Terug
Gepubliceerd op 21/01/2022

2022_CBS_00646 - OMV_2021166461 K - aanvraag omgevingsvergunning voor een gedeeltelijke functiewijziging van wonen naar verzorgend bedrijf en het exploiteren van een microbrouwerij met degustatieruimte - zonder openbaar onderzoek - Forelstraat 15-25, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 20/01/2022 - 08:31 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 20/01/2022 - 08:54
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Afwezig

Elke Decruynaere, schepen

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_00646 - OMV_2021166461 K - aanvraag omgevingsvergunning voor een gedeeltelijke functiewijziging van wonen naar verzorgend bedrijf en het exploiteren van een microbrouwerij met degustatieruimte - zonder openbaar onderzoek - Forelstraat 15-25, 9000 Gent - Vergunning 2022_CBS_00646 - OMV_2021166461 K - aanvraag omgevingsvergunning voor een gedeeltelijke functiewijziging van wonen naar verzorgend bedrijf en het exploiteren van een microbrouwerij met degustatieruimte - zonder openbaar onderzoek - Forelstraat 15-25, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

De heer Carl-Willem Uytterhaegen met als contactadres Forelstraat 27, 9000 Gent en Stroom Brouwers CV met als contactadres Auguste Van Ooststraat 34, 9050 Gent hebben een aanvraag (OMV_2021166461) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 27 oktober 2021.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: een gedeeltelijke functiewijziging van wonen naar verzorgend bedrijf en het exploiteren van een microbrouwerij met degustatieruimte

• Adres: Forelstraat 15-25, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 4 sectie D nr. 3610Y6

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 24 november 2021.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 13 januari 2022.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Het pand in kwestie bevindt zich langsheen de Forelstraat in de wijk ‘Macharius-Heirnis’. De omgeving bestaat voornamelijk uit gesloten bebouwing (één- en meergezinswoningen) met in de nabijheid enkele handelspanden en horecagelegenheden. Het pand betreft op de gelijkvloerse verdieping een magazijn en garage met op de bovenliggende verdiepingen 6 appartementen. Het gebouw bevat 4 bouwlagen en is afgewerkt met een plat dak.

Het onderwerp van de aanvraag betreft een deel van het gelijkvloerse niveau, met een ingang langs de meest rechts gelegen poort en het volledige achtergelegen deel. Dit voor een totaal netto vloeroppervlakte van 475m2.

Het achterste gedeelte (395m2) is vergund als ‘verzorgend bedrijf’. Het inkomgedeelte, gekoppeld via de garage aan de Forelstraat, is tot op heden vergund als ‘wonen’, namelijk 2 parkeerplaatsen.

 

Er werd reeds een gelijkaardige aanvraag ingediend op dit adres (OMV_2021080058), deze werd in tweede aanleg stopgezet wegens opstart in een foute procedure.

 

Voorwerp van de aanvraag

Voorliggende aanvraag betreft volgende werken:

1/ Gedeeltelijke functiewijziging van wonen naar verzorgend bedrijf: Met deze aanvraag wordt de functie op de gelijkvloerse verdieping deels gewijzigd van wonen naar verzorgend bedrijf. De totale publiek toegankelijke oppervlakte bedraagt ca. 475 m². De brouwerij voorziet het brouwen, opslag en verkoop van bier. Centraal is er een degustatieruimte voorzien waar klanten bier kunnen proeven.

De vergunde appartementen op de verdiepingen blijven behouden, deze zijn toegankelijk via de centrale inkomhal, hiervoor dient de brouwerij niet te worden gekruist. In totaal blijven er nog 4 parkeerplaatsen ter beschikking (toegankelijk via de linkse poort).

Verder worden er in het inkom gedeelte, achter de poort, 1 parkeerplaats voor de brouwerij voorzien en een fietsenstalling voor klanten (4 gewone fietsen en 2 buitenmaatse fietsen). De werknemers van de brouwerij kunnen intern hun fietsen wegstallen.

 

2/ De aanpassingen aan het afvoer en rioolstelsel i.f.v. de brouwerij.

