Terug
Gepubliceerd op 21/01/2022

2022_CBS_00640 - OMV_2021158363 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van een rijwoning naar een winkel op het gelijkvloers en woonentiteit op de verdiepingen - zonder openbaar onderzoek - Beverhoutplein 2, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 20/01/2022 - 08:31 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 20/01/2022 - 08:53
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Afwezig

Elke Decruynaere, schepen

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_00640 - OMV_2021158363 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van een rijwoning naar een winkel op het gelijkvloers en woonentiteit op de verdiepingen - zonder openbaar onderzoek - Beverhoutplein 2, 9000 Gent - Vergunning 2022_CBS_00640 - OMV_2021158363 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van een rijwoning naar een winkel op het gelijkvloers en woonentiteit op de verdiepingen - zonder openbaar onderzoek - Beverhoutplein 2, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Alexander Goeminne - Suzan Caenepeel met als contactadres Gentbruggestraat 127, 9040 Sint-Amandsberg hebben een aanvraag (OMV_2021158363) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 4 november 2021.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het verbouwen van een rijwoning naar een winkel op het gelijkvloers en woonentiteit op de verdiepingen

• Adres: Beverhoutplein 2, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 2 sectie B nr. 609C

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 8 december 2021.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 12 januari 2022.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag heeft betrekking op een pand gelegen aan het Beverhoutplein, in het historische centrum. De omgeving bestaat uit gesloten bebouwing met hoofdzakelijk kleinschalige retail- en reca-functies.

 

Het pand in kwestie (Beverhoutplein nr. 2) is in de bestaande toestand een eengezinswoning. In deze aanvraag wordt dit pand verbonden met de rechter aanpalende, nl. Beverhoutplein 3A en 3B, gekend als meergezinswoning met een handelsfunctie op het gelijkvloers. De handelsfunctie wordt uitgebreid naar het gelijkvloers van nr. 2 en is bereikbaar via de inkomhal, waarin zich een toegang bevindt naar enerzijds de handelsruimte en anderzijds naar de trap die de woning bereikt.

 

Met deze aanvraag wordt de gelijkvloerse aanbouw gesloopt en vervangen door een nieuwe. De totale bouwdiepte na verbouwing (incl. hoofdvolume) bedraagt 13,90 m, dit is de volledige diepte van het perceel. Het perceel blijft hierdoor integraal bebouwd. De nieuwe dakrand ligt op een hoogte van 2,90 m. De scheidingsmuren worden niet opgehoogd.

 

Op de bovenliggende verdiepingen wordt een woonentiteit ontworpen met een oppervlakte van ca. 105 m². Bij de slaapkamer op de eerste verdieping wordt een terras voorzien op het dak van de nieuwe aanbouw. De scheidingsmuur ten opzichte van de aanpalende aan de achterste perceelsgrens is 1,72 m hoog, gemeten vanaf het terraspeil. De scheidingsmuur met de rechter aanpalende is 1,92 m hoog; deze met de linker aanpalende 2,25 m, beide gemeten vanaf het terraspeil.

Deze aanvraag voegt een dakuitbouw toe aan de achterzijde van het dakvlak. De dakuitbouw is 2,65 m breed, 1,45 m hoog en springt ca. 1,00 m terug ten opzichte van het gevelvlak. Er wordt 1,25 m afstand gehouden tot de rechter perceelsgrens, 0,70 m tot de linker perceelsgrens. De achterliggende ruimte wordt ingericht als badkamer.  Het dakvlakraam aan de voorzijde van het dakvlak wordt vervangen.

 

In het pad wordt een nieuwe riolering (gescheiden stelsel) aangelegd.

 

Met uitzondering van het maken van een opening op het gelijkvloers gebeuren worden geen werken uitgevoerd in het pand nr. 3.

