Terug
Gepubliceerd op 11/02/2022

2022_CBS_01477 - OMV_2021050180 - aanvraag omgevingsvergunning voor de verandering van een onderhoudswerkplaats voor trailers met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden - met openbaar onderzoek - Industriepark-Drongen 1, 9031 Drongen - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 10/02/2022 - 08:31 Virtueel - Via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 10/02/2022 - 09:03
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Tine Heyse

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Elke Decruynaere, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_01477 - OMV_2021050180 - aanvraag omgevingsvergunning voor de verandering van een onderhoudswerkplaats voor trailers met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden - met openbaar onderzoek - Industriepark-Drongen 1, 9031 Drongen - Vergunning 2022_CBS_01477 - OMV_2021050180 - aanvraag omgevingsvergunning voor de verandering van een onderhoudswerkplaats voor trailers met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden - met openbaar onderzoek - Industriepark-Drongen 1, 9031 Drongen - Vergunning

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Scania Belgium NV met als contactadres Antoon van Osslaan 1 bus 28, 1120 Brussel heeft een aanvraag (OMV_2021050180) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 10 september 2021.

 

De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: de verandering van een onderhoudswerkplaats voor trailers met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden

• Adres: Industriepark-Drongen 1, 9031 Drongen

Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie D nr. 932L

 

Aanvullende informatie werd ontvangen op 12 oktober 2021. Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 5 november 2021.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 2 februari 2022.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Het betreft de verandering van een onderhoudswerkplaats voor trailers met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden.

 

De basisvergunning (3470/E/3) van de inrichting loopt tot 1 oktober 2035.

In de huidige aanvraag wordt een nieuwe stookinstallatie op propaangas geplaatst, een ontvettingsbad (400 l) geplaatst en wordt de opslag van diverse producten zoals verven, vernissen, olie… aangevraagd onder rubriek 17.4.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:
 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.4.1°

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | Een wasplaats voor het wassen van maximaal 5 vrachtwagens per dag. Het betreft voertuigen die worden aangeboden voor herstelling en dus geen publiek toegankelijke wasplaats. | klasse 3 | Nieuw

5 vrachtwagens/dag

17.1.2.2.2°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 3000 liter tot en met 10.000 liter | 2 bovengrondse propaantanks van elk 2.750 liter. | klasse 2 | Nieuw

5500 liter

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | De opslag van max. 2.500 liter gevaarlijke producten in kleine verpakkingen | klasse 3 | Nieuw

2500 liter

43.1.1°a)

stookinstallaties volledig gelegen in industriegebied én gestookt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas (van 300 kW tot en met 2 000 kW) | Bijkomende stookinstallatie met een vermogen van 550 kW | klasse 3 | Verandering

550 kW

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

3.4.1°a) | De lozing van bedrijfsafvalwater via een KWS-afscheider met een debiet van 0,5 m³/uur - 2 m³/dag - 400 m³/jaar. | 0,5 m³/uur

4.3.a)1°i) | Een spuitkabine met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 52  kW | 52 kW

6.4.2° | De opslag van 30.000 liter stookolie in een ondergrondse dubbelwandige opslaghouder en de opslag van 10.000 liter diesel in een ondergrondse dubbelwandige opslaghouder. De opslag van 30.000 liter afvalolie in een ondergrondse, dubbelwandige opslaghouder. De opslag van 6.000 liter motorolie in een bovengrondse dubbelwandige opslaghouder. De opslag van 3.000 liter reserveolie in een bovengrondse dubbelwandige opslaghouder. De opslag van 3.000 liter transmissieolie in een bovengrondse dubbelwandige opslag-houder. De opslag van 6.000 liter oliën in vaten. | 88000 liter

6.5.1° | 1 verdeelslang | 1 verdeelslang

12.2.1° | Een transformator met een individueel nominaal vermogen van 400 kVA | 400 kVA

