Terug
Gepubliceerd op 04/02/2022

2022_CBS_01213 - OMV_2021088301 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een afvalstoffenverwerkend bedrijf - met openbaar onderzoek - John Kennedylaan 40, haven 4410 en JOHN KENNEDYLAAN 52, 9042 Gent - Advies

college van burgemeester en schepenen
do 03/02/2022 - 08:31 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 03/02/2022 - 08:56
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Tine Heyse

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Elke Decruynaere, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_01213 - OMV_2021088301 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een afvalstoffenverwerkend bedrijf - met openbaar onderzoek - John Kennedylaan 40, haven 4410 en JOHN KENNEDYLAAN 52, 9042 Gent - Advies 2022_CBS_01213 - OMV_2021088301 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een afvalstoffenverwerkend bedrijf - met openbaar onderzoek - John Kennedylaan 40, haven 4410 en JOHN KENNEDYLAAN 52, 9042 Gent - Advies

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Jonas de Vriend met als contactadres J. Kennedylaan Haven 4410 4410, 9042 Gent en RENEWI BELGIUM NV met als contactadres Gerard Mercatorstraat 8 bus c, 3920 Lommel hebben een aanvraag (OMV_2021088301) ingediend bij de deputatie op 28 oktober 2021.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het veranderen van een afvalstoffenverwerkend bedrijf

• Adres: John Kennedylaan 40, haven 4410 en JOHN KENNEDYLAAN 52, 9042 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 13 sectie E nrs. 130D, 130B, 130E, 132A, 133D, 133C en 195D

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 15 december 2021.

De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 15 december 2021.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 26 januari 2022.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

De aanvraag heeft betrekking op de terreinen van het afvalverwerkend bedrijf Renewi, gelegen

langsheen de John Kennedylaan. De aanvraag is gelegen ten oosten van deze gewestweg en net ten noorden van de Moervaart. De onmiddellijke omgeving wordt gedomineerd door de grootschaligheid van de industriële activiteiten. Meer naar het oosten is het open karakter van het landbouwlandschap beeldbepalend.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Deze aanvraag beoogt:

  1. Het aanpassen van de overkapping/luifel aan een bestaande loods (hal V8) ten behoeve van een behandelingsinstallatie restafval

De bestaande loods met overkapping situeert zich links achter op het terrein. De volledig open luifel wordt voorzien van wanden in betonnen stapelblokken met een hoogte van 5m. Tussen de stapelblokken en bestaande dakconstructie wordt een stofdoek geplaatst. De poorten in de overkapping zijn van het type stofpoorten. De overkapping heeft een kroonlijst- en nokhoogte van respectievelijk 16,80m en 20,03m.

 

  1. Nieuwe buitenbunkers

Deze nieuwe bunkers situeren zich eveneens links achter op het terrein, nabij de loods met overkapping. Opgebouwd uit betonnen stapelblokken. De hoogte wanden is 5m. De wanden worden geplaatst op de bestaande terreinverharding. Deze zone meet 120,75m lang en 15m breed.
 

  1. Het verbouwen van een bedrijfsloods met uitbreiding van een overkapping ten behoeve van behandeling houtafval

De bestaande loods, gelegen midden/rechts op het terrein, wordt plaatselijk beperkt uitgebreid en

verhoogd met 6m. Een zone van 30,97m x 55,50m krijgt een nieuwe kroonlijst- en nokhoogte van respectievelijk 13,51m en 16,68m. De zadeldakvorm blijft behouden. De nieuwe gevelvlakken worden afgewerkt met metalen gevelplaten in de eigen bedrijfsblauwe kleur.

 

Er horen 2 overkappingen bij de loods:

-          Wood 1 is gelegen aan de achterzijde van de bestaande loods en is een constructie van 118,50m lang en 30,75m breed met een kroonlijst- en nokhoogte van respectievelijk 9,00m en 11,50m, plaatselijk 11,10m.

 

De constructie bestaat uit wanden met een hoogte van 5m uit betonnen stapelblokken. Op de stapelblokken wordt een gegalvaniseerd metalen skelet voorzien. De wandafwerking van af de stapelblokken tot aan de dakgoot/kroonlijst bestaat uit stofdoek 50% open. Het dak in boogvorm is afgewerkt met een duurzame polypropyleenfolie. Plaatselijk bestaat het dak uit metalen dakplaten in de eigen bedrijfsblauwe kleur en zadeldakvorm. In deze zone zijn de wanden om willen van noodzaak, door de technische installatie, ter plaatsen gestort in beton en hebben eveneens een hoogte van 5m. In deze en de voorliggende zone wordt een nieuwe vloeistofdichte verharding aangelegd.

 

-          Wood 2 is een constructie van circa 90,00m lang en 73,65m breed met een kroonlijst- en nokhoogte van respectievelijk 8,78m, 12,28m en 10,78m, 14,78m en bestaat eveneens uit een constructie bestaande uit wanden met een hoogte van 5m uit betonnen stapelblokken. Deze constructie wordt vooraan het perceel voorzien.

 

Op de stapelblokken wordt een gegalvaniseerd metalen skelet voorzien. De wanden zijn open tot aan de dakgoot/kroonlijst. Het dak in boogvorm is afgewerkt met een duurzame polypropyleenfolie. Vanwege normen en voorschriften dient zone C-hout volledig afgesloten te zijn. De constructie bestaat eveneens uit een wand in betonnen stapelblokken van 5m hoog. Op de wand staat een gegalvaniseerde metalen constructie. Wanden worden afgewerkt met een duurzame polypropyleenfolie.

 

In de zone van wood 2 ligt momenteel een betonverharding. Deze voldoet niet en is niet vloeistofdicht en wordt uitgebroken. Dit is opgenomen in het sloopopvolgingsplan. Een nieuwe betonverharding zorgt voor een correcte aansluiting met de nieuwe en bestaande verhardingen/gebouwen.

 

-          Wood reserve is een afzonderlijke bunker volledig opgebouwd conform wood 1. Deze bunker is 13,60m breed en 30,75m lang en staat op 5m van de rechter perceelsgrens.

 

  1. Het bouwen van diverse tanks voor opvang regenwater

Er worden diverse tanks opgericht ten behoeve van opvang regenwater alsook ten behoeve van

watervoorziening voor de automatische blusinstallatie. Betreft cirkelvormige tanks in metaal met liner of beton.

 

  1. Bouwen van een open buffer- en infiltratievoorziening

Betreft het bouwen van een ondergrondse open bufferkelder met een bovengronds pomplokaal

ten behoeve van een automatische blusinstallatie. Deze kelder bestaat uit een betonnen kuip van netto 330m³. De pompkamer bestaat uit een RF-lokaal afgewerkt met een bedrijfsblauwe metalen beplating. De kroonlijsthoogte ligt op 3,40m. De bufferkelder heeft een overloop naar de wadi. Het betreft in het groen aangelegde infiltratiebekken.

