Terug
Gepubliceerd op 04/02/2022

2022_CBS_01178 - OMV_2021177299 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen van de aanbouwen achteraan, het herinrichten van de achtertuin en het verbouwen van de eengezinswoning - zonder openbaar onderzoek - Wittemolenstraat 95, 9040 Sint-Amandsberg - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 03/02/2022 - 08:31 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 03/02/2022 - 08:52
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Elke Decruynaere, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_01178 - OMV_2021177299 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen van de aanbouwen achteraan, het herinrichten van de achtertuin en het verbouwen van de eengezinswoning - zonder openbaar onderzoek - Wittemolenstraat 95, 9040 Sint-Amandsberg - Vergunning 2022_CBS_01178 - OMV_2021177299 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen van de aanbouwen achteraan, het herinrichten van de achtertuin en het verbouwen van de eengezinswoning - zonder openbaar onderzoek - Wittemolenstraat 95, 9040 Sint-Amandsberg - Vergunning

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Mevrouw Nyn Packo met als contactadres Wittemolenstraat 95, 9040 Sint-Amandsberg heeft een aanvraag (OMV_2021177299) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 29 november 2021.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het slopen van de aanbouwen achteraan, het herinrichten van de achtertuin en het verbouwen van de eengezinswoning

• Adres: Wittemolenstraat 95, 9040 Sint-Amandsberg

Kadastrale gegevens: afdeling 19 sectie C nr. 966Y2

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 20 december 2021.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 26 januari 2022.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Het perceel bevindt zich langs de Wittemolenstraat in de ‘Heilig-Hartwijk’ in Sint-Amandsberg.

De omgeving wordt gekenmerkt door gesloten bebouwing, waarvan de hoofdgebouwen hoofdzakelijk 2 bouwlagen tellen.
De panden zijn hoofdzakelijk ingevuld met de functie wonen, met uitzondering van het 3 bouwlagen hoge gebouw van het OCMW (2 percelen naar links toe).

 

Het perceel heeft een kadastrale oppervlakte van 59 m², de straatbreedte meet 4,51 m en de perceelsdiepte meet 13,59 m.
Het pand betreft een rijbebouwing, ingevuld met een eengezinswoning.

Het hoofdgebouw meet 7,94 m diep en telt 2 bouwlagen met een zadeldak.

Achter het hoofdgebouw zijn gelijkvloerse bijgebouwen aangebouwd met een bouwdiepte van 13,59m langsheen de rechter zijperceelsgrens (dit is tot tegen de achterste perceelsgrens). Langsheen de linker zijperceelsgrens is een kleine koer van +/-5,6 m² aanwezig. 

 

Bouwovertreding:

Op 2 juni 2021 werden volgende wederrechtelijke werken vastgesteld:

1. Achteraan de gesloten bebouwing werd de bestaande aanbouw afgebroken en vervangen door een perceelsbrede uitbreiding opgetrokken in houtskelet (2,62 m diep). De beide gemene muren werden hierbij beperkt opgehoogd.

2. Ter hoogte van de middelste en achterste dragende muur van het hoofdgebouw werden twee dragende poutrellen geplaatst.

3. De houten roostering en plankenvloer op de eerste en tweede verdieping werden volledig vernieuwd.

4. In de achtergevel werden raamopeningen beperkt in de breedte en hoogte gewijzigd.

Er werd op 14 juni 2021 een aanmaning verstuurd voor het indienen van een regularisatiedossier.

 

Gewenste toestand

De functie eengezinswoning blijft behouden. Volgende ingrepen worden voorzien :

 

Hoofdgebouw:
Het volume van het hoofdgebouw wordt niet gewijzigd. In het voorste en achterste dakvlak wordt telkens 1 dakvlakraam geplaatst.
De voor- en achtergevel worden geïsoleerd en bekleed met gevelbepleistering in een lichte tint.
De uitsprong van de isolatie en de gevelbekleding springt 12 cm uit ten opzichte van de rooilijn.

Intern het hoofdvolume worden volgende aanpassingen gepland : Op de 1e verdieping wordt de achterste slaapkamer omgevormd tot een badkamer. De zolder wordt ingericht naar een tweede slaapkamer.

