Terug
Gepubliceerd op 11/02/2022

2022_CBS_01465 - OMV_2022007886 - melding voor de exploitatie van een werkplaats voor metaal- en houtbewerking met opslag van gevaarlijke stoffen (bedrijf Ferro-Seaport gespecialiseerd het ontwerp en commercialisering van gietijzer, gietstaal en aluminium producten voor straat- en havenmeubilair) - Booiebos 6/B, 9031 Drongen - Aktename

college van burgemeester en schepenen
do 10/02/2022 - 08:31 Virtueel - Via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 10/02/2022 - 09:01
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Tine Heyse

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Elke Decruynaere, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_01465 - OMV_2022007886 - melding voor de exploitatie van een werkplaats voor metaal- en houtbewerking met opslag van gevaarlijke stoffen (bedrijf Ferro-Seaport gespecialiseerd het ontwerp en commercialisering van gietijzer, gietstaal en aluminium producten voor straat- en havenmeubilair) - Booiebos 6/B, 9031 Drongen - Aktename 2022_CBS_01465 - OMV_2022007886 - melding voor de exploitatie van een werkplaats voor metaal- en houtbewerking met opslag van gevaarlijke stoffen (bedrijf Ferro-Seaport gespecialiseerd het ontwerp en commercialisering van gietijzer, gietstaal en aluminium producten voor straat- en havenmeubilair) - Booiebos 6/B, 9031 Drongen - Aktename

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 107.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

FERRO SEAPORT BVBA met als contactadres Booiebos 6B, 9031 Gent heeft een aanvraag (OMV_2022007886) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 24 januari 2022.

 

De melding van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: de exploitatie van een werkplaats voor metaal- en houtbewerking met opslag van gevaarlijke stoffen (bedrijf Ferro-Seaport gespecialiseerd het ontwerp en commercialisering van gietijzer, gietstaal en aluminium producten voor straat- en havenmeubilair)

• Adres: Booiebos 6/B, 9031 Drongen

Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie D nr. 822P

 


Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 1 februari 2022.

 

OMSCHRIJVING MELDING

 

1.  BESCHRIJVING VAN DE GEMELDE INRICHTING OF ACTIVITEIT

De melding omvat de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse.

De melding heeft betrekking op de exploitatie van een werkplaats voor metaal- en houtbewerking met opslag van gevaarlijke stoffen (bedrijf Ferro-Seaport gespecialiseerd het ontwerp en commercialisering van gietijzer, gietstaal en aluminium producten voor straat- en havenmeubilair).

 

Volgende rubrieken worden gemeld:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | 2 heftrucks, 1 bestelwagen en 1 aanhangwagen | klasse 3 | Nieuw

4 aantal voertuigen

17.1.2.1.1°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1000 liter | - Propaanflessen voor gebruik van warmeluchtblazers

- Propaan-LT flessen voor gebruik van gasheftruck

- Argongasfles om te lassen

 

Zie overzicht gevaarlijke gassen in toegevoegde bijlage. | klasse 3 | Nieuw

470,58 liter

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Aanpassing van beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen: koelvloeistof, olie, diesel, thinner en solventgedragen verven allen in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter. Zie overzicht alle producten in de toegevoegde bijlage. | klasse 3 | Verandering

182,32 liter

19.3.1°a)

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | 5 vast opgestelde houtbewerkingsmachines met een samengeteld vermogen van 10,1 kW | klasse 3 | Nieuw

10,1 kW

29.5.3.1°a)

thermisch behandelen van metalen of voorwerpen uit metaal met een thermisch vermogen van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | 2 lasposten van 6,4 kW en 4,2 kW | klasse 3 | Nieuw

10,6 kW

 

Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:

3.3 | Lozen van huishoudelijk afvalwater in de openbare riolering | 50 m³

 

2.  HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 27/09/1994 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van een sprinklerlokaal met watertanks, een surpressorlokaal, suikersilo's, transfogeb. (1994/90063)