 

Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten

Het betreft het exploiteren van een microbrouwerij met degustatieruimte.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

10.1.1°b)

mouterijen, bierbrouwerijen, inrichtingen voor het bereiden van onder meer spuitwaters, frisdranken, alcoholische dranken, drankconditioneringsbedrijven en bottelarijen, volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan een industriegebied (van 5 kW tot en met 100 kW) | Bierbrouwerij (elektrisch)

FV1-6) Fermenteertanks (koeling) – 12 kW

BK) Kettle – 24 kW

HLT) waterverwarmer – 9 kW

Cold water) Koudwatertank – 1,1 kW

Can M.) Canning machine – 0,3 kW

Comp.) compressor – 1,5 kW

Glyc 2) Glycol chiller – 12 kW | klasse 3 | Nieuw

59,9 kW

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Koeling + compressor

FV1-6) Fermenteertanks (koeling) – 12 kW

Koelcel) Walk-in cooler – 1,7 kW

Bar) Bar fridge – 1,35 kW

Shop fridge 1 – 0,3 kW

Shop fridge – 0,5 kW

Display fridge - 0,3 kW

Comp.) compressor – 1,5 kW

Glyc 2) Glycol chiller – 12 kW

Hops Koelkast - 0,12 kW | klasse 3 | Nieuw

29,77 kW

17.1.2.2.1°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen tot en met 3000 liter | 4 X 50 l CO2

Enkele kleinere flessen CO2 voor mobiele tap | klasse 3 | Nieuw

300 liter

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Opslag gevaarlijke stoffen in kleine

recipiënten (≤30kg/L)

- 100 liter kuisproducten | klasse 3 | Nieuw

100 liter

45.14.1°a)

opslag (andere dan rubriek 48) voor losse granen en voor groenvoeders, in een gebied ander dan woongebied met landelijk karakter en agrarische gebieden (van 2 m³ tot en met 10 m³) | Opslag granen: Voor de start zullen we ongeveer 1 tot 1,5 m3 in stock hebben. deze wordt niet bewerkt | klasse 3 | Nieuw

5 m³

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

* Op 18/11/2021 werd een weigering afgeleverd voor een gedeeltelijke functiewijziging van wonen naar verzorgend bedrijf en het exploiteren van een microbrouwerij met degustatieruimte (OMV_2021080058).

 

Stedenbouwkundige vergunningen

*Op 08/04/1963 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een gebouw met 6 appartementen en ruimte voor het bergen van 6 autovoertuigen. (Litt. F 3-63)

*Op 09/11/1964 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een werkplaats. (Litt. F-27-64)

 

Bouwmisdrijven

*Verjaarde bouwinbreuk "functiewijziging van atelier -autoherstelplaats naar dienstverlening (sportclub)".

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgend extern advies is gegeven:  

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 13 december 2021. Het advies kan integraal op het Omgevingsloket worden nagelezen.


Besluit: GUNSTIG, mits te voldoen aan de hiervoor vermelde maatregelen en reglementeringen.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977). De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg BINNENSTAD - DEEL HEERNIS, goedgekeurd op 18 juli 1989, dit plan bepaalt dat het project gelegen is in zone A voor wonen en klasse 3 voor tuinen.


De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.

 

Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, het wijkt af op volgende punten:

 

Artikel 8: Afvoerkanalen voedselbereidingen; Lucht of dampen afkomstig uit bedrijfs- en horecaruimtes waarin eetwaren bereid worden, moeten afgevoerd worden via aparte daartoe bestemde kanalen, die moeten uitmonden in de openlucht. De uitlaat van de kanalen moet zo geplaatst worden dat de hinder voor de omwonenden maximaal wordt beperkt. Minstens moet de uitlaat zich 1 meter boven de nok van het hellend dak of de dakrand van het plat dak waarop de uitlaat geplaatst wordt, situeren, en in ieder geval 2 meter boven elk terras en de bovenrand van alle deur-, venster- en ventilatieopeningen die zich bevinden binnen een straal van 10 meter, horizontaal gemeten vanaf de uitlaat van het afvoerkanaal. De uittredende lucht moet zoveel mogelijk ongehinderd verticaal worden afgeblazen. Indien het plaatsen van de uitlaat, volgens bovenstaande regelgeving, omwille van technische of (steden)bouwkundige redenen niet mogelijk is, kan de vergunningverlenende overheid op gemotiveerd verzoek een afwijking toestaan.

Toetsing: voorwaarde: de nota geur- en geluidshinder spreekt van een afvoerkanaal van ‘voedselbereidingen’. Deze bevindt zich op meer dan 10m van de omliggende gebouwen. Verder wordt er geen uitspraak gedaan over de hoogte van de uitlaat.

Volgens bovenstaand artikel moet de uitlaat zich 1 meter boven de nok van het hellend dak of de dakrand van het plat dak waarop de uitlaat geplaatst wordt, situeren. En 2 meter boven elk terras en de bovenrand van alle deur-,venster-en ventilatieopeningen die zich binnen een straal van 10 meter bevinden, horizontaal gemeten vanaf de uitlaat van het afvoerkanaal.

