Terug
Gepubliceerd op 11/02/2022

2022_CBS_01552 - OMV_2021185714 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het aanleggen van het Expo Park ten noorden van het containerpark, de hallen 6, 1 en 7 en rond hal 8 - zonder openbaar onderzoek - Maaltekouter 1, 9051 Sint-Denijs-Westrem - Advies

college van burgemeester en schepenen
do 10/02/2022 - 08:31 Virtueel - Via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 10/02/2022 - 08:54
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Elke Decruynaere, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_01552 - OMV_2021185714 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het aanleggen van het Expo Park ten noorden van het containerpark, de hallen 6, 1 en 7 en rond hal 8 - zonder openbaar onderzoek - Maaltekouter 1, 9051 Sint-Denijs-Westrem - Advies 2022_CBS_01552 - OMV_2021185714 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het aanleggen van het Expo Park ten noorden van het containerpark, de hallen 6, 1 en 7 en rond hal 8 - zonder openbaar onderzoek - Maaltekouter 1, 9051 Sint-Denijs-Westrem - Advies

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Flanders Expo NV met als contactadres Maaltekouter 1, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2021185714) ingediend bij de deputatie op 7 december 2021.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het aanleggen van het Expo Park ten noorden van het containerpark, de hallen 6, 1 en 7 en rond hal 8

• Adres: Maaltekouter 1, 9051 Sint-Denijs-Westrem

Kadastrale gegevens: afdeling 25 sectie A nrs. 208C, 210L, 239/4 M, 239/4 L, 253R, 253/2 C, 253E, 253/2 D, 253P, 253N, 259K2, 259X3, 259C4, 259H4, 259E4, 315F, 315H, 315G, 315E, 315D, 315K, 315A en 315L

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 17 januari 2022.

De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 17 januari 2022.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 8 februari 2022.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.      BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag omvat de gedeeltelijke renovatie van de omgevingsaanleg van het beurscomplex Flanders Expo op de projectsite The Loop. Deze site bestaat uit een complex van diverse met elkaar verbonden beurshallen en bevindt zich samen met woonwarenhuis IKEA en een grote maaiveldparking in de ruimte tussen Pégoudlaan en Henri Crombezlaan.

De aanvraag omvat het aanleggen van het Expo Park ten noorden van het bestaande beurscomplex ‘Flanders Expo’, meer bepaald ten noorden van het containerpark en de hallen 6, 1 en 7, en rond hal 8. De ruimte rond de hallen is op vandaag grotendeels verhard en in gebruik als multifunctionele zone voor logistiek en parkeren. De grenzen van de projectsite werden door de aanleg van de oostelijke ringweg op zijn definitief tracé gewijzigd. Deze ontwikkelingen rond het beurshallencomplex hebben ervoor gezorgd dat de terreinen een samenstelling zijn geworden van oppervlaktes met verschillende soorten verharding, zonder duidelijke logica of hiërarchie.

Daarom wordt de ruimte rond het beurscomplex volledig heraangelegd.

De buitenruimte wordt ingericht voor multifunctioneel gebruik (logistiek, parkeren voor exposanten, buitenexpo of –evenementen en organisatie van bezoekersstromen).

Er worden nieuwe asfaltverhardingen aangelegd, en de groene randen worden afgeboord door een betonnen plint met hekwerk. Het project beoogt enerzijds het beeld van de Expo-site te verbeteren, en anderzijds om de functionaliteit van de zone te verhogen. Eveneens zal het regenwater en vuil water van hal 8 gescheiden worden.

Aan de noordzijde wordt voorzien in de aanleg van een groenstrook met wadi’s. Deze groenstrook wordt onderbroken door de onderdoorgang onder de ringweg en infrastructuur voor de toekomstige tramhalte.

 

Historiek

Deze werken werden samen met de aanpak van de westelijke en oostelijke zone, de bouw van een de “Link”, hal 10 en een containerpark al eens aangevraagd en goedgekeurd in de vergunning 2015/04219. Echter werd deze vergunning niet tot uitvoering gebracht om administratieve en economische redenen. De vergunning is vervallen op 10 maart 2018.

De aanvrager heeft beslist om de geplande ingrepen in meerder fasen aan te vragen. De aanvraag voor de eerste fase werd goedgekeurd op 20 juni 2019 en betreft de heraanleg van Expo Park West, bardage en verbindingen 2-4-6.

De huidige aanvraag betreft de aanleg van de tweede fase van Expo Park. Deze aanvraag herneemt de elementen die in de oorspronkelijke aanvraag van 2015 werden goedgekeurd, en passen in de inrichtingsstudie uit 2015 die werd ingediend bij de oorspronkelijke vergunningsaanvraag. Deze inrichtingsstudie werd ook als bijlage toegevoegd aan het dossier; deze studie kadert in de totaalontwikkeling van de site en legt de link met de aangrenzende projectvelden.

2.      HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen:

* Op 27/09/2018 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het aanleggen van maaiveldparkings en de regularisatie van een ondergrondse inrit (OMV_2018067689).

* Op 08/11/2018 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor slopen en bouwen inkomhal (OMV_2018087208).

* Op 20/06/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor renovaties Flanders Expo (OMV_2019033609).

* Op 05/09/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen van een overkapping boven een fietsenstalling bij hal 3 van Flanders Expo (OMV_2019061621).

* Op 18/11/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het vernieuwen van een tijdelijke vergunning van 10 jaar voor de bestaande parking (OMV_2019018060).

* Op 09/01/2020 werd een aktename afgeleverd voor overname van de activiteiten van een beurscomplex (Flanders Expo) (OMV_2019149407).

