Terug
Gepubliceerd op 07/01/2022

2022_CBS_00193 - OMV_2021150321 K - aanvraag omgevingsvergunning voor afbraak van de bestaande bebouwing en de bouw van twee eengezinswoningen - met openbaar onderzoek - Eendrachtstraat 123, 125, 125A en 125B, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 06/01/2022 - 08:31 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 06/01/2022 - 08:38
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Elke Decruynaere, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx; Hafsa El -Bazioui; Rudy Coddens, schepen; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Sofie Bracke, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_00193 - OMV_2021150321 K - aanvraag omgevingsvergunning voor afbraak van de bestaande bebouwing en de bouw van twee eengezinswoningen - met openbaar onderzoek - Eendrachtstraat 123, 125, 125A en 125B, 9000 Gent - Vergunning 2022_CBS_00193 - OMV_2021150321 K - aanvraag omgevingsvergunning voor afbraak van de bestaande bebouwing en de bouw van twee eengezinswoningen - met openbaar onderzoek - Eendrachtstraat 123, 125, 125A en 125B, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF? 

MOYABELL BV met als contactadres Ketelpoort 4, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2021150321) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 27 september 2021.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: afbraak van de bestaande bebouwing en de bouw van twee eengezinswoningen

• Adres: Eendrachtstraat 123, 125, 125A en 125B, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 11 sectie L nrs. 19H5 en 19G5

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 15 oktober 2021.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 22 december 2021.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag omvat het bouwen van twee nieuwe rijwoningen na sloop van de bestaande bebouwing langs de Eendrachtstraat in de wijk ‘Visserij’.

De aanvraag heeft betrekking op 2 percelen met elk een breedte van 3,96m breed en een diepte van 14,45m. Het rechtse perceel is nagenoeg rechthoekig, m.u.v. de hoek rechtsachter.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De nieuwe woningen worden ingeplant op de rooilijn in gesloten verband. Het gabarit bestaat uit vier bouwlagen, afgewerkt met een plat dak (nokhoogte: 12,02 m, t.o.v. het trottoirpeil). De 4e bouwlaag wordt teruggetrokken voorzien langs de voorgevel. Hiervoor wordt een terras voorzien van ca. 9m², hierdoor springt dit niveau 2,43m terug ten opzichte van de rooilijn.

De bouwdiepte op alle verdiepingen bedraagt 10,06 m. De woningen hebben een gevelbreedte van elk 3,94 m. Aan de achterzijde van het perceel worden tuinzones voorzien van 17,44 m² (linker woning) en 15,73 m² (rechter woning).

 

Beide woningen zijn voorzien van eenzelfde planopbouw. Op de gelijkvloerse verdieping wordt een ruimte voor het stallen van fietsen ingewerkt in het gevelontwerp. Op de rooilijn is de gevel afwerkt met fijne zwarte stalen profielen. Daarachter bevindt zich een buitenruimte van 1,61 m diep voor het stallen van fietsen. Deze materialisatie wordt doorgetrokken naar de balustrade van het terras en bij de valbeveiliging van de ramen op de eerste en tweede verdieping. Verder is de gelijkvloerse verdieping ingericht als keuken met berging en eetruimte. Op de eerste verdieping wordt de woonkamer ontworpen. De tweede verdieping is voorzien van twee slaapkamers, badkamer en berging. De bovenste verdieping is ingericht als slaapkamer met bijhorende badkamer en terras. Tussen beide terrassen wordt een zichtscherm voorzien met een hoogte van ca. 1,80m.

 

Er wordt bij elke woning een septische put van 2.000 liter geplaatst. Er is geen hemelwaterput voorzien.

 

De gevels worden in afgewerkt in een bleek metselwerk met zwart schrijnwerk.

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Stedenbouwkundige vergunningen

  • Op 18/04/2002 werd een vergunning afgeleverd voor de verbouwing van een eengezinswoning tot een meergezinswoning met 3 studio's. (2001/353)

 

Handhaving

  • Voor het perceel met adres Eendrachtstraat 125 werd een proces-verbaal met het nummer 66.97.10012/05 opgemaakt op 11 maart 2005. Het PV heeft betrekking op de wederrechtelijke verbouwing van een eengezinswoning tot een meergezinswoning met 3 studio's.

