel zijn intussen verdwenen. Het middelste deel van het gebouw staat bloot aan de elementen, een deel is voorlopig afgedekt met geprofileerde metalen platen.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

 

Met deze aanvraag worden volgende handelingen aangevraagd:

Aan de schuur:

  • Het aanpassen van de regenwaterhuishouding door het vernieuwen en verbreden van de afvoergoten en het vervangen van de regenwaterpijpen.
  • Het vernieuwen van de dakconstructie (van gordingendak naar spantendak) binnen het oorspronkelijk volume. De dakhelling blijft ongewijzigd (ca. 37°). 

De nieuwe dakrand vooraan en de nokhoogte blijven nagenoeg ongewijzigd.

De achterste scheidingsmuur wordt 23 cm opgehoogd tot een hoogte van 2m98 door het ‘opleggen’ van de nieuwe spantenstructuur op de scheidingsmuur en de nieuwe -bredere- bakgoten.

 

Aan het opslaggebouw:

  • De reconstructie van de verdwenen gevelelementen in hetzelfde vlak en met dezelfde hoogte als de oorspronkelijke gevel.
  • De reconstructie van het dak met een andere soort constructie (van gordingendak naar spantendak) binnen het oorspronkelijk volume.
  • De dakhelling blijft ongewijzigd (ca. 37°).

De nok en de nieuwe dakrand vooraan blijven ongewijzigd.

De linker scheidingsmuur wordt 30 cm opgehoogd tot een hoogte van 5 m door het ‘opleggen’ van de nieuwe spantenstructuur op de scheidingsmuur en de nieuwe bakgoten.

  • Het vernieuwen van de afvoergoten en regenwaterpijpen.

 

Het nieuwe regenwaterafvoerstelsel worden aangesloten op een nieuwe hemelwaterput van 10.000 L en een infiltratievoorziening van 8m². Er wordt herbruik van het hemelwater voorzien voor toiletten, een wasmachine en een buitenkraan voor het bewateren van de plantenbakken.

De overloop van de put  wordt aangesloten op de bestaande regenwaterput in de berging.

 

Zowel het bebouwde oppervlak als het verharde oppervlak blijven ongewijzigd.

 

2.       HISTORIEK

Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg MEULESTEDE, goedgekeurd op 17 augustus 2001, en is bestemd als woonzone (gesloten bebouwing) en zone voor koeren en tuinen.
 

Overeenkomstig artikel 4.4.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan na een openbaar onderzoek beperkt afgeweken worden van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, wat betreft de perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van de constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

De aanvraag is wijkt af van de voorschriften op volgende punten:

 

Er is een afwijking op het maximaal verhard oppervlak. In deze zone waar de perceelsbezetting maximaal 50 % mag zijn, moet een minimum van  25 % van het perceel onverhard te zijn.

Dit perceel is 100 % verhard. Er worden echter grondwerken voorzien op het perceel door het plaatsen van de nieuwe hemelwaterput van 1000 L en een infiltratievoorziening van 8 m².

(zie 4.3 Verordeningen- Algemeen bouwreglement)

 

Er wordt een afwijking verzocht op de dakvorm. In deze zone zijn in principe enkel platte daken toegelaten. De gevraagde handelingen betreffen de herbouw van de daken van de schuur en het opslaggebouw (dakstructuur + dakbedekking) en overschrijden dus de in het BPA beschreven ‘normale onderhoudswerken’.

Afwijkingen op de dakvorm zijn mogelijk (artikel 4.4.1 VCRO) indien een architecturaal verantwoorde overgang wordt voorzien naar de aanpalende gebouwen: (zie 8. Omgevingstoets- erfgoedwaardering)

  • Voor de schuur wordt  een dakvorm herbouwd die op het naburig perceel doorloopt. Dit was waarschijnlijk in oorsprong één gebouw. Rekening houdend met de beperkte kroonlijsthoogte van 2m59 en de beperkte nokhoogte van 4m60 komt het herbouwen van de bestaande dakvorm voor een afwijking in aanmerking.
  • Voor de opslagruimte wordt de dakvorm herbouwd conform deze van het oorspronkelijke koetshuis. De schuur (over beide percelen) en het koetshuis worden zo in de oorspronkelijke morfologie en ensemble hersteld. Rekening houdend met het hernemen van de oorspronkelijke nokhoogte, kroonlijsthoogte en dakhelling komt het herbouwen van de bestaande dakvorm voor een afwijking in aanmerking.


