Terug
Gepubliceerd op 11/02/2022

2022_CBS_01415 - OMV_2021115406 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een sportaccommodatie + het exploiteren van een grondwaterwinning - met openbaar onderzoek - Sint-Gerolfstraat 16, 9031 Drongen - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 10/02/2022 - 08:31 Virtueel - Via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 10/02/2022 - 08:54
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Elke Decruynaere, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_01415 - OMV_2021115406 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een sportaccommodatie + het exploiteren van een grondwaterwinning - met openbaar onderzoek - Sint-Gerolfstraat 16, 9031 Drongen - Vergunning 2022_CBS_01415 - OMV_2021115406 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een sportaccommodatie + het exploiteren van een grondwaterwinning - met openbaar onderzoek - Sint-Gerolfstraat 16, 9031 Drongen - Vergunning

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

TUSSENGEMEENTELIJKE MAATSCHAPPIJ DER VLAANDEREN VOOR WATERVOORZIENING OPDRAVER met als contactadres Stropstraat 1, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2021115406) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 30 augustus 2021.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het uitbreiden van een sportaccommodatie + het exploiteren van een grondwaterwinning

• Adres: Sint-Gerolfstraat 16, 9031 Drongen

Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie C nr. 892A

 

Aanvullende informatie werd ontvangen op 1 oktober 2021. Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 29 oktober 2021.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 1 februari 2022.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag situeert zich op de sportsite Keiskant in Drongen, ten noorden van de Deinsesteenweg. De nabije omgeving wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door weilanden, vrijstaande ééngezinswoningen en de betrokken sportsite.

 

Met deze aanvraag wenst men een bestaand sportgebouw uit te breiden. Dit gebouw is centraal gelegen op de site, ter hoogte van de voetbalvelden. Het bestaande gebouw bestaat uit anderhalve bouwlaag, waarbij de kelderverdieping half verzonken is t.o.v. het maaiveld. Op het half ondergrondse niveau bevinden zich de kleedkamers en de technische ruimtes. Op het gelijkvloers is het sanitair en een kantine terug te vinden.

 

Er wordt een uitbreiding voorzien ter hoogte van de noordoostelijke gevel, aansluitend op het bestaande terras bij de kantine. De uitbreiding bestaat uit een half-ondergronds volume en heeft een footprint van +/- 131,62m² (16,35m x 8,05m). De uitbreiding wordt afgewerkt met een plat dak, dat dienst doet als terras en aansluit op het vloerniveau van het gelijkvloers, +/- 1,60m boven de pas van het maaiveld. Er wordt eveneens een nieuwe toegangstrap tot het gelijkvloers in de uitbreiding geïntegreerd. De wanden van de uitbreiding worden afgewerkt in ter plaatste gestort beton, licht grijs van kleur. In de halfondergrondse uitbreiding worden 4 kleedkamers en een vergaderlokaal ondergebracht, die aansluiten op de circulatie in het bestaande gebouw.

 

Voorts wordt aan de inkomgevel van het gebouw een platformlift geplaatst zodat de kantine rolstoeltoegankelijk wordt. Deze bouwkundige ingreep is eerder beperkt.


Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten

Het betreft de uitbating (regularisatie) van een voetbalaccommodatie van KVE Drongen.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.2.2°a)

lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | De lozing van huishoudelijk afvalwater afkomstig van de sanitaire installaties zoals douches, wasbakken, toiletten,... . | klasse 3 | Nieuw

700 m³/jaar

12.2.1°

transformatoren met een individueel nominaal vermogen van 100 kVA tot en met 1.000 kVA | Een oliegekoelde transformator van 160 kVA | klasse 3 | Nieuw

160 kVA

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Allerlei kleine koelinstallaties (2,412 kW) ten behoeve van de cafetaria (voor productenkoeling zoals frigo's) waaronder 2 koelingen voor de tapinstallatie van elk 0,78 kW (R134A en 0,5 kg), een drankenfrigo van 0,27 kW (R290 en 0,057 kg), een drankenfrigo van 0,45 kW (R134A en 0,275 kg) en een drankenfrigo vergaderruimte van 0,132 kW (R600A en 0,036 kg).

Verder is er, buiten deze kleine koelinstallaties, een warmtepomp van Daikin voor de comfortkoeling van de cafetaria met een vermogen van 22,2 kW, deze installatie betreft een grote koelinstallatie met koelmiddel R410A en een koelmiddelinhoud van 7,7 kg. | klasse 3 | Nieuw

24,612 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | De opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakkingen: het betreft hier uitsluitend kuisproducten | klasse 3 | Nieuw

150 liter

53.3.

