Terug
Gepubliceerd op 07/01/2022

2022_CBS_00197 - OMV_2021157896 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het vervangen van bestaande reclame-inrichtingen door nieuwe in de voor- en achtergevel - zonder openbaar onderzoek - Koning Albertlaan 142, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 06/01/2022 - 08:31 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 06/01/2022 - 08:38
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Elke Decruynaere, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx; Hafsa El -Bazioui; Rudy Coddens, schepen; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Sofie Bracke, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_00197 - OMV_2021157896 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het vervangen van bestaande reclame-inrichtingen door nieuwe in de voor- en achtergevel - zonder openbaar onderzoek - Koning Albertlaan 142, 9000 Gent - Vergunning 2022_CBS_00197 - OMV_2021157896 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het vervangen van bestaande reclame-inrichtingen door nieuwe in de voor- en achtergevel - zonder openbaar onderzoek - Koning Albertlaan 142, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

BELFIUS BANK NV met als contactadres Karel Rogierplein 11, 1210 Brussel heeft een aanvraag (OMV_2021157896) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 19 oktober 2021.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het vervangen van bestaande reclame-inrichtingen door nieuwe in de voor- en achtergevel

• Adres: Koning Albertlaan 142, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 9 sectie I nr. 786P4

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 16 november 2021.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 22 december 2021.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Het pand in kwestie is gelegen in de Koning Albertlaan in de wijk Stationsbuurt - Noord. De omgeving bestaat voornamelijk uit rijwoningen, vaak met een nevenfunctie op het gelijkvloers. Het pand in kwestie betreft een bankfiliaal. Het gebouw op het bouwperceel is opgenomen als 'Burgerhuis ontworpen door Charles Hoge' (relict-ID: 90692), als 'Rijhuis' (relict-ID: 89178) en als 'Burgerhuis' (relict-ID: 57322) in de inventaris van het bouwkundig erfgoed.

 

Het rechterdeel van het pand is opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed (relict ID-nr. 89178) en wordt in de wetenschappelijke inventaris als volgt omschreven: “Onderkelderd burgerhuis gebouwd volgens een bouwaanvraag van 1923 in opdracht van Odilon Deseure. De tuin van het rijhuis grensde oorspronkelijk langs de linkerzijde van de woning aan de straat. Achteraan kwam gelijktijdig een gebouw met bureau en garage tot stand. Anno 2014 is het linkerdeel van het perceel bebouwd met een recent kantoorgebouw, waarbij het woonhuis werd geïntegreerd en, voornamelijk de pui, werd aangepast en zo niet langer afzonderlijk toegankelijk is.

Enkelhuis van twee traveeën en drie bouwlagen onder een pseudomansardedak (leien), met twee oeils-de-boeuf en een dakkapel onder een driehoekig fronton. Bepleisterde lijstgevel onder een houten kroonlijst op klossen, op een blauwe hardstenen onderbouw. De licht vooruitspringende rechtervenstertravee wordt op de eerste verdieping gemarkeerd door een gebogen erker, ondersteund door hardstenen consoles, die verbonden zijn met de tussenstijlen van het drielicht op de benedenverdieping. De erker wordt afgelijnd door een decoratief uitgewerkt hoofdgestel en is voorzien van een bekronend, betonnen balkon met ijzeren hekwerk. Het balkon is toegankelijk via een deurvenster, geflankeerd door een classicerende omlijsting met gecanneleerde zuilen. De linkertravee wordt op de bovenverdiepingen doorbroken door twee rechthoekige drielichten gevat in een verdiept gevelvlak, met benadrukte en als pilasters uitgewerkte tussenstijlen, versierde borstweringen en kroonlijsten. Het vernieuwd houten schrijnwerk met typerende roedeverdeling in de bovenlichten van de bovenvensters, is mogelijk geïnspireerd op het originele schrijnwerk. De decoratie is neoclassicistisch geïnspireerd en bestaat onder meer uit repetitieve geometrische en florale motieven, een krans, guttae en tandlijsten, aangebracht ter verlevendiging van de vensterpartijen op de bovenverdiepingen.

De begane grond omvatte oorspronkelijk, volgens het bouwplan, links een koetsdoorrit leidend tot de tuin, geflankeerd door een parloir en salon aan de straatzijde, daarachter een monumentaal trappenhuis verbonden met de doorrit, vervolgens de diensttrap, een vestiaire en toilet, en ten slotte in een aanbouw keuken, schotelhuis en linnenkamer. Het gebouw in de tuin bestond volgens het bouwplan uit een hal met links een parloir en rechts het bureau, met toegang tot een klein sanitair vertrek. Rechts bevond zich de garage.”