Bijgevolg wordt dit via bijzondere voorwaarden opgelegd dat deze afvoerkanaal conform artikel 8 van het Algemeen Bouwreglement dient te voldoen.

 

Artikel 11: Septische put; De plaatsing van een septische put (voor lozing van faecaal afvalwater) is verplicht bij nieuwbouw, al dan niet na slopen, en bij verbouwingen waarbij het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan aangepast worden.

Op gemotiveerd verzoek kan de vergunningverlenende overheid de bouwheer vrijstellen van deze verplichting indien de plaatsing technisch niet mogelijk of te moeilijk is.

Toetsing: vrijstelling: Gelet op de aard van de verbouwing wordt een vrijstelling verleend m.b.t. het plaatsen van een nieuwe septische put. Een eventueel bestaande septische put moet behouden blijven en geïntegreerd worden in het nieuwe rioleringsstelsel.

De vrijstelling is gekoppeld aan deze bouwvergunning en heeft (is) geen blijvend karakter (recht) voor het perceel (zo kunnen bij toekomstige wijzigingen en verbouwingen in het kader van een bouwaanvraag andere voorwaarden gelden).

Het weglaten van een septische put brengt een groter risico mee voor verstoppingen in het buizenstelsel zelf. We adviseren dan ook om geen geheel “onbereikbaar gesloten” stelsel uit te voeren en te voorzien in voldoende controleputjes of andere toegangsmogelijkheden.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (zie waterparagraaf).

 

Gewestelijke verordening toegankelijkheid

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het terrein ligt niet in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied.

 

Er worden geen wijzigingen aangebracht aan gebouwen, verhardingen of het reliëf, waardoor de effecten van de inrichting op het overstromingsrisico voor de omgeving niet zullen wijzigen.

 

Er wordt bodemvreemd materiaal opgeslagen (indelingsplichtig) in niet overstromingsgevoelig gebied.

De impact van het bodemvreemd materiaal wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.

 

Er kan geconcludeerd worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.

6.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.

Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.

7.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

8.       OMGEVINGSTOETS

 

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Functiewijziging

De gevraagde functie ‘verzorgend bedrijf’ is conform het BPA. De brouwerij met zijn verwerking, opslag, verkoop en degustatieruimte valt onder deze functie.

De degustatieruimte, die gebruikt wordt voor het proeven van de producten die verkocht worden, is onlosmakelijk verbonden met de functie van ‘verzorgend bedrijf’ en is dus conform het BPA. Deze degustatieruimte is gekoppeld aan de winkel en verkoop en heeft bijgevolg dezelfde openingsuren als de winkel.

Bijgevolg is de gevraagde functiewijziging ruimtelijk aanvaardbaar.

 

Mobiliteit

Er wordt 1 van de 2 bestaande autoparkeerplaatsen omgevormd om ruimte te voorzien voor fietsparkeerplaatsen voor bezoekers in het inkomportaal. In totaal blijven er nog 4 parkeerplaatsen ter beschikking, wat conform de parkeernorm is (6 woningen in oranje zone vereisen min. 3,6 parkeerplaatsen).

Voor werknemers worden 4 ruime fietsparkeerplaatsen voorzien binnenin het magazijn. Voor bezoekers voorziet men 6 fietsparkeerplaatsen waaronder 2 plaatsen voor buitenmaatse fietsen. De plaatsen bevinden zich voor de ene, overblijvende, autoparkeerplaats. Met het oog op vlot laden en lossen wordt deze volgorde best omgedraaid, waardoor de parkeerplaats gebruikt kan worden voor laden en lossen en er geen fietsen in de weg kunnen staan.

 

Gezien de kleine productie wordt geen groot effect op de mobiliteit verwacht door vrachtverkeer. Men stelt in de nota dat leveringen van grondstoffen kan gebeuren op de vrije ruimte voor de inkom (6,5 m). 

De afname is voornamelijk lokaal waardoor leveringen per bakfiets zullen aangeboden worden.

 

Indien het laden en lossen op eigen terrein zal gebeuren en er geen hinder wordt veroorzaakt op het openbare domein kan worden geoordeeld dat de gevraagde functiewijziging met bijhorende effecten op de mobiliteit aanvaardbaar is. Dit wordt opgenomen als bijzonder voorwaarde.
 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

aspect afval

De voortgebrachte afvalstoffen worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

aspect afvalwater

De inrichting ligt in centraal gebied volgens het zoneringsplan van Stad Gent, vastgesteld door de Vlaamse Regering in de stroomgebiedbeheerplannen 2016-2021 op 18 december 2015.

