Terug
Gepubliceerd op 07/01/2022

2022_CBS_00180 - OMV_2021162409 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het oprichten van een nieuwe berging (3 m bij 6 m) na afbraak van de bestaande houten garage/tuinberging - zonder openbaar onderzoek - Keuzekouter 24, 9031 Drongen - Weigering

college van burgemeester en schepenen
do 06/01/2022 - 08:31 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 06/01/2022 - 08:37
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Elke Decruynaere, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx; Hafsa El -Bazioui; Rudy Coddens, schepen; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Sofie Bracke, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_00180 - OMV_2021162409 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het oprichten van een nieuwe berging (3 m bij 6 m) na afbraak van de bestaande houten garage/tuinberging - zonder openbaar onderzoek - Keuzekouter 24, 9031 Drongen - Weigering 2022_CBS_00180 - OMV_2021162409 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het oprichten van een nieuwe berging (3 m bij 6 m) na afbraak van de bestaande houten garage/tuinberging - zonder openbaar onderzoek - Keuzekouter 24, 9031 Drongen - Weigering

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

De heer Nikolaas Barrezeele met als contactadres  , 9031 Drongen heeft een aanvraag (OMV_2021162409) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 21 oktober 2021.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het oprichten van een nieuwe berging (3 m bij 6 m) na afbraak van de bestaande houten garage/tuinberging

• Adres: Keuzekouter 24, 9031 Drongen

Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie C nr. 1267G3

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 16 november 2021.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 23 december 2021.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag is gelegen langs Keuzekouter, in de deelgemeente Drongen. Het perceel maakt deel uit van een residentieel woonlint van vrijstaande bebouwing, waarvan de tuinen uitgeven op de Leie. Op het perceel bevindt zich een vrijstaande eengezinswoning en een werkruimte op ca. 44 m achter de rooilijn.

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het oprichten van een nieuwe berging na afbraak van de bestaande houten garage/tuinberging. Deze houten constructie meet 3 m bij 6 m en heeft een hoogte van 2,5 m. Deze constructie houdt 3 m afstand van de rechter perceelsgrens en staat op ca. 4,5 m van de rooilijn. De constructie zal gebruikt worden als fietsenberging en afvalberging.

Daarnaast wordt de verharding op het perceel aangepast en uitgebreid.

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

  • Op 19/03/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen van een werkruimte en carport/fietsenberging (OMV_2019154942).

 

Stedenbouwkundige vergunningen

  • Op 21/05/2015 werd een weigering afgeleverd voor het herbouwen van een woning. (2015/05032)

 

Verkavelingsvergunningen

  • Op 17/05/1972 werd een vergunning afgeleverd voor nieuwe verkaveling. (1972 DR 204/00)
  • Op 20/11/2014 werd een aanneming verzaking afgeleverd voor verzakingsaanvraag. (2014 DR 204/01/V)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgend extern advies is gegeven:  

 

Voorwaardelijk gunstig advies van De Vlaamse Waterweg nv afgeleverd op 13 december 2021 onder ref. AB/2021/921 (zie omgevingsloket):
De Vlaamse Waterweg nv – afdeling Regio West verleent aan vermelde omgevingsvergunningsaanvraag voor het bouwen van een berging en het veranderen van de omgevingsaanleg na de sloop van de bestaande garage/tuinberging in Keuzekouter 24 (kadaster: Afdeling 27 sectie C nummer 1267G3) te 9031 Drongen (Gent) een voorwaardelijk gunstig advies.

 

De voorwaarden waaraan voldaan moet worden, zijn:

* De aanvrager van deze omgevingsvergunning is Barrezeele Nikolaas. De bij De Vlaamse Waterweg gekende eigenaar is Barrezeele Eric. Indien Nikolaas de nieuwe eigenaar is dient hij de vergunning die loopt bij De Vlaamse Waterweg nv over te zetten op zijn naam. Hij dient hiervoor contact op te nemen via info@vlaamsewaterweg.be.

* In de tuinzone mogen er geen ophogingen van het terrein gebeuren.

* Alle bijkomende verharding dient op maaiveldniveau en in waterdoorlatend materiaal (met waterdoorlatende onderfundering) aangelegd te worden.

 

A) Advies m.b.t. het beheer en de exploitatie van de waterweg en het patrimonium  van De Vlaamse Waterweg nv

Er is interferentie met het beheer en/of de exploitatie van de waterweg. Het projectgebied grenst aan de Leie. De aanvrager van deze omgevingsvergunning is Barrezeele Nikolaas. De bij De Vlaamse Waterweg gekende eigenaar van dit perceel en de aanhorigheden aan de oever is Barrezeele Eric. Indien Nikolaas de nieuwe eigenaar is, dient hij de vergunning die loopt bij De Vlaamse Waterweg nv over te zetten op zijn naam. Hij dient hiervoor contact op te nemen via info@vlaamsewaterweg.be. Bij toekomstige aanvragen dient de steiger ingetekend te worden op de plannen.