* Op 12/03/2020 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van inkom hal 2 en hal 3 (OMV_2019157962).

* Op 14/05/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de afbraak en heropbouw en de nieuwbouw van verbindingsgebouwen tussen hal 2 en hal 4  en hal 4 en hal 6 van Flanders Expo (OMV_2020016903).

 

Stedenbouwkundige vergunningen:

* Op 12/06/1990 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van het beurscomplex met foyer, hall 8 en verbindingskokers tussen de hallen 3,7 en 8. (1990/70027).

* Op 09/04/1991 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een restaurant. (1991/70010).

* Op 10/05/2012 werd een vergunning afgeleverd voor de aanleg van een tijdelijk bezoekerspad en het vernieuwen van de toegangen bij Flanders Expo. (2012/70032).

* Op 10/03/2016 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van bestaande constructies die verbindingen maken tussen de hallen 3-5-7 en hal 8, het slopen van het bestaande gebouw 'gourmet' naast hal 8, het aanleggen van het expo-park rondom de hallen, het herbekleden van de gevels van de bestaande hallen bardage, de bouw van de link, de bouw van hal 10 en de bouw van een opslagplaats in het containerpark aan de noordzijde. (2015/04219).

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.

 

Gunstig advies van Fluxys NV afgeleverd op 24 januari 2022.
 

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 26 januari 2022:
Besluit: GUNSTIG, mits te voldoen aan de hiervoor vermelde maatregelen en reglementeringen.

 

Gunstig advies van het Agentschap Wegen en Verkeer afgeleverd op 3 februari 2022:

Besluit: Gunstig, mits er rekening wordt gehouden met de omschreven aandachtspunten.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Milieumaatschappij afgeleverd op 25 januari2022 voor het lozen van afvalwater:

Volgende bijzondere voorwaarden dienen van toepassing gesteld:

-          De buitenruimte waar bedrijfsafvalwater kan ontstaan dient veel ruimer genomen te worden. De ganse oppervlakte waarop dieren kunnen gestald staan dient beschouwd te worden als potentieel verontreinigd hemelwater. De ganse oppervlakte dient bij de beurzen vervolgens afgekoppeld te worden van de infiltratievoorziening en aangesloten te worden op de DWA-leiding.

Het bedrijf dient binnen de termijn van 3 maanden een inschatting te maken van het te lozen verontreinigd hemelwater van deze zone en deze te toetsten aan de huidige vergunde debieten (vergunningen.ge@vmm.be).

-          De afwatering van het bedrijfsafvalwater afkomstig van het containerpark dient verduidelijkt te worden. Dit water mag in geen geval geïnfiltreerd worden.

Het is aangewezen het rioleringsplan aan te passen waar volgende elementen duidelijk worden weergegeven:

-          Correcte legende

-          Oppervlakte waar bedrijfsafvalwater kan ontstaan:

  • Containerpark
  • Buitenruimte (die zone dient veel ruimer te zijn dan oorspronkelijk voorzien, dit dient ook als een zone, bijvoorbeeld A1, voorgesteld te worden).

-          Afwatering van dit bedrijfsafvalwater van bron (oppervlakte) tot lozing (ter hoogte van de straat) in één duidelijke kleur.

-          Duidelijke vermelding van KWS-afscheider, coalescentiefilter en controleput.

-          Op het rioleringsplan mogen slechts 3 kleuren weergegeven worden om het eenvoudig te houden namelijk:

  • Bedrijfsafvalwater (rood)
  • Huishoudelijk afvalwater (groen)
  • Hemelwater (blauw).

 

Bijkomend advies van Farys betreffende de riolering werd aangevraagd (zie ook verder). De adviesvraag is verstuurd op 08/02/2022. Het advies zal apart doorgestuurd worden naar de deputatie, zodat deze kan worden verwerkt in de eindbeslissing.

 

4.      TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

De betrokken percelen maken deel uit van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) ‘Handelsbeurs’, zoals goedgekeurd door deputatie op 8 maart 2007. Naast de generieke voorschriften worden de betrokken percelen gevat door de specifieke zonevoorschriften van de zone 8 (zone voor handelsbeurs en aanverwante activiteiten).

De aanvraag stemt overeen met de planologische bestemming en de algemene en specifieke voorschriften van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

4.2   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

 

4.3   Verordeningen

Algemeen bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.

Het ontwerp stemt overeen met de relevante, stedenbouwkundige voorschriften uit dit algemeen bouwreglement, en is conform de bepalingen uit artikels 9 (gescheiden afvoerstelsels voor afval- en hemelwater) en 12 (beperken van verhardingen) (zie waterparagraaf).

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (zie waterparagraaf).

Gewestelijke verordening toegankelijkheid

De voorgestelde werken hebben geen betrekking op de toegankelijkheid van het beursgebouw, de verordening is dus niet van toepassing.

Gewestelijke verordening voetgangersverkeer

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

 

4.4   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg en gewestweg.

 

4.5   Archeologienota

Aan de aanvraag werd een archeologienota met ID 13866 toegevoegd. Het Agentschap Onroerend Erfgoed heeft op 22 februari 2020 akte genomen van deze nota.

Uit deze nota blijkt dat de relatief grote oppervlakte van het plangebied, de ligging binnen een zeer interessante archeologische zone en de ongekende impact van de aanwezige verhardingen er voor zorgen dat er een hoog potentieel aan relevante kennisvermeerdering gerealiseerd zou kunnen worden. Er wordt bijgevolg verder onderzoek met ingreep in de bodem in de vorm van een proefsleuvenonderzoek voor een deel van het plangebied aanbevolen.

