Terug
Gepubliceerd op 07/01/2022

2022_CBS_00013 - OMV_2021150470 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een verwerkings- en behandelingsbedrijf voor bodemassen (IIOA + SH) - met openbaar onderzoek - Hulsdonk 1, 9042 Gent - Advies

college van burgemeester en schepenen
do 06/01/2022 - 08:31 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 06/01/2022 - 08:32
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Tine Heyse

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Elke Decruynaere, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx; Hafsa El -Bazioui; Rudy Coddens, schepen; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Sofie Bracke, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_00013 - OMV_2021150470 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een verwerkings- en behandelingsbedrijf voor bodemassen (IIOA + SH) - met openbaar onderzoek - Hulsdonk 1, 9042 Gent - Advies 2022_CBS_00013 - OMV_2021150470 - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen van een verwerkings- en behandelingsbedrijf voor bodemassen (IIOA + SH) - met openbaar onderzoek - Hulsdonk 1, 9042 Gent - Advies

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

SUEZ Treatment & Recycling NV met als contactadres Keizer Karellaan 584 bus 7, 1082 Sint-Agatha-Berchem heeft een aanvraag (OMV_2021150470) ingediend bij de deputatie op 23 september 2021.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het veranderen van een verwerkings- en behandelingsbedrijf voor bodemassen (IIOA + SH)

• Adres: Hulsdonk 1, 9042 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 13 sectie A nrs. 245K en 245H

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 18 november 2021.

De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 18 november 2021.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 20 december 2021.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit

 

Beschrijving van het bedrijf

SUEZ Treatment & Recycling maakt deel uit van de SUEZ -groep en houdt zicht bezig met de verwerking en behandeling van bodemassen afkomstig van verbrandingsovens voor huishoudelijk en daarmee gelijkgesteld bedrijfsafval. Voor de uitvoering van een grove sortering van de bodemassen baat zij een site uit in Grimbergen.

 

Het voorwerp van de aanvraag betreft de op- en overslag van 1200 ton ongesorteerde bodemassen in een overdekte buitenbunker op een deel van perceel 245 K.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft de oprichting van nieuwbouw luifel opgericht voor de overslag van bodemassen.
Dimensies van de “Logette”:

  • Footprint stapelblokken inclusief steunberen : 21m op 17,25m, wat resulteert in een oppervlakte van ca. 362m².
  • Overdekte gedeelte: 18,76m op 15,22m, wat resulteert in een oppervlakte van ca 285,53m².
  • De kroonlijsthoogte bedraagt ca. 9,35m en de nokhoogte ca. 9,90m.

 

De aanvraag betreft het vervangen van de bestaande betonverharding en waterdoorlatende steenslagverharding door een nieuwe betonverharding i.f.v de luifel. De verharding heeft een oppervlakte van ca. 250m²

 

Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten

Het betreft het veranderen van een inrichting.

 

De verandering omvat:

- de toevoeging van een nieuw perceel: 245 K

 

- de toevoeging van een nieuwe rubriek: 2.1.2.d)2

Opslag en overslag van afvalstoffen die niet aan verwerking verbonden zijn, met een opslagcapaciteit van (overslag van afvalstoffen is het bijeenvoegen van gelijksoortige afvalstoffen in grotere recipiënten of transportmiddelen met het oog op een ecologischer transport ervan) meer dan 1 ton andere afvalstoffen dan de afvalstoffen, vermeld in e) en f) meer dan 100 ton:

op- en overslag van 1.200 ton ongesorteerde bodemassen in een overdekte buitenbunker.

Indien deze buitenbunker gevuld is, zullen deze bodemassen per schip overgebracht worden naar de site in Grimbergen waar een eerste grove sortering van de bodemassen wordt uitgevoerd.

 

- bijstelling van voorwaarden uit Vlarem II: artikel 5.2.1.2.§2, 5.2.1.5.§5, 5.2.1.5§2 en 5.2.1.2§3

In het besluit van de deputatie dd. 14/06/2018 werden de volgende bijzondere milieuvoorwaarden toegekend voor de activiteiten van SUEZ Treatment &Recycling:

• Weegbrug

ln afwijking van Vlarem ll, art. 5.2.1.2.§2. is bij de inrichting de installatie van een weegbrug niet vereist, en is het gebruik van de geijkte weegbrug met automatische registratie op de site van zusteronderneming SUEZ Remediation toegestaan. Alle aan- en afvoer wordt opgenomen in het register. De gegevens kunnen op elk moment getotaliseerd worden.