15.1.1° | Het stallen van 10 voertuigen | 10 aantal voertuigen

15.3.1° | Een werkplaats voor het nazicht en het onderhoud van autovoertuigen met 8 schouwputten en 4 hefbruggen. | 12 schouwputten of hefbruggen

16.3.2°a) | Compressoren | 29,5 kW

17.1.2.1.2° | Een opslagplaats voor 2.400 liter gassen in verplaatsbare recipiënten | 2400 liter

17.3.2.1.1.2° | De opslag van 30.000 l stookolie en 10.000 l diesel - totaal 40.000 l | 33,32 ton

17.3.2.1.2.1° | De opslag van max. 2 ton overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 | 2 ton

17.3.2.2.2°b) | De opslag van max. 3,2 ton ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 | 3,2 ton

17.3.3.1°a) | De opslag van max. 2 ton oxiderende stoffen | 2 ton

17.3.4.1°a) | De opslag van max. 10,76 ton bijtende  stoffen | 10,76 ton

17.3.5.1°a) | De opslag van max. 2.000 kg giftige stoffen | 2000 kg

17.3.6.2°a) | De opslag van max. 26,96 ton schadelijke stoffen | 26,96 ton

17.3.7.1°a) | Dee opslag van max. 3,2 ton stoffen die op lange termijn gevaarlijk zijn voor de gezondheid | 3,2 ton

17.3.8.1° | De opslag van max. 2 ton stoffen die gevaarlijk zijn voor het aquatisch milieu | 2 ton

29.5.2.1°a) | Een werkplaats voor metaalbewerking met een totale geïnstalleerde drijfkracht van 50 kW | 50 kW

 

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 18/04/1973 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een administratief centrum. (1973 DR 1037)

* Op 09/03/1995 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van een garagebedrijf en 2 conciërgewoningen. (1994/90113)

 

Milieuvergunningen

* Op 02/03/1995 werd door het college van burgemeester en schepenen de vergunning gedeeltelijk afgeleverd voor het exploiteren van een garagebedrijf. (3470/E/1)

* Op 12/06/2003 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door uitbreiding) van een garage. (3470/E/2)

* Op 01/10/2015 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een onderhoudswerkplaats voor trailers. (3470/E/3)

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgend extern advies is gegeven:  


Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 28 januari 2022 onder ref. 021104-003/DVDS/2022:
Besluit: GUNSTIG ADVIES, mits naleving van de hierboven vermelde maatregelen.

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in industriegebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de ander industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

5.       WATERPARAGRAAF

Het project is niet gelegen in effectief of mogelijks overstromingsgebied. Het project ligt in het stroomgebied van een waterloop in beheer van de Watering Oude Kale en Meirebeek.

 

Er worden geen wijzigingen aangebracht aan gebouwen, verhardingen of het reliëf, waardoor de effecten van de inrichting op het overstromingsrisico voor de omgeving niet zullen wijzigen.

 

Er wordt bodemvreemd materiaal opgeslagen (indelingsplichtig) in niet overstromingsgevoelig gebied.

De impact van het bodemvreemd materiaal wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.

 

Er kan geconcludeerd worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

 

De Dienst Milieu en Klimaat verleent onderhavig advies op basis van de gegevens uit de watertoetskaarten (http://www.waterinfo.be).

 

6.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

 

7.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 15 november 2021 tot 14 december 2021.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaren ingediend.

 

8.       OMGEVINGSTOETS

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
aspect bodem en grondwater

Opslag gevaarlijke producten

De opslag van gevaarlijke stoffen in kleine verpakkingen, zoals olie, ruitensproeier en dergelijke, vindt plaats boven een lekbak.

 

De wastafels voor het ontvetten van motoronderdelen met een ontvettingsproduct betreft een gesloten systeem geplaatst in een opvangbak waarbij de ontvettingsvloeistof bij verzadiging wordt verwijderd via een hiervoor erkende ophaler.