 

5.      WATERPARAGRAAF

De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf. Met betrekking tot de waterparagraaf wordt volgend advies uitgebracht, na toetsing aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GSV) en het algemeen bouwreglement van de stad Gent (ABR) inzake hemelwater:

 

Hemelwater

Algemeen geplande toestand:

-          nieuwe grondverharding: 29.563,68 

-          bestaande dakverharding die nog niet is aangesloten op een hemelwater, infiltratievoorziening of buffervoorziening: 11.375 m² hal 8

-          infiltratievoorziening: 1.672.100 liter – 2.348,29 m² (wadi en infiltratiekratten)

-          het hemelwater en afvalwater van hal 8 wordt gescheiden.

 

Gescheiden stelsel

Conform artikel 9 van het algemeen bouwreglement van de stad Gent dient bij nieuwbouw, al dan niet na slopen, en bij verbouwingen waarbij het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan aangepast worden, de bouwheer verplicht een privaat gescheiden afvoerstelsel voor afvalwater en hemelwater te voorzien. Het privaat afvoerstelsel voor hemelwater moet, indien het technisch mogelijk is, in eerste instantie aangesloten worden op een waterloop. Indien dit niet kan, mag er aangesloten worden op een RWA en in laatste instantie op een gemengde riolering.

Het hemelwater en afvalwater van hal 8 zal gescheiden worden. De sanitaire installaties van hal 8 worden aangesloten op een nieuw afvalwaterriolering.

 

Verharding

Conform artikel 12 van het ABR moet het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt worden. De strikt noodzakelijke verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.

Volgens de aanvraag wordt de verharding maximaal beperkt. De optie van waterdoorlatende verharding werd bestudeerd maar werd niet weerhouden. De verharding is volgens de aanvraag noodzakelijk gezien de aard van de activiteiten, voornamelijk bestaande uit logistiek verkeer en logistieke bewegingen.

In de zones waar het meest waarschijnlijk is dat vrachtwagens stilstaan, wordt een KWS-afscheider voorzien.

De verharding wordt aangesloten op een infiltratievoorziening.

Het hemelwater (dat op een gedeelte van de verharding valt) dat aanzien wordt als afvalwater (potentieel verontreinigd hemelwater) mag niet aangesloten worden op de infiltratievoorziening.

 

Infiltratievoorziening

De infiltratievoorziening dient gedimensioneerd te worden op de nieuwe verharde grondoppervlakte en de bestaande dakverharding van hal 8 die nog niet aangesloten is op voorziening.

De bouwheer voorziet een infiltratievoorziening van totaal 1.672.100 liter en een oppervlakte van totaal 2.348,29 m².

De infiltratievoorziening is correct gedimensioneerd volgens de GSV.

In het noordoostelijke deel van Expo Park wordt de riolering aangesloten op wadi’s. De overige infiltratie wordt uitgewerkt door middel van infiltratiekratten die zich onder het oppervlak van het Expo Park bevinden.

Om infiltratie toe te laten dient de gemiddelde hoogste grondwaterstand idealiter dieper gelegen te zijn dan de infiltratievoorziening.

De eventuele overloop moet boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand gelegen zijn, aangezien de infiltratievoorziening anders als drainage fungeert.

Bij een ondergrondse infiltratievoorziening zijn de controlemogelijkheden beperkt. Het hemelwater dat naar een ondergrondse infiltratievoorziening wordt geleid, dient om deze reden voorgefilterd te worden om dichtslibbing te vermijden. Een bovengrondse infiltratievoorziening geniet daarom altijd de voorkeur boven een ondergrondse voorziening.

Bij de infiltratiekratten moet er genoeg infiltratieoppervlakte gecreëerd worden, de bodem van de kratten/putten mag niet meegeteld worden. Indien de infiltratievoorzieningen in blok worden aangelegd, mag alleen de oppervlakte van de zijkanten van het blok als infiltrerend beschouwd worden. Beter is het om de kratten/putten in een ‘slang’ of ‘lijn’ aan te leggen.

Bij een bovengrondse infiltratievoorziening mag, in geval de komdiepte beperkt is tot 30 cm, steeds de volledige oppervlakte van de infiltratiekom of het infiltratieveld worden ingerekend. Deze wordt bepaald als de horizontale projectie van de infiltratievoorziening op het niveau van de noodoverlaat.

Indien de bodem dieper ligt dan 30 cm kan de bodem worden meegeteld onder voorwaarde dat de infiltratievoorziening bij een volledige vulling binnen de 72 uur wordt geledigd en indien er een onderhoudsprogramma wordt uitgevoerd waardoor de doorlatendheid van de bodem wordt behouden. Zo niet worden alleen de wanden in rekening gebracht.

Bij de verharding die voornamelijk door vrachtwagens wordt gebruikt, dient minstens als voorfiltering een slibvang met een correct gedimensioneerde KWS-afscheider geplaatst te worden.

Technische informatie over afkoppelen, hergebruiken, bufferen en infiltreren kan gevonden worden op de website:  http://www.vmm.be/water/waterwegwijzerbouwen en http://www.integraalwaterbeleid.be/nl/publicaties/technisch-achtergronddocument-bij-de-gewestelijke-stedenbouwkundige-verordening.

 

Conclusie van de watertoets

Mits te voldoen aan bovengestelde voorwaarden inzake dimensionering en uitvoeringswijze, wordt voldaan aan de betrokken bepalingen uit de gewestelijke en gemeentelijke verordening en kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat de impact van het project op de waterhuishouding tot een minimum beperkt wordt.

