Terug
Gepubliceerd op 04/02/2022

2022_CBS_01172 - OMV_2021179706 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen van de bestaande bovengrondse constructies + het heraanleggen van de bestaande personeelsparking - zonder openbaar onderzoek - Nieuwewandeling 82, 9000 Gent - Weigering

college van burgemeester en schepenen
do 03/02/2022 - 08:31 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 03/02/2022 - 08:51
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Elke Decruynaere, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_01172 - OMV_2021179706 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen van de bestaande bovengrondse constructies + het heraanleggen van de bestaande personeelsparking - zonder openbaar onderzoek - Nieuwewandeling 82, 9000 Gent - Weigering 2022_CBS_01172 - OMV_2021179706 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen van de bestaande bovengrondse constructies + het heraanleggen van de bestaande personeelsparking - zonder openbaar onderzoek - Nieuwewandeling 82, 9000 Gent - Weigering

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

De heer Joachim Meskens met als contactadres Ketelvest 26/301, 9000 Gent en Regie der Gebouwen FEDEDIEN met als contactadres Ketelvest 26 bus 301, 9000 Gent hebben een aanvraag (OMV_2021179706) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 25 november 2021.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het slopen van de bestaande bovengrondse constructies + het heraanleggen van de bestaande personeelsparking

• Adres: Nieuwewandeling 82, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 6 sectie F nrs. 385C2, 385F2, 385D2, 385L2, 388D3, 388F3 en 388E3

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 15 december 2021.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 27 januari 2022.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De percelen waarop de aanvraag betrekking heeft betreft de personeelsparking van de gevangenis, gelegen achter het woonlint van de Nieuwewandeling. De parking is bereikbaar via een onderdoorgang bij Nieuwewandeling 82, alsook via de Pieter Colpaertsteeg. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door enerzijds de gesloten bebouwing langsheen de Nieuwewandeling, anderzijds door het gevangeniscomplex waar de parking functioneel toe behoort.

 

De aanvraag strekt tot het heraanleggen van deze parking, inclusief het slopen van de bestaande bovengrondse constructies. Op vandaag bestaat de parking uit twee delen verbonden door middel van een helling: een lang smal gedeelte gelegen langsheen de Nieuwewandeling dat bebouwd is met garageboxen aan weerszijden, en een driehoekig gedeelte dat aansluit op het uiteinde van de Pieter Colpaertsteeg. Ook hier bevinden zich een aantal constructies. Ter hoogte van de aansluiting met de Pieter Colpaertsteeg is de afsluiting met poort 3 meter naar binnen voorzien ten opzichte van de perceelsgrens. In totaal zijn er vandaag 67 parkeerplaatsen ingericht. Het terrein, met een oppervlakte van ca. 340 m², is volledig bebouwd of verhard.

 

De aanvraag voorziet het slopen van nagenoeg alle constructies. Enkel in de westelijke hoek van het perceel (aansluitend aan de tuinzone van Nieuwewandeling 82) blijft een constructie behouden die 3 garages huisvest. In totaal worden in de nieuwe toestand 105 parkeerplaatsen voorzien, opnieuw voornamelijk langsheen de randen en centraal in het driehoekvormig perceel. De afsluiting met poort ter hoogte van de aansluiting met de Pieter Colpaertsteeg wordt opnieuw 3 meter naar binnen voorzien ten opzichte van de perceelsgrens. De parkeerplaatsen zelf en de ruimte ertussen wordt voorzien in gravé in honinggraatstructuur. Er vinden geen wijzigingen plaats aan scheidings- of tuinmuren.

2.       HISTORIEK

Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde en gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud. In de gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen zijn de voorzieningen toegelaten, welke gericht zijn op het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. Woongelegenheid kan toegestaan worden voor zover die noodzakelijk is voor de goede werking van de inrichtingen (artikel 17 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

Het project ligt grotendeels (uitgezonderd perceel met kadastrale gegevens afdeling 6 sectie F nr. 388E3 - een zone van ca. 43 m² aansluitend achter de gebouwen Nieuwewandeling nr 80 en 79) in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Stedelijk wonen’ (Definitief vastgesteld door de Gemeenteraad op 27 juni 2017), in de zone ‘Stedelijk woongebied Colpaertsteeg’ (SW3).

Het perceel met kadastrale gegevens afdeling 6 sectie F nr. 388E3 (een zone van ca. 43 m² aansluitend achter de gebouwen Nieuwewandeling nr 79-80) ligt in het bijzonder plan van aanleg ‘Binnenstad Ekkergem’, goedgekeurd op 27 oktober 1989, in een zone B voor woningen en klasse 2 voor tuinstrook en binnenkern.
 