 

wasplaats

In het bedrijf worden voertuigen gewassen. De wasplaats is overdekt en aangesloten op een KWS afscheider met coalescentiefilter.

De KWS dient conform artikel 4.2.3bis.3. en 4.2.3bis4. van Vlarem II regelmatig gecontroleerd (minstens om de 3 maanden) en indien nodig gereinigd te worden. Van de inspecties dient een logboek bijgehouden te worden. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

aspect lucht

Er wordt een nieuwe stookinstallatie van 550 kW op propaangas toegevoegd in de aanvraag. De stookinstallatie zal gebruikt worden voor het opwarmen van de spuitcabine. De stookinstallatie is nog niet geplaatst, maar zal geplaats worden vanaf de vergunning is verleend.

Conform hoofdstuk 5.43 van Vlarem II moeten emissiemetingen uitgevoerd worden binnen een periode van drie maanden na de ingebruikname en nadien om de 5 jaar. Ter staving van de naleving, wordt als bijzondere voorwaarde opgelegd dat het meetverslag van de emissiemeting van de stookinstallatie (550 kW), binnen een termijn van 6 maanden na het verlenen van de vergunning moeten bezorgd worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

 

aspect veiligheid

Er worden 2 propaangastanks (groep 1 -2x 2 750 l) aangevraagd. De propaangastanks zullen buiten opgesteld worden. Er zal een omheining rond de tanks geplaatst worden en een veiligheidswand voorzien (omwille van een toegang tot het gebouw op minder dan 5 m).

De afstandsregels van Vlarem II worden gerespecteerd en de nodige keuringen zullen worden voorzien.

Ter staving van de naleving, wordt als bijzondere voorwaarde opgelegd dat binnen een termijn van 6 maanden na het verlenen van de vergunning een foto van de installatie (met omheining en wand) en het attest van goedkeuring door een milieudeskundige in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen moeten bezorgd worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

 

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 021104-003/DVDS/2022) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

aspect energie

Het bedrijf komt in aanmerking voor energiecoaching van de stad Gent. De energiecoach geeft professioneel advies op maat voor zowel renovaties, nieuwbouw of voor een algemene verlaging van het energieverbruik binnen het bedrijf.

Contact en meer info: Energiecoaching@stad.gent of 09 268 23 00 of http://www.stad.gent/energiecoaching. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

aspect gecoördineerde voorwaarde

In de basisvergunning (3470/E/3) van 01/10/2015 werd een aantal bijzondere voorwaarden opgenomen. Deze worden hieronder één voor één overlopen.

‘1. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen gebeurt in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden van de Brandweerzone Centrum dienen steeds nageleefd te worden (zoals gevoegd in bijlage).’

Deze voorwaarde blijft behouden en geactualiseerd met verwijzing naar het laatste brandweer advies. Zie hierboven.

‘2. Binnen een termijn van 3 maanden na het verlenen van de vergunning dient een schema van de afvalwater- en hemelwaterafvoerkanalen met aanduiding van de monsternamepunten en lozingspunten, overgemaakt te worden aan de Dienst Milieutoezicht van de Stad Gent, met vermelding van het dossiernummer.’

Deze voorwaarde wordt niet meer opgenomen. Een schema werd aangeleverd aan de Dienst Toezicht.

‘3. Alle aanwezige gasflessen dienen steeds door middel van beugels of kettingen tegen omvallen worden beschermd.’

Deze voorwaarde wordt niet meer opgenomen. Tijdens plaatsbezoek van 12/01/2022 werd vastgesteld dat de aanwezige gasflessen volgens deze voorwaarde werden opgeslagen.

‘4. Binnen een termijn van 3 maanden na het verlenen van de vergunning moet een emissieverslag van de stookinstallaties, waarin wordt aangetoond dat er voldaan wordt aan de emissiegrenswaarden van Vlarem II, worden bezorgd aan de Dienst Milieutoezicht van de Stad Gent, met vermelding van het dossiernummer.’