 

De panden zijn opgenomen als 'Twee burgerhuizen' in de inventaris van het bouwkundig erfgoed (relictID: 71082) en wordt er als volgt beschreven:
“Beverhoutplein nrs. 2, 3A-B. Twee enkelhuizen van twee traveeën, drie bouwlagen en zadeldak (pannen) uit het eerste kwart van 20ste eeuw. Versiering van imitatiebanden onder de puilijst. Steekboogvormige benedenvensters met sluitsteen op de geprofileerde omlijsting. Rechthoekige, omlijste bovenvensters voorzien van versierde onder- en bovendorpels. Deurvenster met gebogen gietijzeren leuning op de tweede bouwlaag. Steekboogdeur met bovenlicht. Gekorniste kroonlijst op klossen.”

 

De voorgevel wordt geschilderd in gebroken wit. De ramen, uitgezonderd de gelijkvloerse verdieping, worden vervangen door geschilderd houten schrijnwerk met een raamindeling en
-profilering identiek aan het originele schrijnwerk.

2.       HISTORIEK

Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgend extern advies is gegeven:  

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 20 december 2021 onder ref. 067117-001/MLE/2021:
Besluit: GUNSTIG, mits te voldoen aan de vermelde maatregelen en reglementeringen (zie bijlage op het omgevingsloket).

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.
 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.

 

Het pand is gelegen in kernwinkelgebied. Er is voldaan aan artikel 20d, handel in te beschermen eengezinswoningen. Er wordt een bestaande handelsfunctie uitgebreid naar de naastgelegen te beschermen eengezinswoning (Beverhoutplein nr. 2).

 

Het ontwerp voldoet aan artikel 17, dat bepaalt dat elke functie bereikbaar moet zijn zonder dat een andere functie moet worden betreden. De inkom is aangeduid als gemeenschappelijk, maar door het verbinden van de gelijkvloerse verdieping met het aanpalende pand, zal deze inkom in de praktijk ook kunnen dienstdoen als handelsruimte. De gevel van het pand is echter minder dan 5,00 m breed waardoor de verplichting om aparte toegangen te voorzien vervalt. De aanvraag is conform aan artikel 17.

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, met uitzondering van:

Artikel 9gescheiden afvoerstelsel voor afval- en hemelwater
Dit artikel verplicht tot de aanleg van een gescheiden afvoerstelsel bij nieuwbouw en bij verbouwingen waarbij het afvoerstelsel kan worden aangepast.
Toetsing: er gebeuren grondige verbouwingswerken in het pand Beverhoutplein 2, waarbij het sanitair en de keuken wordt vernieuwd. Er is dus de mogelijkheid om het afvoerstelsel aan te passen, wat ook is voorzien. In het pand Beverhoutplein 3 gebeuren geen structurele werken, dus kan de bestaande riolering behouden blijven.

Conclusie: aanvraag is conform aan dit artikel.

 

Artikel 11plaatsen van een septische put

De plaatsing van een septische put (voor lozing van faecaal afvalwater) is verplicht bij nieuwbouw, al dan niet na slopen, en bij verbouwingen waarbij het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan aangepast worden.

Toetsing: Gezien het perceel (nagenoeg) volledig bebouwd is en de plaatsing van een septische put ondergronds of in een kelderruimte met een toezichtsluik buiten bewoonde ruimtes onmogelijk is, wordt een vrijstelling verleend m.b.t. het plaatsen van een nieuwe septische put. Een eventueel bestaande septische put moet behouden blijven en geïntegreerd worden in het nieuwe rioleringsstelsel.

De vrijstelling is gekoppeld aan deze bouwvergunning en heeft (is) geen blijvend karakter (recht) voor het perceel (zo kunnen bij toekomstige wijzigingen en verbouwingen in het kader van een bouwaanvraag andere voorwaarden gelden).

Het weglaten van een septische put brengt een groter risico mee voor verstoppingen in het buizenstelsel zelf. We adviseren dan ook om geen geheel “onbereikbaar gesloten” stelsel uit te voeren en te voorzien in voldoende controleputjes of andere toegangsmogelijkheden.