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

 

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg BINNENSTAD - DEEL HEERNIS, goedgekeurd op 18 juli 1989, en is bestemd als Klasse 3 voor tuinstrook en binnenkern en zone A voor woningen.


De aanvraag is niet in overeenstemming met de voorschriften, maar wijkt af van het volgende punt:

 

Artikel 3.3.2: De hoogte van de achtergevel van het hoofdgebouw: De hoogte van de achtergevel mag maximum zo hoog zijn als de voorgevel. 

Aan de straatzijde van het dakvolume worden terrassen voorzien. Hierdoor is de kroonlijst van de voorgevel 9,18 m hoog en deze van de achtergevel 12,02 m.

 

Overeenkomstig artikel 4.4.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan beperkt afgeweken worden van de stedenbouwkundige voorschriften van een gemeentelijk BPA, wat betreft de perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van de constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

Bovenstaande afwijking op de voorschriften van het BPA is aanvaardbaar om volgende redenen:

Het totale volume bevindt zich binnen de toegelaten bouwenveloppe van het BPA. De referentiehoogte bedraagt hier namelijk 4 bouwlagen (kroonlijsthoogte van max. 12m t.o.v. het trottoirpeil). Het volledige volume past zich hierin.
Doordat de 4e laag langs de voorzijde teruggetrokken is voorzien betreft dit een afwijking van het BPA (hoogte achtergevel is hoger dan de voorgevel). Echter betreft deze ontwerpkeuze een volume met een mindere impact op de aanpalers, op deze manier zal het nieuwe volume zich binnen de gabarieten van de betreffende aanpalers bevinden. Hierdoor zal het vooropgestelde volume een beperktere impact hebben dan het toegelaten bouwvolume conform het BPA. Bijgevolg is de vooropgestelde afwijking op het BPA aanvaardbaar.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, met uitzondering van

 

Artikel 6: Scheidingsmuren; De scheidingsmuur tussen twee platte daken van aanpalende gebouwen moet minstens 20 centimeter boven het hoogste dakvlak uitsteken.

Toetsing: niet conform: de opstand tussen het plat dak van de 4e bouwlaag en dat van de rechterbuur voldoet niet. Verder wordt er ook geen opstand voorzien tussen beide nieuw te bouwen eengezinswoningen. De vrije hoogte in de woning op alle lagen is meer dan 2,50m waardoor de dakconstructie kan aangepast worden zodat voldaan wordt aan artikel 6, zonder dat de woonkwaliteit in het gedrang komt. Deze aanpassingswerken moeten gebeuren zonder verdere ophoging van de scheidingsmuren. (voorwaarde)

 

Artikel 13: Aanvulling op de gewestelijke hemelwaterverordening; Ter aanvulling van artikel 9 §1 van de gewestelijke hemelwaterverordening is de plaatsing van een hemelwaterput ook verplicht bij verbouwing (al dan niet met uitbreiding) van een gelijkvloerse of kelderverdieping van een bestaand gebouw, waarbij die verbouwing tot gevolg heeft dat het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan aangepast worden. Deze verplichting geldt enkel bij verbouwingen aan een bestaand gebouw, waarvan de oppervlakte groter dan 40 m² is.

Voor toepassing van artikel 9 van de gewestelijke hemelwaterverordening gelden volgende volumes voor de hemelwaterput:

  • Het volume van de hemelwaterput bedraagt bij een eengezinswoning minimum 5.000 liter.

Toetsing: niet conform: De totale oppervlakte (per eengezinswoning) bedraagt ca. 40 m² waardoor het plaatsen van een hemelwaterput met hergebruik verplicht is.

