Terug
Gepubliceerd op 07/01/2022

2022_CBS_00249 - Reglement - Algemene bedrijfsbelasting - Wijziging

college van burgemeester en schepenen
do 06/01/2022 - 08:31 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 06/01/2022 - 08:33
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Rudy Coddens

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Elke Decruynaere, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx; Hafsa El -Bazioui; Rudy Coddens, schepen; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Sofie Bracke, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2022_CBS_00249 - Reglement - Algemene bedrijfsbelasting - Wijziging 2022_CBS_00249 - Reglement - Algemene bedrijfsbelasting - Wijziging

Motivering

Gekoppelde besluiten

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

  • De Grondwet, artikel 170;
  • Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

  • Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3 en artikel 41, 9° en 14°

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

De gemeenteraad keurde op 7 september 2021 een nieuwe 'Algemene bedrijfsbelasting' goed. Feedback van de infosessies die na de goedkeuring van dit nieuwe reglement werden georganiseerd, en van het Agentschap Binnenlands Bestuur, geven aanleiding tot enkele wijzigingen aan het reglement.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

1. Stelsel elektriciteitsproducenten

Op basis van feedback en voortschrijdend inzicht sinds de oorspronkelijke goedkeuring van het reglement, wenst Stad Gent de elektriciteitsproducenten in te delen als een categorie van ondernemingen waarvoor een vrijstelling geldt. Daarvoor zijn verschillende redenen.

De gemeenten worden bij artikel 170 van de Grondwet gemachtigd om belastingen te heffen, behalve in de uitzonderingen bepaald in de wet en op voorwaarde dat ze zich houden aan de regel van de gelijkheid voor de belastingen vervat in artikel 172 van de Grondwet die een toepassing is van de regel van de gelijkheid voor de wet ingesteld bij artikel 10 van de Grondwet. De grondwettelijke regels betreffende de gelijkheid voor de wet sluiten niet uit dat een verschillende belastingregeling wordt ingevoerd ten aanzien van bepaalde categorieën van goederen of personen, op voorwaarde dat het  criterium van onderscheid objectief en redelijkerwijze kan worden gewettigd. Het bestaan van zulk een wettiging moet worden beoordeeld in het licht van het doel en de gevolgen van de belasting in kwestie, alsook in het licht van de aard van de principes in kwestie, met inachtneming van een evenredige verhouding tussen de gebruikte middelen en het nagestreefde doel (RvS 6 november 2001 nr. 100.545 vzw Algemeen Eigenaars Syndicaat).

Enerzijds kan op beleidsmatig niveau worden verwezen naar de Gentse beleidsdoelstellingen, in het bijzonder het Klimaatplan, waaronder het stimuleren van de elektrificatie als deel van de klimaatdoelstellingen. De stad Gent mag met haar fiscaal beleid klimaatdoelstellingen nastreven. Zo aanvaardt de Raad van State dat een gemeentelijke belasting wordt ingevoerd die specifiek de exploitanten van brandstofverdeelpompen treft “vanwege de noodzaak om het gebruik aan te moedigen van schone brandstoffen - zijnde volgens artikel 6 “de brandstoffen die fossiele oliebronnen vervangen als energievoorziening voor het vervoer en kunnen bijdragen tot koolstofvrije energievoorziening” - en vanwege het in de gemeente gevoerde beleid van duurzame ontwikkeling” (RvS 7 oktober 2016 nr. 236.024 NV KUWAIT PETROLEUM BELGIUM). Het reglement voorziet daarom al in een omzettingsfactor afhankelijk van de CO2-uitstoot van de energiebron, omzettingsfactor die op 1 werd vastgelegd voor elektriciteit. De energie gebruikt voor de productie van elektriciteit, wordt daarentegen wel nog belast. Dat betekent voor de elektriciteitsproducenten, die door een doorgedreven elektrificatie meer zullen verbruiken, een sterk verhoogde belasting indien het op hen toegepaste tarief steunt op de reguliere component energie. Het spreekt voor zich dat dergelijke belasting zal worden doorgerekend, wat de elektriciteitsprijs opdrijft voor de consumenten en de elektrificatie afremt, terwijl dit beleidsmatig precies wordt ondersteund.