 

Bijgebouwen :
De bijgebouwen worden gesloopt en er wordt een nieuw bijgebouw opgericht.
Het nieuwe bijgebouw is perceelsbreed en meet 2,77 m diep (totale bouwdiepte 10,71 m incl. hoofdvolume). De bouwhoogte bedraagt 1 bouwlaag met een platte dakvorm, waarvan de dakrand ligt op een hoogte van 3,28 m ten opzichte van het trottoirpeil. 
De achtergevel van het bijgebouw wordt bekleed met hout en er worden een achterdeur en raam in deze gevel geplaatst.

 

Buitenruimte / tuinberging :

De nieuwe buitenruimte heeft een oppervlakte van +/-9,6 m².

 

Scheidingsmuren :

Het profiel van de rechter scheidingsmuur wordt gewijzigd : tussen een bouwdiepte van 7,94 m en 10,71 m wordt deze zijmuur verhoogd naar een bouwhoogte van 3,28 m boven het trottoirpeil.

 

Diverse

Tijdens de verbouwingswerken worden geen septische put en geen hemelwaterput geplaatst.

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 05/04/1972 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van de voorgevel. (1972 SA 033).

* Op 07/08/1978 werd een vergunning afgeleverd voor het bekleden van de voorgevel met plaketten. ((1978/095 SA) KW M-49-78).

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
 

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.

Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, het wijkt af op volgende punten:

Artikel 13 hemelwaterput / groendak:

Ter aanvulling van artikel 9 §1 van de gewestelijke hemelwaterverordening is de plaatsing van een hemelwaterput ook verplicht bij verbouwing (al dan niet met uitbreiding) van een gelijkvloerse of kelderverdieping van een bestaand gebouw, waarbij die verbouwing tot gevolg heeft dat het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan aangepast worden. Deze verplichting geldt enkel bij verbouwingen aan een bestaand gebouw, waarvan de oppervlakte groter dan 40 m² is.
De totale oppervlakte (na verbouwing) bedraagt ca. 48 m² en is dus groter dan 40 m² waardoor het plaatsen van een hemelwaterput met hergebruik verplicht is.

Beoordeling : De plaatsing van een hemelwaterput is technisch te moeilijk uit te voeren. De tuinzone is onvoldoende breed (< 5 m). Bijgevolg wordt de aanvrager vrijgesteld van het plaatsen van een hemelwaterput. Deze vrijstelling impliceert evenwel de verplichting tot het inrichten van de nieuwe platte daken als groendak.
Het nieuw plat dak moet als groendak worden aangelegd conform artikel 14 van het algemeen bouwreglement. Een groendak is een dak dat zo gebouwd wordt dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder die planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 liter per m².
Dit wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde.

 

Artikel 11: septische put:
Dit artikel verplicht de plaatsing van een septische put bij nieuwbouw of bij verbouwingen van het gelijkvloers en/of de kelder die voor gevolg hebben dat het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan worden aangepast.

Het college van burgemeester en schepenen kan bij gemotiveerde beslissing een afwijking van bovenstaande verplichting toestaan indien het technisch niet mogelijk is om een septische put te plaatsen.

Beoordeling : De plaatsing van een septische put is technisch niet mogelijk : gelet op de beperkte buitenruimte én de plaatsing van een septische put ondergronds of in een kelderruimte met een toezichtsluik buiten bewoonde ruimtes is niet mogelijk.
Gelet op de aard van de verbouwing kan er vrijstelling verleend worden met betrekking tot het plaatsen van een nieuwe septische put.
Een eventueel bestaande septische put moet behouden blijven en geïntegreerd worden in het nieuwe rioleringsstelsel.
De vrijstelling is gekoppeld aan deze bouwvergunning en heeft (is) geen blijvend karakter (recht) voor het perceel (zo kunnen bij toekomstige wijzigingen en verbouwingen in het kader van een bouwaanvraag andere voorwaarden gelden).
Het weglaten van een septische put brengt een groter risico mee voor verstoppingen in het buizenstelsel zelf. We adviseren dan ook om geen geheel “onbereikbaar gesloten” stelsel uit te voeren en te voorzien in voldoende controleputjes of andere toegangsmogelijkheden.
Dit wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde.
 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Beoordeling zie punt 5 Waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening voetgangersverkeer

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

Het voorliggende project heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied.