De aanvraag is niet volledig in overeenstemming met de voorschriften, maar wijkt af op volgend punt van het BPA:

 

Artikel 2.2.2.: De tuinzone (klasse 2) moet voor minimaal 25% onverhard aangelegd worden.

Toetsing: De strook voor hoofd- en bijgebouwen heeft hier een diepte van 16 meter (gemeten tegenover de rooilijn van de Nieuwewandeling); de tuinzone start bijgevolg vanaf een diepte van 16 meter gemeten tegenover de rooilijn van de nieuwewandeling. De vrijgekomen zone, na sloop van de bestaande constructies, bevindt tussen 15,20 meter en 24 meter achter rooilijn en betreft dus grotendeels tuinzone. Deze zone wordt volledig verhard aangelegd in gravé. Er wordt geen ontharding voorzien.

 

Overeenkomstig artikel 4.4.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan beperkt afgeweken worden van de stedenbouwkundige voorschriften van een BPA, wat betreft de perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van de constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

 

De afwijking op de voorschriften van het BPA is niet aanvaardbaar om volgende redenen:

-          De betreffende zone wordt niet ingezet als parkeerplaatsen, hetgeen positief is gezien deze zone onmiddellijk grenst aan de achtergevel van Nieuwewandeling nr. 79-80 en deze achtergevel voorzien is van raamopeningen. Anderzijds wordt deze zone wel volledig verhard, zonder dat aan deze verharding een duidelijke functie wordt toegekend. De bepaling van het BPA, dat minimaal 25% onverhard aangelegd dient te worden, vormt dan ook op geen enkele manier een belemmering voor het gebruik van het achterliggende terrein als parkeerterrein en zal zelfs een meerwaarde betekenen voor het pand Nieuwewandeling nr. 79-80.

-          Het overige deel van het parkeerterrein (dat buiten het BPA valt) dient ook meer vergroend te worden: zie rubrieken “Verordeningen – Algemeen bouwreglement” en “OMGEVINGSTOETS”.

 

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure. Afwijkingen kunnen pas rechtsgeldig worden toegestaan na het doorlopen van een openbaar onderzoek, waardoor het dossier de gewone procedure moest doorlopen.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.

 

Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, het wijkt af op volgend punt:

 

Artikel 12 stelt dat het verharden van oppervlaktes tot een minimum moet beperkt worden. De strikt noodzakelijke verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.

Toetsing: Het verwijderen van de (bouwvallige) constructies en het uitbreiden van het aantal autoparkeerplaatsen is in het algemeen een aanvaardbaar uitgangspunt. Evenwel dient deze grondige herinrichting van de parking ook gepaard te gaan met het beperken van de verharde zones én het vergroenen van deze onverharde zones. Het ontwerp voorziet het volledig verharden van de parking, hoewel het terrein voldoende ruim is om én het aantal autoparkeerplaatsen te verhogen én dit te koppelen aan vergroening. Het aanleggen van deze zone met waterdoorlatende verharding is geen vrijgeleide om dergelijke oppervlakte ongenuanceerd en volledig te verharden. Het terrein laat voldoende speling om te vergroenen: zo kan bijvoorbeeld de zone aansluitend aan Nieuwewandeling nr. 79-80 onverhard aangelegd worden, vermits deze verharding geen duidelijke functie heeft, en is de afstand tussen de parkeerstroken in het eerste smalle gedeelte voldoende breed om een groenbuffer te voorzien langsheen de perceelsgrenzen. Als algemeen uitgangspunt wordt bovendien gesteld dat minstens één boom per 5 parkeerplaatsen dient aangeplant te worden. Concreet betekent dit dat er minstens 21 nieuwe hoogstammige bomen moeten worden aangeplant.

 

Bovenstaande vaststellingen nopen tot de conclusie dat de verhardingen niet tot een minimum werden beperkt in voorliggende aanvraag en dat een grondige herwerking van het ontwerp zich opdringt. O.a. het inplanten van minstens 21 nieuwe bomen heeft een dermate grote impact op het grondplan dat dit niet meer als bijzondere voorwaarde wordt opgelegd.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (zie waterparagraaf).

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

4.5.   Archeologienota

Aan de aanvraag werd een archeologienota toegevoegd (ID: 20784), waarover het Agentschap Onroerend Erfgoed op 16 december 2021 akte heeft genomen. In deze nota werd geconcludeerd dat de geplande bodemingreep vrijwel nihil is waardoor potentieel archeologische waardes binnen het plangebied niet bedreigd worden en kunnen in situ bewaard blijven.