Daar de tuinzone beperkt is (< 5m) wordt de plaatsing van een hemelwaterput als technisch moeilijk beoordeeld. Gelet op het niet zelfreinigend vermogen van de openbare riolering (toekomstig gescheiden rioleringsstelsel) is het tevens noodzakelijk om voorkeur te geven aan het plaatsen van een septische put t.o.v. een hemelwaterput. Bijgevolg wordt de aanvrager vrijgesteld van het plaatsen van een hemelwaterput. Deze vrijstelling impliceert evenwel de verplichting tot het inrichten van de nieuwe platte daken als groendak. (voorwaarde)

 

Artikel 14: Groendak; Bij nieuwbouw, herbouw en bij verbouwing (al dan niet met uitbreiding) moet elke nieuwe dakoppervlakte met een hellingsgraad tot 15 graden aangelegd worden als een groendak. Een groendak is een dak dat zo gebouwd wordt dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder die planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 liter per m².

Overdekte constructies tot 40 m² en gebouwen en (delen van) constructies waarvan het hemelwater dat erop valt op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem infiltreert, worden vrijgesteld van de verplichting om een groendak aan te leggen. Deze verplichting geldt niet voor eengezinswoningen met een dakoppervlakte tot en met 100 m² die aangesloten zijn op een hemelwaterput met hergebruik van hemelwater.

Toetsing: voorwaarde: gezien de toegestane afwijking op artikel 13 (zie hoger) geldt de vrijstelling van een groendak niet. Het platte dak van de 4e bouwlagen dient als groendak te worden aangelegd. Het groendak werd niet voorzien. Een groendak is een dak dat zo gebouwd wordt dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder die planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 liter per m².

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (zie waterparagraaf).

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid wordt geoordeeld dat geen schadelijk effect op de waterhuishouding van dit gebied wordt veroorzaakt.

Door de verharde oppervlakte die de bouw van de woningen met zich meebrengen, wordt de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Dit wordt gecompenseerd door als bijzondere voorwaarde op te leggen dat de platte daken als groendak moeten worden aangelegd.  Een groendak heeft een zekere bufferende werking door de vertraagde afvoer van het perceel. Zodoende wordt in alle redelijkheid geoordeeld dat het schadelijk effect op de waterhuishouding beperkt is.

6.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

7.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 23 oktober 2021 tot 21 november 2021.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaren ingediend.

8.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Het voorziene gabarit van vier bouwlagen afgewerkt met een plat dak is aanvaardbaar op deze locatie. Ook de bouwdiepte van 10,06 m voor alle verdiepingen wordt gunstig geadviseerd. De ontworpen bouwenveloppe bevindt zich volledig binnen de gabarieten van de betreffende aanpalers.

De hoogte van de achtergevel wijkt af van de voorschriften van het BPA doordat een terras aan de voorzijde van de gevel wordt ontworpen. Het terras creëert een bijkomende buitenruimte voor de woningen, wat een positief effect heeft op de woonkwaliteit. De afwijking van de BPA-voorschriften die dit tot gevolg heeft is aanvaardbaar omdat het gabarit zich  binnen de toelaatbare bouwenveloppe bevindt (zie hoofdstuk 4).

Beide terrassen kunnen worden geoordeeld in overeenstemming te zijn met de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek doordat tussen beide terrassen en zichtscherm is voorzien. Daarnaast is de blinde gevel van de linkse aanpaler voldoende hoog om conform deze bepalingen te worden geoordeeld. Het hellende dak van de rechtse aanpaler is laag waardoor er wel inkijk op het aanpalende rechtse perceel mogelijk is. Gezien het rechtse aanpalende pand voorzien is van een voldoende hoge dakuitbouw, afgewerkt met een blinde gevel richting het onderwerp van de aanvraag. Kan ook hier worden geoordeeld dat er geen rechtstreeks zicht kan worden genomen op het rechtse aanpalende perceel. Beide terrassen zijn bijgevolg toelaatbaar.