In 2014 werd het linkerdeel van het perceel bebouwd met een recent kantoorgebouw. Het rechterdeel van het perceel is bebouwd met de beschreven burgerwoning. Opname in het CHE-gebied en op de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed bevestigen de cultuur-historische waarde van het pand.

Een plaatsbezoek naar aanleiding van de vroegere verbouwing toonde aan dat het pand zijn oorspronkelijke indeling en waardevolle elementen zoals fraaie moulureplafonds, wandafwerkingen, binnendeuren en schouwen met hun schouwmantel behield, met uitzondering van de gewijzigde gelijkvloerse verdieping.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Voorliggende aanvraag betreft een gewijzigd ontwerp na een eerdere weigeringsbeslissing voor het vervangen van de bestaande uithangborden door nieuwe in de voor- en achtergevel (OMV_2021061200). Deze aanvraag betreft het plaatsen van 2 zaak-gebonden publiciteitsinrichtingen en wijzigingen aan het schrijnwerk. Ten opzichte van de eerdere weigeringsbeslissing (OMV_2021061200) wordt de publiciteit nu voorzien met losse letters, komt deze niet boven de eerste verdieping en wordt het geheel kleiner voorzien.

 

Er wordt één reclamebord van 3m10 x 44 cm voorzien op het voorgevelvlak, op ca. 2m86 afstand van de linker perceelsgrens en ca. 11m26 van de rechter perceelsgrens. De totale dikte bedraagt 6,20 cm. Dit reclamebord wordt vlak voor de voorgevel voorzien in losse letters met inwendige verlichting. De afstand t.o.v. het voetpad bedraagt ca. 3m15.

Het schrijnwerk wordt vervangen in het voorgevelvlak van de oude bebouwing langs rechts. Gelijkvloers wordt het nieuw schrijnwerk met matte beglazing voorzien. Het schrijnwerk op de verdiepingen worden met hetzelfde model als de bestaande toestand vervangen. De bestaande reclame-inrichtingen worden weggenomen.

 

Het reclamebord dat tegen de achtergevel bevestigd wordt bestaat uit losse letters, is ca. 3m10 breed in totaal. De letters zijn 44cm hoog. Het geheel bevindt zich ca. 3m19 ten opzichte van het maaiveld. De afstand tot de rechter perceelsgrens bedraagt ca. 11m70, tot de linker perceelsgrens ca. 1m66. De achtergevel wordt eveneens vernieuwd waarbij grote delen langs de rechter perceelsgrens worden wit geschilderd. Centraal wordt een gedeelte bekleed met zwarte ruitleien.

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

* Op 23/03/2021 werd een melding wegens ongegrond/niet rechtsgeldig niet afgeleverd voor het plaatsen van 2 nieuwe uithangborden (OMV_2021036785).

* Op 24/06/2021 werd een weigering afgeleverd voor het vervangen van de bestaande uithangborden door nieuwe in de voor- en achtergevel (OMV_2021061200).

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 20/05/1974 werd een vergunning afgeleverd voor het vervangen van een garagepoort door een deur met raam. (KW K-9-74)

* Op 08/12/1975 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een woonhuis met 2 bovenverdiepingen en zolderverdieping tot bankfiliaal met parking op het gelijkvloers en 2 woongelegenheden op de bovenverdiepingen. (Litt. K-18-75)

* Op 27/06/1977 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een woonhuis tot een gebouw met 3 woongelegenheden en op het gelijkvloers een bankfiliaal met 7 parkeerplaatsen op de binnenkoer (herneming litt. k-18-75 dd 8/12/1975). (Litt. K-23-77)

* Op 30/10/1992 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een bankagentschap. (1992/436)

* Op 23/12/1999 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van 1 dubbelzijdig verlicht uithangbord, 1 enkelzijdig niet verlicht uithangbord en 1 m. (1999/803)

* Op 19/11/2009 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een bankkantoor waarvan een deel nieuwbouw en een deel renovatie. (2009/867)

* Op 08/04/2010 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een bankkantoor waarvan een deel nieuwbouw en een deel renovatie. (2010/133)

* Op 31/05/2012 werd een vergunning afgeleverd voor het vervangen van verlichte uithangborden. (2012/243)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.
 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Zie hoofdstuk waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening voetgangersverkeer

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het terrein ligt niet in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied. Bijgevolg kan door het uitvoeren van de aangevraagde werken of handelingen geen schadelijk effect voor de waterhuishouding ontstaan.