 

In de aanvraag werd opgenomen dat alle afvalwater (zowel spoel- als koelwater) wordt opgevangen en opgehaald door een erkende verwerker. Het is dus niet toegalaten bedrijfsafvalwater te lozen. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

aspect bodem en grondwater

Alle gevaarlijke vloeistoffen moeten op of in een lekbak of inkuiping geplaatst worden, zodat bodem- en grondwaterverontreiniging vermeden wordt. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

aspect geluid

De brouwerij zal worden ingericht in een omgeving met dichte bebouwing en intense bewoning. De afdeling milieutoezicht van de Dienst Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu ontving reeds een aantal klachten uit deze buurt, het betreft ondermeer klachten van geluids- en geurhinder.

Er moeten voldoende akoestische isolatiemaatregelen genomen worden om bij de uitbating geluidshinder bij de buren te voorkomen en te voldoen aan de geluidsnormen van Vlarem. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Het is niet duidelijk of er elektronisch versterkte muziek zal gespeeld worden in de degustatieruimte. Indien dit het geval is, mag het maximaal geluidsniveau, voortgebracht door muziek, LAeq,15min 85dB(A) niet overschrijden. Als het maximale geluidsniveau gemeten als LAmax,slow 92 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. In het pand moet echter ook aan de omgevingsnormen in de buurt worden voldaan: De muziekactiviteiten moeten zo ingericht zijn dat de LAeq,1s,max gemeten in de buurt : 1° niet hoger is dan 5 dB(A) boven de LA95,5min, indien deze lager is dan 30 dB(A); 2° niet hoger is dan 35 dB (A) indien de LA95,5min ligt tussen 30 en 35 dB(A); 3° niet hoger is dan de LA95,5min indien die hoger is dan 35 dB (A). LA95,5min wordt gemeten bij uitschakeling van alle muziekbronnen. De omgevingsnormen in de buurt zijn niet gekoppeld aan dag-, avond- of nachtperiodes, dit betekent dat deze normen te allen tijde gelden. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Onder rubriek 16.3.2°a) worden de koelinstallaties van de inrichting opgenomen. Het specifieke geluid van de (buitenunits van deze) installaties dienen te voldoen aan de normen voor inrichtingen van klasse 3 zoals opgenomen in afdeling 4.5.5 van Vlarem II. De installaties dienen zodanig te worden opgesteld; uitgerust, ingesteld of aangepast/akoestisch geïsoleerd dat er zich geen overschrijdingen van geluidsnormen in de buurt voordoen. Voor advisering hieromtrent kan men beroep doen op een erkend geluidsdeskundige. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Er wordt verwezen naar artikel 5.10.0.5 van Vlarem II, waarin wordt gesteld dat rustverstorende werkzaamheden verboden zijn op werkdagen tussen 19u en 7u alsmede op zon- en feestdagen. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

aspect geur

De lucht afkomstig van het brouwen wordt volgens addendum E bij de aanvraag afgevoerd via een rookkanaal dat zich op 10 meter van de omliggende gebouwen zou bevinden, er wordt geen uitspraak gedaan over de hoogte van de uitlaat. Bijgevolg wordt als bijzondere voorwaarde opgelegd dat de luchtuitlaat zich 1 meter boven de nok van het hellend dak of de dakrand van het plat dak waarop de uitlaat geplaatst wordt moet situeren. En 2 meter boven elk terras en de bovenrand van alle deur-,venster-en ventilatieopeningen die zich binnen een straal van 10 meter bevinden, horizontaal gemeten vanaf de uitlaat van het afvoerkanaal, cfr. artikel 8 van het Algemeen Bouwreglement van de stad Gent m.b.t. afvoerkanalen afkomstig van voedselbereidingen.

Ook het afvoeren van de lucht afkomstig van het brouwen dient, hoewel op zich niet ingedeeld in een aparte rubriek, te gebeuren volgende de bepalingen van Vlarem II. Enige vorm van hinder (zo ook geurhinder) door de afvoer via het afvoerkanaal is bijgevolg niet toegelaten. De exploitant dient aldus alle mogelijke maatregelen te nemen zodat er zich geen geur van de brouwactiviteiten kan verspreiden in de buurt. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

aspect lucht

Het product van de toelaatbare druk (8 bar) en het volume (40 liter) van de luchtcompressor (1,5 kW) niet groter is dan 3.000 bar.liter, bijgevolg moet luchtcompressor, conform artikel 5.16.3.2, §4 van VLAREM II, niet onderworpen worden aan een onderzoek door een milieudeskundige erkend in de discipline houder voor gassen of gevaarlijke stoffen.