 

  1. Terreinwerkzaamheden aan toegang terrein, nieuwe weegbrug en weeglokaal

Een bestaande toegang tot het terrein wordt terug in gebruik genomen. De noodzakelijke

manoeuvreerruimte en wachtplaats voor vrachtwagens wordt aangelegd in asfaltverharding. De

overige wordt voorzien in een waterdoorlatende semi-verharding. De wachtplaatsen voor

vrachtwagens op het terrein alsook het plaatsen van 2 extra bovengrondse weegbruggen komt de

interne circulatie en de flow op de site ten goede. Het openbaar domein wordt sneller ontlast.

Aansluitend bij de 2 weegbruggen wordt een sociaal blok voorzien.

 

Het blok bestaat uit een weegkantoor en sanitaire voorzieningen. Het meet 3,26m breed en 12,26m lang. Bestaat uit een éénlaags gebouw onder platte bedaking met een dakrandhoogte van 3,40m. Betreft een unit-gebouw afgewerkt met geïsoleerde metaalplaten in de eigen blauwe bedrijfskleur.

 

  1. Opslag/parkeerplaats containers

Een opslag/parkeerplaats voor containers recupel wordt voorzien links voor op het terrein.

De bestaande betonverharding blijft behouden.

Een maximale zone van 17,00 x 80,00m wordt gebruikt om containers met afmetingen van (lxbxh)

6,2m x 2,2m x 2,3m tijdelijk te stallen. De containers worden naast elkaar geplaatst en niet gestapeld.

 

Volgende verhardingen worden aangelegd:

-          3702m² asfaltverharding vooraan het perceel waar een wachtzone voor vrachtwagens, de weegbrug en circulatieruimte wordt voorzien;

-          2288m² vloeistofdichte betonverharding rond Wood 2;

-          1715m² semiverharding tussen de bovenstaande verhardingen;

-          640m² semiverharding aan de straatzijde van het perceel;

-          3319m² vloeistofdichte betonverharding rond Wood 1.

 

  1. Groenbuffer

Aan de rechterzijde van het perceel wordt een groenbuffer van 5m breed en ca. 192m lang aangelegd. Deze groenbuffer loopt verder door aan de straatzijde voor de nieuwe infiltratiezone over een lengte van ca. 50m.

 

  1. Maakt geen deel uit van deze vergunningsaanvraag

Centraal op het terrein wordt een windturbine voorzien met een tiphoogte van max. 242,50m, een rotordiameter van max. 149m en een funderingsvoet met diameter max. 25m. Rechts vooraan het perceel in de groenbuffer wordt een hoogspanningscabine gebouwd voor de windmolen.

Beide ingrepen wordt via een aparte vergunning aangevraagd.


Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten

Het betreft het veranderen van een afvalstoffenverwerkend bedrijf.

Het bedrijf is vergund voor volgende hoofdactiviteiten:

- op- en overslag van afvalstoffen;

- sortering van containerafval;

- sortering van metalen;

- verwerking van houtafval;

- verwerking van papier- en kartonafval;

- verwerking van kunststoffen;

- productie van SRF (secundaire brandstoffen)/RDF (brandstof uit afval);

- productie van puingranulaten;

- verwerking van afvalwaters en slibs;

- TOP.

Daarnaast zijn volgende ondersteunende activiteiten vergund:

- intern laboratorium;

- opslag van gevaarlijke producten en gassen, die noodzakelijk zijn voor een goede werking van de activiteiten;

- een brandstofverdeelinstallatie;

- een herstelwerkplaats;

- een was- en spoelplaats.

De basisvergunning van de site loopt tot 6 januari 2031. 

 

De site wordt gedeeltelijk heringericht wegens enerzijds nieuwe opportuniteiten in kader van de wijziging van milieuwetgeving en anderzijds doordat voor bepaalde bestaande activiteiten het aanbod van afvalstoffen sterk afgenomen is waardoor de rentabiliteit van deze activiteiten gedaald is.

 

Met de aanvraag wordt onder andere:

-een nieuw perceel 0133C toegevoegd

-een gedeelte van perceel 133D wordt uit de exploitatie gehaald, hier wordt een windmolen door Engie geexploiteerd (OMV_2019100814)

-de bestaande SRF-lijn buiten gebruik gesteld, verwijderd en vervangen door een nieuwe sorteerlijn voor bedrijfsrestafval (vanaf 1 januari 2023)

- de verwerking van niet-verontreinigd onbehandeld en behandeld houtafval zoals deze op heden vergund is wordt aangepast en uitgebreid.

-de op- en overslag van behandeld verontreinigd houtafval in afwachting van afvoer via het water of via de weg in een nieuw te plaatsen gesloten loods, uitbreiden opslag

- uitbreiding met de op- en overslag van residu van verwerking van sorteerzeefresidu.

- uitbreiding met de op- en overslag van AEEA (nl. koel-vriesapparatuur).

- uitbreiding van transformatoren

- uitbreiding van vermogen compressoren en airconditioninginstallatie

- verandering van de omschrijving van de afvalstroom en verminderen in opslagcapaciteit van de op- en overslag van bedrijfsrestafval (= eerder omschreven als gemengde afvalstoffen).

- verandering van de rubrieken onder 2.4 Afvalbeheer in het kader van industriële emissies

- verplaatsing naar andere locatie van de opslag van groen- en tuinafval.

- verplaatsing van de opslag en mechanische behandeling d.m.v. verbalen van bepaalde kunststoffen zoals bv. folies of papier/karton. De opslag en mechanische behandeling situeert zich op een andere locatie dan vergund werd. 

- verplaatsing van opslag van gassen

- vermindering in capaciteit van de op- en overslag van bitumineus afval.

- verwijdering van de opslag en sortering van metaal en rubber wegens niet meer relevant.

- verwijdering van de op- en overslag van:

-          straalgrit

-          gips

-          cellenbeton

-          papier/karton

-          porselein

-          isolatie

-          glasafval

-          rubberafval

-          teerhoudend asfalt

- verwijdering van breek- en zeefinstallatie voor puinafval (rubriek 30: minerale producten). 

- verwijdering van de tussentijdse opslag van uitgegraven bodem wegens stopzetting van

de activiteiten (rubriek 61 TOP)

- verwijderen van de opslag en mechanische behandeling van volgende afvalstromen:

-          puinafval en puingranulaten

-          gemengd bouw- en sloopafval

-          ferro- en non-ferro 

-          natte papierstaarten

-          verontreinigde gronden.