6.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

7.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

8.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

De aanvraag voorziet het vervangen van bestaande reclameborden bij een bankkantoor. Aan de voorgevel worden 3 reclameborden vervangen door 1 reclamebord bestaande uit losse belettering. Dergelijke reclame-inrichtingen met interne verlichting wordt steeds selectief onderzocht met het oog op een beheersing van de impact op de omgeving. Om die reden wordt het aantal inrichtingen, de schaal en de vormgeving ervan steeds afgewogen ten opzichte van de architectuur van het pand en ten opzichte van de omgeving. Dergelijke inrichtingen worden ook enkel aanvaard ter hoogte van de eigenlijke functie, zoals hier het geval is.

 

Na een eerder geweigerd ontwerp (OMV_2021061200), werd het ontwerp van de gevelreclame aangepast. Om de vrije doorgang maximaal te vrijwaren, dienen de niet-constructieve elementen tot maximaal 60 centimeter vanaf een hoogte van 3,00 meter tot 4,00 meter te worden voorzien. Hierbij mogen niet-constructieve elementen tot op een hoogte van 3,00 meter maximaal 5 centimeter uitspringen ten opzichte van de rooilijn. De uitsprong moet eveneens 60 cm verwijderd blijven van de boordsteen van het trottoir.

Het voorziene reclamebord aan de voorgevel spring 6,20 cm uit op een hoogte van ca. 3m15 vanaf het trottoirpeil. Het plaatsen van het verlichte reclamebord voldoet aan deze vooropgestelde normen en kan bijgevolg worden aanvaard.

 

Doordat het pand is opgenomen in het CHE-gebied en op de vastgestelde inventaris bouwkundig erfgoed (relict-ID: 89178) wordt de cultuurhistorische waarde van het pand bevestigd. Door het plaatsen van de belettering op het recent gebouwde linkerdeel van het kantoor en de bescheiden omvang, wordt de erfgoedwaarde van het pand niet aangetast. Met deze ingreep verdwijnen alle aanwezig reclame-inrichtingen op het waardevolle burgerhuis. Dit is positief. Via de bijzondere voorwaarden wordt wel opgenomen dat eventuele openingen of schade aan de gevel na het wegnemen van deze reclameborden hersteld moet worden.

 

Bijkomend blijkt uit de plannen dat er nieuw schrijnwerk wordt voorzien ter hoogte van de gelijkvloerse plint en de eerste verdieping van het burgerhuis (schrijnwerk in de erkers). Dit buitenschrijnwerk is niet authentiek en komt dus voor vervanging in aanmerking. Echter wordt wel via de bijzondere voorwaarden opgelegd dat vervanging enkel kan gebeuren door geschilderd houten schrijnwerk naar oorspronkelijk model en profilering zoals te zien op de foto uit de vastgestelde Inventaris Bouwkundig Erfgoed uit 1978. Ook op de plannen van de originele bouwaanvraag (G12_1923_B_128) is de originele indeling en profilering terug te vinden.

 

Verder wordt het schrijnwerk in de gelijkvloerse plint voorzien van ‘mat glas’. Voor het straatbeeld en de levendigheid van de plint te vrijwaren is het voorzien van mat glas niet toegelaten. Deze dient voorzien te worden in transparante uitvoering om zo een connectie met het straat te behouden en een levendigheid van de plint te garanderen. (voorwaarde)


CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het vervangen van bestaande reclame-inrichtingen door nieuwe in de voor- en achtergevel aan BELFIUS BANK nv (O.N.:0403201185) gelegen te Koning Albertlaan 142, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

Gelijkvloerse plint

Het glas in het schrijnwerk van de gelijkvloerse plint moet afgewerkt worden in transparant glas.

 

Erfgoed

Eventuele openingen of schade aan de gevel die ontstaat na het wegnemen van de reclameborden moet hersteld worden volgens de regels van het goed vakmanschap en met respect voor de erfgoedwaarden van het gebouw. Indien de gevel hierdoor moet herschilderd worden, kan dit enkel in de bestaande of oorspronkelijke kleur (aan te tonen aan de hand van kleuronderzoek) gebeuren.

 

Vervanging van het buitenschrijnwerk in de voorgevel is mogelijk, maar kan enkel gebeuren door geschilderd houten schrijnwerk naar oorspronkelijk model en profilering zoals te zien op de foto uit de vastgestelde Inventaris Bouwkundig Erfgoed uit 1978 (https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/216416). Ook op de plannen van de originele bouwaanvraag (G12_1923_B_128) is de originele indeling en profilering terug te vinden.