 

6.      BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

 

7.      OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening.

Het opdelen van de oorspronkelijke aanvraag in kleinere deel-aanvragen is te verantwoorden vanuit bedrijfseconomisch standpunt, op voorwaarde dat de principes van de inrichtingsstudie (vanuit RUP vereist onderdeel bij elke aanvraag) consequent worden toegepast bij elke deelaanvraag. Elke stap moet kaderen in een samenhangend geheel die een uitspraak doet over de beeldkwaliteit en het ruimtelijk functioneren van de site in zijn totaliteit.

In de beschrijvende nota wordt uitgebreid verwezen naar de inrichtingsstudie uit 2016. De omschrijving geeft een duidelijk beeld van de totaalontwikkeling op de site.

Er wordt aangetoond dat de aangevraagde werken kaderen in de realisatie van het totaalplan. De werken zijn noodzakelijk voor het goed ruimtelijk functioneren van de site. Het verbeteren van de buitenruimte komt ook de leesbaarheid van de site ten goede. De ruimtelijke impact van de werken is op zich vrij klein, net als de impact ervan op het functioneren van de beurssite en The Loop in zijn geheel.

Aan de noordzijde sluit het ontwerp aan op de toekomstig aan te leggen tramhalte en onderdoorgang onder de ringweg. De voetgangersoversteek van Expo Park wordt duidelijk gemarkeerd en begeleid door nieuwe groene hagen en bomen.

De ruimte rond de gebouwen wordt quasi integraal verhard. De keuze voor een aaneengesloten, verharde oppervlakte van dergelijke omvang is evenwel te verantwoorden. De buitenruimte is immers op vandaag al grotendeels verhard. De motivatienota toont bovendien duidelijk aan dat de geplande verharding rond de gebouwen noodzakelijk is vanuit de interne bedrijfsorganisatie. De verharding kent een meervoudig gebruik. Bij op- en afbraak van beurzen en evenementen is de volledige ruimte nodig voor de organisatie van de logistieke bewegingen. Tijdens beurzen en evenementen zelf doet de ruimte dienst als parking, als buitenexpo of als zone voor crowd-control.

Het project biedt geen antwoord op een wenselijke publiek toegankelijke verbinding van de noordelijke projectvelden (velden 3 en 5 oost) en het multifunctionele hart van de site ten zuiden van het beursgebouw, hetgeen als een gemiste kans wordt beschouwd. Ook de aansluiting van het project op de trap van de onderdoorgang werd niet opgenomen in het project.

Het RUP biedt evenwel géén houvast om het publiek karakter van deze doorgang af te dwingen. Ook bevat de inrichtingsstudie voldoende argumenten om aan te tonen dat een publieke doorgang niet compatibel is met de concrete beursorganisatie en bijhorende veiligheidshandhaving.

 

GROENAANLEG

De groenaanleg wordt gebundeld aan de randen van de site. Een verspreide inplanting van groen zou het veelzijdig gebruik hypothekeren en de logistieke flexibiliteit bemoeilijken.

Ondanks de beperkte oppervlakte, toont het randgroen toch een belangrijke kwaliteit. De groene rand aan noordoostelijke zijde sluit immers rechtsreeks aan bij het groen op aangrenzend openbaar domein. De begroeiing van deze 2 stroken zal in elkaar overlopen, echter om de aansluiting tussen privaat en openbaar groen te behouden, dient ook het beheer nauw op elkaar aan te sluiten.

In het gedeelte van de private groene rand worden landschappelijke wadi’s geïntegreerd t.b.v. de waterhuishouding van Expo Park. In de wadi’s wordt grazige vegetatie aangeplant, en daar waar zich geen wadi’s bevinden wordt de begroeiing met grazige vegetaties voortgezet. Zo loopt het groenoppervlak over de perceelsgrenzen heen. In deze zone worden ook bomen aangeplant. Het randgroen is zodanig vormgegeven dat het mee de visuele uitstraling van de site helpt te ondersteunen.

Het plan toont ook aan dat de nodige inspanningen zijn geleverd om groen in te brengen op de site van Expo Park zelf, ook al blijft het beperkt in oppervlakte in verhouding tot de rest van de site. Er worden hagen aangeplant tussen de randweg en de logistieke zone, en hagen en bomen langs de centrale voetgangersinkom. Dit bevordert ook de leesbaarheid van de ruimte. De zones langs de gevels worden waar mogelijk ingericht als groenzones (rekening houdende met de (nood)uitgangen).

Er is dus geen bezwaar tegen deze herinrichting van de buitenruimte aan de noordzijde. De infiltratie en bijkomende groene buffering worden als positieve ontwikkelingen beschouwd, en deze wijzigingen waren eerder al een keer vergund.

 

MOBILITEIT

Situering en historiek

Het betreft de heraanleg van het 2e deel van de buitenruimte rond de gebouwen van Flanders Expo, het Expo Park genoemd, als opvolging van dossier 2019033609 voor de westzijde.

Men wil deze zone nu heraanleggen om de toegankelijkheid te verbeteren en de gewenste circulatie  beter leesbaar te laten worden.

Bij de nieuwe inrichting houdt men rekening met de toekomstige rechttrekking van de chicane in de oostelijke bocht van de Ringweg. De herinrichting zorgt er ook voor dat al het (vracht)verkeer dat nodig is voor het functioneren van Flanders Expo, op eigen terrein kan opgevangen worden zodat men Maaltekouter niet meer blokkeert.