4.2. Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, met uitzondering van artikel 12 ‘Beperken van verhardingen’:

 

Dit artikel stelt dat het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt moet worden, uiteraard om de problematiek van wateroverlast en verdroging zoveel mogelijk te voorkomen. De strikt noodzakelijke verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.

 

In voorliggend voorstel worden grondwerken voorzien maar de heraanleg van de infrastructuur blijft enkel in  niet-waterdoorlatende verharding en er wordt helemaal niet onthard, dit is niet aanvaardbaar.  De nieuw aan te leggen verharding na de grondwerken moet maximaal in water doorlaatbare materialen gebeuren. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (zie waterparagraaf).

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel wordt ontsloten via een doorrit (erfdienstbaarheid) door een pand (Meulesteedsesteenweg 95) dat gelegen is aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

 

5.       WATERPARAGRAAF

De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het terrein ligt niet in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied.

 

In voorliggend voorstel worden grondwerken voorzien maar de heraanleg van de infrastructuur blijft enkel in  niet-waterdoorlatende verharding en er wordt helemaal niet onthard, dit is niet aanvaardbaar.  De nieuw aan te leggen verharding na de grondwerken moet maximaal in water doorlaatbare materialen gebeuren. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Bijgevolg wordt aangenomen dat door het uitvoeren van de aangevraagde werken of handelingen geen schadelijk effect voor de waterhuishouding zal ontstaan.

 

6.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

 

7.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 8 november 2021 tot 7 december 2021.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaren ingediend.
 

8.       OMGEVINGSTOETS

 

Erfgoedwaardering

Vanuit een erfgoedafweging wordt de historische context van deze gebouwen gewaardeerd.

Ze zijn intrinsiek verbonden met het pand en de onderdoorgang Meulestedesteenweg 95.  Hier stond in de 18e eeuw een herberg. Ter hoogte van de onderdoorgang was oorspronkelijk een waterstraatje dat uitgaf op de oude Sassevaart of Stekense Vaardeken. De binnenplaats was ingericht om de wagens en paarden te stallen van de bezoekers van de herberg. De gebouwen die deel uitmaken van de aanvraag omvatten dan ook een koetshuis uit de jaren 1860. Aan de andere zijde van het waterstraatje stonden oorspronkelijk beluikhuisjes. Deze zijn in de 20e eeuw vervangen door de garages.

 

De bouwfysische toestand van zowel het koetshuis (=’de opslagruimte’) als de vermoedelijke stallingen (=’schuur’) is echter zeer slecht. Daarenboven is de context deels verdwenen doordat de beluiken niet meer aanwezig zijn en ook de bebouwing aan de straatzijde deels werd vernieuwd. De langdurige verwaarlozing heeft geleid tot het verlies van erfgoedwaarde. Herstel van erfgoedwaarde betekent dan ook voornamelijk het heropbouwen van dit stedenbouwkundig geheel met nieuwe materialen.

 

De aanvraag omvat het herstel en deels herbouw van de bestaande volumes, waarbij een nieuwe soort dakconstructie worden voorgesteld.  Gezien deze volumes enkel een documentaire waarde hebben, is er geen bezwaar tegen deze heropbouw en  aanpassingen vanuit erfgoedcontext.

 

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

 

De schuur (vermoedelijke stallingen) vormt samen met het gebouw op het naburig perceel een geheel onder doorlopend hellend dak. In 2018 werd een vergunning afgeleverd (OMV_2018115387) voor de herbouw van de dakstructuur van de schuur op dit naburig perceel. Omwille van de eenvormigheid is het te verantwoorden om dit hellend dak te reconstrueren binnen het oorspronkelijk volume.

De impact naar de aanpalende percelen naar bezonning toe blijft dezelfde als in de huidige toestand.