Drainering die noodzakelijk is om het gebruik en/of de exploitatie van cultuurgrond mogelijk te maken of houden | Alle voetbalvelden zowel de 2 kunstgrasvelden als de 2 natuurgrasvelden zijn voorzien van drainage. | klasse 3 | Nieuw

4 voetbalvelden

53.8.1°a)

andere boringen van grondwaterwinningsputten en grondwaterwinning dan de boringen, vermeld in rubriek 53.1 tot en met 53.7 en 53.12, waarvan het totaal opgepompte debiet kleiner is dan of gelijk is aan 5000 m³ per jaar en alle putten een diepte hebben die kleiner is dan of gelijk is aan het locatiespecifieke dieptecriterium, zoals weergegeven op de kaart in bijlage 2ter van dit besluit | Een grondwaterwinning bestaande uit 2 boorputten van 10 meter diepte voor het besproeien van 2 natuurgrasvelden | klasse 3 | Nieuw

3000 m³/jaar

 

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 12/06/2006 werd een vergunning afgeleverd voor het aanleggen van een voetbalterrein (aanleg en omheining) (2006/10071)

* Op 13/11/2006 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een voetbalaccommodatie (kleedkamers, cafetaria, sanitair, tribune) en een hoogspanningscabine (2006/10115)

* Op 18/11/2009 werd een vergunning afgeleverd voor het aanleggen van 2 oefenterreinen en een trapveld (aanleg, terreinverlichting en omheining), parkeerplaatsen, wegenis en een trimpiste (2009/10057)

* Op 09/09/2010 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van 4 overkappingen en het plaatsen van een kassalokaal en een scorebord op de voetbalaccommodatie. (2010/10107)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

Gunstig advies van FOD Binnenlandse Zaken, Algemene Directie van de Civiele Veiligheid afgeleverd op 9 november 2021 onder ref. 2021100091:
Advies ASTRID- veiligheidscommissie.

Noodzaak van een ASTRID-indoorradiodekking : NEE.

Het advies is: gunstig.

Motivering

Gezien de beperkte bezetting en beperkte oppervlakte van de uitbreiding valt deze buiten de criteria en dient er dus geen indoordekking voorzien te worden.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 10 november 2021 onder ref. 019470-006/KH/2021:
Besluit: VOORWAARDELIJK GUNSTIG, mits te voldoen aan de hiervoor vermelde maatregelen en reglementeringen.

 

Bijzondere aandachtspunten:
* Compartimentering;

* aanpassen deur kleedkamer C2.

Het beëindigen van de werken moet gemeld worden aan de brandweer via de website www.brandweerzonecentrum.be/preventie teneinde een controlebezoek te kunnen laten plaatsvinden.

 

Het is verboden om een nieuwe publiek toegankelijke inrichting, waarvan de voor het publiek toegankelijke oppervlakte gelijk is aan of groter is dan 100m², open te stellen voor het publiek zolang de inrichting niet beschikt over een brandveiligheidsattest. Voor de publiek toegankelijke inrichtingen die uitbreiden en hierdoor een nieuw brandveiligheidsattest dienen aan te vragen, heeft het exploitatieverbod enkel betrekking op het gedeelte "uitbreiding". De te volgen procedure is opgenomen in art. 5 van het administratieve gedeelte van de vigerende politieverordening.

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'KEISKANT' (Definitief vastgesteld door de Deputatie op 10 februari 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in zone voor buffergroen, zone voor sportterrein en zone voor sportterrein golf.

Het uit te breiden gebouw is gelegen in de zone voor sportterreinen.

 

Volgens de voorschriften van dit RUP mag het betrokken gebouw maximaal 300m² beslaan. Het bestaande gebouw, inclusief tribune en toegangen, is reeds een stuk groter dan 300m².

Hierop werd bij het afleveren van de vergunning voor het gebouw reeds afgeweken met toepassing van artikel 111bis (beperkte afwijking) van het toenmalige decreet ruimtelijke ordening.

 

I.h.k.v. voorliggende aanvraag wenst de aanvrager een afwijking op de bepalingen van het RUP te bekomen door zich te beroepen op artikel 4.4.7. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening, meer bepaald §2 m.b.t. handelingen van algemeen belang.

 

§ 2. In een vergunning voor handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, mag worden afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. Handelingen van algemeen belang kunnen een ruimtelijk beperkte impact hebben vanwege hun aard of omvang, of omdat ze slechts een wijziging of uitbreiding van bestaande of geplande infrastructuren of voorzieningen tot gevolg hebben.