-bijstellingen van de bijzondere en de sectorale voorwaarden (zie hieronder)

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

2.1.2.d)2°

opslag en overslag van afvalstoffen die niet aan verwerking verbonden zijn, met een opslagcapaciteit van (overslag van afvalstoffen is het bijeenvoegen van gelijksoortige afvalstoffen in grotere recipiënten of transportmiddelen met het oog op een rendabeler transport ervan): meer dan 1 ton andere afvalstoffen dan de afvalstoffen,  vermeld in e) en f) meer dan 100 ton | verandering - vermindering met 170 ton bitumineus afval tot max. 80 ton bitumineus afval en verplaatsing - verwijderen van op- en overslag van straalgrit, gips, cellenbeton, papier/karton, porselein, isolatie, glasafval en rubberafval  - verplaatsing van de op- en overslag van bouw- en sloopafval | klasse 1 | Verandering

-750 ton

2.1.2.e)

opslag en overslag van afvalstoffen die niet aan verwerking verbonden zijn, met een opslagcapaciteit van (overslag van afvalstoffen is het bijeenvoegen van gelijksoortige afvalstoffen in grotere recipiënten of transportmiddelen met het oog op een rendabeler transport ervan): meer dan 1 ton asbesthoudend afval (afval waarvan het totaalgehalte aan asbestvezels groter is dan het bepaalde in artikel 2.3.2.1, §1, 5°, van het VLAREMA), bestaande uit asbestcement of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is | verplaatsing | klasse 1 | Verandering

0 ton

2.1.2.f)

opslag en overslag van afvalstoffen die niet aan verwerking verbonden zijn, met een opslagcapaciteit van (overslag van afvalstoffen is het bijeenvoegen van gelijksoortige afvalstoffen in grotere recipiënten of transportmiddelen met het oog op een rendabeler transport ervan): meer dan 1 ton afvalstoffen, bestaande uit al dan niet een combinatie van gemengde afvalstoffen, zoals bepaald in rubriek 2.1.1.b), mengsels van afvalstoffen, zoals bepaald in rubriek 2.1.1.b), en gevaarlijke afvalstoffen | Veranderen door uitbreiding met de op- en overslag van 175 ton koel-en vriesapparatuur(AEEA), 100 ton residu van verwerking van sorteerzeefresidu, verwijdering van de op- en overslag van 2000 ton teerhoudend asfalt, uitbreiding en verplaatsing van de op- en overslag met 1.200 ton behandeld verontreinigd houtafval en wijziging van de omschrijving van de afvalstof gemengde afvalstoffen naar bedrijfsrestafval en vermindering naar 100 ton opslagcapaciteit | klasse 1 | Verandering

-3425 ton

2.2.1.c)2°

opslag en sortering van niet gevaarlijke afvalstoffen (meer dan 100 ton) | Verandering-verwijdering van 500 ton metaal , 500 ton rubber, 5.000 ton houtafval en 15.000 ton gemengde bedrijfsafvalstoffen wegens niet meer relevant | klasse 1 | Verandering

-21000 ton

2.2.1.d)2°

opslag en sortering van niet gevaarlijke afvalstoffen met een opslagcapaciteit van meer dan 100 ton | Verandering- verplaatsing van de opslag en sortering van 150 ton groen- en tuinafval | klasse 1 | Verandering

0 ton

2.2.2.b)2°

opslag en mechanische behandeling van niet gevaarlijke afvalstoffen (meer dan 100 ton) | Verandering - wijziging van de opslag en mechanische behandeling van niet-gevaarlijke afvalstoffen -aanpassing verwerkingsproces en opslagcapaciteiten en-locaties, verwijderen van 10.000 ton bouw- en sloopafval | klasse 1 | Verandering

-38500 ton

2.2.2.f)2°

opslag en mechanische behandeling van andere niet gevaarlijke afvalstoffen (meer dan 100 ton) | Verandering- verplaatsing van de opslag en verbalen van 650 ton papier/karton en kunststoffen, verwijderen van de opslag en mechanische behandeling van 500 ton papierstaarten, verwijderen van de opslag en zeven van gronden, uitbreiding van de opslagcapaciteit en wijziging van het verwerkingsproces en de opslaglocaties voor 5000 ton houtafval naar 9000 ton houtafval | klasse 1 | Verandering

-1500 ton

2.4.1.b)

verwijdering of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen (meer dan 10 ton/dag) door middel b) fysisch-chemische behandeling | Dit werd foutief opgenomen in de beslissing OMV_2020141351. Dit moet 600 ton/dag zijn ipv 6.000 ton | klasse 1 | Verandering

-5400 ton/dag

2.4.3.b)2°

nuttige toepassing van niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 75 ton per dag, d.m.v. voorbehandeling van afval voor verbranding of meeverbranding | Verandering- verwijderen van 100 ton/dag papierstaarten, uitbreiden van de verwerkingscapaciteit van bedrijfsrestafval met 100 ton/dag en van niet-gevaarlijk houtafval met 400 ton/dag | klasse 1 | Verandering

400 ton/dag

2.4.5.

tijdelijke opslag van gevaarlijke afvalstoffe, in afwachting van behandeling, met een totale capaciteit van meer dan 50 ton | Verandering- verwijdering van 2000 ton teerhoudend asfalt - 5000 ton verontreinigde grond en uitbreiding met 175 ton koel- en vriesapparatuur (AEEA) | klasse 1 | Verandering

-6825 ton

12.2.1°

transformatoren met een individueel nominaal vermogen van 100 kVA tot en met 1.000 kVA | Wijziging van rubriek wegens uitbreiding van een transformator | klasse 3 | Verandering

-1000 kVA

12.2.2°

transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | Uitbreiding van een bestaande transformator van 1.000 kVA naar 2.500 kVA (A8), uitbreiding met 2 nieuwe transformatoren van elk 2.500 KVA | klasse 2 | Verandering

5000 kVA

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | Verwijderen van 2 compressoren van elk 7,5 kW, uitbreiding met nieuwe compressor van 22 kW en 75 kW, vervanging van 2 bestaande compressoren van elk 75 kW door nieuwe compressoren van elk 75 kW + uitbreiding van de bestaande airconditioningsinstallatie met een bijkomende capaciteit van 100 kW voor de nieuwe activiteiten | klasse 2 | Verandering

176,5 kW

17.1.2.1.2°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 1000 liter tot en met 10.000 liter | veplaatsing | klasse 2 | Verandering

0 liter

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

2.2.5.a)3° | Opslag en fysisch-chemische behandeling al of niet in combinatie met mechanische behandeling van niet-gevaarlijk slib met een opslagcapaciteit van 650 ton als volgt: - 150 ton anorganisch slib - 500 ton organisch slib | 650 ton