 

Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Dit kan worden gecompenseerd door de plaatsing van een hemelwaterput, overeenkomstig de normen vastgelegd in het geldend algemeen bouwreglement, en de verplichting om het nuttig gebruik van dit hemelwater maximaal te voorzien.

 

  Gezien de onbebouwde oppervlakte klein is, kan er afgeweken worden op de verplichting tot het plaatsen van een hemelwaterput.
Ter compensatie dient het platte dak van het bijgebouw dan wel als een groendak te worden aangelegd.
Het groendak moet worden aangelegd conform artikel 14 van het algemeen bouwreglement : een groendak is een dak dat zo gebouwd wordt dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder die planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 liter per m².
Dit wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde.

 

Bijkomend moet de gelijkvloerse terrasverhardingen uitgevoerd worden in waterdoorlatende materialen. Het geheel van waterdoorlatende verharding en fundering dient blijvend een even goede doorlatendheid te hebben als een reguliere infiltratievoorziening. Er mag geen enkele vorm van versnelde waterafvoer aanwezig zijn (geen drainageleidingen, goten, afvoerkolken (andere dan noodafvoer-/overstortkolken), hellingen. De verharding mag geen wateroverlast veroorzaken bij derden.
Dit wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde.

 

Conclusie : Mits een groendak wordt aangelegd en het gelijkvloerse terras met een waterdoorlatende verharding wordt aangelegd, zal de waterafvoer van het perceel naar de openbare riolering en de omgeving vertragen en verminderen, waardoor gesteld kan worden dat de verbouwingswerken een beperkte en aanvaardbare impact hebben op de waterhuishouding van dit gebied.

 

6.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

 

7.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

 

Aangezien de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, werd met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen gevraagd.
Er werden geen bezwaren ingediend binnen de vervaltermijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de dag van ontvangst van het verzoek om een standpunt.

8.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

De verbouwingswerken betekenen een meerwaarde voor de woonkwaliteit van deze eengezinswoning : De nieuwe indeling op de gelijkvloerse bouwlaag zorgt voor grotere en meer praktische leefruimten die beter met elkaar gebonden zijn.

Het raam in de achtergevel zorgt voor een betere lichtinval.

 

Het nieuwe bouwvolume van de aangebouwde bijgebouwen valt binnen de gebruikelijke normen qua bouwdiepte en -hoogte.

-   De gelijkvloerse bouwdiepte van 10,71 m achter de rooilijn is een beperkte bouwdiepte die ruimte vrij houdt voor het inrichten van kleine koer, welke afmetingen heeft om een terras in te richten.

-   De nieuwe bouwhoogte van 3,28 m (ten opzichte van het trottoirpeil) is een normale en aanvaardbare bouwhoogte voor gelijkvloerse bijgebouwen.

 

Het profiel van de rechter scheidingsmuur moet voor het oprichten van het nieuwe bijgebouw worden aangepast. De ophoging  is vrij beperkt en er kan gesteld mag worden dat het aanpalende perceel niet te sterk ingebouwd wordt. De betreffende buren zullen geen onaanvaardbare vermindering van de belichting, bezonning en/of zichten ervaren.  Dit blijkt ook uit het feit dat er geen bezwaar werd ingediend door de rechter aanpalende eigenaar.

 

Volgens het huidige toetsingskader met betrekking tot uitsprongen voorbij de rooilijn, kan er gunstig geadviseerd worden voor het plaatsen van uitspringende gevelisolatie ten opzichte van de rooilijn met een maximum van 12 cm (isolatie inclusief afwerking).

 

In conclusie kan worden gesteld dat – mits het uitvoeren van de bijzondere voorwaarden - het bouwvolume, de gevelmaterialen en de binnenindeling ruimtelijk en esthetisch aanvaardbaar zijn binnen hun omgeving en bijdragen tot een hogere woonkwaliteit voor de betreffende eengezinswoning.