De Vlaamse Regering bepaalt welke handelingen van algemeen belang onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen. Ze kan ook de regels bepalen op basis waarvan kan worden beslist dat niet door haar opgesomde handelingen toch onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen.

 

Het besluit voor handelingen van algemeen belang stelt hierbij ook dat de volgende handelingen van algemeen belang beschouwd kunnen worden als handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben als vermeld in artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De handelingen hebben betrekking op :

 

16° de aanleg, wijziging of uitbreiding van gebouwen die aansluiten bij en in functie staan van bestaande, vergunde of hoofdzakelijk vergunde sportterreinen of sportinfrastructuur, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan :
a) de sportactiviteit wordt op regelmatige basis georganiseerd door een erkende sportclub;
b) naar gelang het geval worden de volgende maximale oppervlakte en bouwvolume in acht genomen :
1) als er nog geen vergunde of hoofdzakelijk vergunde gebouwen aanwezig zijn, blijft de grondoppervlakte van het nieuwe gedeelte beperkt tot maximaal 100 vierkante meter en het bouwvolume tot maximaal 300 kubieke meter;
2) als er reeds vergunde of hoofdzakelijk vergunde gebouwen aanwezig zijn, worden de oppervlakte en het bouwvolume maximaal met 20 % vermeerderd ten opzichte van de op 1 april 2018 bestaande, vergunde of hoofdzakelijk vergunde oppervlakte en bouwvolume.

 

Het bestaande gebouw (excl. hellend vlak vooraan) heeft een oppervlakte van 660m², de uitbreiding heeft een oppervlakte van 131,62m². Het bestaande gebouw (excl. hellend vlak vooraan) heeft een volume van 2575m³, de uitbreiding heeft een volume van 250,078m³.

 

Conclusie

De aanvraag voldoet aan de voorwaarden om gebruik te kunnen maken van een afwijking in het kader van algemeen belang.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (zie waterparagraaf).

 

Gewestelijke verordening toegankelijkheid

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

 

Gewestelijke verordening voetgangersverkeer

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg

5.       WATERPARAGRAAF

Hemelwater

Algemeen geplande toestand

nieuwe plat dak (131,62m²) aangelegd als terras

bestaande hemelwaterputten (32,5m³) worden uitgebreid hemelwater/infiltratieput, met opvang capaciteit van totaal 10 000 l, 7 500 l hemelwater opvang en 2 500 l infiltratievolume en 4,16 m² infiltratieoppervlakte

 

Toetsing aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GSV) en het algemeen bouwreglement van de stad Gent (ABR) inzake hemelwater:

 

Gescheiden stelsel

De bouwheer voorziet een privaat gescheiden afvoerstel van afval- en hemelwater.

Het privaat afvoerstelsel voor hemelwater mondt uit een gracht.

 

Hemelwaterput

Het betreft een uitbreiding van een bestaand gebouw. De uitbreiding (131,62m²) en het bestaande gebouw (660m²) zijn aangesloten op hemelwaterputten van totaal 40m³.

Het regenwater wordt hergebruikt voor onderhoud kleedkamers, spoeling sanitair, wasmachines en besproeiing velden.

Er wordt voldaan aan het algemeen bouwreglement en de gewestelijke stedenbouwkundige verordening.

 

Infiltratievoorziening

Voor een bijkomende oppervlakte van 131,62m², wordt er een extra put met hergebruikt voorzien en dient er nog een infiltratievoorziening met een volume van 1,8m³ en oppervlakte van 2,9m² aangelegd te worden voor de GSV.

De bestaande hemelwaterputten lopen over naar de bestaande wadi. De extra put die geplaatst wordt heeft een infiltratievolume van 2 500 l en een infiltratieoppervlakte van 4,16m².

De infiltratievoorziening is correct gedimensioneerd volgens de GSV.

 

De infiltratievoorziening is ondergronds en bestaat uit een put.

Om infiltratie toe te laten dient de gemiddelde hoogste grondwaterstand idealiter dieper gelegen te zijn dan de infiltratievoorziening.

De eventuele overloop moet boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand gelegen zijn, aangezien de infiltratievoorziening anders als drainage fungeert.

Omdat de infiltratievoorziening zich ondergronds bevindt, zijn de controlemogelijkheden beperkt. Het hemelwater dat naar een ondergrondse infiltratievoorziening wordt geleid, dient om deze reden voorgefilterd te worden om dichtslibbing te vermijden. Een bovengrondse infiltratie voorziening geniet daarom altijd de voorkeur boven een ondergrondse voorziening.