 

Er worden koelmiddelen gebruikt in de koelinstallaties van het type HKF.

Het gebruik van natuurlijke koelmiddelen (CO2, NH3, propaan, …) of koelmiddelen met een laag Global Warming Potential (GWP < 2500) dient nagegaan te worden.

 

De koelinstallaties dienen onderhouden te worden overeenkomstig artikel 5.16.3.3.§3 van Vlarem II.

Er wordt gebruik gemaakt van koelinstallaties die een hoeveelheid koelmiddel bevatten in ton CO2-equivalent ≥ 5 tonwaardoor ze conform Vlarem II iedere 12 maanden moet onderzocht worden op goed functioneren en op mogelijke lekverliezen door een erkende koeltechnicus.

Wanneer een permanent lekdetectiesysteem aanwezig is mag de controlefrequentie worden gehalveerd.

 

De exploitant moet het relatief lekverlies (kg toegevoegd koelmiddel ten opzichte van totale koelmiddelinhoud installatie) te allen tijden beperken tot 5% per jaar (artikel 5.16.3.3.§6 van Vlarem II). Bij controles dient het gebruikte koelmiddel op jaarbasis berekend te worden ten opzichte van de koelmiddelinhoud. Bij een RLV van meer dan 10% tijdens twee opeenvolgende kalenderjaren, dient de installatie buiten bedrijf gesteld te worden.

 

Deze elementen worden als opmerking opgenomen.

 

aspect energie

Het bedrijf komt in aanmerking voor energiecoaching van de stad Gent. De energiecoach geeft professioneel advies op maat voor zowel renovaties, nieuwbouw of voor een algemene verlaging van het energieverbruik binnen het bedrijf.

Contact en meer info: Energiecoaching@stad.gent of 09 268 23 00 of http://www.stad.gent/energiecoaching. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

aspect (brand)veiligheid

De gasflessen moeten d.m.v. kettingen tegen omvallen worden beschermd. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.


CONCLUSIE

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

10.1.1°b)

mouterijen, bierbrouwerijen, inrichtingen voor het bereiden van onder meer spuitwaters, frisdranken, alcoholische dranken, drankconditioneringsbedrijven en bottelarijen, volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan een industriegebied (van 5 kW tot en met 100 kW) | Bierbrouwerij (elektrisch)

FV1-6) Fermenteertanks (koeling) – 12 kW

BK) Kettle – 24 kW

HLT) waterverwarmer – 9 kW

Cold water) Koudwatertank – 1,1 kW

Can M.) Canning machine – 0,3 kW

Comp.) compressor – 1,5 kW

Glyc 2) Glycol chiller – 12 kW | Nieuw

59,9 kW

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Koeling + compressor

FV1-6) Fermenteertanks (koeling) – 12 kW

Koelcel) Walk-in cooler – 1,7 kW

Bar) Bar fridge – 1,35 kW

Shop fridge 1 – 0,3 kW

Shop fridge – 0,5 kW

Display fridge - 0,3 kW

Comp.) compressor – 1,5 kW

Glyc 2) Glycol chiller – 12 kW

Hops Koelkast - 0,12 kW | Nieuw

29,77 kW

17.1.2.2.1°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen tot en met 3000 liter | 4 X 50 l CO2

Enkele kleinere flessen CO2 voor mobiele tap | Nieuw

300 liter

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Opslag gevaarlijke stoffen in kleine

recipiënten (≤30kg/L)

- 100 liter kuisproducten | Nieuw

100 liter

45.14.1°a)

opslag (andere dan rubriek 48) voor losse granen en voor groenvoeders, in een gebied ander dan woongebied met landelijk karakter en agrarische gebieden (van 2 m³ tot en met 10 m³) | Opslag granen: Voor de start zullen we ongeveer 1 tot 1,5 m3 in stock hebben. deze wordt niet bewerkt | Nieuw

5 m³

 

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor een gedeeltelijke functiewijziging van wonen naar verzorgend bedrijf en het exploiteren van een microbrouwerij met degustatieruimte aan de heer Carl-Willem Uytterhaegen en Stroom Brouwers cv (O.N.:0759710532) gelegen te Forelstraat 15-25, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat. 

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen. 


