Terug
Gepubliceerd op 07/01/2022

2022_CBS_00235 - OMV_2021147399 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen van een woning en bijgebouwen, het verwijderen van wildgroei en boom en het oprichten van een eengezinswoning met praktijk - met openbaar onderzoek - Langeplankstraat 6, 9052 Zwijnaarde - Weigering

college van burgemeester en schepenen
do 06/01/2022 - 08:31 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 06/01/2022 - 08:39
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Elke Decruynaere, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx; Hafsa El -Bazioui; Rudy Coddens, schepen; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Sofie Bracke, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_00235 - OMV_2021147399 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen van een woning en bijgebouwen, het verwijderen van wildgroei en boom en het oprichten van een eengezinswoning met praktijk - met openbaar onderzoek - Langeplankstraat 6, 9052 Zwijnaarde - Weigering 2022_CBS_00235 - OMV_2021147399 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen van een woning en bijgebouwen, het verwijderen van wildgroei en boom en het oprichten van een eengezinswoning met praktijk - met openbaar onderzoek - Langeplankstraat 6, 9052 Zwijnaarde - Weigering

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

BELGIUM DEVELOPMENT COMPANY NV met als contactadres Kortrijksesteenweg 1043, 9051 Gent heeft een aanvraag (OMV_2021147399) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 29 september 2021.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het slopen van een woning en bijgebouwen, het verwijderen van wildgroei en boom en het oprichten van een eengezinswoning met praktijk

• Adres: Langeplankstraat 6, 9052 Zwijnaarde

Kadastrale gegevens: afdeling 24 sectie B nrs. 27F en 28N

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 19 oktober 2021.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 27 december 2021.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag omvat het slopen van een vrijstaande eengezinswoning en de bouw van een woongebouw met praktijkruimte langs de Langeplankstraat in Zwijnaarde. De Langeplankstraat maakt deel uit van een kleine woonwijk die is ingesloten door de E40 in het zuiden, de R4 in het noorden en de N60 in het oosten. In de omgeving zien we open-, halfopen- en gesloten bebouwing en verspreid een aantal magazijnen.

 

De nieuwe woning wordt voorzien op 5 m van de straat en op 4 m van de rechter perceelsgrens en 5,60 m van de linker perceelsgrens. De woning telt vier bouwlagen, afgewerkt met plat dak (kroonlijst 13,90 m). De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt 21,50 m. Ook de tweede- en derde bouwlaag hebben een bouwdiepte tot 21,50 m (kroonlijst 10 m). De vierde bouwlaag heeft een bouwdiepte van 14,40 m. Achter het volume wordt een dakterras op het plat dak van de derde bouwlaag ingericht tot een diepte van 21,50 m. Het dakterras wordt omgeven door valschermen van 1 m hoog.

 

Om het woongebouw te bouwen, wordt gevraagd één boom (een berk) te rooien.

 

Het woongebouw bestaat uit een nevenfunctie (vrij beroep: praktijkruimte) met een ontvangstruimte, sanitair en twee praktijkruimtes op het gelijkvloers van in totaal 77,28 m². Op de eerste verdieping wordt een wachtruimte met 4 praktijkruimtes van in totaal 122,45 m² ingericht. In totaal is de nevenfunctie dus  200 m². Op de tweede verdieping en de derde verdieping bevindt zich de woongelegenheid van in totaal 211 m². De beide woonniveaus zijn bereikbaar via de interne circulatieruimte. Het volledige volume is onderkelderd in functie van een archief, berging en technische ruimtes.

 

De toegang tot de woning bevindt zich aan de voorzijde van het volume. De toegang tot de praktijkruimte bevindt zich aan de linkerzijgevel van het volume. In de linker zijtuin van het woongebouw worden 3 parkeerplaatsen tegen de linker perceelsgrens aangelegd in grasdallen. Ook worden 8 fietsenstallingen voorzien. De verharding in grasdallen loopt verder door tot de achtergevel van het woongebouw. Ter hoogte van de toegang tot de woning wordt een kiezelverharding aangelegd.

2.       HISTORIEK

Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

VLAAMSE WATERWEG

Gunstig advies van De Vlaamse Waterweg nv afgeleverd op 7 december 2021:
 

A) Advies m.b.t. het beheer en de exploitatie van de waterweg en het patrimonium van De Vlaamse Waterweg nv

Er is geen interferentie met het beheer en/of de exploitatie van de waterweg. Het projectgebied ligt op bijna 50 m van de Ringvaart om Gent, hiervan gescheiden door de Buitenring-Zwijnaarde en de Langeplankweg.