Het reconstrueren van het dak binnen het oorspronkelijk volume wordt daarom aanvaardbaar geacht.

De achterste scheidingsmuur wordt echter met 23 cm opgehoogd. Deze ophoging betekend een wijziging van de oorspronkelijke morfologie. Een wijziging van de oorspronkelijke morfologie kan niet aanvaard worden binnen de geest van het BPA. Het ophogen van de achterste scheidingsmuur wordt uitgesloten uit de vergunning.

 

De opslagruimte (voormalig koetshuis) maakt in oorsprong deel uit van het gebouwensemble met de schuur. Omwille van de documentaire erfgoedwaarde is het te verantwoorden om dit hellend dak en delen van de gevel te reconstrueren gelijk aan het oorspronkelijk volume.

De impact naar de aanpalende percelen naar bezonning toe blijft dezelfde als in de oorspronkelijke toestand. Het reconstrueren van het dak en delen van de verdwenen gevel binnen het oorspronkelijk volume wordt daarom aanvaardbaar geacht.

De linker scheidingsmuur wordt echter met 30 cm opgehoogd. Deze ophoging betekend een wijziging van de oorspronkelijke morfologie. Een wijziging van de oorspronkelijke morfologie kan niet aanvaard worden binnen de geest van het BPA. Het ophogen van de linker scheidingsmuur wordt uitgesloten uit de vergunning.

 

De koer wordt na de grondwerken niet vergroend noch onthard. Het maximaal ontharden en vergroenen van elk perceel moet plaatselijke verhitting van de stad (het ‘urban heat island effect’) afremmen. De ontsluiting van alle gebouwen op het perceel maakt het inrichten van een robuuste groene oppervlakte moeilijk. Ter compensatie en om aan de geest van het BPA tegemoet te komen wordt het aanplanten van 1 boom op het perceel opgelegd als bijzondere voorwaarde. (eigenschappen van de boom in BIJZONDERE VOORWAARDEN).


CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig voor herbouw van gevels van het opslaggebouw en de dakconstructies van schuur en opslaggebouw, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

Ongunstig voor het verhogen van de scheidingsmuren met de aanpalende percelen.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent gedeeltelijk onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor de reconstructie van het hellend dak met een helling van ongeveer 37° op twee achtergebouwen: een opslagruimte en een schuur aan Piet Puttemans - Greta Decavele gelegen te Meulesteedsesteenweg 93, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

Uitgesloten uit de vergunning:

Het ophogen van scheidingsmuren.

De achterste- en linker scheidingsmuur mogen in geen enkele vorm of hoogte gewijzigd worden.

 

Ontharden

Het verharden van oppervlaktes moet tot een minimum beperkt worden. De strikt noodzakelijke verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden. Minimaal de infrastructuur die heraangelegd wordt -na de grondwerken -moet gebeuren in water doorlaatbare materialen.

 

Vergroenen- aanplanten boom

Er dient minstens 1 boom aangeplant te worden op het perceel, en dit in het plantseizoen na heraanleg van de binnenkoer. Deze boom moet van tweede grootte-orde zijn. De boom dient in minstens 1 m³ volle grond aangeplant te worden. Er moet minstens 6 m³ voor het wortelvolume in de ondergrond voorzien worden. Er dient duurzame boombescherming aangebracht te worden (bv. 3-tal houten paaltjes). Rondom de boom moet -minstens over een afstand van 2 m- aangelegd worden in waterdoorlatende verharding.

 

Riolering:

De aansluiting op het rioleringsnet is verplicht en wordt, wat betreft het gedeelte op het openbaar domein, uitgevoerd door FARYS. Een aanvraag tot het bekomen van een huisaansluiting moet ingediend worden bij FARYS via www.farys.be/nl/rioolaansluiting of verstuurd worden naar Stropstraat 1 te 9000 Gent.

 

De afvoer van het regen- en afvalwater moeten op kosten en op risico van de bouwheer, binnen zijn eigen terrein uitgevoerd worden. Het afvoeren kan hetzij door natuurlijke afloop, hetzij door oppompen.