 

B) Watertoetsadvies

1. Beschrijving van het project en de kenmerken van het watersysteem die door het project kunnen beïnvloed worden

Het projectgebied is gelegen langs en stroomt af naar de Leie (beheerder: De Vlaamse Waterweg nv).

 

De volgende gegevens zijn relevant voor de watertoets:

- De bestaande garage/tuinberging wordt afgebroken.

- Er wordt een nieuwe berging met een horizontale dakoppervlakte van 18m2 gebouwd.

- In de nota wordt er aangegeven dat er meer groen voorzien wordt aan het nieuw gebouw in uitvoering, terwijl uit de inplantingsplannen net het omgekeerde blijkt. Een stuk van het gras (gazon + grasland) wordt vervangen door grindverharding.

- Er wordt een nieuw pad in waterpasserende betontegelverharding aangelegd tussen de verdiepte zithoek in de boomgaard en de creatieve werkruimte. Dit pad kan afstromen naar onder- en omliggend groen.

- De oprit in grindverharding wordt vervangen door waterpasserende betontegelverharding.

- Er worden geen ondergrondse constructies voorzien.

 

Het projectgebied is volgens de watertoetskaart voor ongeveer 20% in mogelijk overstromingsgevoelig gebied gelegen en voor ongeveer 10% in recent overstroomd gebied

 

2. Op het project toepasselijke voorschriften uit het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde

Het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde formuleert maatregelen om wateroverlast (en watertekort) in het bekken te voorkomen. De strategie "vasthouden-bergen-afvoeren" is hierbij van toepassing. Dit kan door het vermijden van de toename van verharde oppervlakte, het afkoppelen van hemelwater van de riolering, hergebruik ter plaatse, infiltreren waar mogelijk, bufferen, vertraagd afvoeren, vermijden van inbuizingen, aanleggen van groendaken, ... Via het instrument van de watertoets worden schadelijke effecten van nieuwe plannen, programma’s en vergunningen vermeden door het opleggen van gepaste maatregelen of het niet toestaan van nieuwe ontwikkelingen.

 

Er zijn geen acties opgenomen in het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde (2016-2021) die betrekking hebben op de vergunningsaanvraag.

 

3. Beoordeling van verenigbaarheid met het watersysteem

3.1 gewijzigd overstromingsregime

Het projectgebied is volgens de watertoetskaart voor ongeveer 20% in mogelijk overstromingsgevoelig gebied gelegen en voor ongeveer 10% in recent overstroomd gebied. Het betreft voornamelijk de strook langs de Leie. Conform de fluviale overstrominsgevaarkaarten is naast de strook langs de Leie, ook de strook langs de perceelsgrens met de Keuzekouter overstromingsgevoelig (huidig klimaatscenario). Conform het toekomstig klimaatscenario is heel het perceel overstromingsgevoelig.

 

In de tuinzone mogen er geen ophogingen van het terrein gebeuren. Dit kan immers leiden tot versnelde afvoer van hemelwater richting lager gelegen delen of buurpercelen. De verharding dient op maaiveldniveau aangelegd te worden (er dient dus afgegraven te worden voor de fundering). Er dient maximaal gebruik gemaakt te worden van waterdoorlatende verharding met waterdoorlatende onderfundering.

 

Alle verharding wordt in waterdoorlatend materiaal voorzien: de oprit en het pad tussen de verdiepte zithoek in de boomgaard en de creatieve werkruimte worden in waterpasserende betontegelverharding aangelegd. Rond de creatieve werkruimte wordt een deel van het gras vervangen door grindverharding. Dit valt te betreuren. Er wordt niet aangegeven of de verharding op maaiveldniveau aangelegd wordt, dit dient het geval te zijn.

 

3.2 gewijzigd afstromingsregime en gewijzigde infiltratie naar het grondwater

De stedenbouwkundige verordening hemelwater is niet van toepassing, aangezien alle bijkomende verharding kan afstromen naar onder- of omliggend groen en de uitbreiding van de bebouwing slechts 18m2 (<40m2). bedraagt. De Vlaamse Waterweg verwacht bijgevolg geen wijzigingen in het afstromingsregime en de infiltratie van het hemelwater ten gevolge van het project.

 

3.3 gewijzigde oppervlaktewaterkwaliteit en gewijzigd aantal puntbronnen

Ten gevolge van de geplande ingrepen worden er geen betekenisvol nadelige effecten op de

oppervlaktewaterkwaliteit verwacht.

 

3.4 gewijzigd grondwaterstromingspatroon en gewijzigde grondwaterkwaliteit

Het project voorziet geen nieuwe ondergrondse constructies, waardoor er geen impact op het

grondwaterstromingspatroon wordt verwacht. Er wordt ook geen impact op de grondwaterkwaliteit verwacht.