 

Het voorzien van een voorgevel uit metselwerk is conform de voorschriften van het BPA. De teruggetrokken voorgevel op het gelijkvloers in functie van de creatie van een fietsenberging is aanvaardbaar doordat de materialisatie ervan met een fijne stalen open structuur contact mogelijk laat tussen de achterliggende woonfuncties en het openbaar domein. De afsluitbaarheid van deze ruimte creëert een veilige fietsenberging bij de woningen, wat een meerwaarde is in een stedelijke context. Tegelijkertijd is er ook nog contact mogelijk tussen de achterliggende leefruimtes en het openbare domein, waardoor een open gevelbeeld wordt gecreëerd.

 

De woningen hebben een gezinsvriendelijk karakter dankzij de kwalitatieve buitenruimtes in combinatie met het aantal slaapkamers. Dit wordt gunstig geadviseerd.


CONCLUSIE 

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
 

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen. 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor afbraak van de bestaande bebouwing en de bouw van twee eengezinswoningen aan MOYABELL bv (O.N.:0453215573) gelegen te Eendrachtstraat 123, 125, 125A en 125B, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

Opstand platte daken:

Cfr. artikel 6 van het algemeen bouwreglement moet de opstand tussen het plat dak van de nieuwe 4e bouwlaag en dat van de rechterbuur minstens 20cm bedragen. Dit geldt eveneens voor de opstand tussen beide eengezinswoningen (beide onderwerp van deze aanvraag). De aanvraag voldoet hier niet aan. De dakconstructie dient te worden aangepast zodat voldaan wordt aan artikel 6, zonder dat de woonkwaliteit in het gedrang komt (vrije hoogte van 2,50m moet worden behouden). Deze aanpassingswerken moeten gebeuren zonder verdere ophoging van de scheidingsmuren.

 

Groendak:

Het nieuwe platte dak, van de 4e bouwlaag, moet als groendak worden aangelegd conform artikel 14 van het algemeen bouwreglement. Een groendak is een dak dat zo gebouwd wordt dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder die planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 liter per m².

 

Riolering:

De aansluiting op het rioleringsnet is verplicht en wordt, wat betreft het gedeelte op het openbaar domein, uitgevoerd door FARYS. Een aanvraag tot het bekomen van een huisaansluiting moet ingediend worden bij FARYS via www.farys.be/nl/rioolaansluiting of verstuurd worden naar Stropstraat 1 te 9000 Gent.

 

De afvoer van het regen- en afvalwater moeten op kosten en op risico van de bouwheer, binnen zijn eigen terrein uitgevoerd worden, voor elke woonentiteit afzonderlijk. Het afvoeren kan hetzij door natuurlijke afloop, hetzij door oppompen.

 

Een bestaande aansluiting of een wachtaansluiting dient in regel gebruikt/ (her)bruikt te worden. De locatie en de diepteligging ervan zijn bindend. De bestaande aansluiting dient ter hoogte van de rooilijn opgezocht, opgemeten en gemarkeerd te worden. Indien ze (tijdelijk) niet in dienst blijft is het de taak van de bouwheer om deze ter hoogte van de rooilijn dicht te maken om elke instroom te vermijden.

Bij een nieuwe huisaansluiting wordt het traject bepaald in overleg tussen rioolbeheerder en klant. De algemene veiligheid, de instandhouding en de normale werking van de elementen van de huisaansluiting moeten verzekerd zijn en het toezicht, de controle en het onderhoud moeten gemakkelijk uitgevoerd kunnen worden. Voor de diepteligging dient er rekening mee gehouden te worden dat de huisaansluiting in regel door FARYS wordt gerealiseerd vóór aanleg van de privéwaterafvoer op een maximale diepte van 50 cm onder het maaiveld. Indien de diepteligging van de hoofdriolering of (kruisen van de) nutsleidingen deze diepte niet toelaten, zal de huisaansluiting op de meest haalbare diepte worden aangelegd.

 

De aanvrager dient zich te houden aan de bepalingen van het Bijzonder Waterverkoopreglement huisaansluitingen. Dit reglement is terug te vinden op www.farys.be/wettelijke-bepalingen.

De bijzondere aandacht wordt gevestigd op :

* De openbare riolering kan onder druk komen tot het maaiveld niveau, wat neerkomt op een stijging van het waterpeil in de buizen en de aansluitingen (code van goede praktijk voor  rioleringssystemen : www.vmm.be/wetgeving/code-van-goede-praktijk-voor-rioleringssystemen).