Flanders Expo wil zijn gebouwen kunnen opdelen in meerdere delen, zodat men tegelijkertijd meerdere kleinere beurzen kan laten doorgaan, of tijdens een beurs de opbouw of afbraak van een andere kan laten plaatsvinden. Hiervoor moet de zone rond de gebouwen opgesplitst kunnen worden met duidelijke aan- en afrijroutes naar de verschillende delen.

De noordelijke zone wordt opgesplitst in 2 delen met elk een eigen toegangscontrole (slagboom). Tussen beide in loopt een zebrapad dat de route naar de noordelijke onderdoorgang onder de Ringweg voor voetgangers en fietsers markeert. In de oostelijke hoek wordt de uitrit vernieuwd en op eigen terrein op 2 rijstroken gebracht met 2 uitgaande slagbomen, die terug samenkomen voor ze op de Ringweg invoegen.

Aan de zijkant van hal 8 wordt een dubbelrichtings rijweg voorzien om de passage naar de voorzijde van de hallen mogelijk te maken, en toegang te krijgen naar hal 8 via de poorten in deze zijgevel. Vrachtwagens die wegrijden in noordelijke richting gebruiken de weg rond de 2e logistieke zone om naar de uitgang te rijden.

De verharde zone is in eerste instantie een logistieke zone, en in tweede instantie een buitenexpo-zone waar men tevens de bezoekersstromen beter kan geleiden. Tijdens beurzen mogen de exposanten en de medewerkers hier parkeren, als een nevenfunctie van de beurs.

Voetganger

Men voorziet in de aanleg van het Expo Park een voetgangersverbinding naar de noordelijke voetgangerstunnel onder de Ringweg. De voetgangersstromen worden gesignaleerd en begrensd door groene hagen. De gemarkeerde zones dienen ten allen tijde en bij elk gebruik vrijgehouden te worden.

Fiets

Aan de zijde van de hallen wordt een fietsenstalling met 23 plaatsen voorzien, die tijdens beurzen uitgebreid zal worden met tijdelijke stallingen.

Openbaar vervoer
Aan de noordzijde sluit het ontwerp aan op de toekomstig aan te leggen tramhalte.

Auto

Via de E40 en de R4f is deze locatie zeer vlot bereikbaar van buiten Gent. Medewerkers, bezoekers en exposanten die op het Expo-Park rond de hallen parkeren, bereiken deze zone via de zuidoostelijke inrit vanop de Ringweg. Wegrijden gebeurt via de noordoostelijke uitrit.

Wat het parkeren betreft, wordt dit voor bezoekers georganiseerd aan de westzijde van de Pégoudlaan. Het parkeren voor exposanten en personeel tijdens beurzen en evenementen kan plaatsvinden op de site zelf. Deze parkeerplaatsen worden gemarkeerd door suggestieve belijning. Er worden 12 laadpalen voorzien voor elektrische wagens (naast de 10 reeds bestaande laadpalen op de site). Deze zone is echter niet bestemd als ‘parking’. Het verhuren van parkeerplaatsen aan derden buiten de beurzen is dus niet toegelaten.

Vrachtwagen

Vrachtwagens bereiken de beursgebouwen en het Expo Park via de Dienstweg (Maaltekouter), die enerzijds rechtstreeks toegang geeft tot de westelijke hallen (2, 4 en 6), en anderzijds in het noordwesten de toegang biedt naar het Expo Park en de andere hallen.

 

WEGENIS

Aanpassingen aan markeringen (detail B) en de nieuwe inritconstructie (detail A van plan BA_334_D_N_Detailtekening nieuwe toestand) kunnen pas gerealiseerd worden na de aanleg van de nieuwe ringweg, en dienen met deze aanleg rekening te houden.

Statuut wegenis

De organisatie van het parkeren op eigen terrein is in handen van Flanders Expo zelf. De stad Gent neemt voor de betrokken site géén (parkeer)beheers- en managementtaken op. Flanders Expo dient er zelf voor te zorgen dat de menging van voetgangers, fietsers en parkerende wagens hier vlot en veilig kan verlopen. De geplande wegenis (met alle toebehoren, zoals o.m. verlichting, boordstenen, groenaanleg en wadi’s) bevindt zich volledig op privaat domein en wordt NIET overgedragen naar openbaar domein.

 

RIOLERING

Er dient advies gevraagd te worden aan Farys, hun advies is essentieel voor dit rioleringsontwerp.
Het blijkt dat zij fundamentele opmerkingen hebben op de plannen en hydraulische nota.

 

VERLICHTING

Op de rand van Expo Park komen verlichtingsmasten om de site te verlichten. Deze verlichtingsarmaturen worden zo ingesteld dat ze enkel het Expo Park verlichten en de infrastructuur van The Loop niet verstoren.

Er dient een lichtontwerp opgemaakt te worden voor de buitenverlichting van de site en gebouwen. Lichtontwerp verder voor te stellen aan de lichtcel, afspraak te beleggen via algemeen mailadres lichtcel: openbareverlichting@stad.gent.

De verlichting dient te worden uitgevoerd in overeenstemming met de voorschriften van het lichtplan.  

 

CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

 

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Activiteit

AC34300 Behandelen van omgevingsvergunningen

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het aanleggen van het Expo Park ten noorden van het containerpark, de hallen 6, 1 en 7 en rond hal 8 van Flanders Expo nv, gelegen te Maaltekouter 1, 9051 Sint-Denijs-Westrem.

    

Artikel 2

 Verzoekt de deputatie om volgende voorwaarden voor de geplande werken op te nemen:

Externe adviezen

De dwingende voorwaarden uit de externe adviezen dienen strikt nageleefd te worden.