De rubrieken voor de inrichting/activiteit Stroom Brouwers - microbrouwerij met inrichtingsnummer 20210319-0052 beslist het college als volgt: 


Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

10.1.1°b)

mouterijen, bierbrouwerijen, inrichtingen voor het bereiden van onder meer spuitwaters, frisdranken, alcoholische dranken, drankconditioneringsbedrijven en bottelarijen, volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan een industriegebied (van 5 kW tot en met 100 kW) | Bierbrouwerij (elektrisch)

FV1-6) Fermenteertanks (koeling) – 12 kW

BK) Kettle – 24 kW

HLT) waterverwarmer – 9 kW

Cold water) Koudwatertank – 1,1 kW

Can M.) Canning machine – 0,3 kW

Comp.) compressor – 1,5 kW

Glyc 2) Glycol chiller – 12 kW | Nieuw

59,9 kW

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Koeling + compressor

FV1-6) Fermenteertanks (koeling) – 12 kW

Koelcel) Walk-in cooler – 1,7 kW

Bar) Bar fridge – 1,35 kW

Shop fridge 1 – 0,3 kW

Shop fridge – 0,5 kW

Display fridge - 0,3 kW

Comp.) compressor – 1,5 kW

Glyc 2) Glycol chiller – 12 kW

Hops Koelkast - 0,12 kW | Nieuw

29,77 kW

17.1.2.2.1°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen tot en met 3000 liter | 4 X 50 l CO2

Enkele kleinere flessen CO2 voor mobiele tap | Nieuw

300 liter

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Opslag gevaarlijke stoffen in kleine

recipiënten (≤30kg/L)

- 100 liter kuisproducten | Nieuw

100 liter

45.14.1°a)

opslag (andere dan rubriek 48) voor losse granen en voor groenvoeders, in een gebied ander dan woongebied met landelijk karakter en agrarische gebieden (van 2 m³ tot en met 10 m³) | Opslag granen: Voor de start zullen we ongeveer 1 tot 1,5 m3 in stock hebben. deze wordt niet bewerkt | Nieuw

5 m³

    

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:


Bijzondere voorwaarde voor de geplande werken:

 

Mobiliteit:

Laden en lossen gebeurt op eigen terrein en mag geen hinder veroorzaken op het openbaar domein.

 

Ondergrondse erfdienstbaarheid:

Er is bij de aanvraag geen rekening gehouden met de ondergrondse erfdienstbaarheid.

Onder het perceel loopt een riolering “Ø 80x120cm”. Deze riolering dient te allen tijde in stand gehouden te worden.

Het is niet duidelijk hoe de riolering aangesloten wordt op het openbaar domein.

 

Riolering:

De aansluiting op het rioleringsnet is verplicht en wordt, wat betreft het gedeelte op het openbaar domein, uitgevoerd door FARYS. Een aanvraag tot het bekomen van een huisaansluiting moet ingediend worden bij FARYS via www.farys.be/nl/rioolaansluiting of verstuurd worden naar Stropstraat 1 te 9000 Gent.

 

De afvoer van het regen- en afvalwater moeten op kosten en op risico van de bouwheer, binnen zijn eigen terrein uitgevoerd worden. Het afvoeren kan hetzij door natuurlijke afloop, hetzij door oppompen.

 

Een bestaande aansluiting of een wachtaansluiting dient in regel gebruikt/ (her)bruikt te worden. De  locatie en de diepteligging ervan zijn bindend. De bestaande aansluiting dient ter hoogte van de rooilijn opgezocht, opgemeten en gemarkeerd te worden. Indien ze (tijdelijk) niet in dienst blijft is het de taak van de bouwheer om deze ter hoogte van de rooilijn dicht te maken om elke instroom te vermijden.

Bij een nieuwe huisaansluiting wordt het traject bepaald in overleg tussen rioolbeheerder en klant. De algemene veiligheid, de instandhouding en de normale werking van de elementen van de huisaansluiting moeten verzekerd zijn en het toezicht, de controle en het onderhoud moeten gemakkelijk uitgevoerd kunnen worden. Voor de diepteligging dient er rekening mee gehouden te worden dat de huisaansluiting in regel door FARYS wordt gerealiseerd vóór aanleg van de privéwaterafvoer op een maximale diepte van 50 cm onder het maaiveld. Indien de diepteligging van de hoofdriolering of (kruisen van de) nutsleidingen deze diepte niet toelaten, zal de huisaansluiting op de meest haalbare diepte worden aangelegd.

 

De aanvrager dient zich te houden aan de bepalingen van het Bijzonder Waterverkoopreglement huisaansluitingen. Dit reglement is terug te vinden op www.farys.be/wettelijke-bepalingen.

De bijzondere aandacht wordt gevestigd op :

* De openbare riolering kan onder druk komen tot het maaiveld niveau, wat neerkomt op een stijging van het waterpeil in de buizen en de aansluitingen (code van goede praktijk voor  rioleringssystemen : www.vmm.be/wetgeving/code-van-goede-praktijk-voor-rioleringssystemen).