 

Artikel 13 – plaatsing hemelwaterput

Ter aanvulling van artikel 9 §1 van de gewestelijke hemelwaterverordening is de plaatsing van een hemelwaterput ook verplicht bij verbouwing (al dan niet met uitbreiding) van een gelijkvloerse of kelderverdieping van een bestaand gebouw, waarbij die verbouwing tot gevolg heeft dat het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan aangepast worden. Deze verplichting geldt enkel bij verbouwingen aan een bestaand gebouw, waarvan de oppervlakte groter dan
40 m² is.

De totale oppervlakte (na verbouwing) bedraagt ca. 65 m² en is dus groter dan 40 m² waardoor het plaatsen van een hemelwaterput met hergebruik verplicht is.

Er wordt echter aangegeven dat dergelijke voorziening technisch moeilijk is. Het perceel is inderdaad onvoldoende breed (< 5 m). Bijgevolg wordt de aanvrager vrijgesteld van het plaatsen van een hemelwaterput. Deze vrijstelling impliceert evenwel de verplichting tot het inrichten van de nieuwe platte daken als groendak.

In deze concrete aanvraag zou deze verplichting ertoe leiden dat er geen buitenruimte bij de eengezinswoning kan worden gecreëerd. De voorgestelde buitenruimte is echter niet conform aan de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek omtrent lichten en zichten. De scheidingsmuur op de achterste perceelsgrens is onvoldoende hoog. Om die reden moet het terras 1,90 m afstand houden van de achterste perceelsgrens. Deze zone moet worden aangelegd als groendak. Er wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde dat het nieuw plat dak voor een diepte van 1,90 m, gemeten vanaf de achterste perceelsgrens als groendak moet worden aangelegd conform artikel 14 van het algemeen bouwreglement (zie plannen). Een groendak is een dak dat zo gebouwd wordt dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder die planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 liter per m².

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (zie waterparagraaf).

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het terrein ligt niet in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied. Bijgevolg kan door het uitvoeren van de aangevraagde werken of handelingen geen schadelijk effect voor de waterhuishouding ontstaan.

6.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

7.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

8.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Het uitbreiden van de bestaande handelsfunctie naar het naastliggende pand kan aanvaard worden (in toepassing van artikel 20d van het algemeen bouwreglement van de Stad Gent). Hierbij komt de bescherming van de eengezinswoning te vervallen. De oprichting van de nieuwe aanbouw is aanvaardbaar.

 

De inrichting van de bovenliggende verdiepingen als eengezinswoning wordt gunstig geadviseerd. Er is voldoende bergruimte voorzien in de vorm van kastenwanden (samen een oppervlakte van 3,40 m²).

 

Het voorzien van een buitenruimte bij de woning is positief. Het voorzien van dakterrassen wordt echter met voorzichtigheid benaderd. In dit geval wordt het terras langs de linker- en rechterzijde omsloten door voldoende hoge scheidingsmuren zodat er geen inkijk wordt gegenereerd. De voorgestelde buitenruimte is echter niet conform aan de bepalingen van het burgerlijk wetboek omtrent lichten en zichten wat betreft de achterste perceelsgrens. De scheidingsmuur op de achterste perceelsgrens is onvoldoende hoog. Om die reden moet het terras 1,90 m afstand houden van de achterste perceelsgrens. Deze zone moet worden aangelegd als groendak. Er wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde dat het nieuw plat dak voor een diepte van 1,90 m, gemeten vanaf de achterste perceelsgrens als groendak moet worden aangelegd conform artikel 14 van het algemeen bouwreglement (zie plannen). Een groendak is een dak dat zo gebouwd wordt dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder die planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 liter per m².