 

Een bestaande aansluiting of een wachtaansluiting dient in regel gebruikt/ (her)bruikt te worden. De  locatie en de diepteligging ervan zijn bindend. De bestaande aansluiting dient ter hoogte van de rooilijn opgezocht, opgemeten en gemarkeerd te worden. Indien ze (tijdelijk) niet in dienst blijft is het de taak van de bouwheer om deze ter hoogte van de rooilijn dicht te maken om elke instroom te vermijden.

Bij een nieuwe huisaansluiting wordt het traject bepaald in overleg tussen rioolbeheerder en klant. De algemene veiligheid, de instandhouding en de normale werking van de elementen van de huisaansluiting moeten verzekerd zijn en het toezicht, de controle en het onderhoud moeten gemakkelijk uitgevoerd kunnen worden. Voor de diepteligging dient er rekening mee gehouden te worden dat de huisaansluiting in regel door FARYS wordt gerealiseerd vóór aanleg van de privéwaterafvoer op een maximale diepte van 50 cm onder het maaiveld. Indien de diepteligging van de hoofdriolering of (kruisen van de) nutsleidingen deze diepte niet toelaten, zal de huisaansluiting op de meest haalbare diepte worden aangelegd.

 

De aanvrager dient zich te houden aan de bepalingen van het Bijzonder Waterverkoopreglement huisaansluitingen. Dit reglement is terug te vinden op www.farys.be/wettelijke-bepalingen.

De bijzondere aandacht wordt gevestigd op :

* De openbare riolering kan onder druk komen tot het maaiveld niveau, wat neerkomt op een stijging van het waterpeil in de buizen en de aansluitingen (code van goede praktijk voor  rioleringssystemen : www.vmm.be/wetgeving/code-van-goede-praktijk-voor-rioleringssystemen).

De bouwheer moet hier dan ook rekening mee houden bij de aanleg van (en de aansluitingen op) zijn privéwaterafvoer. Het Stadsbestuur kan onder geen enkele voorwaarde aansprakelijk gesteld worden voor schade door wateroverlast die een gevolg is van een onoordeelkundige aanleg van de privéwaterafvoer.

* Door de aanleg van gescheiden rioleringsstelsels, zowel op openbaar als op privaat domein, kan er sneller geurhinder ontstaan als gevolg van het geconcentreerde (onverdunde) afvalwater.

De aanvrager dient bij geurhinder op eigen initiatief en kosten elke instroomopening op zijn privéwaterafvoer door middel van een waterslot geurdicht af te schermen.

Om geurhinder als gevolg van de eigen private riolering te reduceren werden er enkele richtlijnen opgesteld, die u via deze link kan terugvinden: www.farys.be/richtlijnengeurhinder.

De interne riolering moet zo ontworpen worden dat een toekomstige aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater).

Er is nog geen aparte regenwaterafvoer (RWA)-aansluiting mogelijk. Voor zover het niet mogelijk is om het regenwater ter plaatse te laten infiltreren is de RWA-leidingen naar de straat te voorzien als wachtaansluiting. Voorlopig moeten het regen- en afvalwater gezamenlijk naar de riolering afgevoerd worden. Bovendien moeten de RWA-, en DWA-afvoeren naast elkaar worden aangeboden met een tussenafstand van 40 tot 60 cm. Hierbij loopt het DWA-gedeelte in een rechte lijn door naar de openbare riolering.

 

Bij een toekomstige aanleg van het openbaar domein zal de riolering gescheiden worden.

De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht volgens het Algemeen Waterverkoopreglement bij aanbouw en/of het voorzien van een nieuwe aansluiting. Meer informatie vindt u op www.farys.be/keuring-privewaterafvoer

 

Er moet blijvend voorzien worden in voldoende grote septische putten.

 

Openbaar domein:

Oprit:

Er zal slechts één oprit met een breedte van maximum 3 m op het openbaar domein worden toegestaan, dit is de bestaande oprit. Alle parkeerplaatsen op het private domein moeten via deze oprit bereikbaar zijn.

 

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Openbaar domein:

De bouwheer is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de verhardingen van de openbare weg, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer.

 

De vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken. Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Administratief Centrum, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, via e-mail:tdwegen@stad.gent of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).