Deze voorwaarde wordt niet meer opgenomen. De emissieverslagen werd aangeleverd aan de Dienst Toezicht.

‘5. Binnen een termijn van 3 maanden na het verlenen van de vergunning dienen voor de 6 vaste houders van gevaarlijke vloeistoffen, attesten van beperkt onderzoek, waarin wordt aangetoond dat ze voldoen aan de voorwaarden van Vlarem II voor nieuwe tanks, te worden bezorgd aan de Dienst Milieutoezicht van de Stad Gent, met vermelding van het dossiernummer.’

Deze voorwaarde wordt niet meer opgenomen. De attesten werden aangeleverd aan de Dienst Toezicht.

‘6. De vloeistofdichtheid van de van de kelder dient door een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gevaarlijke stoffen nagegaan te worden. Binnen een termijn van 3 maanden na het verlenen van de vergunning dient een attest hiervan bezorgd worden aan de Dienst Milieutoezicht van de Stad Gent, met vermelding van het dossiernummer.’

Deze voorwaarde wordt niet meer opgenomen. Het attest werd aangeleverd aan de Dienst Toezicht.

‘7. Er dienen steeds de nodige maatregelen getroffen te worden om het morsen van vloeistoffen en de verontreiniging van de bodem, het grond- en oppervlaktewater te voorkomen. Absorptiemateriaal moet voorzien zijn om bij morsen de aangepaste maatregelen te treffen.’

Deze voorwaarde blijft behouden. Tijdens plaatsbezoek van 12/01/2022 werd vastgesteld dat er in de kelder de opgeslagen of opgevangen oliën gelekt hebben en de beschikbare absorptiemiddelen niet gebruikt werden. Het bedrijf heeft aangegeven hier onmiddellijk actie voor te zullen ondernemen.

 

 

CONCLUSIE

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.4.1°

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | Een wasplaats voor het wassen van maximaal 5 vrachtwagens per dag. Het betreft voertuigen die worden aangeboden voor herstelling en dus geen publiek toegankelijke wasplaats. | Nieuw

5 vrachtwagens/dag

17.1.2.2.2°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 3000 liter tot en met 10.000 liter | 2 bovengrondse propaantanks van elk 2.750 liter. | Nieuw

5500 liter

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | De opslag van max. 2.500 liter gevaarlijke producten in kleine verpakkingen | Nieuw

2500 liter

43.1.1°a)

stookinstallaties volledig gelegen in industriegebied én gestookt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas (van 300 kW tot en met 2 000 kW) | Bijkomende stookinstallatie met een vermogen van 550 kW | Verandering

550 kW

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20210318-0113) is:


Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.1°a)

lozen (zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie) van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan de geldende indelingscriteria (tot en met 2 m³/u) | De lozing van bedrijfsafvalwater via een KWS-afscheider met een debiet van 0,5 m³/uur - 2 m³/dag - 400 m³/jaar. | klasse 3

0,5 m³/uur

4.3.a)1°i)

inrichtingen, voorzien van een filterinstallatie met gebruik van actieve kool voor de adsorptie van de afvalgassen of een gelijkwaardige installatie, alsook inrichtingen waar uitsluitend bedekkingsmiddelen  met minder dan 150 g VOS/l worden aangebracht, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van:

5 kW tot en met 60 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Een spuitkabine met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 52  kW | vlarebo : A | klasse 3

52 kW

6.4.2°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van meer dan 50.000 l tot en met 5.000.000 l | De opslag van 30.000 liter stookolie in een ondergrondse dubbelwandige opslaghouder en de opslag van 10.000 liter diesel in een ondergrondse dubbelwandige opslaghouder. De opslag van 30.000 liter afvalolie in een ondergrondse, dubbelwandige opslaghouder. De opslag van 6.000 liter motorolie in een bovengrondse dubbelwandige opslaghouder. De opslag van 3.000 liter reserveolie in een bovengrondse dubbelwandige opslaghouder. De opslag van 3.000 liter transmissieolie in een bovengrondse dubbelwandige opslag-houder. De opslag van 6.000 liter oliën in vaten. | vlarebo : A | klasse 2