* Op 17/08/1995 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden en verbouwen van kantoren. (1995/90045)

 

Milieuvergunningen

* Op 12/06/2008 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een bedrijf voor de engineering en commercialisering van ferro en non-ferro metalen, de studie en de prospectie ervan en in het algemeen het vervaardigen, verwerken, kopen en verkopen en handel drijven in alle grondstoffen, hulpgrondstoffen en materialen, het verlenen van technische bijstand, het optreden als raadgever, manager en consulent. (11723/E/1)

 

BEOORDELING MELDING

 

3.  TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

BEVOEGDHEID

De melding maakt geen deel uit van een vergunningsaanvraag waarvoor de Vlaamse overheid of de deputatie bevoegd is.

 

ONDERZOEK MELDINGSPLICHT, NIET-VERBODEN KARAKTER EN STEDENBOUWKUNDIGE INPLANTING

De gemelde exploitatie is louter en alleen in de derde klasse ingedeeld, de exploitatie ervan is dus meldingsplichtig.

Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandsregels.

De gemelde exploitatie is niet verboden.

 

Het project ligt in industriegebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

De melding is in overeenstemming met de voorschriften.

 

CONCLUSIE

Het college van burgemeester en schepenen van Stad Gent is bevoegd voor de aktename.

 

De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden en de inplanting van de inrichting is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften conform artikel 4.1.1.1 van Vlarem II.

 

4.  OMGEVINGSTOETS

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

aspect afval

De voortgebrachte afvalstoffen (pmd, papier en karton, batterijen en accu's, KGA, glas, afgewerkte olie, folies, metaalafval,  …) worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

aspect afvalwater

De inrichting ligt in centraal gebied volgens het zoneringsplan van Stad Gent, vastgesteld door de Vlaamse Regering in de stroomgebiedbeheerplannen 2016-2021 op 18 december 2015.

 

Het afvalwater wordt geloosd in de riolering van booiebos.

Er wordt slechts 22 m³ huishoudelijk afvalwater geloosd, waardoor dit niet indelingsplichtig is.

In het aanvraag dossier wordt vermeld dat er geen bedrijfsafvalwater wordt geloosd.

 

aspect bodem en grondwater

Rubriek 17.4 voor de opslag van gevaarlijke stoffen in verpakking van maximaal 25 L of 25 kg wort uitgebreid met 182,32 liter, tot een totaal van 282,32 liter. 

Volgens het aanvraag dossier worden de producten boven een lekbak gestockeerd.

 

aspect lucht

Voor kleine verfwerken wordt een spuitcabine gebruikt die niet indelingsplichtig is. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van watergedragen verven. Deze spuitcabine wordt slechts sporadisch gebruikt, max een halve dag per week. Heel wat werkzaamheden worden namelijk uitbesteed. De spuitcabine is voorzien van afzuiging, die uitkomt achteraan het magazijn.

 

aspect veiligheid

Rubriek 17.1.2.1.1° wordt aangevraagd voor de opslag van 61 l argon (voor te lassen - groep 4), 211,76 l propaan LT-gas (voor de heftrucks - groep 1) en 197,82 l propaangas (voor de warmeluchtblazers- groep 1).

De gasflessen worden binnen in het magazijn gestockeerd. Volgens het dossier worden de vol en lege gescheiden gestockeerd en vastgelegd met ketting.

 

Het bedrijf werd bezocht door de dienst Toezicht, een punt dat tot op heden nog steeds open staat is dat een verslag van keuring van de elektrische laagspanning zonder inbreuken bezorgd moet worden.

In het dossier staat aangegeven dat de vijfjaarlijkse keuring van de laagspanning uitgevoerd werd, maar dat de opmerkingen nog dienen bekeken worden. Als opmerking wordt meegegeven dat de dienst Toezicht hierover binnenkort een verhoor hierover zal plaatsvinden.