 

Er wordt voldaan aan de gewestelijke verordening.

 

Waterparagraaf

Het project situeert zich in het stroomgebied van de Lieve (beheer: Watering Oude Kale en Meirbeek). Het is niet gelegen in effectief of mogelijks overstromingsgebied.

 

Er wordt voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen en het algemeen bouwreglement van Stad Gent inzake hemelwater.

 

De aanleg van de ondergrondse constructie mag er geenszins voor zorgen dat er een permanente drainage optreedt met lagere grondwaterstanden tot gevolg. Een dergelijke permanente drainage is immers in strijd met de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid waarin is opgenomen dat verdroging moet voorkomen worden, beperkt of ongedaan gemaakt. De kelder dient dan ook uitgevoerd te worden als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.

 

Er kan geconcludeerd worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

6.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

7.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 8 november 2021 tot 7 december 2021.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaren ingediend.

8.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Voorliggende aanvraag heeft betrekking op de uitbreiding van een bestaand sportgebouw. De bijkomende kleedkamers die hierin worden voorzien zijn noodzakelijk om het groeiend aantal leden van de sportclub onder te brengen. Deze club zet sterk in op een laagdrempelig en inclusief sportaanbod, met een belangrijke focus op de jeugdwerking.
 

De uitbreiding wijkt af op de voorschriften van het RUP maar er kan gebruikt gemaakt worden van een afwijkingsmogelijkheid in het kader van algemeen belang. De aanvraag voldoet hieraan, zie hoger.

 

Er kan geoordeeld worden dat de uitbreiding slechts een beperkte ruimtelijk impact heeft. De footprint van de uitbreiding is voldoende compact. De uitbreiding wordt aangebouwd en gebundeld tegen het bestaande gebouw. Intern worden de nieuwe ruimtes gekoppeld aan bestaande circulatie. De gevelafwerking sluit aan bij de bestaande gevelafwerking van het gebouw, dat in hoofdzaak bestaat uit een rode gevelsteen met accenten in architectonisch beton. De nieuwbouw wordt voorzien op een bestaande verharding en er moet geen bijkomende verharding aangelegd worden. De aangevraagde handelingen overschrijden de grenzen van het functioneren van het gebied niet en zijn ruimtelijk te verantwoorden.


Aangezien het gaat om een beperkte uitbreiding t.o.v. de bestaande oppervlakte, er een uitgebreide parking is (zowel fiets als auto) waar er geen parkeerklachten over zijn in de buurt en er geen parkeerplaatsen geschrapt worden, heeft de uitbreiding slechts een beperkte impact op de mobiliteit.

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

 

aspect afval

De voortgebrachte afvalstoffen (pmd, papier en karton, glas, groenafval…) worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

aspect afvalwater

Het huishoudelijk afvalwater (700m³/jaar) afkomstig van sanitaire installaties zoals douches, wasbakken en toiletten wordt geloosd via een septische put in de openbare riolering van de Sint-Gerolfstraat.

 

aspect bodem en grondwater

gevaarlijke producten

De opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakking (150 l) gebeurt volgens het aanvraag dossier op een inkuiping.

 

grondwater

Op de site wordt grondwater gebruikt voor het besproeien van de natuurgrasvelden. Er zijn 2 grondwaterputten aanwezig met een diepte van 10m waarbij water onttrokken aan de Quartaire aquifer (HCOV 0100). Dit is een freatische watervoerende laag.

Er wordt een jaardebiet van 3000m³ aangevraagd.

Het besproeien van de velden is een laagwaardige toepassing.

Op de site zijn er ook hemelwaterputten (40m³) aanwezig. Er dient prioritair gebruik gemaakt worden van hemelwater alvorens het grondwater mag worden aangewend. Dit wordt als bijzondere voorwaarden opgenomen.

Daarnaast is de besproeiing in de maanden juli, augustus en september slechts toegelaten van 17.00 uur 's avonds tot 10.00 uur ’s morgens. Dit wordt als bijzondere voorwaarden opgenomen.

 

drainage

De voetbalvelden zowel de 2 kunstgrasvelden als de 2 natuurgrasvelden zijn voorzien van drainage.

De drainageleidingen bevinden zich in de lengterichting van de terreinen met een tussenafstand van ongeveer 4m op een diepte van 40 à 70cm diepte onder het maaiveld.

De exploitant geeft aan dat zowel het kunstgrasveld als de natuurgrasvelden een waterdoorlatende opbouw hebben.