4.6.   Afval

De verplichting om selectief te slopen, renoveren en/of te ontmantelen staat in artikel 4.3.3 van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Vlarema).

 

Het opstellen van een sloopopvolgingsplan is vereist voor vergunningsplichtige sloop- en afbraakwerken van:
- niet-residentiële gebouwen met bouwvolume groter dan 1.000 m³
- residentiële gebouwen met bouwvolume groter dan 5.000 m³
- infrastructuurwerken met een volume groter dan 250m³

 

Het dossier bevat een sloopopvolgingsplan.

 

Elke afvoer van afvalstoffen moet gedocumenteerd worden met een identificatieformulier of een afgiftebewijs. De uitvoerder van de bouw-, infrastructuur-, sloop- en ontmantelingswerken bezorgt deze documenten aan de houder van de omgevingsvergunning. Deze dienen 5 jaar bijgehouden te worden.

4.7.   Stofemissies

De uitvoerder van bouw-, sloop- en infrastructuurwerken moet de emissie van stof zo laag mogelijk houden en moet hiertoe maatregelen treffen.

De verplichte maatregelen staan opgesomd in hoofdstuk 6.12 van Vlarem II.

De aandacht wordt gevestigd op artikel 6.12.3 van deze regelgeving. Dit artikel vermeldt vier concrete maatregelen om stofemissies te voorkomen:

1. afscherming met doeken of zeilen,

2. beneveling van de locatie waar de werken worden uitgevoerd,

3. bevochtiging ter hoogte van de apparatuur,

4. rechtstreekse stofafzuiging op breekhamers, polijstmachines, slijpschijven, boormachines, freesmachines en schuurmachines.

Minimaal één van deze vier maatregelen moet genomen worden.

Als er visueel waarneembare stofverspreiding optreedt kan bijkomende verneveling verplicht zijn.

4.8.   Asbest

Bij de sloop moet de nodige aandacht besteed worden aan de aanwezigheid van asbest. Meer informatie over het correct omgaan met asbest is terug te vinden op de website van OVAM: https://www.ovam.be/omgaan-met-asbest.

5.       WATERPARAGRAAF

De verharding wordt voorzien in waterdoorlatende materialen. Het geheel van waterdoorlatende verharding en fundering dient blijvend een even goede doorlatendheid te hebben als een reguliere infiltratievoorziening.  Er mag geen enkele vorm van versnelde waterafvoer aanwezig zijn (geen drainageleidingen, goten, afvoerkolken (andere dan noodafvoer-/overstortkolken), hellingen, …).

De verharding mag geen wateroverlast veroorzaken bij derden.

Er kan voldaan worden aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GSV) en het algemeen bouwreglement van de stad Gent (ABR) indien bovenstaande maatregelen worden toegepast.

 

Het voorliggende project een uitvoering in waterdoorlatende materialen en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid wordt geoordeeld dat geen schadelijk effect op de waterhuishouding van dit gebied wordt veroorzaakt.

6.       PROJECT-MER-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-MER-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

7.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

8.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag strekt tot het heraanleggen van het parkeerterrein, inclusief het slopen van (bouwvallige) constructies. Hierbij kan het aantal parkeerplaatsen uitgebreid worden van 67 naar 105. De parkeerplaatsen zelf, alsook de volledige overige zone van het terrein worden aangelegd met (waterdoorlatende) verhardingen.

 

Erfgoed

Op basis van de ingediende foto’s bij de omgevingsaanvraag wordt er geoordeeld dat de aanwezige bovengrondse te slopen constructies op het perceel vermoedelijk allen dateren uit de tweede helft van de 20ste eeuw. Deze constructies lijken geen (architectuur)historische waarde in zich te dragen. Bijgevolg kan er vanuit erfgoedoogpunt akkoord worden gegaan met de vraag tot sloop van de bovengrondse constructies.

 

Mobiliteit

Gezien het aantal medewerkers van de gevangenis (ca. 280) kan principieel akkoord gegaan worden met de uitbreiding van het aantal autoparkeerplaatsen. Op die manier zullen meer personeelsleden op het terrein kunnen parkeren en zal de parkeerdruk on de omliggende straten verminderd worden. Evenwel moet, ter compensatie van de bijkomende autoparkeerplaatsen, ook het aantal fietsparkeerplaatsen aanzienlijk verhoogd worden. Het fietsgebruik aanmoedigen is een van de belangrijkste doelstellingen van duurzame mobiliteit. Eén van de voorwaarden om het gebruik van de fiets aan te moedigen, is het voorzien van een kwaliteitsvolle, goed gesitueerde en voldoende ruimte fietsenstalling. Voorliggende aanvraag voorziet geen fietsparkeerplaatsen en biedt hier bijgevolg geen antwoord op.