2.2.5.b)2° | Opslag en fysisch-chemische behandeling al of niet in combinatie met mechanische behandeling van gevaarlijk slib met een opslagcapaciteit van 200 ton organisch slib | 200 ton

2.2.5.e)3° | Opslag en fysisch-chemische behandeling al of niet in combinatie met mechanische behandeling door natte wassing, al of niet in combinatie met mechanische behandeling (breken) van andere niet-gevaarlijke afvalstoffen met een opslagcapaciteit van 160 ton olie-watermengsels | 160 ton

2.2.5.f)2° | Opslag en fysisch-chemische behandeling al of niet in combinatie met mechanische behandeling door natte wassing, al of niet in combinatie met mechanische behandeling van andere niet-gevaarlijke afvalstoffen met een opslagcapaciteit van 160 ton olie-watermengsels | 160 ton

2.2.6.a) | Opslag en reiniging van containers en vrachtwagens die afvalstoffen hebben bevat die bij de inerte afvalstoffen zijn gerangschikt | 1 aantal

2.2.6.b) | Opslag en reiniging van containers en vrachtwagens die afvalstoffen hebben bevat die bij de niet-gevaarlijke afvalstoffen zijn gerangschikt | 1 aantal

2.2.6.c) | Opslag en reiniging van containers en vrachtwagens die afvalstoffen hebben bevat die bij de andere niet-gevaarlijke afvalstoffen zijn gerangschikt | 1 aantal

2.3.2.a)2° | Opslag en fysisch-chemische behandeling al of niet in combinatie met mechanische behandeling van niet-gevaarlijk slib met een opslagcapaciteit van 150 ton anorganisch slib | 150 ton

2.3.2.e)2° | Opslag en fysisch-chemische behandeling al of niet in combinatie met mechanische behandeling van niet in combinatie met mechanische behandeling van andere niet-gevaarlijke afvalstoffen met een opslagcapaciteit van 150 ton anorganische afvalwaters, 350 ton organische afvalwaters en een afvalwatertank voor 150 ton | 650 ton

2.3.3.a)2° | Opslag en biologische behandeling van niet-gevaarlijke afvalstoffen afkomstig van enerzijds interne en anderzijds externe stromen: opslag in de buffertank biologie van 1.500 m3 en behandeling in een SBR-reactor, DAF-unit, zand- en actief koolfilters | 1500 m³

2.4.1.c) | Verwijdering of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van 600 ton/dag door middel van mengen of vermengen voorafgaand aan een van de onder rubriek 2.4.1 en 2.4.2 verrmelde behandelingen van organische en anorganische slibs en olie-watermengsels | 600 ton/dag

2.4.3.a)1° | Verwijdering van niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van 1.500 ton/dag door middel van biologische behandeling | 1500 ton/dag

2.4.3.a)2° | Verwijdering van niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van 600 ton/dag door middel van fysisch-chemische behandeling van afvalwaters

Vergunde hoeveelheid: :

600 | 600 ton/dag

3.6.3.2° | Lozen van 30m3/uur-720 m3/dag- 100.000 m3/jaar bedrijfsafvalwater via een waterzuiveringsinstallatie (primaire fysico-chemische zuivering, aerobe zuiveirng, DAF-unit, twee zand- en drie actief koolfilters, buffertanks) in oppervlaktewater (Moervaart) | 30 m³/uur

3.6.7. | Lozen van 30m3/uur-720 m3/dag- 100.000 m3/jaar bedrijfsafvalwater via een waterzuiveringsinstallatie (primaire fysico-chemische zuivering, aerobe zuiveirng, DAF-unit, twee zand- en drie actief koolfilters, buffertanks) in oppervlaktewater (Moervaart) | 30 m3

6.4.2° | Opslag van brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 175.920 liter (diverse olieproducten, olie-watermengsel, afvalolie, antischuimmiddel) | 175920 liter

6.5.2° | Drie brandstofverdeelinstallaties | 3 verdeelslangen

15.1.1° | Stallen van maximum 25 autovoertuigen of aanhangwagens, andere dan personenwagens in open lucht | 25 aantal voertuigen

15.2. | Een herstelwerkplaats met 1 schouwput | 1 schouwput

15.4.1° | Een wasplaats voor het wassen van max. 9 voertuigen per dag en een wasplaats voor het wassen van max. 7 voerutigen per dag | 2 wasplaatsen

17.1.1.1° | Opslagplaats van aërosolen met een netto-inhoud van 500 liter | 500 liter

17.3.2.1.1.2° | Opslag van mazout en diesel met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 85,514 ton | 85,514 ton

17.3.4.2°a) | Opslag van bijtende stoffen met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 77,63 ton (ijzertrichloride, azijnzuur, ongebluste kalk, fosforzuur, natriumhydroxide en blusschuim) | 77,63 ton

17.3.6.2°a) | Opslag van schadelijke stoffen met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 35,5 ton ( ijzertrichloride, detergenten, antivries en polymeren) | 35,5 ton

17.4. | Opslag van 2.300 liter diverse gevaarlijke stoffen in kleine verpakkingen | 2300 liter

24.4. | Labo voor interne controle | 1 aantal

29.5.2.1°a) | Diverse metaalbewerkingsmachines met een totale geïsntalleerde drijfkracht van 35,1 kW | 35,1 kW

53.8.1°a) | Een grondwaterwinning uit één put met een diepte van 18m (HCOV 0162) met een debiet van 1.000 m3/jaar | 1000 m³/jaar

 

Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:

2.1.3.1 | Tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven bodem die niet voldoet aan een toepassing zoals vermeld in het Bodemdecreet en het Vlarebo met een capaciteit van 1.875 m3 (3.000 ton) niet-gevaarlijk verontreinigde grond, 3.125 m3 (5.000 ton) gevaarlijk verontreinigde grond | 5000 m3

2.2.2.c)4° | Opslag en mechanische behandeling van schrootafval met een opslagcapaciteit van 1.000 ton | 1000 ton

2.2.2.a)2° | Opslag en mechanische behandeling (breken en zeven) van inerte afvalstoffen met een opslagcapaciteit van 25.000 m3. puinafval | 25000 m3

61.2.1° | Tussentijdse opslagplaats van 10.000 m3 uitgegraven bodem welke voldoet aan een toepassing overeenkomsitig het Vlarebo | 10000 m3

30.1.1°c) | Een zeef- en breekinstallatie van 409 kW | 409 kW

 

Volgende bijstelling van de bijzondere voorwaarden wordt aangevraagd:
1. Wegens de uitbreiding van de activiteiten met een houtverwerkingslijn (opslag, sortering en mechanische behandeling) wordt gevraagd de bijzondere voorwaarde m.b.t. de werktijden uit de vergunning uit te breiden met de activiteiten van de houtverwerking.