 

Een laatste controle door brandweer werd in juni 2021 uitgevoerd. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

aspect mobiliteit

Het stallen van 4 voertuigen (2 heftrucks, 1 bestelwagen en 1 aanhangwagen) wordt aangevraagd. De voertuigen worden binnen in het bedrijf gestald.

Het aantal transporten met vrachtwagens van en naar het bedrijf is zeer beperkt en varieert dagelijks tussen de 0 en 3 transporten. 

 

aspect geluid

Het bedrijf is gelegen op industriegebied en is niet aangrenzend bij bewoning. Er wordt enkel overdag gewerkt met gesloten poorten.

 

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

In de aanvraag worden geen stedenbouwkundige handelingen aangevraagd. Er wordt dus aangenomen dat de aanvraag zich situeert binnen de afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen. Er mogen geen stedenbouwkundige handelingen gebeuren zonder vergunning. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

 

 

 

aspect afval

De voortgebrachte afvalstoffen (pmd, papier en karton, batterijen en accu's, KGA, glas, afgewerkte olie, folies, metaalafval, …) worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. Het bedrijf heeft een contract met ophalers van afval en houdt een afvalstoffenregister bij.

 

aspect afvalwater

De inrichting ligt in centraal gebied volgens het zoneringsplan van Stad Gent, vastgesteld door de Vlaamse Regering in de stroomgebiedbeheerplannen 2016-2021 op 18 december 2015.

 

In het bedrijf wordt er geen bedrijfsafvalwater gecreëerd. De werkplaats wordt droog gereinigd.

 

Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd via een septische put in de DWA-riolering van Booiebos. Er werken gemiddeld 20 personen per dag, het debiet van het geloosd huishoudelijk afvalwater is < 600 m³/jaar en is bijgevolg niet indelingsplichtig.

 

aspect hemelwater

Er wordt momenteel geen hemelwater gebruikt in het bedrijf. Het hemelwater wordt rechtstreeks geloosd in de RWA riolering van Booiebos.

De aanvrager geeft aan dat er bekeken wordt met de verhuurder van het gebouw of het mogelijk is een regenwateropvangsysteem te installeren om zo de hoeveelheid leidingwater te gaan reduceren.

 

Volgens bouwvergunning 2003/10010 van 26/06/2003 en volgens de plannen is er een hemelwaterput beschikbaar of zou er een hemelwaterput moeten geplaatst geweest zijn.

Artikel 4.2.1.3.§5 van Vlarem II stelt dat met betrekking tot de afvoer van hemelwater de voorkeur moet gegeven worden aan de volgende afvoerwijzen in afnemende graad van prioriteit:

1. opvang voor hergebruik;

2. infiltratie op eigen terrein;

3. buffering met vertraagd lozen in oppervlaktewater of kunstmatige afvoerweg voor hemelwater;

4. lozing in RWA in de straat.

Slechts wanneer de beste beschikbare technieken geen van de voornoemde afvoerwijzen toelaten, mag het hemelwater overeenkomstig de wettelijke bepalingen worden geloosd in de openbare riolering.

De exploitatie is niet in overeenstemming met de verleende bouwvergunning en artikel 4.2.1.3.§5 van Vlarem II. Het bedrijf dient het hemelwater op te vangen en te hergebruiken voor minimaal het sanitair.

 

aspect bodem

opslag gevaarlijke producten

Het atelier heeft een industriële gepolierde vloer van 18cm dikte.

De opslag van gevaarlijke producten in klein verpakkingen (17.4 –700 kg) gebeurt op een lekbak of in de chemische kast. Daarnaast is er ook opvang van de gebruikte chemicaliën voor oppervlaktebehandelingen van metalen in een IBC van 1 000 l, deze staat ook op een lekbak.

Er zijn absorberende korrels aanwezig in geval van morsen.

 

vlarebo

Er wordt een rubriek aangevraagd die aangeduid is met een vlarebocode (rubriek 29.5.2.1.a).

Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht bij overdracht, sluiting en faillissement. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

aspect geluid

De werkzaamheden (compressor, zagen, slijpen) worden binnen uitgevoerd.

De airco unit van de ijswatercentrale is op het dak opgesteld en produceert een geluid van 56 dBA op 5m afstand. De andere airco’s en compressor staan binnen opgesteld.

Het gebouw is op 35 m van de achterliggende perceelsgrens opgesteld en de dichtstbijzijnde bewoning ligt op 130 m.

Achteraan het bedrijf is een laad en loskade aanwezig, echter wordt deze slecht beperkt gebruikt (1 maal per week).

Er zijn geen klachten gekend van geluidshinder en tijdens het openbaar onderzoek werden er geen geluidsklachten geuit. Er kan aangenomen worden dat de geluidshinder naar de omgeving beperkt is.

 

aspect lucht

lasactiviteiten

De aanwezige lasposten binnen het atelier zijn mobiele lasposten die ook gebruikt worden op externe werven. In het atelier is er gewone verluchting via de poorten bij het lassen. In 2017 en 2019 werden emissiemetingen uitgevoerd tijdens de lasactiviteiten in het atelier. Deze metingen zullen dit jaar herhaald worden.

Als conclusie wordt gesteld dat de bij de (gewone) lasactiviteiten op RVS de concentraties (lasrook, mangaan, chroom, nikkel) ver onder de grenswaarden liggen. Bij het lassen op hastelloy (uitzonderlijke activiteit) blijkt dat de concentratie (lasrook, chroom, nikkel) wel onder de 25 % van de geldende grenswaarden zit, maar dat het aangewezen is om de concentraties onder de 10 % te krijgen. De aanvrager geeft aan dat er voor het lassen op hastelloy nu een mobiele afzuiging beschikbaar is om zo onder de 10 % grenswaarde te blijven.

 

Voor de lasactiviteiten op RVS is de bestaande verluchting voldoende.

 

koelinstallaties

Onder rubriek 16.3.2°b) worden een compressor (11,58 kW), 3 airco’s (3,2 kW, 4,3 kW en 17,4 kW) met een totale drijfkracht van 36,48 kW aangevraagd.

 

De gebruikte koelmiddelen betreffen (gefluoreerde broeikasgassen)

-1 kg R410A voor de airco meeting room van 3,2 kW

-1 kg R32 voor de airco server van 4,3 kW

-17,9 kg R410A voor de airco (ijswater centrale optimacool) van 17,4 kW

 

De koelinstallaties dienen onderhouden te worden overeenkomstig artikel 5.16.3.3.§3 van Vlarem II. Voor airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW (ijswater centrale optimacool) houdt dit onder meer in dat ze regelmatig moeten worden gekeurd door een erkende airco-energiedeskundige overeenkomstig VLAREL.

 

De ijswater centrale bevat een hoeveelheid koelmiddel van ≥ 5 kg waardoor ze conform Vlarem II iedere 12 maanden moet onderzocht worden op goed functioneren en op mogelijke lekverliezen door een erkende koeltechnicus.

 

De koelinstallaties worden periodiek onderworpen aan onderhoud en lekdichtheidscontroles. Een logboek wordt momenteel nog niet bijgehouden. Een logboek is conform artikel 5.16.3.3 van Vlarem II nodig voor de ijswater centrale. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

De compressor is gekoppeld aan drukvat van 500 l en de toelaatbare druk is 11 bar.

Het product van de toelaatbare druk en het volume van de luchtcompressor is groter is dan 3.000 bar.liter. Bijgevolg dient de luchtcompressor, conform artikel 5.16.3.2, §4 van Vlarem II ten minste om de vijf jaar onderworpen te worden aan een periodiek onderzoek door een milieudeskundige erkend in de discipline houder voor gassen of gevaarlijke stoffen zodat een maximale beveiliging voor de buurt wordt verzekerd. Een onderzoek bij indienstelling kon worden voorgelegd, in het voorjaar wordt er een nieuw onderzoek ingepland.