Het kunstgrasterrein heeft een volledig waterdoorlatende opbouw van in totaal ongeveer 30cm dik. Deze waterdoorlatende lagen werden aangebracht op de bestaande ondergrond.

De natuurgrasvelden worden jaarlijks verschraald d.m.v. zand tot op een diepte van maximaal 40cm.

Het water dat via de drainage leidingen wordt afgevoerd kan infiltreren naar een wadi die overloopt naar een gracht.

Via infiltratieproeven op 3 verschillende locaties wordt er aangetoond dat er gemakkelijk kan geïnfiltreerd worden (1,2*10-5 tot 3,3*10-6m/s).

Via een peilbuis werd het grondwater gemeten op 1,8m onder het maaiveld.

De exploitant geeft aan dat een aanzienlijk deel van het hemelwater dat op de velden valt zal infiltreren en dat er geen grondwater afgevoerd. Het water dat afgevoerd wordt kan infiltreren in de bestaande wadis.

 

De bestaande wadis zijn echter niet gedimensioneerd op de aangesloten drainages, maar zijn gedimensioneerd op de bestaande verhardingen (parking/gebouw). In het dossier wordt er niet aangegeven hoeveel water er effectief via de drainageleidingen afgevoerd wordt, hier zijn geen cijfers over beschikbaar. Farys is wel van plan om hier een monitoring over op te zetten.

Zolang er geen cijfergegevens beschikbaar zijn wordt ervan uit gegaan dat 75 % van het hemelwater kan infiltreren en dat er geen extra grondwater wordt afgevoerd. Dit wil zeggen dat voor ¼ van de gedraineerde oppervlakte een infiltratievoorziening dient aangelegd.

De gedraineerde terreinen hebben ongeveer een oppervlakte van 26 000m². Conform de dimensionering van de gewestelijke verordening (oppervlakte: 4m² per 100m² en volume: 25 liter per m²) dient er bijgevolg een bijkomende infiltratievoorziening met een oppervlakte van 260m² en een volume van 162,5m³ geplaatst worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

Indien de effectieve hoeveelheid van het afgevoerde drainagewater via een studie kan bepaald worden kan het oppervlakte en volume van de opgelegde infiltratievoorziening aangepast worden en kan er een bijstelling aangevraagd worden. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

aspect lucht

Er wordt een oliegekoelde transformator (160 kVA) aangevraagd. De tranformator is in een apart gebouw ter hoogte van de parking geplaatst. Een opvangbak voor eventuele lekken van de diëlectrische vloeistof dient voorzien te worden. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Er worden diverse kleine koelinstalaties (2,412 kW) en een warmtepomp (22,2 kW – 7,7 kg, R410A) geplaatst.

 

De warmtepomp en koelinstallaties dienen onderhouden te worden overeenkomstig artikel 5.16.3.3.§3 van Vlarem II.

 

De warmtepomp bevat een hoeveelheid koelmiddel in ton CO2-equivalent ≥ 5 ton waardoor ze conform Vlarem II iedere 12 maanden moet onderzocht worden op goed functioneren en op mogelijke lekverliezen door een erkende koeltechnicus.

Wanneer een permanent lekdetectiesysteem aanwezig is mag de controlefrequentie worden gehalveerd.

De exploitant moet het relatief lekverlies (kg toegevoegd koelmiddel ten opzichte van totale koelmiddelinhoud installatie) te allen tijden beperken tot 5% per jaar (artikel 5.16.3.3.§6 van Vlarem II). Bij controles dient het gebruikte koelmiddel op jaarbasis berekend te worden ten opzichte van de koelmiddelinhoud. Bij een RLV van meer dan 10% tijdens twee opeenvolgende kalenderjaren, dient de installatie buiten bedrijf gesteld te worden.

Deze elementen worden als opmerking opgenomen.

 

aspect geluid

De warmtepomp is geplaatst ter hoogte van de cafetaria. De dichtste bewoning bevindt zich op 100m, er wordt aangenomen dat de geluidshinder beperkt is.

 


CONCLUSIE

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

 

Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.2.2°a)

lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | De lozing van huishoudelijk afvalwater afkomstig van de sanitaire installaties zoals douches, wasbakken, toiletten,... . | Nieuw

700 m³/jaar

12.2.1°

transformatoren met een individueel nominaal vermogen van 100 kVA tot en met 1.000 kVA | Een oliegekoelde transformator van 160 kVA | Nieuw

160 kVA

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Allerlei kleine koelinstallaties (2,412 kW) ten behoeve van de cafetaria (voor productenkoeling zoals frigo's) waaronder 2 koelingen voor de tapinstallatie van elk 0,78 kW (R134A en 0,5 kg), een drankenfrigo van 0,27 kW (R290 en 0,057 kg), een drankenfrigo van 0,45 kW (R134A en 0,275 kg) en een drankenfrigo vergaderruimte van 0,132 kW (R600A en 0,036 kg).