88000 liter

6.5.1°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | 1 verdeelslang | klasse 3

1 verdeelslang

12.2.1°

transformatoren met een individueel nominaal vermogen van 100 kVA tot en met 1.000 kVA | Een transformator met een individueel nominaal vermogen van 400 kVA | klasse 3

400 kVA

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Het stallen van 10 voertuigen | klasse 3

10 aantal voertuigen

15.3.1°

autoherstelwerkplaats met meer dan 10 schouwputten of hefbruggen volledig gelegen in een industriegebied | Een werkplaats voor het nazicht en het onderhoud van autovoertuigen met 8 schouwputten en 4 hefbruggen. | vlarebo : A | klasse 2

12 schouwputten of hefbruggen

15.4.1°

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | Een wasplaats voor het wassen van maximaal 5 vrachtwagens per dag. Het betreft voertuigen die worden aangeboden voor herstelling en dus geen publiek toegankelijke wasplaats. | klasse 3

5 vrachtwagens/dag

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Compressoren | klasse 3

29,5 kW

17.1.2.1.2°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 1000 liter tot en met 10.000 liter | Een opslagplaats voor 2.400 liter gassen in verplaatsbare recipiënten | klasse 2

2400 liter

17.1.2.2.2°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 3000 liter tot en met 10.000 liter | 2 bovengrondse propaantanks van elk 2.750 liter. | klasse 2

5500 liter

17.3.2.1.1.2°

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | De opslag van 30.000 l stookolie en 10.000 l diesel - totaal 40.000 l | vlarebo : A | klasse 2

33,32 ton

17.3.2.1.2.1°

overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 10 ton | De opslag van max. 2 ton overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 | klasse 3

2 ton

17.3.2.2.2°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 50 ton als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders | De opslag van max. 3,2 ton ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 | vlarebo : A | klasse 2

3,2 ton

17.3.3.1°a)

oxiderende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS03 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in in­dustrie­gebied | De opslag van max. 2 ton oxiderende stoffen | klasse 3

2 ton

17.3.4.1°a)

bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | De opslag van max. 10,76 ton bijtende  stoffen | klasse 3

10,76 ton

17.3.5.1°a)

giftige vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS06 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 10 kg tot en met 2 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | De opslag van max. 2.000 kg giftige stoffen | klasse 3

2000 kg

17.3.6.2°a)

schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 100 ton als de inrichting volledig is gelegen in in­dustrie­gebied | De opslag van max. 26,96 ton schadelijke stoffen | vlarebo : A | klasse 2

26,96 ton

17.3.7.1°a)

op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | Dee opslag van max. 3,2 ton stoffen die op lange termijn gevaarlijk zijn voor de gezondheid | klasse 3

3,2 ton

17.3.8.1°

voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS09 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 2 ton | De opslag van max. 2 ton stoffen die gevaarlijk zijn voor het aquatisch milieu | klasse 3

2 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | De opslag van max. 2.500 liter gevaarlijke producten in kleine verpakkingen | klasse 3

2500 liter

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | Een werkplaats voor metaalbewerking met een totale geïnstalleerde drijfkracht van 50 kW | vlarebo : O | klasse 3

50 kW

43.1.1°a)

stookinstallaties volledig gelegen in industriegebied én gestookt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas (van 300 kW tot en met 2 000 kW) | - 2 verbrandingsinrichtingen met een warmtevermogen van 685 kW.

- stookinstallatie met een vermogen van 550 kW

Totaal vermogen = 1.920 kW | klasse 3

1920 kW

 

TERMIJN

De gevraagde vergunning voor de ingedeelde inrichting of activiteit kan verleend worden voor een termijn tot en met 1 oktober 2035 (eindtermijn basis vergunning).