 

3.5 watergebonden natuur en structuurkwaliteit

Binnen het projectgebied komt geen biologisch waardevolle watergebonden natuur voor. Er worden geen werken aan de oever voorzien en bijgevolg zal de structuurkwaliteit van de Leie niet veranderen. Er wordt geen significant negatieve impact op de watergebonden natuur en structuurkwaliteit verwacht.

 

4. Toetsing aan doelstellingen en beginselen DIWB

Het project voldoet aan het standstillbeginsel. De aanvraag is onder hoger vermelde voorwaarden verenigbaar met de beginselen en doelstellingen van het ‘Decreet Integraal Waterbeleid’.

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied en bestaande waterwegen volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, met uitzondering van

Artikel 12 (beperken van verhardingen):

Omdat het perceel gelegen is in overstromingsgevoelig gebied moet het verharden van oppervlaktes hier in het bijzonder tot een absoluut minimum beperkt worden. Uiteraard om de problematiek van wateroverlast en verdroging zoveel mogelijk te voorkomen. De strikt noodzakelijke verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.

 

Het ontwerp voorziet volgende verharding in de voortuinstrook:

- ca. 20 m² bijkomende betontegelverharding ter hoogte van de autostaanplaatsen aan de voorzijde van de voortuinstrook

- ca. 39 m² nieuwe grindverharding en betontegelverharding in het midden van de voortuinstrook in functie van een terras

- ca. 44 m² bijkomende grindverharding tussen de woning en de creatieve werkruimte

Dit geeft een totaal van ca. 103 m² bijkomende (waterdoorlatende) verharding.

Reeds in de voorwaardelijke vergunning OMV_2019154942 dd. 19/03/2020 werd een gedeelte van de aangevraagde verharding uitgesloten. Met deze aanvraag wil men nog meer verharding dan in de voorgaande aanvraag, zonder bijkomende motivering (hoewel er in de beschrijvende nota wordt vermeld dat er juist meer groen wordt voorzien ter hoogte van de woning). Wat dus niet overeenkomt met de plannen. Dit is niet aanvaardbaar, in voortuinstroken wordt uitsluitend strikt noodzakelijke verharding toegelaten. Dit geldt hier des te meer vanwege de ligging in overstromingsgevoelig gebied. In de vergunning OMV_2019154942 werd reeds een gedeelte verharding uitgesloten, logischerwijs volgen we hier dezelfde redenering. Echter, gezien de gevraagde constructie niet voor vergunning in aanmerking komt vormt de verharding een bijkomende weigeringsgrond.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (zie waterparagraaf).

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

Het voorliggende project heeft geen omvangrijke oppervlakte maar ligt wel in overstromingsgevoelig gebied.

Gelet op het advies van de waterbeheerder (Zie 3. Externe adviezen) kan in alle redelijkheid worden geoordeeld dat het schadelijk effect op de waterhuishouding van dit gebied beperkt is.

Door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. De afvoer van het hemelwater dat terecht komt op deze berging moet vertraagd gebeuren. Dit kan door het opgevangen hemelwater dat op de berging terecht komt in de tuin te laten infiltreren, door de aanleg van een groendak of door het afvoeren van dit hemelwater naar een al dan niet bestaande hemelwaterput. Het hergebruik van het hemelwater heeft een zekere bufferende werking door de vertraagde afvoer van het perceel van dit herbruikt hemelwater. Het opgevangen hemelwater mag dus niet rechtstreeks worden afgevoerd naar de openbare riolering. Indien hieraan wordt voldaan kan er in alle redelijkheid geoordeeld worden dat de bouwwerken geen schadelijk effect veroorzaken op de waterhuishouding van dit gebied.

6.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

7.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

8.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

De aanvraag betreft het bouwen van een constructie in de voortuinstrook en het aanleggen van bijkomende verharding. In principe is een voortuin bouwvrij. Het plaatsen van nieuwe constructies in de voortuin druist in tegen dat principe en wordt niet aanvaard. Daarbovenop is er al een aanzienlijke hoeveelheid bebouwd op het perceel. De tuinberging dient te worden voorzien in de achtertuinzone of in de bestaande bebouwing.

Verder is de bijkomende verharding strijdig met art. 12 van het algemeen bouwreglement van de stad Gent (zie ook punt 4.3.). In voortuinen is uitsluitend strikt noodzakelijke verharding toegelaten.

Dit geldt hier des te meer omdat het perceel gelegen is in overstromingsgevoelig gebied. De maximale verhardingsgraad is in de bestaande situatie reeds bereikt, bijkomende verharding komt niet voor een vergunning in aanmerking.

 


CONCLUSIE

Ongunstig, het ontwerp is strijdig met artikel 12 van het algemeen bouwreglement en zodoende is de aanvraag niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening. Constructies in de voortuin zijn ruimtelijk niet aanvaardbaar.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen. 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het oprichten van een nieuwe berging (3 m bij 6 m) na afbraak van de bestaande houten garage/tuinberging aan de heer Nikolaas Barrezeele gelegen te Keuzekouter 24, 9031 Drongen.