Beoordeling van de erfgoedwaarden
Het pand werd ter plaatse bezocht door de dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg op 28/06/2021. Daarbij kon vastgesteld worden dat de erfgoedwaarde hoog is. Daarbij wordt niet enkel het uitzicht van de bebouwing in rekening gebracht. Ook de volgende aspecten bepalen het karakter van het pand:

-      de structuur: dragende muren, houten vloerroosteringen en de dakconstructie;

-      indeling: kenmerkende plattegrond van een vroeg 20ste-eeuwse burgerwoning met aan de ene zijde de inkomhal en verticale circulatie en aan de andere zijde opeenvolgende salons of kamers;

-      ruimtelijkheid;

-      authentieke interieurelementen: zoals trappen, schouwen, binnenschrijnwerk.

 

Er kan vanuit erfgoedoogpunt akkoord gegaan worden met de verbinding tussen beide panden omdat deze qua omvang beperkt blijft (een deuropening). De bijgebouwen hebben geen of beperkte erfgoedwaarde en kunnen gesloopt worden. Voor het overige is de indeling en het programma afgestemd op de bestaande bebouwing. Er worden enkele bijzondere voorwaarden opgenomen om te garanderen dat er geen negatieve impact op de erfgoedwaarden is.

 

Er wordt ter informatie meegegeven dat de volgende richtlijnen gehanteerd worden bij de beoordeling van een publiciteitsinrichting:

  • Er kan maximaal 1 opschrift en 1 uithangbord per gevel worden toegelaten. Deze kunnen zich enkel bevinden in de zone boven de muuropeningen van de gelijkvloerse verdieping en onder de raamopeningen van de eerste verdieping.
  • Een uithangbord kan maximaal 60 x 60 cm groot zijn.
  • Een opschrift kan enkel bestaan uit losse letters die qua schaal en vormgeving afgestemd zijn op de architectuur van het pand.
  • Indien gewerkt wordt met verlichting moet het advies van de stedelijk lichtambtenaar ingewonnen worden.

Deze vergunning omvat géén toelating om een publiciteitsinrichting te plaatsen. Hiervoor is een aparte, voorafgaandelijke aanvraag vereist.


CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het verbouwen van een rijwoning naar een winkel op het gelijkvloers en woonentiteit op de verdiepingen aan Alexander Goeminne - Suzan Caenepeel gelegen te Beverhoutplein 2, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

     

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

Groendak

Het nieuw plat dak moet voor een diepte van 1,90 m, gemeten vanaf de achterste perceelsgrens als groendak worden aangelegd conform artikel 14 van het algemeen bouwreglement (zie plannen). Een groendak is een dak dat zo gebouwd wordt dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder die planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 liter per m².

 

Brandveiligheid

De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 20/12/2021 met kenmerk 067117-001/MLE/2021).

 

Schilderwerken

Indien de straatgevel en kroonlijst worden geschilderd moet dit gebeuren in de kleur wit (of een tint van wit) is. Het pleisterwerk en de kroonlijst van deze neoclassicistische architectuur heeft in oorsprong een lichte (vaak witte) kleur die de subtiele detaillering van deze architectuur tot haar recht laat komen. De gevel of kroonlijst schilderen in een donkere, uitgesproken of felle kleur zou deze verfijnde detaillering én de totale gevelarchitectuur vervlakken.

 

Schrijnwerk

Het authentiek buitenschrijnwerk (ramen, deur en kroonlijst) van de straatgevel dient bij voorkeur behouden te blijven. Dit verfijnde schrijnwerk maakt onlosmakelijk deel uit van de architectuur van het pand. Wanneer om bouwfysische of constructieve reden vervanging noodzakelijk is, kan dit enkel gebeuren door geschilderd houten schrijnwerk met een raamindeling en -profilering identiek aan het originele schrijnwerk. Aanpassing naar dubbele beglazing is hierbij wel aanvaardbaar.