• Groenscherm

ln afwijking van art. 5.2.1.5.§5 dient geen groenscherm te worden aangelegd langsheen de noordelijke en oostelijke rand. Het bestaande groenscherm aan de zuidelijke en westelijke rand van de inrichting wordt door de exploitant in goede staat gehouden.

• Omheining

De inrichting dient ontoegankelijk te zijn voor onbevoegden. ln afwijking van Vlarem ll, art. 5.2.1.5. §2 moet er langsheen de randen van de inrichting geen twee meter hoge afsluiting worden aangelegd.

• Aan- en afvoeruren

ln afwijking van Vlarem ll, art. 5.2.1.2.§3 mag de aan- en afvoer van afvalstoffen gebeuren vanaf 6u00 tot 22u00 op werkdagen en zaterdagen (op zaterdag tot 14u00).

Dit besluit is  van toepassing voor de exploitatie van SUEZ Treatment & Recycling met perceel 245H.

Er wordt bij deze dan ook verzocht om deze bovenstaande afwijkingen ook te laten gelden op het bijkomende perceel 245 K

 

Volgende motivaties zijn hiervoor van toepassing:

• Weegbrug:

Suez Treatment & Recycling wenst voor het wegen en registreren van de aangevoerde afvalstoffen gebruik te maken van de aanwezige geijkte weegbrug van de zusteronderneming SUEZ Remediation. Deze is gelegen aan de inkomzijde van het terrein aan Hulsdonk 1.

Aangezien de weegbrug van SUEZ Remediation aangesloten is op het intern informaticasysteem van de Suez – groep bedrijven worden alle aangeboden inkomende en uitgaande vrachten gewogen. Door deze koppeling van de gegevens wordt ook automatisch de registratie in het afvalstoffenregister gewaarborgd.

• Groenscherm

Suez Treatment & Recycling is langs 2 zijden (achterzijde en rechterzijde) gebufferd door een groenscherm van minstens 5 meter. Langs de 2 andere zijden (voorzijde en linkerzijde) is er geen groenscherm voorzien wegens de onmogelijkheid hiervan aangezien hier rijwegen aanpalen die gemeenschappelijk zijn met andere exploitaties.

De exploitatie is gelegen in een industriezone.

Het doel van het groenscherm, met name om afvalstoffen aan het zicht te onttrekken , wordt reeds uitgevoerd doordat de afvalstoffen binnen in de opslaghal gestockeerd worden.

Aangezien de buurbedrijven gelijkaardige afvalactiviteiten uitoefenen en de 2 zijden slechts doorgang voor deze bedrijven betreft, lijkt het overbodig om hier een extra groenscherm te voorzien.

• Omheining:

Suez Treatment & Recycling grenst langs 2 zijden (voorzijde en linkerzijde) aan andere exploitaties (SUEZ Remediation en SUEZ R&R North BE) op het terrein. Langs deze 2 zijden is er geen omheining voorzien wegens de onmogelijkheid hiervan aangezien hier rijwegen aanpalen die gemeenschappelijk zijn met andere exploitaties.

De volledige site ter hoogte van Hulsdonk 1 grenst aan de voorzijde aan de Moervaart (natuurlijke afscherming). Daarnaast is aan de ingangszijde van de site (voor de weegbrug) een poort voorzien waardoor het ganse terrein kan afgesloten worden voor onbevoegden.

• Aan- en afvoeruren

Suez Treatment & Recycling wenst haar afvalstoffenaanvoer en -afvoeruren te verruimen naar 06.00 tot 22.00. Dit om flexibele leveringstermijnen te kunnen garanderen voor de producenten van non-ferro metalen en verwerkers van de eindfracties gezien er ook aanleveringen van deze materialen vanuit het buitenland kunnen gebeuren.

De uitbreiding van de uren zou ook gelden op zaterdagen van 6u tot 14u, aangezien het kan voorkomen dat de producenten een afvoer van non-ferro metalen willen organiseren op zaterdag.

Daarnaast kan tevens vermeld worden dat de exploitatie-uren (werkuren op de site) plaatsvinden tussen 06.00 en 22.00 op werkdagen en op zaterdag vanaf 06.00 tot 14.00. De geldende geluidsnormen zullen steeds gerespecteerd worden zodat de rust voor de omgeving niet gestoord wordt.