De bouwheer moet hier dan ook rekening mee houden bij de aanleg van (en de aansluitingen op) zijn privéwaterafvoer. Het Stadsbestuur kan onder geen enkele voorwaarde aansprakelijk gesteld worden voor schade door wateroverlast die een gevolg is van een onoordeelkundige aanleg van de privéwaterafvoer.

* Door de aanleg van gescheiden rioleringsstelsels, zowel op openbaar als op privaat domein, kan er sneller geurhinder ontstaan als gevolg van het geconcentreerde (onverdunde) afvalwater.

De aanvrager dient bij geurhinder op eigen initiatief en kosten elke instroomopening op zijn privéwaterafvoer door middel van een waterslot geurdicht af te schermen.

Om geurhinder als gevolg van de eigen private riolering te reduceren werden er enkele richtlijnen opgesteld, die u via deze link kan terugvinden: www.farys.be/richtlijnengeurhinder.

De interne riolering moet zo ver mogelijk gescheiden aangelegd worden zodat een toekomstige aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater).

Het is toegestaan het regenwater ter plaatse te laten infiltreren.

 

De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht volgens het Algemeen Waterverkoopreglement bij aanbouw en/of het voorzien van een nieuwe aansluiting. Meer informatie vindt u op www.farys.be/keuring-privewaterafvoer. 

 

Gelet op de aard van de verbouwing wordt een vrijstelling verleend m.b.t. het plaatsen van een nieuwe septische put. Een eventueel bestaande septische put moet behouden blijven en geïntegreerd worden in het nieuwe rioleringsstelsel.

De vrijstelling is gekoppeld aan deze bouwvergunning en heeft (is) geen blijvend karakter (recht) voor het perceel (zo kunnen bij toekomstige wijzigingen en verbouwingen in het kader van een bouwaanvraag andere voorwaarden gelden).

Het weglaten van een septische put brengt een groter risico mee voor verstoppingen in het buizenstelsel zelf. We adviseren dan ook om geen geheel “onbereikbaar gesloten” stelsel uit te voeren en te voorzien in voldoende controleputjes of andere toegangsmogelijkheden.

 

Openbaar domein:

Oprit:

Er zal slechts één oprit met een breedte van maximum 3 meter op het openbaar domein worden toegestaan per poort. Dit zijn de bestaande opritten.

 

Opbouw:

Bij het vastleggen van de vloerpassen en dorpelpeilen van het gebouw moet de bouwheer rekening houden met het bestaande peil van de dichtst bijgelegen rand van de openbare verhardingen. Het openbaar domein (zowel verharde als onverharde stroken) wordt aangelegd met een dwarshelling van 2% richting de as van de straat. De peilen van de bestaande verhardingen worden niet aangepast in functie van aanpalende bouwwerken. Er worden ook geen trappen en/of hellingen toegestaan op het openbaar domein om de gebouwen toegankelijk te maken.

 

De poorten moeten volledig binnen de rooilijn open en dicht draaien, rollen, wentelen, schuiven of kantelen.

 

Deuren en ramen op het gelijkvloers mogen niet opendraaien over openbaar domein. Dus niet zoals getekend op de bouwaanvraag.


Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

1. Er moeten voldoende akoestische isolatiemaatregelen genomen worden om bij de uitbating geluidshinder bij de buren te voorkomen en te voldoen aan de geluidsnormen van Vlarem.

2. De luchtuitlaat van het afvoerkanaal van de brouwdampen, moet zich 1 meter boven de nok van het hellend dak of de dakrand van het plat dak waarop de uitlaat geplaatst wordt situeren, en 2 meter boven elk terras en de bovenrand van alle deur-,venster-en ventilatieopeningen die zich binnen een straal van 10 meter bevinden, horizontaal gemeten vanaf de uitlaat van het afvoerkanaal

3. Enige vorm van hinder (zo ook geurhinder) door de afvoer via het afvoerkanaal is niet toegelaten. De exploitant dient aldus alle mogelijke maatregelen te nemen zodat er zich geen geur van de brouwactiviteiten kan verspreiden in de buurt.

4. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

      

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:


Openbaar domein:

De bouwheer is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de verhardingen van de openbare weg, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer.

 

De vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken. Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Administratief Centrum, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, via e-mail:tdwegen@stad.gent of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).