 

Riolering

De aansluiting op het rioleringsnet is verplicht en wordt, wat betreft het gedeelte op het openbaar domein, uitgevoerd door FARYS. Een aanvraag tot het bekomen van een huisaansluiting moet ingediend worden bij FARYS via www.farys.be/nl/rioolaansluiting of verstuurd worden naar Stropstraat 1 te 9000 Gent.

 

De afvoer van het regen- en afvalwater moeten op kosten en op risico van de bouwheer, binnen zijn eigen terrein uitgevoerd worden. Het afvoeren kan hetzij door natuurlijke afloop, hetzij door oppompen.

 

Een bestaande aansluiting of een wachtaansluiting dient in regel gebruikt/ (her)bruikt te worden. De locatie en de diepteligging ervan zijn bindend. De bestaande aansluiting dient ter hoogte van de rooilijn opgezocht, opgemeten en gemarkeerd te worden. Indien ze (tijdelijk) niet in dienst blijft is het de taak van de bouwheer om deze ter hoogte van de rooilijn dicht te maken om elke instroom te vermijden.

Bij een nieuwe huisaansluiting wordt het traject bepaald in overleg tussen rioolbeheerder en klant. De algemene veiligheid, de instandhouding en de normale werking van de elementen van de huisaansluiting moeten verzekerd zijn en het toezicht, de controle en het onderhoud moeten gemakkelijk uitgevoerd kunnen worden. Voor de diepteligging dient er rekening mee gehouden te worden dat de huisaansluiting in regel door FARYS wordt gerealiseerd vóór aanleg van de privéwaterafvoer op een maximale diepte van 50 cm onder het maaiveld. Indien de diepteligging van de hoofdriolering of (kruisen van de) nutsleidingen deze diepte niet toelaten, zal de huisaansluiting op de meest haalbare diepte worden aangelegd.

 

De aanvrager dient zich te houden aan de bepalingen van het Bijzonder Waterverkoopreglement huisaansluitingen. Dit reglement is terug te vinden op www.farys.be/wettelijke-bepalingen.

De bijzondere aandacht wordt gevestigd op :

* De openbare riolering kan onder druk komen tot het maaiveld niveau, wat neerkomt op een stijging van het waterpeil in de buizen en de aansluitingen (code van goede praktijk voor  rioleringssystemen : www.vmm.be/wetgeving/code-van-goede-praktijk-voor-rioleringssystemen).

De bouwheer moet hier dan ook rekening mee houden bij de aanleg van (en de aansluitingen op) zijn privéwaterafvoer. Het Stadsbestuur kan onder geen enkele voorwaarde aansprakelijk gesteld worden voor schade door wateroverlast die een gevolg is van een onoordeelkundige aanleg van de privéwaterafvoer.

* Door de aanleg van gescheiden rioleringsstelsels, zowel op openbaar als op privaat domein, kan er sneller geurhinder ontstaan als gevolg van het geconcentreerde (onverdunde) afvalwater.

De aanvrager dient bij geurhinder op eigen initiatief en kosten elke instroomopening op zijn privéwaterafvoer door middel van een waterslot geurdicht af te schermen.

Om geurhinder als gevolg van de eigen private riolering te reduceren werden er enkele richtlijnen opgesteld, die u via deze link kan terugvinden: www.farys.be/richtlijnengeurhinder.

De interne riolering moet zo ontworpen worden dat een toekomstige aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater).

Er is nog geen aparte regenwaterafvoer (RWA)-aansluiting mogelijk. Voor zover het niet mogelijk is om het regenwater ter plaatse te laten infiltreren is de RWA-leidingen naar de straat te voorzien als wachtaansluiting. Voorlopig moeten het regen- en afvalwater gezamenlijk naar de riolering afgevoerd worden. Bovendien moeten de RWA-, en DWA-afvoeren naast elkaar worden aangeboden met een tussenafstand van 40 tot 60 cm. Hierbij loopt het DWA-gedeelte in een rechte lijn door naar de openbare riolering.