De bouwheer moet hier dan ook rekening mee houden bij de aanleg van (en de aansluitingen op) zijn privéwaterafvoer. Het Stadsbestuur kan onder geen enkele voorwaarde aansprakelijk gesteld worden voor schade door wateroverlast die een gevolg is van een onoordeelkundige aanleg van de privéwaterafvoer.

* Door de aanleg van gescheiden rioleringsstelsels, zowel op openbaar als op privaat domein, kan er sneller geurhinder ontstaan als gevolg van het geconcentreerde (onverdunde) afvalwater.

De aanvrager dient bij geurhinder op eigen initiatief en kosten elke instroomopening op zijn privéwaterafvoer door middel van een waterslot geurdicht af te schermen.

Om geurhinder als gevolg van de eigen private riolering te reduceren werden er enkele richtlijnen opgesteld, die u via deze link kan terugvinden: www.farys.be/richtlijnengeurhinder.

De interne riolering moet zo ontworpen worden dat een toekomstige aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater), voor elke woonentiteit afzonderlijk.

Er is nog geen aparte regenwaterafvoer (RWA)-aansluiting mogelijk. Voor zover het niet mogelijk is om het regenwater ter plaatse te laten infiltreren is de RWA-leidingen naar de straat te voorzien als wachtaansluiting. Voorlopig moeten het regen- en afvalwater gezamenlijk naar de riolering afgevoerd worden. Bovendien moeten de RWA-, en DWA-afvoeren naast elkaar worden aangeboden met een tussenafstand van 40 tot 60 cm. Hierbij loopt het DWA-gedeelte in een rechte lijn door naar de openbare riolering.

 

Bij een toekomstige aanleg van het openbaar domein zal de riolering gescheiden worden.

De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht volgens het Algemeen Waterverkoopreglement bij aanbouw en/of het voorzien van een nieuwe aansluiting. Meer informatie vindt u op www.farys.be/keuring-privewaterafvoer

 

Er moet blijvend voorzien worden in een septische put waarbij (enkel) alle fecaliën aangesloten dienen te worden vooraleer de overloop daarvan terecht komt op het interne DWA-rioleringsstelsel, voor elke woonentiteit afzonderlijk.

 

De regenwaterpijpen op de straatgevel moeten in de gevel worden ingewerkt. De regenwaterpijp dient binnenshuis op het interne rioleringssysteem aangesloten te worden.

 

De afwatering van de terrassen moet aangesloten worden op het inpandig rioleringsstelsel. Spuiers die afwateren op het openbaar domein zijn niet toegelaten.

 

Openbaar domein:

Funderingsresten die vóór de rooilijn liggen, moeten worden uitgebroken.

Bestaande rioolvertakkingen, die niet worden hergebruikt, moeten op het terrein, ter hoogte van de rooilijn, zorgvuldig worden dichtgemaakt.

Indien tijdens de werkzaamheden onvoorziene hindernissen opduiken (rioleringen, waterlopen, kelders e.d.)dan moet dit meteen worden meegedeeld aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Administratief Centrum, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, mail: tdwegen@stad.gent. Of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

 

Bij het vastleggen van de vloerpassen en dorpelpeilen van het gebouw moet de bouwheer rekening houden met het bestaande peil van de dichtst bijgelegen rand van de openbare verhardingen. De peilen van de bestaande verhardingen worden niet aangepast in functie van aanpalende bouwwerken. Er worden ook geen trappen en/of hellingen toegestaan op het openbaar domein om de gebouwen toegankelijk te maken.

 

De nieuwe straatgevel dient inclusief de afwerking binnen de perceelsgrens opgetrokken te worden zodanig dat het nieuwe voorgevelvlak de eigendomsgrens volgt.  Deze straatgevelfundering moet een diepte hebben van ten minste 1,50 meter onder het trottoirpeil, zodat er zonder gevaar voor de stabiliteit van het gebouw uitgravingen op de openbare weg kunnen worden verricht tot op deze diepte.