 

B) Watertoetsadvies

Het projectgebied ligt naast het Ringvaart Om Gent (beheerder: De Vlaamse Waterweg), maar stroomt in eerste instantie af naar de Leebeek, een geklasseerde waterloop van 2de categorie, beheerd door de Provincie Oost-Vlaanderen. Het projectgebied ligt evenmin in overstromingsgevoelig gebied. Bijgevolg is De Vlaamse Waterweg niet bevoegd voor watertoetsadvies in dit dossier. Gelieve met de Provincie Oost-Vlaanderen contact op te nemen voor advisering i.k.v. de watertoets voor deze aanvraag.

 

BRANDWEERZONE CENTRUM

Ongunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 29 oktober 2021 onder ref. 066890-001/PJ/2021.

 

Het project voldoet niet aan de minimale eisen inzake brandveiligheid (zie bijlage omgevingsloket):

 

Het is niet duidelijk op het inplantingsplan of de oprit is opgevat als opstelplaats voor brandweervoertuigen:

-      De aanwezige bomen belemmeren het opdraaien volgende de vereiste draaistralen 11/15m.

-      Er kan aan de beide zijden van de openbare weg geparkeerd worden, waardoor opdraaien geen garantie is voor een brandweervoertuig.

-      De bestaande gemetste brievenbussen/poortstructuur staan nog ingetekend op het nieuwe inplantingsplan, de  vereiste breedte tussen de gemetste structuren is kleiner dan de vereiste 4 m.

Tenzij het op de plannen duidelijk wordt dat de hoogte 'h' van het gebouw < 10 m, wordt de meergezinswoning (1 praktijkruimte en 1 woonentiteit) door de brandweer beoordeeld als een middelhoog gebouw dat bereikbaar is vanaf de Langeplankstraat. Bijlage 3/1 van het KB van 7 juli 1994 is van toepassing.

-      Strijdig met punt 4.2 Binnentrappenhuizen

De trappen die verscheidene compartimenten verbinden zijn omsloten.

Aanmerking: Het trappenhuis is ontworpen zoals een laag gebouw. De lift mag niet rechtstreeks in het trappenhuis uitgeven.

-      Strijdig met punt 6.1 Liften

Het geheel bestaande uit liftschacht, alsook de liftbordessen die een sas moeten vormen, is omsloten doorwanden El 60.

Aanmerking: Men mag het appartement en de praktijk verlaten rechtstreeks via het liftsas. Er moet een bijkomende deur voorzien worden tussen liftsas en trappenhuis om te voldoen aan de eisen van een middelhoog gebouw. Ook op de kelderverdieping moet de lift uitgeven in een sas.

Onverminderd de voornoemde opmerkingen, willen wij tevens wijzen op volgende tekortkoming:

-      De woonentiteit is toegankelijk via het gemeenschappelijke trappenhuis op de bouwlagen +2 en +3. Er is geen duplextrap voorzien in het ontwerp. Het gemeenschappelijke trappenhuis krijgt hierdoor een privatief karakter, wat niet wordt aanvaard.

 

BESLUIT:

NEGATIEF ADVIES, het project voldoet niet aan de minimale eisen inzake brandveiligheid.

 

Noot van de omgevingsambtenaar: aangezien het project niet voldoet aan de minimale vereisten inzake brandveiligheid komt de aanvraag niet voor vergunning in aanmerking.

 

AGENTSCHAP WEGEN EN VERKEER

Ongunstig advies van Agentschap Wegen en Verkeer afgeleverd op 30 november 2021 onder ref. AV/411/2021/01319.

 

Onwenselijk omwille van doelstellingen en zorgplichten

Conform artikel 4.3.4. VCRO kan de vergunning worden geweigerd of moeten er voorwaarden opgelegd worden in de vergunning indien uit het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer blijkt dat het aangevraagde onwenselijk is in het licht van de doelstellingen en zorgplichten van het Agentschap.

“Een vergunning kan worden geweigerd indien uit een verplicht in te winnen advies blijkt dat het aangevraagde onwenselijk is in het licht van doelstellingen of zorgplichten die gehanteerd worden binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening.”

 

In casu is de vergunningsaanvraag onwenselijk omwille van volgende doelstellingen en zorgplichten van het Agentschap:

 

Onwenselijkheid omwille van de beleidsvisie m.b.t. toekomstige infrastructuurprojecten

Het voorstel is onwenselijk omwille van de toekomstvisie inzake wegbeheer. Om deze latere weginfrastructuurwerken niet in het gedrang te brengen kan het voorliggende dossier niet positief geadviseerd worden.