 

Bij een toekomstige aanleg van het openbaar domein zal de riolering gescheiden worden.

De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht volgens het Algemeen Waterverkoopreglement bij aanbouw en/of het voorzien van een nieuwe aansluiting. Meer informatie vindt u op www.farys.be/keuring-privewaterafvoer

 

Gezien het perceel (nagenoeg) volledig bebouwd is en de plaatsing van een septische put ondergronds of in een kelderruimte met een toezichtsluik buiten bewoonde ruimtes onmogelijk is verleent onze dienst vrijstelling m.b.t. het plaatsen van een nieuwe septische put. Een eventueel bestaande septische put moet behouden blijven en geïntegreerd worden in het nieuwe rioleringsstelsel.

De vrijstelling is gekoppeld aan deze bouwvergunning en heeft (is) geen blijvend karakter (recht) voor het perceel (zo kunnen bij toekomstige wijzigingen en verbouwingen in het kader van een bouwaanvraag andere voorwaarden gelden).

Het weglaten van een septische put brengt een groter risico mee voor verstoppingen in het buizenstelsel zelf. We adviseren dan ook om geen geheel “onbereikbaar gesloten” stelsel uit te voeren en te voorzien in voldoende controleputjes of andere toegangsmogelijkheden.

       

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Rookmelder

De woning moet uitgerust worden met een correct geïnstalleerde rookmelder die voldoet aan de norm NBN EN 14604 én die niet van het ionische type is. De detector moet reageren op rookontwikkeling bij een brand door het produceren van een scherp geluidssignaal.

 

Drinkwaterinstallatie

Op 1 juli 2011 werd het Algemeen Waterverkoopreglement van kracht, zodat er voor bouwers en verbouwers een aantal rechten en plichten bijkwamen. Sinds 16 juli 2012 is tevens het Bijzonder Waterverkoopreglement van Water-Link van kracht. Het bijzonder waterverkoopreglement van Water-Link is een aanvulling op het Algemeen Waterverkoopreglement. Zowel het Algemeen Waterverkoopreglement, als het aanvullend Bijzonder Waterverkoopreglement kan geraadpleegd worden via de website www.water-link.be, publicaties. Op deze locatie staat eveneens een infobrochure over de verplichte keuring van de binneninstallatie en de privé-waterafvoer.

 

Openbaar domein

De bouwheer is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de verhardingen van de openbare weg, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer.

 

De vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken.

Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Administratief Centrum, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, via e-mail: tdwegen@stad.gent of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).

 

In functie van de werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld). U dient er rekening mee te houden dat de behandeling van deze aanvraag een bepaalde doorlooptijd nodig heeft (zie ook website).

 

Erfgoedwaarde

Gelet op het Energiebesluit van 19 november 2010 (gewijzigd door de wijzigingsbesluiten van de Vlaamse Regering van 9 mei 2008, 23 juli 2010 en 20 mei 2011) en het algemeen vrijstellingsbesluit ministerieel besluit van 29 maart 2013 houdende het verlenen van algemene afwijkingen en algemene vrijstellingen van bepaalde EPB-eisen, kan voor dit pand een gedeeltelijke vrijstelling of afwijking van de normen voor energieprestatie en binnenklimaat worden aangevraagd als dat nodig is om de erfgoedwaarde van het pand in stand te houden. Deze afwijking laat toe de erfgoedwaarde van de vanaf het openbare domein zichtbare delen te behouden. Waardevolle en /of oorspronkelijk schrijnwerk en beglazing kunnen bijgevolg behouden blijven. Verluchtingsroosters aan de straatzijde (in de gevel of het schrijnwerk) zijn niet aanvaardbaar. De afwijking dient te worden gemeld in de startverklaring. De EPB-eisen voor de rest van het gebouw blijven van toepassing.