 

Drinkwaterinstallatie:

Op 1 juli 2011 werd het Algemeen Waterverkoopreglement van kracht, zodat er voor bouwers en verbouwers een aantal rechten en plichten bijkwamen. Sinds 16 juli 2012 is tevens het Bijzonder Waterverkoopreglement van Water-Link van kracht. Het bijzonder waterverkoopreglement van Water-Link is een aanvulling op het Algemeen Waterverkoopreglement. Zowel het Algemeen Waterverkoopreglement, als het aanvullend Bijzonder Waterverkoopreglement kan geraadpleegd worden via de website www.water-link.be, publicaties. Op deze locatie staat eveneens een infobrochure over de verplichte keuring van de binneninstallatie en de privé-waterafvoer.

 

afval:

De voortgebrachte afvalstoffen worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden.

 

afvalwater:

Het is niet toegalaten bedrijfsafvalwater te lozen. Alle bedrijfsafvalwater (zowel spoel- als koelwater) moet worden opgevangen en opgehaald door een erkende verwerker.

 

Bodem en grondwater:

Alle gevaarlijke vloeistoffen moeten op of in een lekbak of inkuiping geplaatst worden.

 

Geluid: 

Indien er elektronisch versterkte muziek wordt gespeeld, mag het maximaal geluidsniveau, voortgebracht door muziek, LAeq,15min 85dB(A) niet overschrijden. Als het maximale geluidsniveau gemeten als LAmax,slow 92 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. In het pand moet echter ook aan de omgevingsnormen in de buurt worden voldaan: De muziekactiviteiten moeten zo ingericht zijn dat de LAeq,1s,max gemeten in de buurt: 1° niet hoger is dan 5 dB(A) boven de LA95,5min, indien deze lager is dan 30 dB(A); 2° niet hoger is dan 35 dB (A) indien de LA95,5min ligt tussen 30 en 35 dB(A); 3° niet hoger is dan de LA95,5min indien die hoger is dan 35 dB (A). LA95,5min wordt gemeten bij uitschakeling van alle muziekbronnen. De omgevingsnormen in de buurt zijn niet gekoppeld aan dag-, avond- of nachtperiodes, dit betekent dat deze normen te allen tijde gelden.

 

Onder rubriek 16.3.2°a) worden de koelinstallaties van de inrichting opgenomen. Het specifieke geluid van de (buitenunits van deze) installaties dienen te voldoen aan de normen voor inrichtingen van klasse 3 zoals opgenomen in afdeling 4.5.5 van Vlarem II. De installaties dienen zodanig te worden opgesteld; uitgerust, ingesteld of aangepast/akoestisch geïsoleerd dat er zich geen overschrijdingen van geluidsnormen in de buurt voordoen. Voor advisering hieromtrent kan men beroep doen op een erkend geluidsdeskundige.

 

Er wordt verwezen naar artikel 5.10.0.5 van Vlarem II, waarin wordt gesteld dat rustverstorende werkzaamheden verboden zijn op werkdagen tussen 19u en 7u alsmede op zon- en feestdagen

 

Lucht:

Er worden koelmiddelen gebruikt in de koelinstallaties van het type HKF.

Het gebruik van natuurlijke koelmiddelen (CO2, NH3, propaan, …) of koelmiddelen met een laag Global Warming Potential (GWP < 2500) dient nagegaan te worden.

 

De koelinstallaties dienen onderhouden te worden overeenkomstig artikel 5.16.3.3.§3 van Vlarem II.

Er wordt gebruik gemaakt van koelinstallaties die een hoeveelheid koelmiddel bevatten in ton CO2-equivalent ≥ 5 tonwaardoor ze conform Vlarem II iedere 12 maanden moet onderzocht worden op goed functioneren en op mogelijke lekverliezen door een erkende koeltechnicus.

Wanneer een permanent lekdetectiesysteem aanwezig is mag de controlefrequentie worden gehalveerd.

 

De exploitant moet het relatief lekverlies (kg toegevoegd koelmiddel ten opzichte van totale koelmiddelinhoud installatie) te allen tijden beperken tot 5% per jaar (artikel 5.16.3.3.§6 van Vlarem II). Bij controles dient het gebruikte koelmiddel op jaarbasis berekend te worden ten opzichte van de koelmiddelinhoud. Bij een RLV van meer dan 10% tijdens twee opeenvolgende kalenderjaren, dient de installatie buiten bedrijf gesteld te worden.

 

Energie:

Het bedrijf komt in aanmerking voor energiecoaching van de stad Gent. De energiecoach geeft professioneel advies op maat voor zowel renovaties, nieuwbouw of voor een algemene verlaging van het energieverbruik binnen het bedrijf.

Contact en meer info: Energiecoaching@stad.gent of 09 268 23 00 of http://www.stad.gent/energiecoaching.

 

Veiligheid:

De gasflessen moeten d.m.v. kettingen tegen omvallen worden beschermd.