Verder is er, buiten deze kleine koelinstallaties, een warmtepomp van Daikin voor de comfortkoeling van de cafetaria met een vermogen van 22,2 kW, deze installatie betreft een grote koelinstallatie met koelmiddel R410A en een koelmiddelinhoud van 7,7 kg. | Nieuw

24,61 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | De opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakkingen: het betreft hier uitsluitend kuisproducten | Nieuw

150 liter

53.3.

Drainering die noodzakelijk is om het gebruik en/of de exploitatie van cultuurgrond mogelijk te maken of houden | Alle voetbalvelden zowel de 2 kunstgrasvelden als de 2 natuurgrasvelden zijn voorzien van drainage. | Nieuw

4 voetbalvelden

53.8.1°a)

andere boringen van grondwaterwinningsputten en grondwaterwinning dan de boringen, vermeld in rubriek 53.1 tot en met 53.7 en 53.12, waarvan het totaal opgepompte debiet kleiner is dan of gelijk is aan 5000 m³ per jaar en alle putten een diepte hebben die kleiner is dan of gelijk is aan het locatiespecifieke dieptecriterium, zoals weergegeven op de kaart in bijlage 2ter van dit besluit | Een grondwaterwinning bestaande uit 2 boorputten van 10 meter diepte voor het besproeien van 2 natuurgrasvelden | Nieuw

3000 m³/jaar

 

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een sportaccommodatie + het exploiteren van een grondwaterwinning aan TUSSENGEMEENTELIJKE MAATSCHAPPIJ DER VLAANDEREN VOOR WATERVOORZIENING opdraver (O.N.:0200068636) gelegen te Sint-Gerolfstraat 16, 9031 Drongen.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

De rubrieken voor de inrichting/activiteit KVE Drongen met inrichtingsnummer 20210805-0003 beslist het college als volgt:

 

Vergunde rubrieken:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.2.2°a)

lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | De lozing van huishoudelijk afvalwater afkomstig van de sanitaire installaties zoals douches, wasbakken, toiletten,... . | Nieuw

700 m³/jaar

12.2.1°

transformatoren met een individueel nominaal vermogen van 100 kVA tot en met 1.000 kVA | Een oliegekoelde transformator van 160 kVA | Nieuw

160 kVA

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Allerlei kleine koelinstallaties (2,412 kW) ten behoeve van de cafetaria (voor productenkoeling zoals frigo's) waaronder 2 koelingen voor de tapinstallatie van elk 0,78 kW (R134A en 0,5 kg), een drankenfrigo van 0,27 kW (R290 en 0,057 kg), een drankenfrigo van 0,45 kW (R134A en 0,275 kg) en een drankenfrigo vergaderruimte van 0,132 kW (R600A en 0,036 kg).

Verder is er, buiten deze kleine koelinstallaties, een warmtepomp van Daikin voor de comfortkoeling van de cafetaria met een vermogen van 22,2 kW, deze installatie betreft een grote koelinstallatie met koelmiddel R410A en een koelmiddelinhoud van 7,7 kg. | Nieuw

24,61 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | De opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakkingen: het betreft hier uitsluitend kuisproducten | Nieuw

150 liter

53.3.

Drainering die noodzakelijk is om het gebruik en/of de exploitatie van cultuurgrond mogelijk te maken of houden | Alle voetbalvelden zowel de 2 kunstgrasvelden als de 2 natuurgrasvelden zijn voorzien van drainage. | Nieuw

4 voetbalvelden

53.8.1°a)

andere boringen van grondwaterwinningsputten en grondwaterwinning dan de boringen, vermeld in rubriek 53.1 tot en met 53.7 en 53.12, waarvan het totaal opgepompte debiet kleiner is dan of gelijk is aan 5000 m³ per jaar en alle putten een diepte hebben die kleiner is dan of gelijk is aan het locatiespecifieke dieptecriterium, zoals weergegeven op de kaart in bijlage 2ter van dit besluit | Een grondwaterwinning bestaande uit 2 boorputten van 10 meter diepte voor het besproeien van 2 natuurgrasvelden | Nieuw

3000 m³/jaar

 

 

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

1. Er dient prioritair gebruik gemaakt worden van hemelwater voor het grondwater mag worden aangewend.

2. Het besproeien van de velden in de maanden juli, augustus en september is slechts toegelaten van 17.00 uur 's avonds tot 10.00 uur ’s morgens.