 

CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het slopen van de aanbouwen achteraan, het herinrichten van de achtertuin en het verbouwen van de eengezinswoning aan mevrouw Nyn Packo gelegen te Wittemolenstraat 95, 9040 Sint-Amandsberg.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

Groendak

Het nieuw plat dak moet als groendak worden aangelegd conform artikel 14 van het algemeen bouwreglement. Een groendak is een dak dat zo gebouwd wordt dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder die planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 liter per m².

 

Terrasverharding

De geplande verhardingen dienen uitgevoerd in waterdoorlatende materialen. Het geheel van waterdoorlatende verharding en fundering dient blijvend een even goede doorlatendheid te hebben als een reguliere infiltratievoorziening. Er mag geen enkele vorm van versnelde waterafvoer aanwezig zijn (geen drainageleidingen, goten, afvoerkolken (andere dan noodafvoer-/overstortkolken), hellingen. De verharding mag geen wateroverlast veroorzaken bij derden.

 

Openbaar domein

Volgens het huidige toetsingskader kan er gunstig geadviseerd worden voor het plaatsen van uitspringende gevelisolatie ten opzichte van de rooilijn met een maximum van 12 cm (isolatie inclusief afwerking). Het voetpad moet na het aanbrengen van de gevelisolatie ten minste 1,2 m breed blijven.
Constructieve elementen (ramen en deuren) mogen niet voorbij de huidige rooilijn geplaatst worden, dit geldt enkel voor de isolatie met afwerking.
De gevelisolatie mag niet steunen op het trottoir maar mag wel doorgetrokken worden tot onder het trottoirpeil op voorwaarde dat de onderste 40 cm bekleed worden met een slagvast en resistent materiaal.
Tegelijk moet het trottoir dan plaatselijk aangepast worden. De kosten die gepaard gaan met deze plaatselijke aanleg zijn ten laste van de bouwheer. Hiervoor moet de bouwheer een aanvraag indienen bij de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Administratief Centrum, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, via mail: tdwegen@stad.gent. Of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

 

Riolering:

Septische put : Gelet op de aard van de verbouwing kan vrijstelling verleend worden met betrekking tot het plaatsen van een nieuwe septische put.
Een eventueel bestaande septische put moet behouden blijven en geïntegreerd worden in het nieuwe rioleringsstelsel.
De vrijstelling is gekoppeld aan deze bouwvergunning en heeft (is) geen blijvend karakter (recht) voor het perceel (zo kunnen bij toekomstige wijzigingen en verbouwingen in het kader van een bouwaanvraag andere voorwaarden gelden).
Het weglaten van een septische put brengt een groter risico mee voor verstoppingen in het buizenstelsel zelf. We adviseren dan ook om geen geheel “onbereikbaar gesloten” stelsel uit te voeren en te voorzien in voldoende controleputjes of andere toegangsmogelijkheden.

 

De aansluiting op het rioleringsnet is verplicht en wordt, wat betreft het gedeelte op het openbaar domein, uitgevoerd door FARYS. Een aanvraag tot het bekomen van een huisaansluiting moet ingediend worden bij FARYS via www.farys.be/nl/rioolaansluiting of verstuurd worden naar Stropstraat 1 te 9000 Gent.

De afvoer van het regen- en afvalwater moeten op kosten en op risico van de bouwheer, binnen zijn eigen terrein uitgevoerd worden. Het afvoeren kan hetzij door natuurlijke afloop, hetzij door oppompen.
 

Een bestaande aansluiting of een wachtaansluiting dient in regel gebruikt/ (her)bruikt te worden. De  locatie en de diepteligging ervan zijn bindend. De bestaande aansluiting dient ter hoogte van de rooilijn opgezocht, opgemeten en gemarkeerd te worden. Indien ze (tijdelijk) niet in dienst blijft is het de taak van de bouwheer om deze ter hoogte van de rooilijn dicht te maken om elke instroom te vermijden.