 

aspect mobiliteit

De mobiliteit gegenereerd voor de site is beperkt tot de vaste bedienden en de arbeiders werkend in het atelier. De meeste personeelsleden vertrekken van thuis met de (bestel)wagen naar de werven van Hyline.

Er worden een 5 -tal bestelwagens op de site geparkeerd. De bestelwagens worden helemaal achteraan gestald in een zone die volgens de bouwvergunning aangelegd diende te worden als groenbuffer. Deze stalplaats kan niet in de vergunning worden opgenomen.

 

Dagelijks zijn er diverse koeriersbedrijven die bestellingen leveren en grote leveringen is zeer beperkt.

 

Zowel deze heftruck en bestelwagens, als de wagens van het personeel moeten op eigen terrein geparkeerd worden. Er mag geen overlast op straat veroorzaakt worden.

 

Gezien de ligging van het bedrijf in industriezone en het beperkt gegenereerd verkeer kan besloten worden dat de effecten op de mobiliteit als niet aanzienlijk kan worden beschouwd.

 

aspect energie

Het bedrijf komt in aanmerking voor energiecoaching van de stad Gent. De energiecoach geeft professioneel advies op maat voor zowel renovaties, nieuwbouw of voor een algemene verlaging van het energieverbruik binnen het bedrijf.

Contact en meer info: Energiecoaching@stad.gent of 09 268 23 00 of http://www.stad.gent/energiecoaching. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

aspect veiligheid

Rubriek 17.1.2.2.2 wordt aangevraagd voor de opslag van argon (groep 4) in een vaste houder van 3 390 l.

De argon tank is opgesteld achteraan op het perceel rekening houdend met de afstandsregels (o.a. 2 m van perceelsgrens) van Vlarem II. Een keuringsattest door milieudeskundige in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen (artikel 5.17.3.3.7) kon worden voorgelegd.

Echter is de argon tank geplaats helemaal achteraan in de hoek van het perceel in een zone die volgens de bouwvergunning diende aangelegd te worden als groenbuffer. De argon tank kan bijgevolg op deze locatie niet vergund worden.

 

Rubriek 17.1.2.1.2° wordt aangevraagd voor de opslag van 400 l argon (groep 4) en 100 l inolxline (groep 4).

De gasflessen worden binnen in het magazijn gestockeerd.

De volle en lege gasflessen dienen apart gestockeerd te worden en er dient rekening gehouden te worden met de afstandsregels conform artikel 5.17.3.2.4. van Vlarem II.

De gasflessen moeten steeds met behulp van beugels of kettingen beschermd worden tegen omvallen.

Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

CONCLUSIE

Het gevraagde project is

milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving.

De gevraagde melding wordt geakteerd.

 

Volgende rubrieken worden geakteerd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | 2 heftrucks, 1 bestelwagen en 1 aanhangwagen | Nieuw

4 aantal voertuigen

17.1.2.1.1°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1000 liter | - Propaanflessen voor gebruik van warmeluchtblazers

- Propaan-LT flessen voor gebruik van gasheftruck

- Argongasfles om te lassen

 

Zie overzicht gevaarlijke gassen in toegevoegde bijlage. | Nieuw

470,58 liter

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Aanpassing van beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen: koelvloeistof, olie, diesel, thinner en solventgedragen verven allen in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter. Zie overzicht alle producten in de toegevoegde bijlage. | Verandering

182,32 liter

19.3.1°a)

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | 5 vast opgestelde houtbewerkingsmachines met een samengeteld vermogen van 10,1 kW | Nieuw

10,1 kW

29.5.3.1°a)

thermisch behandelen van metalen of voorwerpen uit metaal met een thermisch vermogen van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | 2 lasposten van 6,4 kW en 4,2 kW | Nieuw

10,6 kW

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20220112-0047) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | 2 heftrucks, 1 bestelwagen en 1 aanhangwagen | klasse 3