 

Volgende rubriek wordt aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

2.1.2.d)2°

opslag en overslag van afvalstoffen die niet aan verwerking verbonden zijn, met een opslagcapaciteit van (overslag van afvalstoffen is het bijeenvoegen van gelijksoortige afvalstoffen in grotere recipiënten of transportmiddelen met het oog op een rendabeler transport ervan): meer dan 1 ton andere afvalstoffen dan de afvalstoffen,  vermeld in e) en f) meer dan 100 ton | Op- en overslag van 1.200 ton ongesorteerde bodemassen in een overdekte buitenbunker | klasse 1 | Nieuw

1200 ton

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

2.2.2.f)2° | de opslag en mechanische behandeling (zeven/sorteren) van non-ferro fracties afkomstig van bodemassen met een opslagcapaciteit van 2.500 ton niet- gesorteerde fracties en 2.500 ton gesorteerde eindfracties. De opslag en mechanische behandeling (breken/zeven) van onbehandelde bodemassen met een opslagcapaciteit van 20.000 ton onbehandelde bodemassen en 20.000 ton restfracties | 45000 ton

2.2.5.e)3° | de opslag en fysico-chemische behandeling als oñderdeel van de mechanische behandeling (zeving/sorteren) van non-ferro fracties afkomstig van bodemassen met een opslagcapaciteit van 2.500 ton niet gesorteerde fracties en 2.500 ton gesorteerde eindfracties. | 5000 ton

2.4.3.b)3° | de opslag en mechanische behandeling (zeven/sorteren) van non-ferro fracties afkomstig van bodemassen in functie van nuttige toepassing met een capaciteit van maximaal 140 ton per dag.

De opslag en mechanische behandeling (breken/zeven) van onbehandelde bodemassen in functie van nuttige toepassing met een capaciteit van maximaal 1.000 ton per dag | 1140 ton

6.4.1° | de maximale opslag van 400 liter diverse oliën en vetten | 400 liter

6.5.1° | een verdeelslang voor gasolie. | 1 verdeelslang

12.2.2° | en transformator met een individueel nominaal vermogen van 2.500 kVA | 2500 kVA

12.3.2° | twee batterijladers met een totaal geïnstalleerd vermogen van 15 kW elk. | 30 kW

16.3.2°a) | drie luchtcompressoren met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van respectievelijk 2 kW en 2 x 15 kW. | 32 kW

17.1.2.2.2° | de maximale opslag van 10.000 liter propaan in een vaste bovengrondse houder. | 10000 liter

17.3.2.1.1.1°b) | de maximale opslag van 4.082 kg gasolie in een bovengrondse houder van 4.900 liter | 4,082 ton

17.4. | de maximale opslag van 500 liter diverse gevaarlijke stoffen in kleine verpakkingen. | 500 liter

24.4. | een kwaliteitslabo. | 1 labo

29.5.4.1°a) | diverse metaalbewerkingstoestellen met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 20 kW. | 20 kW

43.1.1°a) | een droogtrommel met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 1 MW. | 1000 kW

 

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

  • Omgevingsvergunningen Op 08/03/2018 werd een vergunning afgeleverd voor het veranderen door wijziging van een afvalstoffenverwerkend bedrijf (OMV_2017010763).
  • Op 14/06/2018 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een afvalverwerkend bedrijf + bijstelling + het verbouwen van een industriegebouw (OMV_2018011601).
  • Op 20/06/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor bijstelling bijzondere voorwaarde m.b.t. luchtemissies en bijstelling door toevoeging nieuwe bijzondere voorwaarde (OMV_2018154858).
  • Op 09/01/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen door wijziging en uitbreiding van een afvalstoffenverwerkend bedrijf (OMV_2019115478).
  • Op 25/06/2020 werd een gedeeltelijke voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een afvalverwerkend bedrijf (iioa) + bijstelling (OMV_2019107514).
  • Op 01/10/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor verzoek tot bijstelling van de milieuvoorwaarden door niet-exploitant (gpbv-evaluatie) (OMV_2020059498).
  • Op 21/01/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen door wijziging en uitbreiding van een afvalverwerkend bedrijf (OMV_2020100553).
  • Op 21/01/2021 werd een aktename afgeleverd voor de gehele stopzetting van een aggregaatmenginstallatie (OMV_2020169206).