3. Voor het opvangen en infiltreren van het drainage water dient voor de aangesloten oppervlakte van 26 000 m² een bijkomende infiltratievoorziening met een oppervlakte van 260 m² en een volume van 162,5 m³ geplaatst worden.

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

Stedenbouwkundige voorwaarden voor de geplande werken:

Externe adviezen

De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 10/11/2021 met kenmerk 019470-006/KH/2021).

 

Hemelwater – infiltratie

*Om infiltratie toe te laten dient de gemiddelde hoogste grondwaterstand idealiter dieper gelegen te zijn dan de infiltratievoorziening.

De eventuele overloop moet boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand gelegen zijn, aangezien de infiltratievoorziening anders als drainage fungeert.

Omdat de infiltratievoorziening zich ondergronds bevindt, zijn de controlemogelijkheden beperkt. Het hemelwater dat naar een ondergrondse infiltratievoorziening wordt geleid, dient om deze reden voorgefilterd te worden om dichtslibbing te vermijden

*De aanleg van de ondergrondse constructie mag er geenszins voor zorgen dat er een permanente drainage optreedt met lagere grondwaterstanden tot gevolg. Een dergelijke permanente drainage is immers in strijd met de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid waarin is opgenomen dat verdroging moet voorkomen worden, beperkt of ongedaan gemaakt. De kelder dient dan ook uitgevoerd te worden als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.

 

Riolering:

De afvoer van het regen- en afvalwater moeten op kosten en op risico van de bouwheer, binnen zijn eigen terrein uitgevoerd worden. Het afvoeren kan hetzij door natuurlijke afloop, hetzij door het oppompen in overeenstemming met de diepteligging van de te maken rioolaansluiting. Indien er een bestaande aansluiting of een wachtaansluiting aanwezig is, is de diepteligging hiervan bindend. De wachtaansluitingen mogen niet dieper dan 70cm onder het maaiveld zitten.

De bijzondere aandacht van de bouwheer wordt gevestigd op het feit dat het waterpeil in de toekomstige straatriolering kan stijgen tot gemiddeld 50 cm onder het straatniveau. De bouwheer moet hier dan ook rekening mee houden bij de aanleg van (en de aansluitingen op) zijn binnenhuisriolering. Het Stadsbestuur kan onder geen enkele voorwaarde aansprakelijk gesteld worden voor schade door wateroverlast die een gevolg is van een onoordeelkundige aanleg van de binnenhuisriolering.

 

De bijzondere aandacht van de bouwheer wordt erop gevestigd dat er in de Sint-Gerolfstraat nog geen riolering aanwezig is. De aanvrager kan zich nooit op het Stadsbestuur beroepen, bij moeilijkheden die zich zouden kunnen voordoen ten gevolge van een ontbrekende riolering.

Bij een toekomstige aanleg van de riolering, wordt de rioolvertakking door Farys geplaatst. De buis waarop Farys de aansluiting naar de openbare riolering realiseert, moet zo geplaatst worden dat de uitvoering van een spie/mofverbinding of krimpmofverbinding mogelijk is.

Die buis moet voorzien zijn van een BENOR - merk en van het volgende materiaaltype zijn:

-ofwel grésbuis volgens norm NBN EN 295 met een inwendige diameter van 150 millimeter

-ofwel PVC-buis voor riolering volgens norm NBN T42-108 met inwendige diameter van 160 millimeter.

 

Door de aanleg van gescheiden rioleringsstelsels, zowel op openbaar als op privaat domein, kan er sneller geurhinder ontstaan als gevolg van het geconcentreerde (onverdunde) afvalwater.

De private riolering dient daarom volledig op privaat domein geurdicht afgeschermd te worden van openbare riolering.

Het tegengaan van geurhinder als gevolg van de eigen private riolering dient ook volledig op privaat domein aangepakt te worden. Het is niet toegestaan hiertoe ingrepen te voorzien in het openbaar domein. Om geurhinder als

gevolg van de eigen private riolering te reduceren werden er enkele richtlijnen opgesteld, die u via deze link kan terugvinden: http://www.farys.be/richtlijnengeurhinder

 

Rioolvertakking:

Voor de toekomstige aansluiting van de privéwaterafvoer op het openbaar rioleringsstelsel moet u een aanvraag indienen. Dit kan:

- via de website: www.farys.be/rioolaansluiting-aanvragen

- per post: FARYS|TMVW, Stropstraat 1, 9000 Gent

- telefonisch: via het nummer 078 35 35 99.