Het perceel is nodig voor de optimalisatie van het op- en afrittencomplex R4xN60. Een

onteigeningsplan is in opmaak.

Overeenkomstig artikel 4.3.1., §1., 1°, d) moet een vergunning worden geweigerd als het

aangevraagde onverenigbaar is met de goede ruimtelijke ordening.

Overeenkomstig § 2 van ditzelfde artikel wordt de overeenstemming met een goede ruimtelijke

ordening beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen :

  1. 1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
  2. 2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook de volgende aspecten in rekening brengen: a)  beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in punt 1°.

BESLUIT:

Om deze redenen adviseert het Agentschap Wegen en Verkeer ONGUNSTIG betreffende voorliggende aanvraag.

 

Noot van de omgevingsambtenaar: aangezien het project strijdig is met de beleidsvisie van het Agentschap Wegen en Verkeer waarin staat dat het perceel opgenomen wordt in een onteigeningsplan voor de optimalisatie van het op- en afrittencomplex R4xN60 komt de aanvraag niet voor vergunning in aanmerking.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.

 

Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, het wijkt af op volgende punten:

- artikels 12-14: aspecten hemelwater (zie waterparagraaf).

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (zie waterparagraaf).

 

Gewestelijke verordening toegankelijkheid

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

 

Gewestelijke verordening voetgangersverkeer

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

 

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

De aangevraagde eengezinswoning heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied.

 

Door de toename van de bebouwde oppervlakte wordt de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Dit wordt gecompenseerd door de plaatsing van een hemelwaterput met een inhoud van 8000 liter. Bovendien is er een overloop aanwezig naar een infiltratievoorziening. De voorziene infiltratievoorziening is niet correct gedimensioneerd. Deze moet een minimaal buffervolume hebben van 2665 liter en een minimaal oppervlak beslaan van 4,26 m². Overeenkomstig de normen vastgelegd in het geldend algemeen bouwreglement moet de volledige dakoppervlakte op die put aangesloten worden. Het nuttige gebruik van hemelwater door de aansluiting van de hemelwaterput op de wc's, bepaalde sanitaire installaties, dienstkranen e.d. moet maximaal worden voorzien. Door dit hergebruik zal het hemelwater enigszins gebufferd worden.

 

Verder wordt naast het gebouw een groot oppervlak verharding aangelegd van 233,36 m². De verharding staat in functie van 3 autostaanplaatsen, een fietsenstalling en toegangen. De toegangen tot het gebouw lopen echter veel verder door dan toegangsdeuren waardoor een groot gedeelte van de verharding geen functie heeft. Het nut van deze verhardingen wordt in de aanvraag ook niet verder geduid. Dit is niet conform artikel 12 van het algemeen bouwreglement dat stelt dat het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt moet worden, uiteraard om de problematiek van wateroverlast en verdroging zoveel mogelijk te voorkomen. De strikt noodzakelijke verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden. Voorliggend voorstel voorziet een groot oppervlak niet strikt noodzakelijke verharding wat niet aanvaardbaar is. De verharding moet beperkt worden tot het noodzakelijke en de functie van de gevraagde verharding moet gemotiveerd worden.

6.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.

 

Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.

7.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 29 oktober 2021 tot 27 november 2021. Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaren ingediend.

8.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Omwille van ongunstige sectorale wetgeving komt de aanvraag juridisch niet in aanmerking voor een vergunning. De aanvraag voldoet namelijk niet aan de minimale vereisten inzake brandveiligheid conform het advies van de Brandweerzone Centrum. Ook het Agentschap Wegen en Verkeer geeft een ongunstig advies aangezien het perceel nodig is voor de optimalisatie van het op- en afrittencomplex R4xN60. Een onteigeningsplan is hiervoor in opmaak. Bijgevolg komt de aanvraag niet voor vergunning in aanmerking.