 

Vergroening

Daarnaast dient dergelijke grondige herinrichting van de parking ook gepaard te gaan met het beperken van de verharde zones én het vergroenen van deze onverharde zones. Het ontwerp voorziet het volledig verharden van de parking, hoewel het terrein voldoende ruim is om én het aantal autoparkeerplaatsen te verhogen én dit te koppelen aan vergroening. Het aanleggen van deze zone met waterdoorlatende verharding is geen vrijgeleide om dergelijke oppervlakte ongenuanceerd en volledig te verharden. Het terrein laat voldoende speling om te vergroenen: zo kan bijvoorbeeld de zone aansluitend aan Nieuwewandeling nr. 79-80 onverhard aangelegd worden, vermits deze verharding geen duidelijke functie heeft, en is de afstand tussen de parkeerstroken in het eerste smalle gedeelte voldoende breed om een groenbuffer te voorzien langsheen de perceelsgrenzen. Als algemeen uitgangspunt wordt bovendien gesteld dat minstens één boom per 5 parkeerplaatsen dient aangeplant te worden. Concreet betekent dit dat er minstens 21 nieuwe hoogstammige bomen moeten worden aangeplant.

 

Conclusie

Het heraanleggen van de parking is principieel aanvaardbaar, maar er wordt onvoldoende ingezet op vergroening van het terrein en het verhogen van het aantal fietsparkeerplaatsen. Deze elementen hebben een dermate grote impact op het grondplan dat een herwerking van het ontwerp zich opdringt.

 

Een hernieuwde aanvraag dient concreet rekening te houden met volgende elementen:

-          Er dient minstens 1 boom per 5 parkeerplaatsen aangeplant te worden;

-          De verharde zones dienen beperkt te worden tot het strikt functionele. Overige zones (zoals de zone aansluitend aan Nieuwewandeling nr. 79-80) dienen groen en onverhard aangelegd te worden;

-          Het aantal fietsparkeerplaatsen voor het gevangenispersoneel moet ook aanzienlijk verhoogd worden.


CONCLUSIE

Ongunstig, de aanvraag is niet in overeenstemming met de wettelijke bepalingen (strijdigheid met BPA en algemeen bouwreglement), noch verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg (gebrek aan vergroening en aan het voorzien van bijkomende fietsparkeerplaatsen).

Het ontwerp wijkt af op de voorschriften van het BPA waardoor dit binnen de vereenvoudigde procedure niet rechtsgeldig vergund kan worden.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het slopen van de bestaande bovengrondse constructies + het heraanleggen van de bestaande personeelsparking aan de heer Joachim Meskens en Regie der Gebouwen fededien (O.N.:0208312646) gelegen te Nieuwewandeling 82, 9000 Gent.

 

 

Artikel 2

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Opmerkingen waarmee bij een herwerking van het voorstel rekening gehouden moet worden:


Verharding

Het geheel van waterdoorlatende verharding en fundering dient blijvend een even goede doorlatendheid te hebben als een reguliere infiltratievoorziening.  Er mag geen enkele vorm van versnelde waterafvoer aanwezig zijn (geen drainageleidingen, goten, afvoerkolken (andere dan noodafvoer-/overstortkolken), hellingen, …).

De verharding mag geen wateroverlast veroorzaken bij derden.

 

Openbaar domein

Er wordt slechts één oprit -de bestaande oprit- met een breedte van maximum 3,00 meter op het openbaar domein toegestaan. Alle parkeerplaatsen op het private domein moeten via deze oprit bereikbaar zijn.

 

Riolering

Daar de geplande wijzigingen een volledige impact hebben op de tuin dient de van de gelegenheid gebruik gemaakt te worden om het volledige interne rioleringsstelsel (incl. van het betrokken gebouw) te ontdubbelen zodat een toekomstige aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater). Zodra het rioleringsstelsel in de straat wordt ontdubbeld zal dit immers voor alle aangelanden opgelegd worden als verplichting.