 

Het privédomein moet op de rooilijn zichtbaar afgescheiden zijn van het openbaar domein (bijvoorbeeld door middel van een dorpel, afsluiting, verschil in materialen etc.).

 

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Controle bouwlijn:

Na het uitzetten van de bouwlijn moet de aanvrager het aanvraagformulier overmaken aan de Dienst Coördinatie – Landmeetcel, Botermarkt 1, 9000 Gent óf door het aanvraagformulier digitaal op te sturen naar landmeetcel@gent.be. Na ontvangst van het aanvraagformulier tot controle van de bouwlijn/rooilijn zal de bevoegde stadsdienst instaan voor deze controle. Indien de bouwheer start met de werken alvorens het proces-verbaal van aflijning te hebben ontvangen, is hij geheel verantwoordelijk voor alle gedane kosten.

 

Rookmelder:

De woning moet uitgerust worden met een correct geïnstalleerde rookmelder die voldoet aan de norm NBN EN 14604 én die niet van het ionische type is. De detector moet reageren op rookontwikkeling bij een brand door het produceren van een scherp geluidssignaal.

 

Drinkwaterinstallatie:

Op 1 juli 2011 werd het Algemeen Waterverkoopreglement van kracht, zodat er voor bouwers en verbouwers een aantal rechten en plichten bijkwamen. Sinds 16 juli 2012 is tevens het Bijzonder Waterverkoopreglement van Water-Link van kracht. Het bijzonder waterverkoopreglement van Water-Link is een aanvulling op het Algemeen Waterverkoopreglement. Zowel het Algemeen Waterverkoopreglement, als het aanvullend Bijzonder Waterverkoopreglement kan geraadpleegd worden via de website www.water-link.be, publicaties. Op deze locatie staat eveneens een infobrochure over de verplichte keuring van de binneninstallatie en de privé-waterafvoer.

 

Openbaar domein:

De bouwheer is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de verhardingen van de openbare weg, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer.

 

De vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken.

Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Administratief Centrum, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, via e-mail: tdwegen@stad.gent of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).

 

Voor het wegnemen en terugplaatsen van de distributiekabel die zich op de gevel bevindt, moet contact worden opgenomen met Telenet, tel. 015 66 66 66.

 

In functie van de werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld). U dient er rekening mee te houden dat de behandeling van deze aanvraag een bepaalde doorlooptijd nodig heeft (zie ook website).

 

Voor het wegnemen van het verkeersbord dat voor het bouwterrein staat, moet contact worden opgenomen met Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Administratief Centrum, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, mail: tdwegen@stad.gent. Of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

Deze dienst zal het verkeersbord terugplaatsen na de voltooiing van de werken. Het wegnemen en terugplaatsen valt onder de voorwaarden van het retributiereglement, dit kan u raadplegen via de website www.stad.gent (typ Departement Stedelijke Ontwikkeling Retributiereglement voor diensten van technische aard in het zoekveld).

 

Rookmelder:

De woning moet uitgerust worden met een correct geïnstalleerde rookmelder die voldoet aan de norm NBN EN 14604 én die niet van het ionische type is. De detector moet reageren op rookontwikkeling bij een brand door het produceren van een scherp geluidssignaal.

 

Drinkwaterinstallatie:

Op 1 juli 2011 werd het Algemeen Waterverkoopreglement van kracht, zodat er voor bouwers en verbouwers een aantal rechten en plichten bijkwamen. Sinds 16 juli 2012 is tevens het Bijzonder Waterverkoopreglement van Water-Link van kracht. Het bijzonder waterverkoopreglement van Water-Link is een aanvulling op het Algemeen Waterverkoopreglement. Zowel het Algemeen Waterverkoopreglement, als het aanvullend Bijzonder Waterverkoopreglement kan geraadpleegd worden via de website www.water-link.be, publicaties. Op deze locatie staat eveneens een infobrochure over de verplichte keuring van de binneninstallatie en de privé-waterafvoer.