 

Hemelwater, verharding en infiltratievoorziening

-          Het hemelwater (dat op een gedeelte van de verharding valt) dat aanzien wordt als afvalwater (potentieel verontreinigd hemelwater) mag niet aangesloten worden op de infiltratievoorziening.

-          Om infiltratie toe te laten dient de gemiddelde hoogste grondwaterstand idealiter dieper gelegen te zijn dan de infiltratievoorziening.

De eventuele overloop moet boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand gelegen zijn, aangezien de infiltratievoorziening anders als drainage fungeert.

-          Bij een ondergrondse infiltratievoorziening zijn de controlemogelijkheden beperkt. Het hemelwater dat naar een ondergrondse infiltratievoorziening wordt geleid, dient om deze reden voorgefilterd te worden om dichtslibbing te vermijden. Een bovengrondse infiltratie voorziening geniet daarom altijd de voorkeur boven een ondergrondse voorziening.

-          Bij de infiltratiekratten moet er genoeg infiltratieoppervlakte gecreëerd worden, de bodem van de kratten/putten mag niet meegeteld worden. Indien de infiltratievoorzieningen in blok worden aangelegd, mag alleen de oppervlakte van de zijkanten van het blok als infiltrerend beschouwd worden. Beter is het om de kratten/putten in een ‘slang’ of ‘lijn’ aan te leggen.

-          Bij een bovengrondse infiltratievoorziening mag, in geval de komdiepte beperkt is tot 30 cm, steeds de volledige oppervlakte van de infiltratiekom of het infiltratieveld worden ingerekend. Deze wordt bepaald als de horizontale projectie van de infiltratievoorziening op het niveau van de noodoverlaat.

Indien de bodem dieper ligt dan 30 cm kan de bodem worden meegeteld onder voorwaarde dat de infiltratievoorziening bij een volledige vulling binnen de 72 uur wordt geledigd en indien er een onderhoudsprogramma wordt uitgevoerd waardoor de doorlatendheid van de bodem wordt behouden. Zoniet worden alleen de wanden in rekening gebracht.

-          Bij de verharding die voornamelijk door vrachtwagens wordt gebruikt, dient minstens als voorfiltering een slibvang met een correct gedimensioneerde KWS-afscheider geplaatst te worden.

 

Mobiliteit

Het parkeren van wagens op het Expo Park is enkel voor exposanten en medewerkers tijdens beurzen. Het verhuren van parkeerplaatsen aan derden buiten de beurzen is niet toegelaten.

 

Archeologienota

Er wordt verder onderzoek met ingreep in de bodem in de vorm van een proefsleuvenonderzoek voor een deel van het plangebied aanbevolen.

 

Wegenis:

Aanpassingen aan markeringen (detail B) en de nieuwe inritconstructie (detail A van plan BA_334_D_N_Detailtekening nieuwe toestand) kunnen pas gerealiseerd worden na de aanleg van de nieuwe ringweg en dienen met deze aanleg rekening te houden.

 

Riolering:

De aansluiting op het rioleringsnet is verplicht en wordt, wat betreft het gedeelte op het openbaar domein, uitgevoerd door FARYS. Een aanvraag tot het bekomen van een huisaansluiting moet ingediend worden bij FARYS via www.farys.be/nl/rioolaansluiting of verstuurd worden naar Stropstraat 1 te 9000 Gent.

De afvoer van het regen- en afvalwater moeten op kosten en op risico van de bouwheer, binnen zijn eigen terrein uitgevoerd worden. Het afvoeren kan hetzij door natuurlijke afloop, hetzij door oppompen.

Een bestaande aansluiting of een wachtaansluiting dient in regel gebruikt/ (her)bruikt te worden. De  locatie en de diepteligging ervan zijn bindend. De bestaande aansluiting dient ter hoogte van de rooilijn opgezocht, opgemeten en gemarkeerd te worden. Indien ze (tijdelijk) niet in dienst blijft is het de taak van de bouwheer om deze ter hoogte van de rooilijn dicht te maken om elke instroom te vermijden.

Bij een nieuwe huisaansluiting wordt het traject bepaald in overleg tussen rioolbeheerder en klant. De algemene veiligheid, de instandhouding en de normale werking van de elementen van de huisaansluiting moeten verzekerd zijn en het toezicht, de controle en het onderhoud moeten gemakkelijk uitgevoerd kunnen worden. Voor de diepteligging dient er rekening mee gehouden te worden dat de huisaansluiting in regel door FARYS wordt gerealiseerd vóór aanleg van de privéwaterafvoer op een maximale diepte van 50 cm onder het maaiveld. Indien de diepteligging van de hoofdriolering of (kruisen van de) nutsleidingen deze diepte niet toelaten, zal de huisaansluiting op de meest haalbare diepte worden aangelegd.

De aanvrager dient zich te houden aan de bepalingen van het Bijzonder Waterverkoopreglement huisaansluitingen. Dit reglement is terug te vinden op www.farys.be/wettelijke-bepalingen.

De bijzondere aandacht wordt gevestigd op :

  • De openbare riolering kan onder druk komen tot het maaiveld niveau, wat neerkomt op een stijging van het waterpeil in de buizen en de aansluitingen (code van goede praktijk voor  rioleringssystemen : www.vmm.be/wetgeving/code-van-goede-praktijk-voor-rioleringssystemen).

De bouwheer moet hier dan ook rekening mee houden bij de aanleg van (en de aansluitingen op) zijn privéwaterafvoer. Het Stadsbestuur kan onder geen enkele voorwaarde aansprakelijk gesteld worden voor schade door wateroverlast die een gevolg is van een onoordeelkundige aanleg van de privéwaterafvoer.