2. Gezien in het voorjaar van 2021 een calamiteit plaatsvond waarbij de beide tanks T6 en T7 van 270 m3 buiten gebruik waren werden deze vervangen door 2 nieuwe tanks van 500 m3.

Bij de installatie van de nieuwe tanks T6 en T7 werd geen overloop meer voorzien ter hoogte van T6. Deze bijzondere voorwaarde is aldus niet meer relevant en er wordt aldus gevraagd deze te willen verwijderen. 

3. Gezien de activiteiten m.b.t. de opslag van gronden stopgezet wordt, is deze bijzondere voorwaarde aldus niet meer van toepassing en wordt gevraagd deze te willen verwijderen. 

4. Gezien de huidige SRF-lijn buiten dienst gesteld werd en vervangen zal worden door een nieuwe sorteerlijn i.k.v. Vlarema 8 is een verleende afwijking m.b.t. schoorsteenhoogte van de stofafzuiging niet meer relevant. Deze bijzondere voorwaarde dient verwijderd te worden.   

5. Gezien Renewi de terreinen waar vroeger de firma’s De Wandel en CCB hun exploitatie uitbaatten nu zelf in concessie heeft en aldaar activiteiten zal uitvoeren is deze bijzondere voorwaarde niet meer van toepassing en mag deze verwijderd worden.

6. Gezien er geen extern aangevoerd schroot meer verwerkt wordt op de inrichting is een stapelhoogte van 6 m voor schrootopslag niet meer relevant. Deze bijzondere voorwaarde mag dan ook geschrapt worden.  

7. Gezien de herinrichting van de locatie waar het puin en gronden in zone A (kant Moervaart) opgeslagen worden, wordt gevraagd deze bijzondere voorwaarde te willen schrappen gezien deze niet meer relevant zal zijn. Op deze locatie zal een groenscherm van 5 m voorzien worden. Dit werd op het uitvoeringsplan gevoegd bij de aanvraag ingetekend.  

8. Er wordt een afwijking van het groenscherm zoals opgenomen is in bijzondere voorwaarde 1a) aangevraagd. De omschrijving van de afwijking zoals gesteld in deze bijzondere voorwaarde is niet volledig correct. Er is niet over het volledige terrein van Renewi een groenscherm voorzien omdat dit ook niet overal mogelijk is. Vandaar zouden wij deze bijzondere voorwaarde willen laten aanpassen. De aanwezigheid van het eigen groenscherm werd aangeduid op het uitvoeringplan. Gezien de ligging van Renewi naast de inrichting van OVMB, ook actief in de afvalstoffenverwerking biedt een bijkomend groenscherm tussen beide inrichtingen geen meerwaarde. Ten Zuiden van de inrichting, richting Moervaart is een groenscherm reeds aanwezig in het zuidoostelijk gedeelte van het terrein. Ten zuidwesten zal bijkomend een groenscherm van  5 meter aangelegd worden. Enkel ter hoogte van de kade en de waterzuiveringsinstallatie is het niet mogelijk een groenscherm van 5 meter te voorzien wegens de aanwezige installaties. Voor de westelijke richting vragen wij nog uitstel voor de aanleg van een groenscherm gezien de heraanleg van de R4 die in de komende jaren gepland staat. De aanleg van een groenscherm aldaar dat dan opnieuw verwijderd zou moeten worden in kader van de werkzaamheden achten wij niet opportuun. Zie ook punt 8 hiervoor. 

9. Gezien de geplande wijzigingen m.b.t. de heraanleg van de R4 die een belangrijke impact zal hebben op het bedrijf, wordt gevraagd om een afwijking toe te willen staan m.b.t. het aanbrengen van een groenscherm. 

Nadat de heraanleg van de R4 zal beeïndigd zijn zal een nieuw groenscherm aangelegd worden ten noordwesten van het terrein dit in samenspraak met Stad Gent.

 

Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden van title III van Vlarem wordt aangevraagd:
1)BBT  14   d) voor de mechanische behandeling van bedrijfsrestafval en onbehandeld en niet-behandeld verontreinigd houtafval en voor de overslag van behandeld verontreinigd houtafval,  Vlarem III: Art. 3.14.2.4.6. punt 4°

2)BBT 25 voor de mechanische behandeling van bedrijfsrestafval en onbehandeld en niet-behandeld verontreinigd houtafval, Vlarem III Art. 3.14.3.1.2

 

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

* Op 13/12/2018 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen door wijziging en uitbreiding van een afvalstoffenverwerkend bedrijf (OMV_2018117441).

* Op 28/03/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen door uitbreiding van een afvalstoffenverwerkend bedrijf (OMV_2019003272).

* Op 17/10/2019 werd een aktename afgeleverd voor de gehele stopzetting van een betoncentrale (OMV_2019037448).

* Op 18/03/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen en exploiteren van 1 windturbine ten noorden van de moervaart van gent (OMV_2019100814).

* Op 07/05/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen door wijziging en uitbreiding van een afvalstoffenverwerkend bedrijf (iioa + sh + bijstelling) + de nieuwbouw van een loods (OMV_2019123784).

* Op 11/03/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor een verzoek tot bijstelling van de milieuvoorwaarden door een niet-exploitant (na gpbv-evaluatie, de provinciale omgevingsvergunningscommissie) (OMV_2020141351).

* Op 26/07/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor r4wo - omv 5: het uitvoeren van infrastructuurwerken en vegetatiewijzigingen voor het herinrichten van de r4 oost tot primaire weg type ii: tussen de knoop o4bis, net ten zuiden van arcelor mittal en de knoop o6, net ten zuiden van de moervaart en de afschaffing en wijziging van verschillende buurt- en voetwegen (OMV_2020169518).

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 22/03/1983 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van breek- en recyclage bedrijf met betoncentrale. (1983/751)

* Op 05/11/1991 werd een vergunning afgeleverd voor het aanleggen van een tijdelijke opslagplaats en sorteerinstallatie. (1991/50119)

* Op 31/10/1996 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van loods met verbrandingsoven en stoomplaats met benzine put en olieafscheider. (1996/90115)

* Op 31/10/1996 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een nieuwe weegbrug. (1996/90114)

* Op 09/07/1998 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een grondscheidingsinstallatie. (1998/90013)

* Op 09/11/2000 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een loods voor op- en overslag van containerafval (wijziging bouwvergunning nr. 96. (2000/50143)

* Op 09/11/2000 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een waterbassin, een zuiveringsinstallatie en 2 slibtanks. (2000/50142)

* Op 09/11/2000 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een menginstallatie, het construeren van een waterdichte vloer en het verlengen van. (2000/50141)

* Op 17/05/2001 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een mobiele grondreinigingsinstallatie (regularisatie). (2000/50145)