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor de verandering van een onderhoudswerkplaats voor trailers met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden aan Scania Belgium nv (O.N.:0402607507) gelegen te Industriepark-Drongen 1, 9031 Drongen.

 

De rubrieken voor de inrichting/activiteit Scania Belgium NV met inrichtingsnummer 20210318-0113 beslist het college als volgt:

 

Vergunde rubrieken:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.4.1°

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | Een wasplaats voor het wassen van maximaal 5 vrachtwagens per dag. Het betreft voertuigen die worden aangeboden voor herstelling en dus geen publiek toegankelijke wasplaats. | Nieuw

5 vrachtwagens/dag

17.1.2.2.2°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 3000 liter tot en met 10.000 liter | 2 bovengrondse propaantanks van elk 2.750 liter. | Nieuw

5500 liter

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | De opslag van max. 2.500 liter gevaarlijke producten in kleine verpakkingen | Nieuw

2500 liter

43.1.1°a)

stookinstallaties volledig gelegen in industriegebied én gestookt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas (van 300 kW tot en met 2 000 kW) | Bijkomende stookinstallatie met een vermogen van 550 kW | Verandering

550 kW

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20210318-0113) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.1°a)

lozen (zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie) van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan de geldende indelingscriteria (tot en met 2 m³/u) | De lozing van bedrijfsafvalwater via een KWS-afscheider met een debiet van 0,5 m³/uur - 2 m³/dag - 400 m³/jaar. | klasse 3

0,5 m³/uur

4.3.a)1°i)

inrichtingen, voorzien van een filterinstallatie met gebruik van actieve kool voor de adsorptie van de afvalgassen of een gelijkwaardige installatie, alsook inrichtingen waar uitsluitend bedekkingsmiddelen  met minder dan 150 g VOS/l worden aangebracht, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van:

5 kW tot en met 60 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Een spuitkabine met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 52  kW | vlarebo : A | klasse 3

52 kW

6.4.2°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van meer dan 50.000 l tot en met 5.000.000 l | De opslag van 30.000 liter stookolie in een ondergrondse dubbelwandige opslaghouder en de opslag van 10.000 liter diesel in een ondergrondse dubbelwandige opslaghouder. De opslag van 30.000 liter afvalolie in een ondergrondse, dubbelwandige opslaghouder. De opslag van 6.000 liter motorolie in een bovengrondse dubbelwandige opslaghouder. De opslag van 3.000 liter reserveolie in een bovengrondse dubbelwandige opslaghouder. De opslag van 3.000 liter transmissieolie in een bovengrondse dubbelwandige opslag-houder. De opslag van 6.000 liter oliën in vaten. | vlarebo : A | klasse 2

88000 liter

6.5.1°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | 1 verdeelslang | klasse 3

1 verdeelslang

12.2.1°

transformatoren met een individueel nominaal vermogen van 100 kVA tot en met 1.000 kVA | Een transformator met een individueel nominaal vermogen van 400 kVA | klasse 3

400 kVA

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Het stallen van 10 voertuigen | klasse 3

10 aantal voertuigen

15.3.1°

autoherstelwerkplaats met meer dan 10 schouwputten of hefbruggen volledig gelegen in een industriegebied | Een werkplaats voor het nazicht en het onderhoud van autovoertuigen met 8 schouwputten en 4 hefbruggen. | vlarebo : A | klasse 2

12 schouwputten of hefbruggen

15.4.1°

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | Een wasplaats voor het wassen van maximaal 5 vrachtwagens per dag. Het betreft voertuigen die worden aangeboden voor herstelling en dus geen publiek toegankelijke wasplaats. | klasse 3

5 vrachtwagens/dag

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Compressoren | klasse 3

29,5 kW

17.1.2.1.2°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 1000 liter tot en met 10.000 liter | Een opslagplaats voor 2.400 liter gassen in verplaatsbare recipiënten | klasse 2

2400 liter

17.1.2.2.2°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 3000 liter tot en met 10.000 liter | 2 bovengrondse propaantanks van elk 2.750 liter. | klasse 2