 

Stedenbouwkundige vergunningen

  • Op 05/10/2000 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een industrieel gebouw. (2000/50109)
  • Op 21/05/2015 werd een vergunning afgeleverd voor de aanleg van 2 sliblaguneringsvelden in een waterdichte folie en het plaatsen van een tent boven een reeds verharde oppervlakte als overkapping. (2015/01048)

 

Milieuvergunningen

  • Op 28/02/2000 werd door het vlaamse regering de vergunning gedeeltelijk afgeleverd voor het exploiteren van een composteringsinstallatie geïntegreerd in het milieupark van de nv fabricom omvattende 2 onderdelen nl. een groencompostering en een gft-compostering. (8075/E/1)
  • Op 22/11/2001 werd door de deputatie akte genomen voor de melding van een overname door milieupark nv van composteringsinstallatie vroeger vergund op naam van ivago cvba. (8075/E/2) 
  • Op 05/06/2003 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door wijziging en uitbreiding) van het milieupark met een nieuwe installatie voor het bekomen van een meer zuivere, gebroken houtfractie die geschikt is voor de rechtstreekse voeding van de vergunde woodstokinstallatie waarin de plaketten verder verspaand worden. (8075/E/3) 
  • Op 08/01/2004 werd door de deputatie akte genomen voor overname van een afvalverwerkend bedrijf (op naam van nv milieupark door nv sita treatment). (8075/E/4)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.


Geen tijdig advies van North Sea Port. De adviesvraag is verstuurd op 26/11/2021. Op 16 december 2021 is nog géén advies ontvangen. Aan North Sea Port werd gevraagd het advies na te sturen naar de vergunningverlenende overheid.

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Gewestplan

Het project ligt in regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Een regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter is bestemd voor de vestiging van bedrijven zoals bedoeld in artikelen 7 en 8, lid 2.1.1. en lid 2.1.2. van het koninklijk besluit van 28 december 1972. Het kan evenwel alleen worden gerealiseerd door de overheid. Bij de inrichting van het gebied zal rekening gehouden worden met de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van het terrein en de onmiddellijke omgeving. Hierbij wordt aandacht besteed aan het karakter van het terrein, de aard van de activiteiten, de omvang van de bebouwing, het architecturaal karakter, de breedte en de wijze van aanleg van de omringende bufferzone.

De Vlaamse regering kan bepalen dat een bijzonder plan van aanleg voorafgaand aan de ontwikkeling van dat gebied dient goedgekeurd te worden.

 

Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (zie waterparagraaf).

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste havenweg.

5.       WATERPARAGRAAF

De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf. Met betrekking tot de waterparagraaf wordt volgend advies uitgebracht:

 

Toetsing aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GSV) en het algemeen bouwreglement van de stad Gent (ABR) inzake hemelwater:

 

Verharding

Het hemelwater dat op de nieuwe betonverharding valt (deels nieuw en deels vervangen bestaande betonverharding) infiltreert op natuurlijke wijze op eigen terrein.

De verharding moet afvloeien naar een voldoende grote onverharde oppervlakte (op eigen terrein) waar natuurlijke infiltratie kan plaatsgrijpen. De onverharde oppervlakte moet minimaal 1/3 van de oppervlakte van de verharding of constructie zijn.

De verhardingen mogen geen opstaande boordstenen bevatten.

 

Hemelwaterput

De dakoppervlakte van de open luifel wordt aangesloten op een hemelwaterput van 10 m³.

Het water in de hemelwaterput wordt hergebruikt voor verneveling tijdens het laden en lossen van de bodemassen.

De hemelwaterput moet voorzien zijn van een operationeel pompsysteem dat hergebruik mogelijk maakt, dit is niet af te lezen op de plannen.

 

De overloop van de hemelwaterput is aangesloten op een infiltratievoorziening.

 

Infiltratievoorziening

De infiltratievoorziening dient een inhoud te hebben van 5638 liter en een oppervlakte van 9 m². De bouwheer voorziet volgens het aanvraagdossier een infiltratievoorziening van 6048 liter en een infiltratieoppervlakte van 19 m².

 

Volgens artikel 5 §2 van de GSV moeten volgende zaken vermeld worden op de plannen:

de exacte plaatsing, omvang en diepte van de infiltratievoorziening, het buffervolume van de infiltratievoorziening in liter, de totale horizontale dakoppervlakte en de verharde grondoppervlakte die op de infiltratievoorziening aangesloten worden in vierkante meter en de locatie en het niveau van de overloop. Deze informatie is niet terug te vinden op de plannen. De plannen moeten aangepast worden.

 

De infiltratievoorziening is ondergronds.

Om infiltratie toe te laten dient de gemiddelde hoogste grondwaterstand idealiter dieper gelegen te zijn dan de infiltratievoorziening.

De eventuele overloop moet boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand gelegen zijn, aangezien de infiltratievoorziening anders als drainage fungeert.