 

De aansluiting op het rioleringsnet is verplicht. FARYS|TMVW voert het gedeelte van de werken op het openbaar domein uit. Als er een bestaande aansluiting aanwezig is (bv een aansluiting op een gracht of ingebuisde gracht), dan moet u deze verplicht gebruiken. Zowel de positie als de diepte van deze aansluiting zijn bindend.

 

De aanvrager moet zich voor de aanleg van de privéwaterafvoer houden aan de bepalingen van het Bijzonder Waterverkoopreglement huisaansluitingen. Dit reglement is terug te vinden op www.farys.be/wettelijke-bepalingen

 

De privéwaterafvoer mag enkel geplaatst worden na goedkeuring van FARYS|TMVW : tijdens een technische evaluatie ter plaatse worden zowel het aansluitpunt als de diepte van de aansluiting bekeken.

 

De interne riolering moet zo ontworpen worden dat een toekomstige aansluiting op een gescheiden stelsel mogelijk is ( d.i. afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater). De afvalwaterleiding moet hierbij doorgetrokken worden als wachtleiding tot het openbaar domein.

Indien het niet mogelijk is dat het regenwater ter plaatse infiltreert of in een gracht loost voorzien dan ook de wachtleiding voor regenwater naar het openbaar domein.

(Bij een toekomstige aanleg van het openbaar domein zal de riolering gescheiden worden. Na deze aanleg mag er enkel nog fecaal water in de septische put lozen.)

 

De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht volgens het Algemeen Waterverkoopreglement. Meer informatie vindt u op www.farys.be/keuring-privewaterafvoer

 

Er moet blijvend voorzien worden in een septische put, alle afvalwater en alle afvoeren van toiletten dienen hierop aan te sluiten (zie VLAREM).

Bij een toekomstige aanleg van het openbaar domein zal de riolering gescheiden worden en zal dit voor de aangelanden eveneens opgelegd worden. Na deze aanleg mag er enkel nog fecaal water in de septische put lozen.

 

De regenwaterafvoer (RWA) van de uitbreiding kelder mag in geen geval aangesloten worden op de vuilwaterleiding (DWA) van het interne rioleringsstelsel. Deze dient ter plaatse te infiltreren op privaat domein, aangesloten te worden op de regenwaterput of op de interne RWA leiding.

De vuilwaterleiding (DWA) van de uitbreiding kelder mag in geen geval worden aangesloten op de regenwaterafvoer (RWA) van het interne rioleringsstelsel.

 

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Afval

De voortgebrachte afvalstoffen (pmd, papier en karton, glas, groenafval…) worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden.

 

Transformator

Een opvangbak voor eventuele lekken van de diëlectrische vloeistof dient voorzien te worden.

 

Koelinstallatie/warmtepomp

De warmtepomp en koelinstallaties dienen onderhouden te worden overeenkomstig artikel 5.16.3.3.§3 van Vlarem II.

 

De warmtepomp bevat een hoeveelheid koelmiddel in ton CO2-equivalent ≥ 5 ton waardoor ze conform Vlarem II iedere 12 maanden moet onderzocht worden op goed functioneren en op mogelijke lekverliezen door een erkende koeltechnicus.

Wanneer een permanent lekdetectiesysteem aanwezig is mag de controlefrequentie worden gehalveerd.

De exploitant moet het relatief lekverlies (kg toegevoegd koelmiddel ten opzichte van totale koelmiddelinhoud installatie) te allen tijden beperken tot 5% per jaar (artikel 5.16.3.3.§6 van Vlarem II). Bij controles dient het gebruikte koelmiddel op jaarbasis berekend te worden ten opzichte van de koelmiddelinhoud. Bij een RLV van meer dan 10% tijdens twee opeenvolgende kalenderjaren, dient de installatie buiten bedrijf gesteld te worden.

 

Bijkomende infiltratievoorziening

Indien de effectieve hoeveelheid van het afgevoerde drainagewater via een studie kan bepaald worden kan het oppervlakte en volume van de opgelegde infiltratievoorziening verminderd worden en kan er een bijstelling aangevraagd worden.

 

Openbaar domein

De bouwheer is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de verhardingen van de openbare weg, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer.

 

De vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken. Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Administratief Centrum, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, via e-mail:tdwegen@stad.gent of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).