* Op 17/05/2001 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een pompeiland. (2000/50146)

* Op 17/05/2001 werd een vergunning afgeleverd voor het wijzigen van de inplanting van een mobiele houtschredder (regularisatie). (2000/50144)

* Op 31/10/2001 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van een loods voor op- en overslag van containerafval. (2001/50112)

* Op 24/12/2003 werd een vergunning afgeleverd voor de aanleg van aarden dammen voor de inrichting van de opslagplaatsen bestemd voor bouw- en sloopafval en afgewerkte producten. (2003/50036)

* Op 29/04/2004 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een loods met open luifel, het oprichten van twee bovengrondse watertanks en een open bezinkingsbekken, regularisatie van een betonnen meetgoot. (2004/50006)

* Op 18/05/2006 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een loods en 4 bovengrondse tanks en het regulariseren van de gewijzigde positie van 3 bovengrondse tanks. (2006/50042)

* Op 09/10/2008 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een open loods in functie van de opslag van afvalstoffen. (2008/50175)

* Op 15/09/2010 werd een vergunning afgeleverd voor het regulariseren van een grondwasinstallatie, betonverharding, sproeimast en inkuiping citernes en het uitbreiden van betonverharding. (2010/50138)

* Op 22/01/2016 werd een vergunning afgeleverd voor het rooien van 21 bomen langs de rechteroever van de moervaart & boven-durme in de gemeenten gent, wachtebeke, moerbeke-waas en lokeren. (2015/01194)

 

Milieuvergunningen

* Op 06/01/2011 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het verder exploiteren en het veranderen (door uitbreiding en wijziging) van een inrichting voor het sorteren, recycleren, valoriseren en hergebruiken van afvalstoffen. (524/E/17)

* Op 28/06/2012 werd door de deputatie de vergunning gedeeltelijk afgeleverd voor het veranderen (door uitbreiding, wijziging en toevoeging) van een inrichting voor het sorteren, recycleren, valoriseren en hergebruiken van afvalstoffen. (524/E/18)

* Op 29/08/2013 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door uitbreiding) van een afvalstoffenverwerkend bedrijf. (524/E/19)

* Op 12/05/2016 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door wijziging/uitbreiding) van een afvalstoffenverwerkend bedrijf + wijzigen bijzondere voorwaarde. (524/E/20)

 

De vergunningverlenende overheid staat in voor de historiek van de inrichting.

Wel wordt opgemerkt dat in het huidig dossier inrichtingsnummer 20180525-0042 gebruikt wordt, echter wordt er in alle andere omgevingsvergunningsdossiers van Renewi inrichtingsnummer 20180820-0037 gebruikt. De exploitant geeft aan dat dit komt omdat in de dossier OMV_2019123784, inrichtingsnummer 20180525-0042 is opgenomen in het besluit, echter op het omgevingsloket is nummer 20180820-0037 opgenomen. Ons lijkt logisch dat er verder gewerkt wordt met inrichtingsnummer 20180525-0042 en dat het besluit in dossier OMV_2019123784 hierop dient aangepast.

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

-          Gewestplan

Het project ligt in industriegebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de ander industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.
 

-          Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (zie waterparagraaf).

 

Gewestelijke verordening toegankelijkheid

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

 

Gewestelijke verordening voetgangersverkeer

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste havenweg.

5.       WATERPARAGRAAF

De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf. Met betrekking tot de waterparagraaf wordt volgend advies uitgebracht:

 

Algemeen geplande toestand

-          nieuwe semi verharding (4 locaties in zone D)

-          verbouwing:

  • verbouwen hal Wood 1 (3 100 m²) met uitbreiding
  • verbouwen hal V8: 9 880 m² (aangesloten bestaande watertank 370 m³)
  • verbouwen overkapping V8: 4 936 m (aangesloten bestaande watertank 370 m³)

 

-          nieuwe verharding (9309 m²)

  • terrein verharding wood2/ inrit: 5 990 m²
  • terreinverharding wood 1: 3 319 m²

 

-          nieuwe dak (10 790 m²)

  • overkapping wood 1 (plat dak) : 3 643 m²
  • overkapping wood 2 (boogdak): 6 689 m²
  • overkapping wood reserve (boogdak): 418 m²
  • weegkantoor: 40 m²

 

-          hemelwaterput (200 m³)

-          infiltratievoorziening (340,75 m³ en 545,2 m²)

 

Toetsing aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GSV) en het algemeen bouwreglement van de stad Gent (ABR) inzake hemelwater:

 

Verharding

Het hemelwater dat op een gedeelte van de verharding (5 600 m²) valt dient aanzien te worden als afvalwater omwille van volgende reden: opslag van afvalstoffen. Dit afvalwater werd in het milieugedeelte opgenomen en besproken

 

Waterdoorlatende (semi) verharding

In het dossier wordt er in zone D op 4 plaatsen semi-verharding, de grote van deze verharding of de te gebruiken materiaalsoort is niet duidelijk.

 

Het geheel van waterdoorlatende verharding en fundering dient blijvend een even goede doorlatendheid te hebben als een reguliere infiltratievoorziening.  Er mag geen enkele vorm van versnelde waterafvoer aanwezig zijn (geen drainageleidingen, goten, afvoerkolken (andere dan noodafvoer-/overstortkolken), hellingen, …).

De verharding mag geen wateroverlast veroorzaken bij derden.

 

Hemelwaterput en groendak

Hemelwaterput

Het dakwater van de nieuwe overkapping (= 3.650 m²) en de nieuwe loods C-hout (= 1.125 m²) zal opgevangen worden samen met het dakwater van een reeds bestaande loods (= 3.100 m²) en zal met het dakwater van nieuw te plaatsen overkappingen (= 5.470 m² +390 m²) afgeleid worden naar een stormbuffer van 340 m³ die overloopt naar de infiltratievoorziening. De bluswatertank van 500 m³ en hemelwatertank van 200 m³ zullen aangevuld worden vanuit deze buffer. Het hemelwater wordt gebruikt voor het vernevelen bij de bunkeropslag van hout en in de houtverwerkingslijn (nl. bij de shredders). Jaarlijks wordt er ingeschat dat er minimaal 3 500 m³ water verbruikt wordt.

Aangezien de vermelde dakoppervlaktes in addendum E3 Water niet volledig overeenkomen met de opgegeven oppervlakte in de aangevraagde werken, wordt er vanuit gegaan dat alle overkappingen en de verbouwen Wood 1 aangesloten worden op dit systeem. Ook de verharding van de parkeerzone is aangesloten op dit systeem.

 

Groendak

Voor een verbruik van ongeveer 300 m³/maand wordt een dakoppervlakte van 6 000 m² vrijgesteld voor de aanleg van een groendak. Op het hergebruik systeem is 13 655 m² dakoppervlakte aangesloten, waarvan 3 643 m² nieuw plat (helling <15°) dak (overkapping wood 1).