  • Door de aanleg van gescheiden rioleringsstelsels, zowel op openbaar als op privaat domein, kan er sneller geurhinder ontstaan als gevolg van het geconcentreerde (onverdunde) afvalwater.

De aanvrager dient bij geurhinder op eigen initiatief en kosten elke instroomopening op zijn privéwaterafvoer door middel van een waterslot geurdicht af te schermen.

Om geurhinder als gevolg van de eigen private riolering te reduceren werden er enkele richtlijnen opgesteld, die u via deze link kan terugvinden: www.farys.be/richtlijnengeurhinder.

De interne riolering moet zo ontworpen worden dat een aansluiting op het gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater).

Het is toegestaan het regenwater ter plaatse te laten infiltreren.

De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht volgens het Algemeen Waterverkoopreglement bij aanbouw en/of het voorzien van een nieuwe aansluiting. Meer informatie vindt u op www.farys.be/keuring-privewaterafvoer. 

Er moet blijvend voorzien worden in (een) voldoende grote septische put(ten). Alle en enkel de toiletten zijn hierop aan te sluiten.

Indien tijdens de werkzaamheden onvoorziene hindernissen opduiken (rioleringen, waterlopen, kelders e.d.)dan moet dit meteen worden meegedeeld aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Administratief Centrum, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, mail: tdwegen@stad.gent. Of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

Er werd bijkomend advies gevraagd aan Farys, aangezien hun advies essentieel is voor dit rioleringsontwerp.

Hun advies zal apart worden doorgestuurd naar de deputatie, zodat dit kan worden verwerkt in de eindbeslissing.

 

Artikel 3

Verzoekt de deputatie om volgende aandachtspunten op te leggen aan de aanvrager:

Openbaar domein

De bouwheer is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer.

De vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende groenaanleg, bermen, trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken. Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Administratief Centrum, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, via e-mail:tdwegen@stad.gent of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).

De bijzondere aandacht van de bouwheer wordt erop gevestigd dat het perceel gelegen is langs een gebied met risico's tot overstromen. De bouwheer moet de nodige maatregelen treffen om wateroverlast te voorkomen. Het Stadsbestuur kan onder geen enkele voorwaarde aansprakelijk gesteld worden voor schade door wateroverlast ten gevolge van een overstroming.

Hogere waterpeilen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten. Er is dan ook geen enkele garantie dat het perceel in de toekomst gespaard zal blijven van wateroverlast.

 

Grondwaterbemaling

Indien voor de bouw een grondwaterbemaling noodzakelijk is voor ofwel de verwezenlijking van bouwkundige werken, ofwel de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, dan is dit volgens Vlarem indelingsplichtig en dient dit gemeld te worden. Er kan slechts gestart worden met de bemalingswerken indien de melding geakteerd werd in het college van burgemeester en schepenen. Het bemalingswater dient zoveel mogelijk terug in de grond gebracht te worden (retourbemaling, infiltratie, ...). Indien dit technisch onmogelijk is dient het bemalingswater in eerste instantie geloosd te worden op oppervlaktewater of op de leiding voor regenwaterafvoer van de openbare riolering.

 

Grondverzet

Indien grondverzet plaatsvindt, moet dit gebeuren overeenkomstig de regels m.b.t. het gebruik van de uitgegraven bodem (Hoofdstuk XIII VLAREBO). Als algemeen principe geldt dat voor iedere partij reeds uitgegraven bodem die groter is dan 250 m³ en die niet ter plaatse wordt gebruikt, een technisch verslag moet opgemaakt worden. Deze verplichting geldt ook voor een partij samengesteld uit verschillende partijen uitgegraven bodem kleiner dan 250 m³ waarvoor er geen verplichting tot technisch verslag was, en ook voor een partij groter dan 250 m³ die in verschillende partijen kleiner dan 250 m³ wordt afgevoerd en gebruikt (artikel 173, §2).
Meer info over grondverzet kan verkregen worden bij de infolijn van de OVAM op 015/284.284 en 015/284.459.

 

Afval

De verplichting om selectief te slopen, renoveren en/of te ontmantelen staat in artikel 4.3.3 van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Vlarema). Het dossier bevat een sloopopvolgingsplan.

Elke afvoer van afvalstoffen moet gedocumenteerd worden met een identificatieformulier of een afgiftebewijs. De uitvoerder van de bouw-, infrastructuur-, sloop- en ontmantelingswerken bezorgt deze documenten aan de houder van de omgevingsvergunning. Deze dienen 5 jaar bijgehouden te worden.

 

Stofemissies

De uitvoerder van bouw-, sloop- en infrastructuurwerken moet de emissie van stof zo laag mogelijk houden en moet hiertoe maatregelen treffen.

De verplichte maatregelen staan opgesomd in hoofdstuk 6.12 van Vlarem II.

De aandacht wordt gevestigd op artikel 6.12.3 van deze regelgeving. Dit artikel vermeldt vier concrete maatregelen om stofemissies te voorkomen:

1. afscherming met doeken of zeilen,

2. beneveling van de locatie waar de werken worden uitgevoerd,

3. bevochtiging ter hoogte van de apparatuur,

4. rechtstreekse stofafzuiging op breekhamers, polijstmachines, slijpschijven, boormachines, freesmachines en schuurmachines.

Minimaal één van deze vier maatregelen moet genomen worden.

Als er visueel waarneembare stofverspreiding optreedt kan bijkomende verneveling verplicht zijn.

 

Asbest

Bij de sloop moet de nodige aandacht besteed worden aan de aanwezigheid van asbest. Meer informatie over het correct omgaan met asbest is terug te vinden op de website van OVAM: https://www.ovam.be/omgaan-met-asbest.