4 aantal voertuigen

17.1.2.1.1°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1000 liter | - Propaanflessen voor gebruik van warmeluchtblazers

- Propaan-LT flessen voor gebruik van gasheftruck

- Argongasfles om te lassen

 

Zie overzicht gevaarlijke gassen in toegevoegde bijlage. | klasse 3

470,58 liter

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | klasse 3

282,32 liter

19.3.1°a)

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | 5 vast opgestelde houtbewerkingsmachines met een samengeteld vermogen van 10,1 kW | klasse 3

10,1 kW

29.5.3.1°a)

thermisch behandelen van metalen of voorwerpen uit metaal met een thermisch vermogen van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | 2 lasposten van 6,4 kW en 4,2 kW | vlarebo : O | klasse 3

10,6 kW

 

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen dient akte te nemen van de ingediende melding. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding ingediend door FERRO SEAPORT bvba (O.N.:0459934804) voor de exploitatie van een werkplaats voor metaal- en houtbewerking met opslag van gevaarlijke stoffen (bedrijf Ferro-Seaport gespecialiseerd het ontwerp en commercialisering van gietijzer, gietstaal en aluminium producten voor straat- en havenmeubilair), gelegen Booiebos 6/B, 9031 Drongen, met inrichtingsnummer 20220112-0047, omvattende volgende rubrieken:

Rubriek

Conclusie

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.1°

Aktename

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | 2 heftrucks, 1 bestelwagen en 1 aanhangwagen  (Nieuw)

4 aantal voertuigen

17.1.2.1.1°

Aktename

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1000 liter | - Propaanflessen voor gebruik van warmeluchtblazers

- Propaan-LT flessen voor gebruik van gasheftruck

- Argongasfles om te lassen

 

Zie overzicht gevaarlijke gassen in toegevoegde bijlage.  (Nieuw)

470,58 liter

17.4.

Aktename

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Aanpassing van beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen: koelvloeistof, olie, diesel, thinner en solventgedragen verven allen in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter. Zie overzicht alle producten in de toegevoegde bijlage.  (Verandering)

182,32 liter

19.3.1°a)

Aktename

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | 5 vast opgestelde houtbewerkingsmachines met een samengeteld vermogen van 10,1 kW  (Nieuw)

10,1 kW

29.5.3.1°a)

Aktename

thermisch behandelen van metalen of voorwerpen uit metaal met een thermisch vermogen van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | 2 lasposten van 6,4 kW en 4,2 kW  (Nieuw)

10,6 kW

 De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20220112-0047) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | 2 heftrucks, 1 bestelwagen en 1 aanhangwagen | klasse 3

4 aantal voertuigen

17.1.2.1.1°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1000 liter | - Propaanflessen voor gebruik van warmeluchtblazers

- Propaan-LT flessen voor gebruik van gasheftruck

- Argongasfles om te lassen

 

Zie overzicht gevaarlijke gassen in toegevoegde bijlage. | klasse 3

470,58 liter

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | klasse 3

282,32 liter

19.3.1°a)

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | 5 vast opgestelde houtbewerkingsmachines met een samengeteld vermogen van 10,1 kW | klasse 3

10,1 kW

29.5.3.1°a)

thermisch behandelen van metalen of voorwerpen uit metaal met een thermisch vermogen van 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | 2 lasposten van 6,4 kW en 4,2 kW | vlarebo : O | klasse 3

10,6 kW


 

Artikel 2

De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:

 

Bijzondere voorwaarden voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

1. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

2. Er mogen geen stedenbouwkundige handelingen uitgevoerd worden zonder vergunning.

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

1. De voortgebrachte afvalstoffen (pmd, papier en karton, batterijen en accu's, KGA, glas, afgewerkte olie, folies, metaalafval,  …) worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden.

2. Een verhoor door de dienst Toezicht naar aanleiding van een PV dat werd opgemaakt (ontbrekend verslag LS + aanpassing reeds gemelde inrichting) zal binnenkort plaatsvinden.