 

De overkapping wood 1 (3 643 m²) dient bijgevolg aangelegd worden als groendak.

Er wordt geen afwijking gevraagd voor de aanleg van een groendak, maar deze dakoppervlakte kan hiervoor in aanmerking komen.

 

Infiltratievoorziening

In de aanstiplijst wordt er gerekend met een horizontale dakoppervlakte van 10 630 m² ipv 10 790 m²

 

De infiltratievoorziening dient gedimensioneerd te worden op volgende verharde oppervlakten:

-          nieuwe verharding (3 700 m²)

-          nieuwe dak (10 790 m²)

-          bestaande dakoppervlakte waar tegenaan gebouwd wordt (3 100 m²) =17 590 m²

 

Via de aanstiplijst vraagt de bouwheer om de infiltratievoorziening te mogen verkleinen met 3 800 m², door een hoog verbruik.  Het verkleinen van de infiltratievoorziening kan toegestaan worden. De infiltratievoorziening dient gedimensioneerd worden op een oppervlakte van 13 790 m².

De infiltratievoorziening dient een inhoud te hebben van 344,7 m³ en een oppervlakte van 551,6 m². De bouwheer voorziet een infiltratievoorziening van 340,75 liter en een oppervlakte van 545,2 m².

De infiltratievoorziening dient groter aangelegd te worden om te voldoen aan de GSV.

 

De infiltratievoorziening is bovengronds en bestaat uit een wadi.

Om infiltratie toe te laten dient de gemiddelde hoogste grondwaterstand idealiter dieper gelegen te zijn dan de infiltratievoorziening.

De eventuele overloop moet boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand gelegen zijn, aangezien de infiltratievoorziening anders als drainage fungeert.

 

Indien de bodem dieper ligt dan 30 cm kan de bodem worden meegeteld onder voorwaarde dat de infiltratievoorziening bij een volledige vulling binnen de 72 uur wordt geledigd en indien er een onderhoudsprogramma wordt uitgevoerd waardoor de doorlatendheid van de bodem wordt behouden. Zo niet worden alleen de wanden in rekening gebracht.

 

Er kan voldaan worden aan de GSV en ABR indien bovenstaande maatregelen worden toegepast.

Daarenboven moet het project voldoen aan de voorwaarden van de gewestelijke verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

 

Zodoende kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat het schadelijk effect op de waterhuishouding beperkt is.

6.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 25 december 2021 tot 23 januari 2022.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaren ingediend.

7.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Deze aanvraag voorziet in het verder uitbreiden van de bestaande gebouwen van Renewi. De werken staan in teken van de functionering van dit bedrijf. Met uitzondering van de groenbuffer (zie bespreking hieronder) is de aanvraag ruimtelijk en stedenbouwkundig te verantwoorden binnen het industriële landschap van de Gentse zeehaven. Zowel qua schaal als materiaalgebruik integreert de uitbreiding zich binnen zijn omgeving.

 

Groenbuffer:
Met deze aanvraag wordt er een groenbuffer van 5m breed voorzien aan de rechter perceelsgrens over een diepte van ca. 190m en rechts vooraan het perceel.

 

Als randvoorwaarde wordt gesteld dat op het bedrijventerrein ook de bedrijfsgrens aan de kant John Kennedylaan over de volledige lengte aangelegd wordt met een minstens 5m brede groenbuffer (m.u.v. de toegangen).

In het kader van de milieuvergunningsaanvraag werd reeds gesteld dat gezien de heraanleg van de R4 (binnen een tijdsspanne van 5-tal jaar) het niet opportuun is om meteen al een groenscherm aan te leggen, dat dan opnieuw verwijderd zal moeten worden door de heraanleg van de R4.

 

Er werd toen niet gepleit voor een afwijking (groenscherm van 5m wordt immers verplicht voor afvalverwerkende bedrijven in Vlarem II), maar om uitstel van aanplant tot duidelijk is waar het 5m brede groenscherm moet komen. Dit zal ergens gesitueerd zijn waar nu de ‘nieuwe semiverharding’ wordt voorzien.

 

Van zodra de precieze nieuwe grens van het bedrijf gekend is (de herinrichting van de R4 met fietssnelweg aan deze zijde is nog in overleg met stad Gent en andere partners) moet het groenscherm worden aangelegd. Dit groenscherm is niet enkel noodzakelijk om de bedrijfsactiviteiten visueel af te schermen, maar situeert zich ook langs het Groen Raamwerk van de Gentse Kanaalzone. Het is de bedoeling om langs dat raamwerk maximaal groen te voorzien en waar mogelijk de groenstructuur te versterken.

 

Gezien de fietssnelweg daar op hoogte zal toekomen, is het des te belangrijk dat een voldoende breed groenscherm (lage struiken, gecombineerd met hoogstammige bomen) zal zorgen voor een verminderde visuele impact en een groenere en dus landschappelijk aantrekkelijkere omgeving waar langs de fietsers zullen voorbijrijden.

 

Verder moet nog opgemerkt worden dat er niet akkoord gegaan kan worden met de locatie van de nieuw te bouwen hoogspanningscabine voor de geplande windmolen. Deze dient geplaatst te worden buiten de 5 m groenzone.

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Er worden geen opmerkingen gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.

 


CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig advies, de gevraagde omgevingsvergunning is stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving.

 

De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).
 

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

 

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het veranderen van een afvalstoffenverwerkend bedrijf van Jonas de Vriend en RENEWI BELGIUM nv, gelegen te John Kennedylaan 40, haven 4410 en JOHN KENNEDYLAAN 52, 9042 Gent.

Artikel 2

 Verzoekt de deputatie om volgende voorwaarden voor de geplande werken op te nemen:

Hemelwater:

-          In het dossier wordt er in zone D op 4 plaatsen semi-verharding, de grote van deze verharding of de te gebruiken materiaalsoort is niet duidelijk. Het plan dient aangepast.

Het geheel van waterdoorlatende verharding en fundering dient blijvend een even goede doorlatendheid te hebben als een reguliere infiltratievoorziening.  Er mag geen enkele vorm van versnelde waterafvoer aanwezig zijn (geen drainageleidingen, goten, afvoerkolken (andere dan noodafvoer-/overstortkolken), hellingen, …).  De verharding mag geen wateroverlast veroorzaken bij derden.

-          Aangezien de vermelde dakoppervlaktes in addendum E3 Water niet volledig overeenkomen met de opgegeven oppervlakte in de aangevraagde werken, wordt er vanuit gegaan dat alle overkappingen en de verbouwen Wood 1 aangesloten worden op dit systeem.