 

Verlichting

Algemene voorschriften vanuit het Lichtplan

Goede verlichte reclames en uithangborden, zowel deze die aangelicht worden als deze die van binnenuit verlicht zijn, hebben een sobere, stabiele (niet flikkerende of dynamische) verlichting, met wit of zachtgekleurd licht. Dergelijke van binnenuit verlichte reclames en uithangborden geven op de aanliggende gevels en openbaar domein niet meer licht dan 2 lux. Bij aangelichte reclames is het licht goed en enkel gericht op de reclame zelf; deze ontvangt maximaal een lichthoeveelheid van 10 lux. Bij van binnenuit verlichte reclames verdient verlichting met negatief contrast (door het uitsnijden letters of figuren uit een donker vlak) de voorkeur. Andere van binnenuit verlichte reclames bevinden zich bij voorkeur onder de ramen van de eerste verdieping. Het gebruik van LED’s voor de verlichting van reclames is meer dan wenselijk gelet op de vele voordelen daarvan (laag verbruik, lange levensduur, goede zichtbaarheid zonder te veel te verlichten).

Goede verlichting van gevels is eveneens sober en stabiel (niet flikkerend of dynamisch) en verlicht, behoudens eventuele expliciet gewenste accenten, op homogene wijze het geheel van de gevel. De aangelichte gevel ontvangt maximaal een lichthoeveelheid van 10 lux. Tenzij in uitzonderlijke situaties, gebruikt gevelverlichting wit licht met een goede kleurtemperatuur (3.000 of 4.200 K) om de gevelmaterialen en structuur optimaal tot hun recht te laten komen. Zij wordt om middernacht, of bij horecazaken eventueel wat later, gedoofd.

Algemene voorschriften vanuit de bestaande regelgeving

Vlarem 2 - Deel 4: Algemene milieuvoorwaarden voor ingedeelde inrichtingen

Hoofdstuk 4.6 beheersing van hinder door licht:

• Artikel 4.6.01: Onverminderd andere reglementaire bepalingen treft de exploitant de nodige maatregelen om lichthinder te voorkomen.

• Artikel 4.6.02: Het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid. De verlichting is dermate geconcipieerd dat niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving maximaal wordt beperkt.

• Artikel 4.6.03: Klemtoonverlichting mag uitsluitend gericht zijn op de inrichting of onderdelen ervan.

• Artikel 4.6.04: Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen.

Artikel 80.2 (lid 1) van de wegcode:

• Artikel 80.2 van de wegcode verbiedt het aanbrengen op de openbare weg van reclameborden, uithangborden of andere inrichtingen die de bestuurders verblinden, die hen in dwaling brengen, die, zij het ook maar gedeeltelijk, verkeersborden voorstellen of nabootsen, die van verre met deze verkeersborden worden verward, of die op enige andere wijze de doelmatigheid van de reglementaire verkeersborden verminderen.

• Indien het gaat om verlichting die wordt aangevraagd in de buurt van verkeerslichten, geldt ook volgende  regel uit Artikel 80.2 lid 1 Wegcode: Het is verboden een luminositeit met een rode of groene tint te geven aan alle reclameborden, uithangborden of inrichtingen die zich, binnen een afstand van 75 meter van een verkeerslicht, op minder dan 7 meter boven de grond bevinden.

 

Voor dit dossier zijn deze specifieke voorschriften van toepassing voor de verlichting:

• Om alle vormen van lichthinder of lichtvervuiling tegen te gaan, wordt gevraagd om een dimmer te voorzien op de LED-lichtinstallatie. Bij vermoeden/melding van lichthinder zal ter plaatse geëvalueerd en bepaald worden hoeveel de lichtinstallatie moet gedimd worden (conform bestaande normen en richtlijnen).  

• Geen dynamische of flikkerende verlichting te gebruiken. Dit geldt ook voor LED-schermen die achter glas worden geplaatst, en zichtbaar zijn vanop openbaar domein.  Als regel wordt vooropgesteld dat een bepaalde lichtkleur of lichtbeeld (vanaf valavond) minstens 15 seconden vast moet blijven staan, alvorens naar een ander statisch verlicht beeld of kleur over te springen.

• De commerciële verlichting wordt bij voorkeur gedoofd bij sluitingstijd van de handelszaak (of na de kantooruren), of ten laatste om 24u (tenzij de handelszaak nog open is na 24u). NB Zo ook wordt de monument- en sfeerverlichting in Gent gedoofd om 24u (uitgezonderd de 3 torens van Gent).

• Er dient een lichtontwerp opgemaakt te worden voor de buitenverlichting van de site en gebouwen. Lichtontwerp verder voor te stellen aan de lichtcel, afspraak te beleggen via algemeen mailadres lichtcel: openbareverlichting@stad.gent.

• De lichtarmaturen dienen zo horizontaal mogelijk te worden geplaatst (maximale inclinatiehoek 5°), om alle vormen van lichthinder en lichtvervuiling in de (nabije)omgeving  te voorkomen. 

• De functionele verlichting op palen mag enkel de buitenterreinen van de site verlichten, zonder strooilicht te veroorzaken in de nabije natuurlijke omgeving.

• De verlichting mag enkel worden gebruik bij actief avondgebruik van het buitenterrein op de site. Indien er geen avondgebruik is, dient de verlichting telkens gedoofd te worden.

• Bij voorkeur LED-verlichting te gebruiken, opdat het licht gericht kan worden naar de juiste locatie, en i.f.v. de nodige energiebesparingen.