Omdat de infiltratievoorziening zich ondergronds bevindt, zijn de controlemogelijkheden beperkt. Het hemelwater dat naar een ondergrondse infiltratievoorziening wordt geleid, dient om deze reden voorgefilterd te worden om dichtslibbing te vermijden. Een bovengrondse infiltratie voorziening geniet daarom altijd de voorkeur boven een ondergrondse voorziening.

 

Er moet genoeg infiltratieoppervlakte gecreëerd worden, de bodem van kratten mag niet meegeteld worden. Indien de infiltratievoorzieningen in blok worden aangelegd, mag alleen de oppervlakte van de zijkanten van het blok als infiltrerend beschouwd worden. Beter is het om de kratten in een ‘slang’ of ‘lijn’ aan te leggen.

 

Er kan voldaan worden aan de GSV en ABR indien bovenstaande maatregelen worden toegepast.

 

Er kan geconcludeerd worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.

6.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 29 november 2021 tot 28 december 2021.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaren ingediend.

7.       OMGEVINGSTOETS

 

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag is ruimtelijk en stedenbouwkundig te verantwoorden binnen de industriële landschap van de Gentse kanaalzone. De aanvraag heeft betrekking op het plaatsen van een luifel en heraanleggen van verhardingen bij de luifel. De ruimtelijke en visuele impact is beperkt rekening houdend met de grootschaligheid van de omgevingscontext.

 

De bedrijfssite is gelegen in het industrieterrein Moervaart-Zuid. Voor dit industrieterrein werd een inrichtingsplan opgemaakt. Het voorstel ligt in een zone voor milieubelastende industrie I en voldoet aan de voorschriften.
 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

Er worden geen opmerkingen gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.

 


CONCLUSIE

 

Voorwaardelijk gunstig, de aanvraag is in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en

verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden.

Er worden geen opmerkingen gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.

 

De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

 

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het veranderen van een verwerkings- en behandelingsbedrijf voor bodemassen (IIOA + SH) van SUEZ Treatment & Recycling nv, gelegen te Hulsdonk 1, 9042 Gent.

Artikel 2

 Verzoekt de deputatie om volgende voorwaarden voor de geplande werken op te nemen:

Verharding:

Het hemelwater dat op de nieuwe betonverharding valt (deels nieuw en deels vervangen bestaande betonverharding) infiltreert op natuurlijke wijze op eigen terrein.

Deze verhardingen moeten afvloeien naar een voldoende grote onverharde oppervlakte (op eigen terrein) waar natuurlijke infiltratie kan plaatsgrijpen. De onverharde oppervlakte moet minimaal 1/3 van de oppervlakte van de verharding of constructie zijn.

De verhardingen mogen geen opstaande boordstenen bevatten.

 

Hemelwaterput:

De hemelwaterput moet voorzien zijn van een operationeel pompsysteem dat hergebruik mogelijk maakt.

 

Infiltratievoorziening:

Volgens artikel 5 §2 van de GSV moeten volgende zaken vermeld worden op de plannen:

de exacte plaatsing, omvang en diepte van de infiltratievoorziening, het buffervolume van de infiltratievoorziening in liter, de totale horizontale dakoppervlakte en de verharde grondoppervlakte die op de infiltratievoorziening aangesloten worden in vierkante meter en de locatie en het niveau van de overloop. Deze informatie is niet terug te vinden op de plannen. De plannen moeten aangepast worden.

 

De infiltratievoorziening is ondergronds.

Om infiltratie toe te laten dient de gemiddelde hoogste grondwaterstand idealiter dieper gelegen te zijn dan de infiltratievoorziening.

De eventuele overloop moet boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand gelegen zijn, aangezien de infiltratievoorziening anders als drainage fungeert.

Omdat de infiltratievoorziening zich ondergronds bevindt, zijn de controlemogelijkheden beperkt. Het hemelwater dat naar een ondergrondse infiltratievoorziening wordt geleid, dient om deze reden voorgefilterd te worden om dichtslibbing te vermijden. Een bovengrondse infiltratie voorziening geniet daarom altijd de voorkeur boven een ondergrondse voorziening.

 

Er moet genoeg infiltratieoppervlakte gecreëerd worden, de bodem van kratten mag niet meegeteld worden. Indien de infiltratievoorzieningen in blok worden aangelegd, mag alleen de oppervlakte van de zijkanten van het blok als infiltrerend beschouwd worden. Beter is het om de kratten in een ‘slang’ of ‘lijn’ aan te leggen.

 

Artikel 3

Er worden geen aandachtspunten meegegeven.