 

Naast de ongunstige adviezen van de Brandweerzone Centrum en het Agentschap Natuur en Bos is de aanvraag ook onverenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

 

Het perceel uit de aanvraag bevindt zich op het laatste perceel van de Langeplankstraat, pal tegen de afrit van de R4 richting Grotesteenweg-Noord. Door de aanwezigheid van bebouwing op dit perceel kan de R4, als primaire weg, geen conforme afrit realiseren. Nu de bebouwing gesloopt zal worden is het bijgevolg totaal ongewenst dat hier een nieuwbouw zou komen, aangezien dit de niet-conforme afrit van de R4 verder verplicht zou bestendigen, wat naar verkeersveiligheid onaanvaardbaar is. Bovendien is er momenteel ook een veiligheidsconflict tussen de afrit en de fietsers, zowel wat betreft de fietsers die verder de R4 willen volgen als de fietsers die zich op de woonstraat bevinden. Het is bijgevolg niet gewenst dit perceel opnieuw te bebouwen. Een nieuw gebouw zou de absoluut onveilige situatie bestendigen, wat niet aanvaard kan worden. 

 

Het volume heeft een bouwdiepte van 21,50 m op het gelijkvloers. Dit resulteert in een groot volume op een relatief klein perceel. Samen met de gevraagde verharding leidt het voorstel tot een zonebezetting van 60% wat aantoont dat de draagkracht van het perceel onder druk komt. De grote bouwdiepte van 21,50 m wordt over maar liefst drie (volle) bouwlagen doorgetrokken. Een gangbare bouwdiepte op de verdieping is maximaal 12 m. Het ontwerp wijkt hier met dergelijke bouwdiepte sterk van af. Daarenboven wordt nog een bijkomende 4e bouwlaag voorzien op een bouwdiepte van 14,40 m. De bouwlaag wordt niet als teruggetrokken voorzien maar loopt gelijk met de volledige voorgevel. De vierde bouwlaag wordt vervolgens visueel via het plaatsen van zichtschermen voor het terras doorgetrokken tot de totale diepte van 21,50 m. In het dossier worden referentiebeelden opgenomen van andere panden die ook 4 bouwlagen zouden hebben. De panden in de onmiddellijke nabijheid van het perceel uit de aanvraag zijn niet recent vergund en de 4e bouwlaag is vormgegeven als een accent. De Langeplankstraat 23 is vergund in 1994 en bestaat uit drie bouwlagen met een hellend dak. Het pand aan de Tweebekenstraat 1 staat op de inventaris bouwkundig erfgoed, is atypisch en bestaat uit twee volle bouwlagen met daarboven één en gedeeltelijk twee lagen onder een hellend dak. Dergelijke voorbeelden kunnen niet gebruikt worden om 4 volle bouwlagen te motiveren. Het opzet van het ontwerp lijkt in de eerste plaats het creëren van een nevenfunctie (praktijkruimtes) met ondergeschikt het toevoegen van een woning. De woning bevindt zich op de tweede- en de derde verdieping waardoor er geen connectie is met enige buitenruimte op het maaiveld. Ten slotte is het ontwerp niet inpasbaar in de omgeving. Het perceel wordt echter in eerste instantie beschouwd als onderdeel van de residentiële cluster Maaltemeers/Tweebekenstraat/Leebeekstraat. De Langeplankstraat (lokale weg) takt op vandaag nog rechtstreeks aan op (een oprit van) een primaire weg, wat op langere termijn niet gewenst is. De woonbuurt zal in de toekomst dan ook afgekoppeld worden van deze oprit. Het perceel in kwestie zal op termijn niet aan de ‘kop’ van deze residentiële cluster ligt, maar aan het ‘uiteinde’. Een nieuw volume moet dan ook afgestemd worden op deze van de omliggende residentiële bebouwing. Hierbij dient de basisschaal (dit is 3 bouwlagen) als referentie.

 

Een verdere aftoetsing aan de goede ruimtelijke ordening is niet opportuun aangezien het voorstel juridisch vanuit de sectorale wetgeving niet in aanmerking komt voor vergunning.


CONCLUSIE

Ongunstig. De aanvraag voldoet niet aan de minimale vereisten inzake brandveiligheid conform het advies van Brandweerzone Centrum. Ook het Agentschap Wegen en Verkeer geeft een ongunstig advies aangezien het perceel nodig is voor de optimalisatie van het op- en afrittencomplex R4xN60. Een onteigeningsplan is hiervoor in opmaak. Tenslotte is de aanvraag niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening. Bijgevolg komt de aanvraag niet voor vergunning in aanmerking.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het slopen van een woning en bijgebouwen, het verwijderen van wildgroei en boom en het oprichten van een eengezinswoning met praktijk aan BELGIUM DEVELOPMENT COMPANY nv (O.N.:0806585682) gelegen te Langeplankstraat 6, 9052 Zwijnaarde.