-          De overkapping wood 1 (3 643 m²) dient aangelegd worden als groendak. Er wordt geen afwijking gevraagd voor de aanleg van een groendak, maar deze dakoppervlakte kan hiervoor in aanmerking komen.

-          De infiltratievoorziening dient een inhoud te hebben van 344,7 m³ en een oppervlakte van 551,6 m². De infiltratievoorziening dient groter aangelegd te worden om te voldoen aan de GSV. Om infiltratie toe te laten dient de gemiddelde hoogste grondwaterstand idealiter dieper gelegen te zijn dan de infiltratievoorziening. De eventuele overloop moet boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand gelegen zijn, aangezien de infiltratievoorziening anders als drainage fungeert.

 

Indien de bodem dieper ligt dan 30 cm kan de bodem worden meegeteld onder voorwaarde dat de infiltratievoorziening bij een volledige vulling binnen de 72 uur wordt geledigd en indien er een onderhoudsprogramma wordt uitgevoerd waardoor de doorlatendheid van de bodem wordt behouden. Zoniet worden alleen de wanden in rekening gebracht.

 

Grondwater en bodem:

Voor het gebied werd een beschrijvend bodemonderzoek opgemaakt. Er moet tijdens de werken (afgravingen, bemalingen,…) dan ook rekening gehouden worden met de conclusies en eventuele voorwaarden die zijn opgenomen in het onderzoek voor zover ze van toepassing zijn op de werken in de aanvraag.

 

Buffergroen:

Langs de grens aan de kant John Kennedylaan moet over de volledige lengte een minstens 5 m brede groenbuffer (lage struiken, gecombineerd met hoogstammige bomen) aangelegd worden (m.u.v. de toegangen). Het groenscherm wordt er aangelegd van zodra de precieze nieuwe grens van het bedrijf langs deze zijde gekend is (de herinrichting van de R4 met fietssnelweg aan deze zijde is nog in overleg met stad Gent en andere partners).

 

Artikel 3

Verzoekt de deputatie om volgende aandachtspunten op te leggen aan de aanvrager:

Inrichting

In het huidig dossier wordt inrichtingsnummer 20180525-0042 gebruikt, echter wordt er in alle andere omgevingsvergunningsdossiers van Renewi inrichtingsnummer 20180820-0037 gebruikt. De exploitant geeft aan dat dit komt omdat in de dossier OMV_2019123784, inrichtingsnummer 20180525-0042 is opgenomen in het besluit, echter op het omgevingsloket is nummer 20180820-0037 opgenomen. Ons lijkt logisch dat er verder gewerkt wordt met inrichtingsnummer 20180525-0042 en dat het besluit in dossier OMV_2019123784 hierop dient aangepast.


Grondwater:
Indien voor de bouw een grondwaterbemaling noodzakelijk is voor ofwel de verwezenlijking van bouwkundige werken, ofwel de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, dan is dit volgens Vlarem indelingsplichtig en dient dit gemeld te worden. Er kan slechts gestart worden met de bemalingswerken indien de melding geakteerd werd in het college van burgemeester en schepenen. Het bemalingswater dient zoveel mogelijk terug in de grond gebracht te worden (retourbemaling, infiltratie, ...). Indien dit technisch onmogelijk is dient het bemalingswater in eerste instantie geloosd te worden op oppervlaktewater of op de leiding voor regenwaterafvoer van de openbare riolering.

 

Bodem

Indien grondverzet plaatsvindt, moet dit gebeuren overeenkomstig de regels m.b.t. het gebruik van de uitgegraven bodem (Hoofdstuk XIII VLAREBO). Als algemeen principe geldt dat voor iedere partij reeds uitgegraven bodem die groter is dan 250 m³ en die niet ter plaatse wordt gebruikt, een technisch verslag moet opgemaakt worden. Deze verplichting geldt ook voor een partij samengesteld uit verschillende partijen uitgegraven bodem kleiner dan 250 m³ waarvoor er geen verplichting tot technisch verslag was, en ook voor een partij groter dan 250 m³ die in verschillende partijen kleiner dan 250 m³ wordt afgevoerd en gebruikt (artikel 173, §2). Meer info over grondverzet kan verkregen worden bij de infolijn van de OVAM op 015/284.284 en 015/284.459.

 

Licht:

Met het Lichtplan pakt de Stad Gent lichthinder en lichtvervuiling aan.

 

De derde fase van het Lichtplan voor de Kanaalzone legt sterk de nadruk op het tegengaan van lichthinder. De nachtelijke activiteiten zijn hierbij bepalend. Weinig of geen activiteit betekent ook minder of zelfs geen licht. De derde fase van het Lichtplan biedt enkele concrete oplossingen. Zo krijgen bedrijven advies over welke verlichtingsopstelling het beste resultaat geeft en welke Europese verlichtingsnormen ze moeten naleven.

Voor meer informatie kan men terecht op: www.stad.gent (Lichthinder en lichtvervuiling tegengaan).

 

Afval:

Elke afvoer van afvalstoffen moet gedocumenteerd worden met een identificatieformulier of een afgiftebewijs. De uitvoerder van de bouw-, infrastructuur-, sloop- en ontmantelingswerken bezorgt deze documenten aan de houder van de omgevingsvergunning. Deze dienen 5 jaar bijgehouden te worden.

 

Stofemissies:

De uitvoerder van bouw-, sloop- en infrastructuurwerken moet de emissie van stof zo laag mogelijk houden en moet hiertoe maatregelen treffen.

De verplichte maatregelen staan opgesomd in hoofdstuk 6.12 van Vlarem II.

De aandacht wordt gevestigd op artikel 6.12.3 van deze regelgeving. Dit artikel vermeldt vier concrete maatregelen om stofemissies te voorkomen:

1. afscherming met doeken of zeilen,

2. beneveling van de locatie waar de werken worden uitgevoerd,

3. bevochtiging ter hoogte van de apparatuur,

4. rechtstreekse stofafzuiging op breekhamers, polijstmachines, slijpschijven, boormachines, freesmachines en schuurmachines.

Minimaal één van deze vier maatregelen moet genomen worden.

Als er visueel waarneembare stofverspreiding optreedt kan bijkomende verneveling verplicht zijn.

 

Asbest:

Bij de sloop moet de nodige aandacht besteed worden aan de aanwezigheid van asbest. Meer informatie over het correct omgaan met asbest is terug te vinden op de website van OVAM: https://www.ovam.be/omgaan-met-asbest.

 

Hoogspanningscabine:

Verder moet nog opgemerkt worden dat er niet akkoord gegaan kan worden met de locatie van de nieuw te bouwen hoogspanningscabine voor de geplande windmolen. Deze dient geplaatst te worden buiten de 5 m groenzone.