5500 liter

17.3.2.1.1.2°

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | De opslag van 30.000 l stookolie en 10.000 l diesel - totaal 40.000 l | vlarebo : A | klasse 2

33,32 ton

17.3.2.1.2.1°

overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 10 ton | De opslag van max. 2 ton overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 | klasse 3

2 ton

17.3.2.2.2°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 50 ton als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders | De opslag van max. 3,2 ton ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 | vlarebo : A | klasse 2

3,2 ton

17.3.3.1°a)

oxiderende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS03 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in in­dustrie­gebied | De opslag van max. 2 ton oxiderende stoffen | klasse 3

2 ton

17.3.4.1°a)

bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | De opslag van max. 10,76 ton bijtende  stoffen | klasse 3

10,76 ton

17.3.5.1°a)

giftige vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS06 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 10 kg tot en met 2 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | De opslag van max. 2.000 kg giftige stoffen | klasse 3

2000 kg

17.3.6.2°a)

schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 100 ton als de inrichting volledig is gelegen in in­dustrie­gebied | De opslag van max. 26,96 ton schadelijke stoffen | vlarebo : A | klasse 2

26,96 ton

17.3.7.1°a)

op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | Dee opslag van max. 3,2 ton stoffen die op lange termijn gevaarlijk zijn voor de gezondheid | klasse 3

3,2 ton

17.3.8.1°

voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS09 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 2 ton | De opslag van max. 2 ton stoffen die gevaarlijk zijn voor het aquatisch milieu | klasse 3

2 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | De opslag van max. 2.500 liter gevaarlijke producten in kleine verpakkingen | klasse 3

2500 liter

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | Een werkplaats voor metaalbewerking met een totale geïnstalleerde drijfkracht van 50 kW | vlarebo : O | klasse 3

50 kW

43.1.1°a)

stookinstallaties volledig gelegen in industriegebied én gestookt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas (van 300 kW tot en met 2 000 kW) | - 2 verbrandingsinrichtingen met een warmtevermogen van 685 kW.

- stookinstallatie met een vermogen van 550 kW

Totaal vermogen = 1.920 kW | klasse 3

1920 kW

 

 

Artikel 2

Verleent de ingedeelde inrichting of activiteit tot en met 1 oktober 2035.


Artikel 3

Legt volgende voorwaarden op:

Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

1. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 021104-003/DVDS/2022) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

2. Binnen een termijn van 6 maanden na het verlenen van de vergunning dient het meetverslag van de emissiemeting van de stookinstallatie (550 kW), bezorgd worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

3. Binnen een termijn van 6 maanden na het verlenen van de vergunning dient een foto van de installatie van de propaangastanks (met omheining en wand) en het attest van goedkeuring door een milieudeskundige in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen bezorgd worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.


 

Volgende geactualiseerde milieuvoorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:

1. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 021104-003/DVDS/2022) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

2. Er dienen steeds de nodige maatregelen getroffen te worden om het morsen van vloeistoffen en de verontreiniging van de bodem, het grond- en oppervlaktewater te voorkomen. Absorptiemateriaal moet voorzien zijn om bij morsen de aangepaste maatregelen te treffen.

3. Binnen een termijn van 6 maanden na het verlenen van de vergunning dient het meetverslag van de emissiemeting van de stookinstallatie (550 kW), bezorgd worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

4. Binnen een termijn van 6 maanden na het verlenen van de vergunning dient een foto van de installatie van de propaangastanks (met omheining en wand) en het attest van goedkeuring door een milieudeskundige in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen bezorgd worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

 

Artikel 4

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

De KWS dient conform artikel 4.2.3bis.3. en 4.2.3bis4. van Vlarem II regelmatig gecontroleerd (minstens om de 3 maanden) en indien nodig gereinigd te worden. Van de inspecties dient een logboek bijgehouden te worden.