 

Het pand is opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed (relict ID-nr. 89178). Daarom mogen de aangevraagde werken afwijken van de huidige eisen voor EPB (energieprestatie en binnenklimaat). Die afwijking laat toe de erfgoedwaarde van de vanaf het openbare domein zichtbare delen te behouden. Voor de renovaties van gebouwen vastgesteld in de inventaris van bouwkundig erfgoed gelden volgende vrijstellingen voor de bestaande, niet herbouwde gebouwen of gebouwdelen:

* vrijstelling van de maximale U-waarden voor de gevelonderdelen (muren en ramen) die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg;

* vrijstelling van de luchttoevoereisen in de ruimten waar alleen ramen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, worden vervangen.

Verluchtingsroosters aan de straatzijde (in de gevel of het schrijnwerk) zijn niet aanvaardbaar.

 

Openbaar domein

Om de vrije doorgang maximaal te vrijwaren dienen de niet constructieve uitsprongen beperkt te worden tot maximaal 60 cm vanaf een hoogte van 3,00 meter tot 4,00 meter. Het uitgangbord op de voorgevel springt 6,2 centimeter uit op een hoogte van ca. 3,15 meter. Met andere woorden voldoet de aanvraag aan die vooropgestelde normen. De uitsprong moet eveneens 60 cm verwijderd blijven van de boordsteen van het trottoir.

De aanvrager draagt alle gevolgen bij aanrijding en schade, er zullen geen obstakels, palen e.d. in het openbaar domein aangebracht worden om dergelijke voorvallen te voorkomen.

 

De nieuwe deuren en ramen op het gelijkvloers mogen niet opendraaien over openbaar domein.

 

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Openbaar domein

De bouwheer is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de verhardingen van de openbare weg, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer.

 

In functie van een eventuele werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld). U dient er rekening mee te houden dat de behandeling van deze aanvraag een bepaalde doorlooptijd nodig heeft (zie ook website).

 

Verlichting

-          Om alle vormen van lichthinder of lichtvervuiling tegen te gaan, wordt opgelegd om een dimmer te voorzien op de LED-lichtinstallatie. Bij vermoeden/melding van lichthinder zal ter plaatse geĆ«valueerd en bepaald worden hoeveel de lichtinstallatie moet gedimd worden (conform bestaande normen en richtlijnen).

-          Geen dynamische of flikkerende verlichting te gebruiken. Dit geldt ook voor LED-schermen die achter glas worden geplaatst, en zichtbaar zijn vanop openbaar domein.  Als regel wordt vooropgesteld dat een bepaalde lichtkleur of lichtbeeld (vanaf valavond) minstens 15 seconden vast moet blijven staan, alvorens naar een ander statisch verlicht beeld of kleur over te springen.

-          De commerciĆ«le verlichting wordt bij voorkeur gedoofd bij sluitingstijd van de handelszaak (of na de kantooruren), of ten laatste om 24u (tenzij de handelszaak nog open is na 24u). NB Zo ook wordt de monument- en sfeerverlichting in Gent gedoofd om 24u (uitgezonderd de 3 torens van Gent).

 

Vlarem 2

Deel 4: algemene milieuvoorwaarden voor ingedeelde inrichtingen

Hoofdstuk 4.6 beheersing van hinder door licht:

-(artikel 4.6.01) Onverminderd andere reglementaire bepalingen treft de exploitant de nodige maatregelen om lichthinder te voorkomen.

-(artikel 4.6.02) Het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid. De verlichting is dermate geconcipieerd dat niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving maximaal wordt beperkt.

-(artikel 4.6.03) Klemtoonverlichting mag uitsluitend gericht zijn op de inrichting of onderdelen ervan.

-(artikel 4.6.04) Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen.

 

Artikel 80.2 (lid 1) van de wegcode

Artikel 80.2 van de wegcode verbiedt het aanbrengen op de openbare weg van reclameborden, uithangborden of andere inrichtingen die de bestuurders verblinden, die hen in dwaling brengen, die, zij het ook maar gedeeltelijk, verkeersborden voorstellen of nabootsen, die van verre met deze verkeersborden worden verward, of die op enige andere wijze de doelmatigheid van de reglementaire verkeersborden verminderen.

 

Indien het gaat om verlichting die wordt aangevraagd in de buurt van verkeerslichten, geldt ook volgende regel uit Artikel 80.2 lid 1 Wegcode: Het is verboden een luminositeit met een rode of groene tint te geven aan alle reclameborden, uithangborden of inrichtingen die zich, binnen een afstand van 75 meter van een verkeerslicht, op minder dan 7 meter boven de grond bevinden.