Bijgevolg:

 

De aansluiting op het rioleringsnet is verplicht en wordt, wat betreft het gedeelte op het openbaar domein, uitgevoerd door FARYS. Een aanvraag tot het bekomen van een huisaansluiting moet ingediend worden bij FARYS via www.farys.be/nl/rioolaansluiting of verstuurd worden naar Stropstraat 1 te 9000 Gent.

 

De afvoer van het regen- en afvalwater moeten op kosten en op risico van de bouwheer, binnen zijn eigen terrein uitgevoerd worden. Het afvoeren kan hetzij door natuurlijke afloop, hetzij door oppompen.

 

Een bestaande aansluiting of een wachtaansluiting dient in regel gebruikt/ (her)bruikt te worden. De locatie en de diepteligging ervan zijn bindend. De bestaande aansluiting dient ter hoogte van de rooilijn opgezocht, opgemeten en gemarkeerd te worden. Indien ze (tijdelijk) niet in dienst blijft is het de taak van de bouwheer om deze ter hoogte van de rooilijn dicht te maken om elke instroom te vermijden.

Bij een nieuwe huisaansluiting wordt het traject bepaald in overleg tussen rioolbeheerder en klant. De algemene veiligheid, de instandhouding en de normale werking van de elementen van de huisaansluiting moeten verzekerd zijn en het toezicht, de controle en het onderhoud moeten gemakkelijk uitgevoerd kunnen worden. Voor de diepteligging dient er rekening mee gehouden te worden dat de huisaansluiting in regel door FARYS wordt gerealiseerd vóór aanleg van de privéwaterafvoer op een maximale diepte van 50 cm onder het maaiveld. Indien de diepteligging van de hoofdriolering of (kruisen van de) nutsleidingen deze diepte niet toelaten, zal de huisaansluiting op de meest haalbare diepte worden aangelegd.

 

De aanvrager dient zich te houden aan de bepalingen van het Bijzonder Waterverkoopreglement huisaansluitingen. Dit reglement is terug te vinden op www.farys.be/wettelijke-bepalingen.

De bijzondere aandacht wordt gevestigd op :

* De openbare riolering kan onder druk komen tot het maaiveld niveau, wat neerkomt op een stijging van het waterpeil in de buizen en de aansluitingen (code van goede praktijk voor  rioleringssystemen : www.vmm.be/wetgeving/code-van-goede-praktijk-voor-rioleringssystemen).

De bouwheer moet hier dan ook rekening mee houden bij de aanleg van (en de aansluitingen op) zijn privéwaterafvoer. Het Stadsbestuur kan onder geen enkele voorwaarde aansprakelijk gesteld worden voor schade door wateroverlast die een gevolg is van een onoordeelkundige aanleg van de privéwaterafvoer.

* Door de aanleg van gescheiden rioleringsstelsels, zowel op openbaar als op privaat domein, kan er sneller geurhinder ontstaan als gevolg van het geconcentreerde (onverdunde) afvalwater.

De aanvrager dient bij geurhinder op eigen initiatief en kosten elke instroomopening op zijn privéwaterafvoer door middel van een waterslot geurdicht af te schermen.

Om geurhinder als gevolg van de eigen private riolering te reduceren werden er enkele richtlijnen opgesteld, die u via deze link kan terugvinden: www.farys.be/richtlijnengeurhinder.

De interne riolering moet zo ontworpen worden dat een toekomstige aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater).

Er is nog geen aparte regenwaterafvoer (RWA)-aansluiting mogelijk. Voor zover het niet mogelijk is om het regenwater ter plaatse te laten infiltreren is de RWA-leidingen naar de straat te voorzien als wachtaansluiting. Voorlopig moeten het regen- en afvalwater gezamenlijk naar de riolering afgevoerd worden. Bovendien moeten de RWA-, en DWA-afvoeren naast elkaar worden aangeboden met een tussenafstand van 40 tot 60 cm. Hierbij loopt het DWA-gedeelte in een rechte lijn door naar de openbare riolering.

 

Bij een toekomstige aanleg van het openbaar domein zal de riolering gescheiden worden.

De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht volgens het Algemeen Waterverkoopreglement bij aanbouw en/of het voorzien van een nieuwe aansluiting. Meer informatie vindt u op www.farys.be/keuring-privewaterafvoer

 

Bij het vernieuwen van de interne (buiten-)riolering dient eveneens van deze gelegenheid gebruik gemaakt te worden om een septische put te plaatsen (indien nog niet aanwezig) waarbij alle afvoeren die fecaliën bevatten daar naartoe geleid worden vooraleer deze overvloeit naar het interne DWA-rioleringsstelsel.