Bij een nieuwe huisaansluiting wordt het traject bepaald in overleg tussen rioolbeheerder en klant. De algemene veiligheid, de instandhouding en de normale werking van de elementen van de huisaansluiting moeten verzekerd zijn en het toezicht, de controle en het onderhoud moeten gemakkelijk uitgevoerd kunnen worden. Voor de diepteligging dient er rekening mee gehouden te worden dat de huisaansluiting in regel door FARYS wordt gerealiseerd vóór aanleg van de privéwaterafvoer op een maximale diepte van 50 cm onder het maaiveld. Indien de diepteligging van de hoofdriolering of (kruisen van de) nutsleidingen deze diepte niet toelaten, zal de huisaansluiting op de meest haalbare diepte worden aangelegd.

 

De aanvrager dient zich te houden aan de bepalingen van het Bijzonder Waterverkoopreglement huisaansluitingen. Dit reglement is terug te vinden op www.farys.be/wettelijke-bepalingen.

De bijzondere aandacht wordt gevestigd op :

  • De openbare riolering kan onder druk komen tot het maaiveld niveau, wat neerkomt op een stijging van het waterpeil in de buizen en de aansluitingen (code van goede praktijk voor  rioleringssystemen : www.vmm.be/wetgeving/code-van-goede-praktijk-voor-rioleringssystemen).
    De bouwheer moet hier dan ook rekening mee houden bij de aanleg van (en de aansluitingen op) zijn privéwaterafvoer. Het Stadsbestuur kan onder geen enkele voorwaarde aansprakelijk gesteld worden voor schade door wateroverlast die een gevolg is van een onoordeelkundige aanleg van de privéwaterafvoer.
  • Door de aanleg van gescheiden rioleringsstelsels, zowel op openbaar als op privaat domein, kan er sneller geurhinder ontstaan als gevolg van het geconcentreerde (onverdunde) afvalwater.
    De aanvrager dient bij geurhinder op eigen initiatief en kosten elke instroomopening op zijn privéwaterafvoer door middel van een waterslot geurdicht af te schermen.
    Om geurhinder als gevolg van de eigen private riolering te reduceren werden er enkele richtlijnen opgesteld, die u via deze link kan terugvinden: www.farys.be/richtlijnengeurhinder.

De interne riolering moet zo ontworpen worden dat een aansluiting op het gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater).

Het is toegestaan het regenwater ter plaatse te laten infiltreren.

 

De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht volgens het Algemeen Waterverkoopreglement bij aanbouw en/of het voorzien van een nieuwe aansluiting. Meer informatie vindt u op www.farys.be/keuring-privewaterafvoer.

 

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Rookmelder:

De woning moet uitgerust worden met een correct geïnstalleerde rookmelder die voldoet aan de norm NBN EN 14604 én die niet van het ionische type is. De detector moet reageren op rookontwikkeling bij een brand door het produceren van een scherp geluidssignaal.

 

Drinkwaterinstallatie:

Op 1 juli 2011 werd het Algemeen Waterverkoopreglement van kracht, zodat er voor bouwers en verbouwers een aantal rechten en plichten bijkwamen. Sinds 16 juli 2012 is tevens het Bijzonder Waterverkoopreglement van Water-Link van kracht. Het bijzonder waterverkoopreglement van Water-Link is een aanvulling op het Algemeen Waterverkoopreglement. Zowel het Algemeen Waterverkoopreglement, als het aanvullend Bijzonder Waterverkoopreglement kan geraadpleegd worden via de website www.water-link.be, publicaties. Op deze locatie staat eveneens een infobrochure over de verplichte keuring van de binneninstallatie en de privé-waterafvoer.

 

Openbaar domein

De bouwheer is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de verhardingen van de openbare weg, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer.

 

De vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken. Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Administratief Centrum, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, via e-mail:tdwegen@stad.gent of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).

 

Voor het wegnemen en terugplaatsen van de distributiekabel die zich op de gevel bevindt, moet contact worden opgenomen met Telenet, tel. 015 66 66 66.

 

In functie van een werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld).