Terug
Gepubliceerd op 11/02/2022

2022_CBS_01386 - OMV_2021156339 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een kunststofverpakkingsbedrijf (IIOA + SH) - met openbaar onderzoek - Ottergemsesteenweg-Zuid 803, 9000 Gent - Advies

college van burgemeester en schepenen
do 10/02/2022 - 08:31 Virtueel - Via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 10/02/2022 - 08:50
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Elke Decruynaere, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_01386 - OMV_2021156339 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een kunststofverpakkingsbedrijf (IIOA + SH) - met openbaar onderzoek - Ottergemsesteenweg-Zuid 803, 9000 Gent - Advies 2022_CBS_01386 - OMV_2021156339 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een kunststofverpakkingsbedrijf (IIOA + SH) - met openbaar onderzoek - Ottergemsesteenweg-Zuid 803, 9000 Gent - Advies

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

AMCOR FLEXIBLES TRANSPAC BV met als contactadres Ottergemsesteenweg-Zuid 801, 9000 Gent en De heer Stefaan Van den Bossche met als contactadres Ottergemsesteenweg-Zuid 801, 9000 Gent hebben een aanvraag (OMV_2021156339) ingediend bij de deputatie op 19 november 2021.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het veranderen van een kunststofverpakkingsbedrijf (IIOA + SH)

• Adres: Ottergemsesteenweg-Zuid 803, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 8 sectie H nrs. 364S2, 364T2, 364H3, 364B4, 364K4, afdeling 24 sectie B nrs. 532B2 en 539N

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 22 december 2021.

De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 22 december 2021.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 3 februari 2022.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

 

De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag omvat het veranderen van een kunststofverpakkingsbedrijf. Het betreft het bouwen van een nieuw innovatiecentrum ‘Innovation Centre Europe’ (ICE) bij de firma Amcor te Gent. ICE moet de verdere ontwikkeling van duurzame en recycleerbare verpakkingen versnellen en verder ondersteunen.

De locatie situeert zich aan de Ottergemsesteenweg-Zuid 801, een voornamelijk industriële omgeving maar tevens ook de omgeving van de Ghelamco Arena, de BricoPlanet en ISPC.

 

De stedenbouwkundige handelingen omvatten:

-      De renovatie van de linkervleugel van het bestaande administratiegebouw (RENO-VATIE)

-      De bouw van het Customer Engagement Centre (CEC) 

-      Het Packaging en Recycling Centre (PRC) 

-      Passerelle tussen het Packaging & Recycling Centre en het Material Science Centre (PASSERELLE) 

-      Het Material Science Centre (MSC) 

-      Een nieuw receptiegebouw voor de vrachtwagens/wachtpost (RECEPTIE) 

-      De heraanleg van de inrit van de site (INRIT)

 

Om dit te verwezenlijken worden enkele bestaande gebouwen gesloopt en bomen verwijderd:

-          De rechtervleugel van het bestaande administratiegebouw (RECHTERVLEUGEL BT)

-          Het huidige receptiegebouw (RECEPTIE BT).

-          De bestaande fietsenstalling (FIETSENSTALLING BT).

-          Verschillende bestaande bomen.

 

De renovatie van de linkervleugel van het bestaande gebouw: kantoorfunctie

In de huidige toestand zijn er kantoren, een keuken, een refter en bergingen aanwezig, verspreid over 2 bouwlagen. In de nieuwe toestand worden dezelfde functies voorzien, met meer kantoorruimte op de eerste verdieping en een extra blok sanitair op het gelijkvloers. Het volume blijft hetzelfde, maar het dak wordt geïsoleerd. Er wordt ook een connectie gemaakt met het nieuwe aanpalende Customer Engagement Centre. In de bestaande toestand is er een kelder aanwezig, maar deze wordt niet gerenoveerd.

Het gebouw heeft een dakoppervlakte van 822,59 m². De nuttige vloeroppervlakte (gelijkvloers + eerste verdieping) bedraagt 1452,64 m². De kroonlijsthoogte in de nieuwe toestand bedraagt 10,35 m en de nokhoogte 10,67 m (ten opzichte van het maaiveld op niveau-1,4 m).

Het gebouw wordt aan de buitenkant opgefrist en blijft het bestaande uitzicht behouden.

 

Het Customer Engagement Centre (CEC): kantoorfunctie

Het CEC wordt gebouwd ter hoogte van de huidige parking, naast het bestaande administratiegebouw. Het CEC bestaat uit een open ondergrondse parking met daarboven een daktuin en een kantoorgebouw. Het gebouw omvat voornamelijk kantoren, vergaderzalen, een receptie en lunch/lounge-ruimtes. Daarnaast zijn er nog enkele specifieke bedrijf gerelateerde lokalen voor de klanten aanwezig zoals bv. een experimentele keuken, een gesimuleerde winkelzone met materialen van het verpakkingsbedrijf en een prototype-labo, waar nieuwe verpakkingsconcepten (virtueel en fysisch) zullen ontwikkeld worden.

De toegang bevindt zich centraal en kan op verschillende manieren: via de lift of trap uit de ondergrondse parking of via de voetgangerspasserelle die voor het gebouw hangt. De voetgangerspasserelle bestaat uit een trap (recht voor de ingang) en een helling (die langs het gebouw ligt). Men komt terecht in een dubbelhoge ruimte, waar de receptie en lobby gevestigd zijn. Naast deze centrale ruimte zijn enkele functionele zones aanwezig (sanitair, berging, bagageruimte, kantoor receptie). Met een trap of de lift kan men naar de kantoren op de eerste verdieping. Op het gelijkvloers zijn er voornamelijk vergaderzalen en bedrijf gerelateerde lokalen voor de klant aanwezig. Vele ruimtes kijken uit op de binnentuin, het groen dak van de parking, zowel ruimtes van het nieuwe gebouw als van het bestaande administratiegebouw.

De tuin is ook toegankelijk via het bestaande administratiegebouw. In het bestaande administratie gebouw (naast het PRC) wordt een tuinberging voorzien, van waar men ook de tuin kan bereiken met machines e.d. voor onderhoud van de binnentuin.

De parking onder het CEC heeft een open karakter, want het terrein helt naar de parking toe en er is een opening in de vloerplaat van de daktuin, waardoor er nog extra licht naar binnen komt. In de parking is ook een technische ruimte aanwezig. Er worden 10 laadpalen voor elektrische wagens voorzien.

Het afgewerkte vloerpeil van het gelijkvloers van het CEC (+0,00 m) vormt het referentiepeil voor het hele project. Het is hetzelfde peil als het afgewerkte vloerpeil van het renovatiegedeelte (de linkervleugel). Het maaiveld ligt op -1,40 m. Het afgewerkte vloerpeil van de ‘ondergrondse’ parking op -3,35 m. Het CEC heeft een dakoppervlakte van 1167,98 m². De nuttige vloeroppervlakte (gelijkvloers + eerste verdieping) bedraagt 1989,16 m². De parkeerlaag heeft een oppervlakte van 2126,44 m² (inclusief technische ruimtes). Het gebouw is 11,6 m hoog (ten opzichte van het maaiveld).

Het materiaal bestaat uit een voorgevel in beton met enkele accenten in het gevelvlak zoals uitspringend raam en ingesprongen raam. Bovenaan de ingang komt een logo van het bedrijf. De gevel naar de binnentuin is een gordijngevel. De binnentuin zelf wordt een groendak met diverse beplanting en waterdoorlatende paden.

 

Het Packaging en Recycling Centre (PRC): industriële functie

Dit betreft een hal waar enkele kleinere machines zullen geplaatst worden. Er zullen recyclagetesten en verpakkingstesten gebeuren op kleine schaal. Het betreft een dubbelhoge hal, met een tussenvloer en passerelle op de eerste verdieping. Op de grens met het CEC is een trappenkoker aanwezig, die zowel op het gelijkvloers als op de verdieping toegang geeft tot het CEC. Op de eerste verdieping kunnen op de tussenvloer nog enkele machines geplaatst worden. Daarnaast is ook een passerelle aanwezig voor de circulatie van voetgangers. Deze loopt langsheen de omtrek van het gebouw. Via de interne passerelle is er toegang tot de externe passerelle tussen het PRC en MSC. De interne passerelle geeft ook toegang tot het bestaande administratiegebouw (eerste verdieping). 

Op het gelijkvloers is het gebouw terug getrokken waardoor er een overdekte ruimte gecreëerd wordt. Dit wordt een overdekte fietsenstalling. Er kunnen ongeveer 72 fietsen gestald worden. Dit is meer dan in de huidige fietsenstalling.

Het gebouw heeft een dakoppervlakte van 1220,36 m². De nuttige vloeroppervlakte (gelijkvloers + eerste verdieping) bedraagt 1400,39 m². Het gebouw is 9,5 m hoog (ten opzichte van het maaiveld).

Materiaal wordt ook in beton voorzien met donker grijs buitenschrijnwerk. De structuur wordt opgetrokken in staal en bekleed met sandwichpanelen. Op het dak komen zonnepanelen.

 

Passerelle: circulatie

De passerelle heeft als doel een veilige circulatie mogelijk te maken voor voetgangers tussen het Packaging & Recycling Centre en het Material Science Centre. De vrachtwagens kunnen er onder door rijden. De passerelle heeft een oppervlakte van 97,36 m². De vloerplaat ligt op 5,63m boven het maaiveld. De totale hoogte bedraagt 9,10 meter.

Het materiaal is een stalen vakwerkstructuur, die zal geschilderd worden in een donker grijze kleur. De borstwering wordt opgebouwd uit donker grijze geperforeerde metalen platen.

 

Het Material Science Centre (MSC): industriële functie op gelijkvloers, kantoren en labo’s op verdieping 

Dit nieuwe gebouw wordt gebouwd naast het bestaande hoog stapelmagazijn en in het verlengde van het bestaande R&D-centrum. Op het gelijkvloers wordt een operationele zone voorzien voor machines en een industrieel labo. Op de eerste verdieping is een labo aanwezig, met enkele kantoren en vergaderzalen bij. Een trappenhal (met goederenlift) verbindt de twee bouwlagen. De trappenhal geeft op het gelijkvloers toegang tot buiten en op de eerste verdieping toegang tot de passerelle tussen het PRC en MSC.

Van op de eerste verdieping wordt intern ook nog een verbinding gemaakt met de reeds bestaande passerelle (die samen met het R&D-center werd gebouwd). Er wordt dus intern op de eerste verdieping langs de rand van het hoog stapelmagazijn nog een stukje passerelle toegevoegd om het MSC te verbinden met het R&D-centrum en de bestaande passerelle (en dus ook de kantoren en zone extrusie die zich meer achteraan op de site bevinden). Hierdoor wordt het ook mogelijk om via de parking achteraan op de site via de passerelles veilig het CEC te bereiken.

Het gebouw heeft een dakoppervlakte van 798 m². De nuttige vloeroppervlakte (gelijkvloers+ eerste verdieping) bedraagt 1479,34 m². Het gebouw is 9,8 m hoog (ten opzichte van het maaiveld).

Het betreft een staalstructuur met sandwichpanelen. Het buitenschrijnwerk heeft een donkere grijze kleur. Het bandraam zal door getrokken worden over de lengte van de uitbreiding.

 

Een nieuw receptiegebouw voor de vrachtwagens (wachtpost): kantoorfunctie

Dit betreft een klein receptiegebouw/wachtpost voor de aanmelding van de vrachtwagenchauffeurs en contractoren die de site wensen binnen te rijden. Het receptiegebouw bevindt zich ter hoogte van de nieuwe inrit, tussen de wachtplaatsen van de vrachtwagens en de bestelwagens. Er wordt een luifel gecreëerd zodat er een overdekte toegang is. Binnenin zijn ook nog een berging (voor onder andere leveringen) en een toilet aanwezig. De dakoppervlakte bedraagt 61,32 m². De nuttige vloeroppervlakte bedraagt 38 m². Het receptiegebouw is 3,4 meter hoog

 

De heraanleg van de inrit van de site

De huidige inrit is een bijzonder onveilige situatie. Er is een chaotische mix van truckverkeer, auto’s en fietsers. Om de situatie veiliger te maken wordt het verkeer opgesplitst: een aparte inrit voor personenwagens, een aparte inrit voor vrachtwagens en een apart fiets- en voetpad. Het fietspad leidt rechtstreeks naar de nieuwe fietsenstalling. De fietsers moeten de oprit voor de vrachtwagens dus niet meer kruisen.

De inrit voor de vrachtwagens omvat een aantal wachtplaatsen voor de vrachtwagens van waaruit de vrachtwagens na aanmelding aan de receptie de site rechtstreeks kunnen binnenrijden (na opening van de poort). Er is ook een aparte wachtstrook voor de bestelwagens (contractoren) voorzien. Er is een gemeenschappelijke uitrit, naast de wachtplaatsen voor de vrachtwagens.

Tussen en naast de verharding worden zoveel mogelijk groene zones voorzien. Deze groene zone wordt langsheen de straat over de volledige lengte van het perceel doorgetrokken, voor het nieuwe CEC en het bestaande gebouw.

De toegangsweg langs de Ottergemsesteenweg-Zuid voor de personenwagens is 6 meter breed, voor de vrachtwagens 12 meter breed. De totale oppervlakte voor de betonverharding van de heraanleg van de inrit bedraagt 2312,28 m².  De groen zones in en langs de inrit hebben een oppervlakte van 541,40 m². De nieuwe groenzone vóór het gebouw (renovatie+ CEC + PRC) heeft een oppervlakte van 1042,61 m² (groene helling niet bijgeteld).

De inrit wordt aangelegd in betonverharding, waar zwaar vrachtverkeer kan over rijden.

 

Verwijderen van de rechtervleugel van het bestaande administratiegebouw

De rechtervleugel van het bestaande administratiegebouw wordt afgebroken in functie van de bouw van het PRC. In de rechtervleugel bestaande uit 2 bouwlagen zijn in de huidige toestand volgende functies aanwezig: kantoren, labo’s en bergingen. Het gebouw is ca. 40,85 m lang en 18,23 meter breed. De hoogte van het gebouw bedraagt ongeveer 9,45 m (ter hoogte van het niveau -1,4 meter). Er wordt in totaal een bovengronds volume van ca. 7421,79 m³ gesloopt.

 

Verwijderen van het huidige receptiegebouw

Het huidige receptiegebouw wordt verwijderd. Het betreft een kleine constructie, met een overkapping, die in vervallen staat verkeert.
De hoogte van de overkapping bedraagt ca. 4,35 meter. Het receptiegebouw is 6 meter breed en 8,3 meter diep. De dakoppervlakte bedraagt 49,80 m². Er wordt dus een bovengronds volume van ca. 216,63 m³ gesloopt.

 

Verwijderen van de bestaande fietsenstalling

De bestaande fietsenstalling zal verwijderd worden in functie van de nieuwe inrit. Er wordt wel een nieuwe overdekte fietsenstalling voorzien (onder het PRC). Het is de bedoeling om de bestaande fietsenstalling te demonteren en later her op te bouwen op een andere plaats op de site. Deze nieuwe inplanting dient nog bepaald te worden.

De huidige fietsenstalling bestaat uit 2 volumes met volgende afmetingen: 6,6 x 12,2m en 5,3 x 20,3m. De totale oppervlakte bedraagt 188,11 m². De hoogte is beperkt: ca. 2,3m. Er wordt dus een bovengronds volume van ca. 432,65 m² gedemonteerd.

 

Het rooien van diverse bestaande bomen

Enkele bomen dienen gerooid te worden in functie van het nieuwe gebouw. Het zijn voornamelijk kleine bomen (stam op 1 meter hoogte boven het maaiveld < 1m). Er zullen ter compensatie wel verschillende nieuwe bomen worden aangeplant in de binnentuin. Er wordt langs de straat ook een nieuwe groenstrook met struiken voorzien. Langs de Ottergemsesteenweg-Zuid zal het uitzicht dus veel groener zijn dan voorheen. De 2 mooie grote treurwilgen langs de straat zullen behouden blijven.


Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

12.2.1°

transformatoren met een individueel nominaal vermogen van 100 kVA tot en met 1.000 kVA | vermindering met een transformator van 800kVA | klasse 3 | Verandering

-800 kVA

12.2.2°

transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | vermindering met een transformator van 1250kVA | klasse 2 | Verandering

-1250 kVA

12.3.2°

Accumulatoren: vaste inrichting voor het laden van accumulatoren (meer dan 10 kW) - uitgezonderd laadpalen | uitbreiding batterijladers met 12 kW | klasse 3 | Verandering

12 kW

15.1.2°

al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | uitbreiding met 4 stapelaars | klasse 2 | Verandering

4 voertuigen

16.1.b)2°

overige productie van gas, met een capaciteit van meer dan 10 Nm3/h tot en met 100 Nm3/h | uitbreiding met een stikstofgenerator van 7,5 Nm³/u | klasse 2 | Verandering

7,5 Nm³/h

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | een uitbreiding met 313,21 kW. Het betreft een verwijdering van een aantal bestaande airco’s uit het te slopen R&O-gebouw en het bijplaatsen van een nieuwe warmtepomp en HVAC’s in de 3 nieuwe afdelingen van het Innovation Center. | klasse 2 | Verandering

313,21 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | uitbreiding van opslag gevaarlijke producten in kleine verpakkingen met 500l | klasse 3 | Verandering

500 liter

23.2.2°a)

behandelen van kunststoffen en vervaardigen van voorwerpen uit kunststoffen - andere dan rubriek 41, volledig gelegen in een industriegebied (meer dan 200 kW) | een uitbreiding met 2224kW. Het betreft een aantal bijkomende verpakkingsmachines in het nieuwe Packaging & Recycling Center, alsook een pré-industriële Mathis-lijn in het Material Science Center. Tevens worden er enkele toestellen verplaatst van het te slopen R&O-gebouw naar het Material Science Center. | klasse 2 | Verandering

2224 kW

23.3.1°c)

opslag van kunststoffen en van voorwerpen uit kunststoffen - andere dan rubriek 41 en 48 (meer dan 200 ton in lokaal) indien volledig gelegen in een industriegebied | uitbreiding met 6 ton | klasse 2 | Verandering

6 ton

24.4.

laboratoria waar geen afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | uitbreiding met 1 labo en verplaatsing van 2 bestaande labo's | klasse 3 | Verandering

1 labo

55.1.1°

andere verticale boringen dan de boringen, vermeld in rubriek 53, 54 en 55.3, tot en met een diepte van het diepte criterium, zoals weergegeven op de kaart in bijlage 2quinquies bij dit besluit, en die gelegen zijn buiten een beschermingszone type III | 60 verticale boringen ten behoeve van een warmtepomp | klasse 3 | Nieuw

1 verticale boring

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

3.4.1°a) | De lozing van maximum 10m³/dag bedrijfsafvalwater zonder gevaarlijke stoffen van bijlage 2C, afkomstig van de afspuitplaats voor voertuigen, via lozingspunt 4 op oppervlaktewater | 1,25 m³/uur

3.4.2° | De lozing van maximum 5,4m³/u, 38m³/dag en 8.000m³/jaar bedrijfsafvalwater met gevaarlijke stoffen van bijlage 2C (regeneratiewater van de demineralisatie en spui van de stoomketel) via lozingspunt 1 op oppervlaktewater | 5,4 m³/uur

3.6.1. | De lozing van maximum 13.000m³/jaar huishoudelijk afvalwater: - 5.000m³/jaar via 4 IBA's (lozingspunten 4 en 4') op de Schelde - 8000m³/jaar via 3 IBA's (lozingspunt 2) in de RWA-riolering van de Ottergemsesteenweg-Zuid | 13000 m³/jaar

4.6.b) | Diverse installaties voor oppervlaktebehandeling van stoffen, voorwerpen of producten waarin organische oplosmiddelen worden gebruikt: drukken en lamineren van kunststoffilmen met een solventverbruik van ca. 3.200 ton/jaar | 3200 ton/jaar

6.4.1° | De maximale opslag van 12.600 liter diverse brandbare vloeistoffen in verplaatsbare recipiënten | 12600 liter

7.1.1° | Een wasmachine voor het reinigen van inktbakken met solventen, waarbij gebruik wordt gemaakt van distillatie om de solventen te recupereren (verbruik van 180 ton solventen/jaar) | 180 ton/jaar

11.1.3°a) | Drukken en grafische industrie: meerdere drukmachines, met een geïnstalleerde, totale drijfkracht van 1.279 kW | 1279 kW

17.1.2.1.2° | De opslag van diverse gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 4.000 liter | 4000 liter

17.1.2.2.1° | De opslag van stikstof in een vaste houder met een waterinhoudsvermogen van 1.346 liter | 1346 liter

17.3.2.1.2.1° | De maximale opslag van 3.088 kg diverse overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 (GHS02) in verplaatsbare recipiënten (o.m. solventen) | 3,088 ton

17.3.2.2.3°b) | De maximale opslag van 467,540 ton diverse ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 (GHS02), zijnde: - 52.930 kg aceton in 5 bovengrondse houders van elk 13,4m³; - 63.000 kg ethylacetaat in 4 bovengrondse houders van 2x11m³ en 2x24m³; - 38.400kg methylethylketon in 2 bovengrondse houders van elk 24m³; - 45.588kg tolueen in 5 bovengrondse houders van 1x6m³, 3x11m³ en 1x13,4m³; - 46.610 kg ethanol in 3 bovengrondse houders van 1x11m³ en 2x24m³; - 221.012kg diverse producten (solventen, lijmen, inkten,...) in verplaatsbare recipiënten | 467,54 ton

17.3.4.2°a) | De maximale opslag van 21,196 ton diverse bijtende producten (GHS05) in verplaatsbare recipiënten | 21,196 ton

17.3.6.3° | De maximale opslag van 461,572 ton diverse schadelijke producten (GHS07), zijnde: - 52.930 aceton in 5 bovengrondse houders van elk 13,4m³; - 63.000kg ethylacetaat in 4 bovengrondse houders van 2x11m³ en 2x24m³; - 38.400 kg methylethylketon in 2 bovengrondse houders van elk 24m³; - 45.588 kg tolueen in 5 bovengrondse houders van 1x6m³, 3x11m³ en 1x13,4m³; - 46.610 kg ethanol in 3 bovengrondse houders van 1x11m³ en 2x24m³; - 215.044 kg diverse producten (solventen, lijmen, inkten,...) in verplaatsbare recipiënten | 461,572 ton

17.3.7.3° | De maximale opslag van 122,18 ton diverse op lange termijn gezondheidsgevaarlijke producten (GHS08), zijnde: - 45.588 kg tolueen in 5 bovengrondse houders van 1x6m³, 3x11m³ en 1x13,4m³; - 76.592 kg diverse producten (solventen, lijmen, inkten enz.) in verplaatsbare recipiënten | 122,18 ton

17.3.8.2° | De maximale opslag van 4.267 kg diverse voor het aquatisch milieu gevaarlijke producten (GHS09) in verplaatsbare recipiënten (lijmen, inkten,...) | 4,267 ton

19.6.1°c) | De maximale opslag van 553m³ houten paletten in een lokaal | 553 m³

26.2. | De maximale opslag van 226ton lijmen | 226 ton

29.5.2.1°a) | Diverse machines voor het mechanisch behandelen van metalen, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 162,1 kW | 162,1 kW

33.3.1°a) | Diverse machines voor het behandelen van papier en karton met een totaal, geïnstalleerde drijfkracht van 28,5 kW | 28,5 kW

33.4.1°a) | De maximale opslag van 100ton papier in lokalen | 100 ton

39.1.3° | 3 stoomgeneratoren met een individuele waterinhoud van respectievelijk 2x7.640 liter en 22.700 liter | 37980 liter

39.2.2° | 2 ontgassers met een individuele waterinhoud van respectievelijk 5.420 liter en 36.000 liter | 41420 liter

43.1.3° | 5 stookinstallaties (2x2.700kWth, 1x150kWth, en 2x250kWth), en een naverbrander (10.184kWth); totaal 16.234 kWth | 16234 kW

59.1.3.1.2° | Diverse installaties voor flexografie, met een jaarlijks oplosmiddelenverbruik van ca. 300 ton | 300 ton/jaar

59.1.3.2.2° | Diverse installaties voor laminage, met een jaarlijks oplosmiddelenverbruik van ca. 1.425 ton | 1425 ton/jaar

59.1.3.3.2° | Diverse installaties voor diepdruk, met een jaarlijks oplosmiddelenverbruik van ca. 1.440 ton | 1440 ton/jaar

 

Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:

6.5.1 | Een verdeelslang, verbonden met de mazouttank van 2.500 liter | 1 verdeelslang

17.3.2.1.1.1.b | De maximale opslag van 2.225 kg ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3, zijnde 2.225 kg mazout in een bovengrondse, dubbelwandige houder van 2.500 liter | 2,225 ton

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

De vergunningverlenende overheid staat in voor de historiek van de inrichting.

 

Omgevingsvergunningen

* Op 19/12/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een kunststofverpakkingsbedrijf (iioa + sh) (OMV_2019096485).

* Op 26/11/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een tijdelijk mobiel toilet (OMV_2020116575).

* Op 22/04/2021 werd een vergunning afgeleverd voor het veranderen van een kunststofverpakkingsbedrijf (OMV_2021007874).

* Op 07/10/2021 werd een aktename afgeleverd voor de exploitatie van een bronbemaling in functie van werken aan een gasleiding (OMV_2021147754).

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 01/04/1964 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van opslagplaats voor nitro-cocon. (1964 ZW 653)

* Op 06/11/1968 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen opslagplaats voor nitro-cillulose. (1968 ZW 1006)

* Op 27/05/1969 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van een bergplaats machine. (1969 ZW 1057)

* Op 27/05/1969 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen stapelplaats. (1969 ZW 1054)

* Op 06/04/1970 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een gebouw nieuwe bobinage na slopen van het gebouw opslagplaats mandrins. (Litt. O-5-70)

* Op 12/07/1971 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van het gebouw bobinage-cello door het optrekken van een 1e verdieping. (Litt. O-6-71)

* Op 06/06/1972 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een meet- en ontspanningsstation voor aardgas. (1972 ZW 1198)

* Op 03/10/1972 werd een vergunning afgeleverd voor het opspuiten oude scheldearm. (1972 ZW 1187)

* Op 04/12/1973 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een gebouw isol. (1973 ZW 1288)

* Op 16/04/1974 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een bureel en magazijn isol. (1974 ZW 1313)

* Op 16/04/1974 werd een vergunning afgeleverd voor aanleg groenzone rond decantatiebekken. (1974 ZW 1314)

* Op 13/08/1974 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een industrieel gebouw. (1974 ZW 1338)

* Op 18/11/1975 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen chemisch bedrijf. (1975 ZW 1419)

* Op 09/01/1986 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen en herbouwen van stockage voor kolen en slakken. (1985/1467)

* Op 28/04/1992 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van een nijverheidsgebouw. (1992/127)

* Op 18/12/2003 werd een vergunning afgeleverd voor de uitbreiding van co-extrusie, de oprichting van 5 silo's, de sloping van een sas co-extrusie, de sloping van een annex magazijn co-extrusie en de uitbreiding van een pipe-rack. (2003/584)

* Op 16/03/2006 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een hoogstapelmagazijn en hoogspanningscabines, het bouwen van laadkades, de plaatsing van koelgroepen. (2005/524)

* Op 16/08/2007 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een korrelmagazijn. (2007/486)

* Op 30/08/2007 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van het extrusiegebouw 'coex 5'. (2007/451)

* Op 13/09/2007 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van het extrusiegebouw 'coex 5+', sociale lokalen en het bouwen van nieuwe silo's. (2007/490)

* Op 02/04/2009 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een hoogstapelmagazijn en hoogspanningscabines, verbouwen laadkades, plaatsen koelgroepen. (2009/81)

* Op 15/03/2012 werd een vergunning afgeleverd voor de aanleg van een personeelsparking op het terrein van amcor. (2012/3)

 

Milieuvergunningen

* Op 01/04/1993 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor opslag kunststoffen. (1184/E/1)

* Op 09/06/1994 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor wijzigen kunststoffenbedrijf en uitbreiding. (1184/E/2)

* Op 08/12/1994 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor opslag kunststoffen. (1184/E/3)

* Op 07/09/1995 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor produktie en verwerking van cellofaan. (1184/E/4)

* Op 11/09/1997 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het wijzigen en uitbreiden van het kunststoffenbedrijf met een nieuw r & d - gebouw en nieuwe magazijnen. (1184/E/6)

* Op 11/03/1999 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen van het kunststoffenbedrijf door wijziging (verplaatsen/verhuizen van reeds vergunde activiteiten) en uitbreiding. (1184/E/7)

* Op 05/06/2000 werd door het vlaamse regering de vergunning gedeeltelijk afgeleverd voor het veranderen door uitbreiding en wijziging van een inrichting voor de productie van kunststoffen tot volgende toestand. (1184/E/8)

* Op 09/08/2001 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor mededeling van een kleine verandering. (1184/E/10)

* Op 15/01/2004 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen van het bedrijf voor de productie van kunststoffen. (1184/E/12)

* Op 13/07/2006 werd door de deputatie de vergunning gedeeltelijk afgeleverd voor mededeling van een kleine verandering. (1184/E/14)

* Op 23/11/2006 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het verder exploiteren en veranderen (door wijziging en uitbreiding) van een bedrijf voor het vervaardigen van bedrukte en onbedrukte flexibele verpakkingsfilmen zodat de inrichting vergund is voor volgende rubrieken:. (1184/E/13)

* Op 15/05/2008 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen van de inrichting (door uitbreiding en wijziging) van een bedrijf voor het vervaardigen van flexibele verpakkingsfilmen. (1184/E/15)

* Op 15/10/2009 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door wijziging en uitbreiding) van een bedrijf gespecialiseerd in het vervaardigen van bedrukte en onbedrukte flexibele verpakkingsfilmen. (1184/E/16)

* Op 05/01/2012 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door wijziging/uitbreiding) van een inrichting voor het vervaardigen van verpakkingsmateriaal van kunststof. (1184/E/17)

* Op 10/04/2014 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor een mededeling van een kleine verandering voor het veranderen van een inrichting voor het vervaardigen van flexibele verpakkingsfilmen. (1184/E/18)

* Op 22/12/2016 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door wijziging en uitbreiding) van een inrichting voor het vervaardigen van verpakkingsmateriaal van kunststof. (1184/E/19)

 

Afwijkingen

* Op 27/05/2002 werd door de deputatie een goedkeuring verleend voor wijziging van de bijzondere voorwaarden lozing afvalwater. (1184/E/11)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in industriegebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de ander industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.


Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

Het project ligt deels in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'AKKERHAGESTRAAT-OTTERGEMSESTEENWEG' (Definitief vastgesteld door de Deputatie op 12 januari 2006). De locatie is volgens dit RUP gelegen in zone voor gemengd project.

Het project ligt deels in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'AKKERHAGESTRAAT-OTTERGEMSESTEENWEG' (Definitief vastgesteld door de Deputatie op 15 januari 2004). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Zone voor gemengde projecten.

Het perceel van de aanvraag ligt deels in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'GROENAS_4 BOVENSCHELDE' (Definitief vastgesteld door de College van burgemeester en schepenen op 29 juni 2016). De locatie is volgens dit RUP gelegen in zone voor groenbuffer/groenas (in overdruk).

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (zie waterparagraaf).

 

Gewestelijke verordening toegankelijkheid

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

 

Gewestelijke verordening voetgangersverkeer

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

4.5.   Archeologienota

Een archeologienota is niet van toepassing voor deze aanvraag. Het betreft een gebied waarvan op basis van waarnemingen en wetenschappelijke argumenten onderbouwd kon worden dat het met hoge waarschijnlijkheid geen archeologische waarde heeft (12-11-2019  ID: 14870).

5.       WATERPARAGRAAF

De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf. Met betrekking tot de waterparagraaf wordt volgend advies uitgebracht:

 

Het project situeert zich in het stroomgebied van Vertakking De Pauw (beheer : de Vlaamse Waterweg). Het is niet gelegen in effectief of mogelijks overstromingsgebied.

Toetsing aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GSV) en het algemeen bouwreglement van de stad Gent (ABR) inzake hemelwater:

 

Algemeen geplande toestand

Renovatie van de linkervleugel van het bestaande administratiegebouw (713 m²)

Nieuwbouw Customer Engagement Centre (CEC) (1168 m²)

Nieuwbouw Packaging en Recycling Centre (PRC) (1220 m²)

Nieuwbouw passerelle tussen het Packaging & Recycling Centre en het Material Science Centre (97 m²)

Nieuwbouw Material Science Centre (MSC) (798 m²)

Nieuwbouw receptie voor de vrachtwagens/wachtpost (61 m²)

Heraanleg van de inrit van de site en inrit parking in niet waterdoorlatende materiaal
(3374 m²)

Nieuwbouw dak ondergrondse parking aan CEC en helling voor het CEC gebouw (1386 m²) aangelegd als groendak

Er wordt een nieuwe groenzone voor het CECgebouw (behalve ter hoogte van helling) en nieuwe groenzone ter hoogte van heraangelegde oprit voorzien (1584 m²), deze is waterdoorlatend.

 

Gescheiden stelsel

De bouwheer voorziet in voorliggend project zoveel mogelijk (kosten-baten) een privaat gescheiden afvoerstel van afval- en hemelwater op de bestaande bedrijvensite.

Het privaat afvoerstelsel voor hemelwater mondt uit in een interne leiding die afwatert naar de waterloop ten oosten van de inrichting (Vertakking De Pauw) en via een gemengde interne riolering naar de openbare riolering van de Ottergemsesteenweg-Zuid. De openbare riolering is gescheiden van aard, maar wordt stroomafwaarts aangesloten op een gemengde riolering.

 

Verharding

De inrit van de site wordt heraangelegd. Omwille van de aard van het verkeer (zwaar transport) is het niet wenselijk om gebruik te maken van waterdoorlatende verharding. De verharding wordt aangelegd in niet-waterdoorlatende materiaal met een gepaste fundering.

De verharding wordt aangesloten op een infiltratievoorziening. Ook de inrit van de ondergrondse parking wordt aangesloten op deze infiltratievoorziening.

 

Hemelwaterput en groendak

Het dossier bevat een gemotiveerde nota voor het plaatsen van hemelwaterputten met een groter volume dan standaard voorzien in de GSV (en ABR). De bouwheer legt gedetailleerd uit welke oppervlakten zullen aangesloten worden op welke volumes van hemelwaterputten en waarvoor en hoeveel hemelwater er zal kunnen hergebruikt worden (bijlage 1 verantwoordingsnota hemelwater en inplantingsplan riolering).

Er wordt zoveel mogelijk ingezet op het hergebruik van hemelwater. Naast nieuwe zullen ook bestaande sanitaire installaties gevoed worden met hemelwater, evenals dienstkranen voor onderhoud (gebouw, groenzones). Ook de productie van gedemineraliseerd water zal na het voltooien van voorliggend project gebeuren met hemelwater. Aangetoond nuttig hergebruik: 525 267 m³/maand. Bestaande oppervlakten die kunnen aangesloten worden op de hemelwaterputten worden mee aangesloten, om voldoende hemelwater op te vangen voor het hergebruik.

Er kan besloten worden dat de afwijking op de GSV aanvaard kan worden. Er dienen geen bijkomende groendaken voorzien te worden (ABR).

 

De hemelwaterputten moeten vanzelfsprekend voorzien worden van een operationeel pompsysteem dat hergebruik mogelijk maakt, dit is niet af te lezen op de plannen.

Bij voorkeur wordt eveneens een systeem voorzien dat bij een tekort aan hemelwater automatisch overschakelt op leidingwater. De omschakeling gebeurt in functie van een niveaumeting in de hemelwaterput. Bij een tekort wordt leidingwater gebruikt uit een ‘buffertank’. Op die manier kan er geen hemelwater in het leidingwatercircuit terechtkomen en wordt de hemelwaterput niet gevuld met leidingwater, waardoor het volledige volume van de put beschikbaar blijft voor de opvang van hemelwater.

 

Het groendak (tuin) op de ondergrondse parking moet zo opgebouwd worden dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder de planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 l/m².

De dikte van de grondlaag boven de ondergrondse parking moet meer dan 1 m zijn zodat

oppervlakkige infiltratie/verdamping mogelijk is (infiltratie aanwezige paden) en kwalitatief groen kan overleven.

 

Infiltratievoorziening

In dezelfde nota (bijlage 1 verantwoordingsnota hemelwater en inplantingsplan riolering) wordt gedetailleerd geduid welke verharde oppervlakten zullen aangesloten worden op de verschillende infiltratievoorzieningen. De infiltratievoorzieningen bestaan uit ondergrondse kratten aangelegd in slangvorm om zoveel mogelijk infiltratieoppervlakte te creëren. Het dossier bevat ook de nodige gegevens (peilbuismetingen, sonderingen) waarin aangetoond wordt dat infiltratie mogelijk is, maar enkel oppervlakkig (relatief hoge grondwaterstand, circa 1 meter onder het maaiveld).

De bouwheer vraagt ook via de nota om de dimensies van de infiltratievoorzieningen te mogen beperken door het hoge hergebruik aan hemelwater. Dit kan aanvaard worden.

 

Er wordt voldaan aan de GSV en ABR inzake hemelwater. Enkele aandachtspunten worden opgenomen als voorwaarde.

 

ondergrondse constructie

De aanleg van de ondergrondse constructie mag er geenszins voor zorgen dat er een permanente drainage optreedt met lagere grondwaterstanden tot gevolg. Een dergelijke permanente drainage is immers in strijd met de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid waarin is opgenomen dat verdroging moet voorkomen worden, beperkt of ongedaan gemaakt. De ondergrondse parking, kelder,… dient dan ook uitgevoerd te worden als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.

 

Er kan geconcludeerd worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.

De Dienst Milieu en Klimaat verleent onderhavig advies op basis van de gegevens uit het geoloket watertoets (http://www.waterinfo.be).

6.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 3 januari 2022 tot 1 februari 2022.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaren ingediend.

 

7.      OMGEVINGSTOETS

 

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
 

INPLANTING VOLUME

Het ontwerp is naar inplanting, volume en materiaalgebruik ruimtelijk inpasbaar binnen het zijn onmiddellijke omgeving. Het volume is in combinatie met de groenaanleg een meerwaarde naar beeldkwaliteit binnen het straatbeeld en deze industriële omgeving. De nieuwe voorgevel van het Customer Engagement Centre (CEC) in beton en glas is stijlvol en sober. Het positief dat ook straatwanden van dergelijke industriële sites architecturaal een front krijgen.

Het betonvolume van het Packaging & Recycling Centre (PRC) vormt ruimtelijke een verantwoord overgangsvolume tussen het CEC en de passerelle naar de Material Science Centre(MSC). Het MSC heeft een industriële look en sluit aan bij de andere bestaande volumes op de site.

 

 

INRIT

Het is positief dat de tijdige onveilig en onleesbare huidige toestand wordt aangepakt. Er zullen 2 opritten op het openbaar domein worden toegestaan. 1 in functie van de toegang voor personenwagens met een breedte van maximaal 6 meter, 1 in functie van de toegang voor vrachtwagens met een breedte van maximaal 12 meter. Alle parkeerplaatsen op het private domein zullen via deze oprit bereikbaar zijn.

 

 

GROEN - BOMEN

Er is geen bezwaren tegen het rooien van de 13 bomen. Deze staan volgens het gewestplan in een industriegebied. Als compensatie worden 10 nieuwe hoogstammige bomen (met minimumstamomtrek HS12/14) heraangeplant: 4 op de binnentuin (zoals aangegeven op de plannen) en 6 extra in de groenzone (3 langs elke kant van de treurwilg). Dit gebeurt ten laatste het eerstvolgend plantseizoen na het realiseren van de ruwbouw en op minstens 2 m van de perceelsgrens, met ongeveer 8-10 m minimum afstand tussen elke boom.

 

 

MOBILITEIT

Situering en historiek

In de huidige toestand zijn er 2 parkeerzones voor wagens aanwezig op de site: 1 vooraan de site (nabij het administratiegebouw, 64 plaatsen) en 1 achteraan de site (langs de Schelde, inrit naast Blue Towers, 200 plaatsen). De meeste werknemers parkeren zich op de parking achteraan. In de huidige toestand is nog een kwart van deze parkeerplaatsen vrij (50 plaatsen).

In de nieuwe toestand zijn 68 parkeerplaatsen aanwezig in de ondergrondse parking (vooraan) waarvan 5 aangepaste parkeerplaatsen en waarvan 10 parkeerplaatsen voor elektrische wagens. Het aantal parkeerplaatsen vermeerdert in kleine mate, maar blijft dus van dezelfde grootteorde.

 

Voetganger

De Ottergemsesteenweg-Zuid is voorzien van comfortabele voetgangersinfrastructuur. De toegang voor voetgangers valt samen met die van het gemotoriseerd verkeer op de circulatielus, dit wordt beter gescheiden.

 

Fiets

De site is vlot bereikbaar vanaf de Ottergemsesteenweg, een weg voorzien van fietspaden en via de fietssnelweg F404 aan de Hamerlandtragel.

 

Collectief vervoer

-          Halte Proeftuinstraat waar bussen 8 en 19 halteren, ligt op 100m.

-          Station Gent-Sint-Pieters ligt op 3km.

-          Het project is matig bereikbaar per openbaar vervoer.

Auto

-      De site is gelegen vlakbij de R4 en op korte afstand van de E17 (met verbinding naar de E40) en is dus goed bereikbaar.

-      Laden en lossen wordt voorzien op eigen terrein. 

 

Parkeren

Om de aanvraag te toetsen aan de goede ruimtelijke aanleg, bekijken we de voorgestelde parkeeroplossingen.

De Stad beoogt de leefbaarheid en kwaliteit van de stad te bewaren en zelfs te versterken zonder de parkeeroverlast op de omgeving zonder meer te verhogen. Daarom moet een evenwicht gezocht worden tussen enerzijds het vermijden van een onbeperkte uitbreiding van de parkeercapaciteit omdat bijkomende parkeerplaatsen immers bijkomend autoverkeer aantrekt en anderzijds het voorzien van voldoende autoparkeercapaciteit om de parkeeroverdruk op straat niet bijkomend te verhogen. Om het fietsgebruik aan te moedigen, wordt een minimum aantal fietsenstallingen gevraagd. Het voorzien van voldoende en comfortabele fietsenstallingen is immers één van de manieren om fietsgebruik te stimuleren.

De Stad stelde hiertoe een set van fiets- en autoparkeerrichtlijnen op, opgenomen in het Parkeerplan Gent, deel uitmakend van het Mobiliteitsplan van de Stad. Deze richtlijnen worden als beoordelingskader gehanteerd en geven mee hoeveel fiets- en autoparkeerplaatsen bij een ontwikkeling op hun plaats zijn. De parkeerrichtlijnen worden gebruikt om aan de hand van objectieve criteria de gewenste parkeerratio te berekenen:

  1. Type functie: er zijn specifieke richtlijnen voor de wonen, werken en commerciële functies. Voor zeer specifieke functies wordt de parkeerratio project per project besproken.
  2. Ligging van het project: hoe dichter bij het stadscentrum, hoe beter de alternatieven voor autoverplaatsingen zijn. Andere vervoerswijzen dan de auto dienen dan ook aangemoedigd te worden. Bovendien is  de verkeersdruk van gemotoriseerd verkeer er hoog en bereikt deze de grenzen van de draagkracht en leefbaarheid van het centrumgebied. Het aantal toegestane parkeerplaatsen ligt dan ook lager dichter bij het stadscentrum dan in de rand. De Zuidelijke Rand Gent is van groot economisch belang. Dit belang zal in de komende jaren nog toenemen. Er zullen immers heel wat terreinen (verder) ontwikkeld worden. Het zal een uitdaging zijn om deze projecten vlot bereikbaar te maken en houden. Een belangrijk element om de bereikbaarheid te blijven garanderen, is het beperken van de automobiliteit naar deze terreinen. Het instrument dat hiervoor gebruikt zal worden, zijn sturende autoparkeerrichtlijnen. Daarom worden voor deze zone aparte parkeerrichtlijnen bepaald.
  3. Grootte van het project: hoe groter het project, hoe meer parkeerplaatsen toegestaan worden.

Voor dit project concrete project gaat het om:

  1. Type functie: industrie/kantoren en loodsen
  2. Ligging: zuidelijke mozaïek
  3. Grootte: reorganisatie van voornamelijk het kantoorgedeelte.

Rekening houdend met bovenstaande, kan het voorstel met een fietsenberging van 72 fietsen worden aanvaard. Dit aantal fietsparkeerplaatsen sluit het beste aan bij de functie en ligging van het project. Deze werd zodanig ingeplant dat deze goed bereikbaar en makkelijk toegankelijk is. Het betreft een overdekte fietsenstalling onder het PRC, dicht bij de ingang. Amcor plant ook nog een bijkomende fietsenstalling aan de kant van de Schelde. Bovendien kunnen de werknemers ook gebruik maken van openbaar vervoer, carpooling…

 

Rekening houdend met bovenstaande sluit het aantal voorzien parkeerplaatsen het beste aan bij de functie en ligging van het project. De voorgestelde plannen voldoen. De bovengrondse parkeerplaatsen worden vervangen door ondergrondse plaatsen. Niettegenstaande er in het ICE 50 extra werknemers worden verwacht in de toekomst blijft het aantal parkeerplaatsen nagenoeg gelijk. Er zullen ook klanten komen naar het innovation centre. Er worden (in de toekomst) gemiddeld een 50-tal, vooral internationale, bezoekers per week verwacht. Deze verblijven in de hotels in de onmiddellijke omgeving van Amcor en kunnen te voet het ICE bereiken. Daarnaast wordt ook gemeenschappelijk vervoer georganiseerd naar de site. Op de nieuwe parking is een vlot toegankelijke drop-off zone voorzien.

 

De Zuidelijke Rand Gent is van groot economisch belang. Dit belang zal in de komende jaren nog toenemen. Er zullen immers heel wat terreinen (verder) ontwikkeld worden. Het zal een uitdaging zijn om deze projecten vlot bereikbaar te maken en houden. Een belangrijk element om de bereikbaarheid te blijven garanderen, is het beperken van de automobiliteit naar deze terreinen. Het instrument dat hiervoor gebruikt zal worden, zijn sturende autoparkeerrichtlijnen. Voor de zone die afgebakend wordt als de Zuidelijke mozaïek gelden strengere autoparkeerrichtlijnen voor de niet-woonfuncties

De Nota fiets- en autoparkeerrichtlijnen is géén op zichzelf staand, verordenend instrument maar houdt wél rekening met de decretaal vastgestelde beoordelingselementen die de goede ruimtelijke ordening mee vorm geven. In die zin is deze nota dan ook te beschouwen als ‘beleidsmatig gewenst met betrekking tot de mobiliteitsimpact’, in de zin van art. 4.3.1 §2 2° a) van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening.

 

Flankerende maatregelen

Bedrijven gelegen in de zuidelijke mozaïek kunnen ondersteuning genieten van het mobiliteitscoördinatiecentrum Spits. Hiervoor kan contact opgenomen worden via info@spits.gent.

Meer info: www.spits.gent

 

 

WATERHUISHOUDINGSSTUDIE

Volgens de waterhuishoudingsstudie die opgemaakt is voor het volledige bedrijventerrein moet het afvalwater (DWA) afgekoppeld worden van de Schelde, enkel regenwater (RWA) is nog op de Schelde aan te sluiten. Het plan houdt hier nog geen rekening mee.

Het interne stelsel dient volledig gescheiden aangeboden te worden, het plan is in die zin aan te passen.

 

 

BODEM en GRONDWATER
Indien voor de bouw een grondwaterbemaling noodzakelijk is voor ofwel de verwezenlijking van bouwkundige werken, ofwel de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, dan is dit volgens Vlarem indelingsplichtig en dient dit gemeld te worden. Er kan slechts gestart worden met de bemalingswerken indien de melding geakteerd werd in het college van burgemeester en schepenen. Het bemalingswater dient zoveel mogelijk terug in de grond gebracht te worden (retourbemaling, infiltratie, ...). Indien dit technisch onmogelijk is dient het bemalingswater in eerste instantie geloosd te worden op oppervlaktewater of op de leiding voor regenwaterafvoer van de openbare riolering.

 

Indien grondverzet plaatsvindt, moet dit gebeuren overeenkomstig de regels m.b.t. het gebruik van de uitgegraven bodem (Hoofdstuk XIII VLAREBO). Als algemeen principe geldt dat voor iedere partij reeds uitgegraven bodem die groter is dan 250 m³ en die niet ter plaatse wordt gebruikt, een technisch verslag moet opgemaakt worden. Deze verplichting geldt ook voor een partij samengesteld uit verschillende partijen uitgegraven bodem kleiner dan 250 m³ waarvoor er geen verplichting tot technisch verslag was, en ook voor een partij groter dan 250 m³ die in verschillende partijen kleiner dan 250 m³ wordt afgevoerd en gebruikt (artikel 173, §2).
Meer info over grondverzet kan verkregen worden bij de infolijn van de OVAM op 015/284.284 en 015/284.459.

 

Voor het gebied werd een beschrijvend bodemonderzoek opgemaakt (OVAM dossiernr. 5274). Er moet tijdens de werken (afgravingen, bemalingen,…) dan ook rekening gehouden worden met de conclusies en eventuele voorwaarden die zijn opgenomen in het onderzoek voor zover ze van toepassing zijn op de werken in de aanvraag.

 

 

AFVAL

De verplichting om selectief te slopen, renoveren en/of te ontmantelen staat in artikel 4.3.3 van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Vlarema).

 

Het dossier bevat een sloopopvolgingsplan.

Bij de sloop moet de nodige aandacht besteed worden aan de aanwezigheid van asbest. Meer informatie over het correct omgaan met asbest is terug te vinden op de website van OVAM: https://www.ovam.be/omgaan-met-asbest.

 

Elke afvoer van afvalstoffen moet gedocumenteerd worden met een identificatieformulier of een afgiftebewijs. De uitvoerder van de bouw-, infrastructuur-, sloop- en ontmantelingswerken bezorgt deze documenten aan de houder van de omgevingsvergunning. Deze dienen 5 jaar bijgehouden te worden.

 

 

STOFEMISSIES

De uitvoerder van bouw-, sloop- en infrastructuurwerken moet de emissie van stof zo laag mogelijk houden en moet hiertoe maatregelen treffen.

De verplichte maatregelen staan opgesomd in hoofdstuk 6.12 van Vlarem II.

De aandacht wordt gevestigd op artikel 6.12.3 van deze regelgeving. Dit artikel vermeldt vier concrete maatregelen om stofemissies te voorkomen:

1. afscherming met doeken of zeilen,

2. beneveling van de locatie waar de werken worden uitgevoerd,

3. bevochtiging ter hoogte van de apparatuur,

4. rechtstreekse stofafzuiging op breekhamers, polijstmachines, slijpschijven, boormachines, freesmachines en schuurmachines.

Minimaal één van deze vier maatregelen moet genomen worden.

Als er visueel waarneembare stofverspreiding optreedt kan bijkomende verneveling verplicht zijn.

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Er worden geen opmerkingen gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.

 

CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

 

De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het veranderen van een kunststofverpakkingsbedrijf (IIOA + SH) van AMCOR FLEXIBLES TRANSPAC bv en de heer Stefaan Van den Bossche, gelegen te Ottergemsesteenweg-Zuid 803, 9000 Gent.

    

Artikel 2

Verzoekt de deputatie om volgende voorwaarden voor de geplande werken op te nemen:

Bomen

Minstens 10 hoogstammige bomen (met minimumstamomtrek HS12/14) worden heraangeplant waarvan 4 op de binnentuin (zoals zelf aangegeven op de plannen) en 6 extra in de groenzone langs de straatzijde  (3 langs elke kant van de treurwilg) met ongeveer 8-10 m minimum plantafstand en dit ten laatste het eerstvolgend plantseizoen na het realiseren van de ruwbouw en op minstens 2 m van de perceelsgrens.

 

Waterparagraaf

- De hemelwaterputten moeten vanzelfsprekend voorzien worden van een operationeel pompsysteem dat hergebruik mogelijk maakt.

Bij voorkeur wordt eveneens een systeem voorzien dat bij een tekort aan hemelwater automatisch overschakelt op leidingwater. De omschakeling gebeurt in functie van een niveaumeting in de hemelwaterput. Bij een tekort wordt leidingwater gebruikt uit een ‘buffertank’. Op die manier kan er geen hemelwater in het leidingwatercircuit terechtkomen en wordt de hemelwaterput niet gevuld met leidingwater, waardoor het volledige volume van de put beschikbaar blijft voor de opvang van hemelwater.

- Het groendak (tuin) op de ondergrondse parking moet zo opgebouwd worden dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder de planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 l/m².

De dikte van de grondlaag boven de ondergrondse parking moet meer dan 1 m zijn zodat

oppervlakkige infiltratie/verdamping mogelijk is (infiltratie aanwezige paden) en kwalitatief groen kan overleven.

- De ondergrondse parking/kelder dient uitgevoerd te worden als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.

 

Grondverzet en bemaling

Voor het gebied werd een beschrijvend bodemonderzoek opgemaakt (OVAM dossiernr. 5274). Er moet tijdens de werken (afgravingen, bemalingen,…) dan ook rekening gehouden worden met de conclusies en eventuele voorwaarden die zijn opgenomen in het onderzoek voor zover ze van toepassing zijn op de werken in de aanvraag.

 

Waterhuishouding

Volgens de waterhuishoudingsstudie die opgemaakt is voor het volledige bedrijventerrein moet het afvalwater (DWA) afgekoppeld worden van de Schelde, enkel regenwater (RWA) is nog op de Schelde aan te sluiten. Het plan houdt hier nog geen rekening mee.

Het interne stelsel dient volledig gescheiden aangeboden te worden, het plan is in die zin aan te passen.

 

Riolering

De aansluiting op het rioleringsnet is verplicht en wordt, wat betreft het gedeelte op het openbaar domein, uitgevoerd door FARYS. Een aanvraag tot het bekomen van een huisaansluiting moet ingediend worden bij FARYS via www.farys.be/nl/rioolaansluiting of verstuurd worden naar Stropstraat 1 te 9000 Gent.

 

De afvoer van het regen- en afvalwater moeten op kosten en op risico van de bouwheer, binnen zijn eigen terrein uitgevoerd worden. Het afvoeren kan hetzij door natuurlijke afloop, hetzij door oppompen.

 

Een bestaande aansluiting of een wachtaansluiting dient in regel gebruikt/ (her)bruikt te worden. De  locatie en de diepteligging ervan zijn bindend. De bestaande aansluiting dient ter hoogte van de rooilijn opgezocht, opgemeten en gemarkeerd te worden. Indien ze (tijdelijk) niet in dienst blijft is het de taak van de bouwheer om deze ter hoogte van de rooilijn dicht te maken om elke instroom te vermijden.

Bij een nieuwe huisaansluiting wordt het traject bepaald in overleg tussen rioolbeheerder en klant. De algemene veiligheid, de instandhouding en de normale werking van de elementen van de huisaansluiting moeten verzekerd zijn en het toezicht, de controle en het onderhoud moeten gemakkelijk uitgevoerd kunnen worden. Voor de diepteligging dient er rekening mee gehouden te worden dat de huisaansluiting in regel door FARYS wordt gerealiseerd vóór aanleg van de privéwaterafvoer op een maximale diepte van 50 cm onder het maaiveld. Indien de diepteligging van de hoofdriolering of (kruisen van de) nutsleidingen deze diepte niet toelaten, zal de huisaansluiting op de meest haalbare diepte worden aangelegd.

 

De aanvrager dient zich te houden aan de bepalingen van het Bijzonder Waterverkoopreglement huisaansluitingen. Dit reglement is terug te vinden op www.farys.be/wettelijke-bepalingen.

De bijzondere aandacht wordt gevestigd op :

* De openbare riolering kan onder druk komen tot het maaiveld niveau, wat neerkomt op een stijging van het waterpeil in de buizen en de aansluitingen (code van goede praktijk voor  rioleringssystemen : www.vmm.be/wetgeving/code-van-goede-praktijk-voor-rioleringssystemen).

De bouwheer moet hier dan ook rekening mee houden bij de aanleg van (en de aansluitingen op) zijn privéwaterafvoer. Het Stadsbestuur kan onder geen enkele voorwaarde aansprakelijk gesteld worden voor schade door wateroverlast die een gevolg is van een onoordeelkundige aanleg van de privéwaterafvoer.

* Door de aanleg van gescheiden rioleringsstelsels, zowel op openbaar als op privaat domein, kan er sneller geurhinder ontstaan als gevolg van het geconcentreerde (onverdunde) afvalwater.

De aanvrager dient bij geurhinder op eigen initiatief en kosten elke instroomopening op zijn privéwaterafvoer door middel van een waterslot geurdicht af te schermen.

Om geurhinder als gevolg van de eigen private riolering te reduceren werden er enkele richtlijnen opgesteld, die u via deze link kan terugvinden: www.farys.be/richtlijnengeurhinder.

De interne riolering moet zo ontworpen worden dat een toekomstige aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater).

Er is nog geen aparte regenwaterafvoer (RWA)-aansluiting mogelijk. Voor zover het niet mogelijk is om het regenwater ter plaatse te laten infiltreren of in de gracht te lozen is de RWA-leidingen naar de straat te voorzien als wachtaansluiting. Voorlopig moeten het regen- en afvalwater gezamenlijk naar de riolering afgevoerd worden. Bovendien moeten de RWA-, en DWA-afvoeren naast elkaar worden aangeboden met een tussenafstand van 40 tot 60 cm. Hierbij loopt het DWA-gedeelte in een rechte lijn door naar de openbare riolering.

 

Bij een toekomstige aanleg van het openbaar domein zal de riolering gescheiden worden.

De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht volgens het Algemeen Waterverkoopreglement bij aanbouw en/of het voorzien van een nieuwe aansluiting. Meer informatie vindt u op www.farys.be/keuring-privewaterafvoer

 

Er moet blijvend voorzien worden in een septische put. Alle en enkel de toiletten zijn hierop aan te sluiten.

 

Opritten

Er zullen 2 opritten op het openbaar domein worden toegestaan. 1 ifv de toegang voor personenwagens met een breedte van maximaal 6 meter, 1 ifv de toegang voor vrachtwagens met een breedte van maximaal 12 meter.

Alle parkeerplaatsen op het private domein moeten via deze oprit bereikbaar zijn.

 

Het is de bouwheer niet toegestaan om zelf opritten op openbaar domein aan te passen.

Na het beëindigen van de werken zullen de opritten op het openbaar domein aangepast worden door de Stad Gent op kosten van de bouwheer volgens het geldende retributiereglement. Opritten op openbaar domein, die niet aangelegd zijn door de stad kunnen worden opgebroken. Dit dient, na de werken, verplicht aangevraagd te worden, het aanvraagformulier kan u downloaden via de website www.stad.gent (typ trottoirs en opritten in het zoekveld).

Dit document dient bezorgd te worden aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Administratief Centrum, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, mail: tdwegen@stad.gent. Of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent

 

De openbare, groene bermen mogen in geen geval verhard worden of voorzien van andere private materialen door de bouwheer. Ook halfverhardingen/steenslag - zowel nieuwe als bestaande - zijn niet toegelaten. In het geval van inbreuken kan de stad deze verhardingen/materialen opbreken op kosten van de bouwheer.

 

Openbaar domein:

Bij het vastleggen van de vloerpassen en dorpelpeilen van het gebouw moet de bouwheer rekening houden met het bestaande peil van de dichtst bijgelegen rand van de openbare verhardingen. Het openbaar domein (zowel verharde als onverharde stroken) wordt aangelegd met een dwarshelling van 2% richting de as van de straat. De peilen van de bestaande verhardingen worden niet aangepast in functie van aanpalende bouwwerken. Er worden ook geen trappen en/of hellingen toegestaan op het openbaar domein om de gebouwen toegankelijk te maken.

 

Regenwater vanop het privaat terrein mag in geen geval afwateren op het openbaar domein.

 

Artikel 3

Verzoekt de deputatie om volgende aandachtspunten op te leggen aan de aanvrager:

Openbaar domein

De bouwheer is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer.

 

De vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende groenaanleg, bermen, trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken. Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Administratief Centrum, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, via e-mail:tdwegen@stad.gent of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).

 

Grondverzet en bemaling

Indien voor de bouw een grondwaterbemaling noodzakelijk is voor ofwel de verwezenlijking van bouwkundige werken, ofwel de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, dan is dit volgens Vlarem indelingsplichtig en dient dit gemeld te worden. Er kan slechts gestart worden met de bemalingswerken indien de melding geakteerd werd in het college van burgemeester en schepenen. Het bemalingswater dient zoveel mogelijk terug in de grond gebracht te worden (retourbemaling, infiltratie, ...). Indien dit technisch onmogelijk is dient het bemalingswater in eerste instantie geloosd te worden op oppervlaktewater of op de leiding voor regenwaterafvoer van de openbare riolering.

 

Indien grondverzet plaatsvindt, moet dit gebeuren overeenkomstig de regels m.b.t. het gebruik van de uitgegraven bodem (Hoofdstuk XIII VLAREBO). Als algemeen principe geldt dat voor iedere partij reeds uitgegraven bodem die groter is dan 250 m³ en die niet ter plaatse wordt gebruikt, een technisch verslag moet opgemaakt worden. Deze verplichting geldt ook voor een partij samengesteld uit verschillende partijen uitgegraven bodem kleiner dan 250 m³ waarvoor er geen verplichting tot technisch verslag was, en ook voor een partij groter dan 250 m³ die in verschillende partijen kleiner dan 250 m³ wordt afgevoerd en gebruikt (artikel 173, §2).  Meer info over grondverzet kan verkregen worden bij de infolijn van de OVAM op 015/284.284 en 015/284.459.

 

Afval

Bij de sloop moet de nodige aandacht besteed worden aan de aanwezigheid van asbest. Meer informatie over het correct omgaan met asbest is terug te vinden op de website van OVAM: https://www.ovam.be/omgaan-met-asbest.

Elke afvoer van afvalstoffen moet gedocumenteerd worden met een identificatieformulier of een afgiftebewijs. De uitvoerder van de bouw-, infrastructuur-, sloop- en ontmantelingswerken bezorgt deze documenten aan de houder van de omgevingsvergunning. Deze dienen 5 jaar bijgehouden te worden.

 

Stofemissies

De uitvoerder van bouw-, sloop- en infrastructuurwerken moet de emissie van stof zo laag mogelijk houden en moet hiertoe maatregelen treffen.

De verplichte maatregelen staan opgesomd in hoofdstuk 6.12 van Vlarem II.

De aandacht wordt gevestigd op artikel 6.12.3 van deze regelgeving. Dit artikel vermeldt vier concrete maatregelen om stofemissies te voorkomen:

1. afscherming met doeken of zeilen,

2. beneveling van de locatie waar de werken worden uitgevoerd,

3. bevochtiging ter hoogte van de apparatuur,

4. rechtstreekse stofafzuiging op breekhamers, polijstmachines, slijpschijven, boormachines, freesmachines en schuurmachines.

Minimaal één van deze vier maatregelen moet genomen worden.

Als er visueel waarneembare stofverspreiding optreedt kan bijkomende verneveling verplicht zijn.

 

Mobiliteit - Flankerende maatregelen

Bedrijven gelegen in de zuidelijke mozaïek kunnen ondersteuning genieten van het mobiliteitscoördinatiecentrum Spits. Hiervoor kan contact opgenomen worden via info@spits.gent.

Meer info: www.spits.gent