Verder en zuiver juridisch kan worden verwezen naar de Europese richtlijn 2003/96/EG, verder de Energiebelastingsrichtlijn genoemd. Die richtlijn verplicht via artikel 14 de lidstaten om de energie gebruikt voor de productie van elektriciteit vrij te stellen van belastingen. Uitzondering wordt gemaakt (in artikel 21, 5° van de richtlijn) voor entiteiten die voor eigen gebruik produceren: de daar genoemde ‘kleine elektriciteitsproducenten’. Ook de Energiebelastingsrichtlijn beoogt daarmee bij te dragen aan een verschuiving naar een koolstofarme en energie-efficiënte economie. Daarnaast wordt zo een dubbele belasting vermeden, omdat anders zowel de elektriciteit die door de consumenten wordt verbruikt als de energiebronnen gebruikt om die elektriciteit op te wekken zouden worden belast.

De richtlijn heeft rechtstreekse uitwerking, zo stelt onder meer het Hof van Justitie in het arrest Flughafen Köln/Bonn, het arrest Cristal Union, en de rechtbank van eerste aanleg te Brussel (Rb. Brussel (NL) 16 juni 2017, RDIR-TRNI 2017/4, 638 e.v.). Het is dan ook gepast hiermee ook in het belastingreglement rekening te houden.

 

A. Vrijstelling

In het reglement wordt een vrijstelling ingeschreven voor alle energie die wordt gebruikt door elektriciteitsproducenten, waaronder wordt begrepen de ondernemingen wiens activiteit bestaat in de productie van elektriciteit voor hoofdzakelijk verkoop aan afnemers in de zin van het Energiedecreet (artikel 1.1.3, 11°: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit of aardgas afneemt om te voorzien in zijn eigen behoeftes).

De term ‘hoofdzakelijk’ in de definitie van elektriciteitsproducent staat toe dat die ondernemingen hun eigen kantoren, gelegen aan de centrales, van elektriciteit voorzien. Anderzijds voldoen de ondernemingen die een eerder bijkomstige overproductie (afkomstig uit windturbines, photovoltaïsche panelen, … voor eigen gebruik) op het net injecteren, maar duidelijk vooral in de eigen behoeften voldoen, niet aan deze omschrijving. Overproductie wordt in dat geval verkocht aan energieleveranciers (al dan niet de leveranciers waar ze zelf afnemer van zijn), niet aan afnemers. De definitie is daarmee enger dan de definitie van ‘producent’ in het Energiedecreet, die immers enkel prosumenten (met installaties tot 10kVA) uitsluit van haar definitie.
De eigen ter plaatse opgewekte energie, zoals de elektriciteit uit een warmtekrachtkoppeling, was wel reeds vrijgesteld in het belastingreglement zoals goedgekeurd in september 2021. De energie dienstig voor de opwekking van elektriciteit voor eigen gebruik, zoals het gas voor een warmtekrachtkoppeling, blijft belastbaar zoals ook vereist door artikel 21, 5., 3e alinea van de Energiebelastingsrichtlijn.
 De energieleveranciers die zelf geen elektriciteitsproducent zijn, vallen uiteraard ook buiten deze definitie.

Doordat de definitie van ‘elektriciteitsproducent’ in het belastingreglement in feite ook een samenlezing is van de vrijstelling voorzien in artikel 14 van de Energiebelastingsrichtlijn en de beperking voorzien in artikel 21,5° van die richtlijn (iedereen die elektriciteit produceert, behalve de kleine elektriciteitsproducenten die voor eigen gebruik produceren), is de verplichte vrijstelling uit de Energiebelastingsrichtlijn per definitie volledig afgedekt.

De in het belastingreglement voorgestelde vrijstelling, is zelfs ruimer dan in de Energiebelastingsrichtlijn voorzien. Art. 14 Energiebelastingsrichtlijn verplicht tot een belastingvrijstelling van energieproducten en elektriciteit gebruikt voor de productie van elektriciteit.

Met het oog op de eenvoudige lezing en toepassing van het belastingreglement, wordt ervoor gekozen in het belastingreglement geen onderscheid te maken tussen de energie die voor de productie (en instandhouding van de productiecapaciteit) van elektriciteit wordt gebruikt en eventuele energie die door elektriciteitsproducenten voor andere activiteiten zou worden gebruikt, zoals een kantoorgebouw.

Het belastingreglement voorziet immers uitdrukkelijk, en dit vanuit de doelstelling van administratieve vereenvoudiging, in een enkele aanslag per onderneming. Uit het voorbereidend onderzoek blijkt duidelijk dat de eventuele andere locaties van de in Gent aanwezige elektriciteitsproducenten, <1% uitmaken van de oppervlaktes die zij voor hun elektriciteitsproducerende vestigingen aanhouden. Ook wat het energieverbruik betreft, valt een gelijkaardige verhouding te noteren en komt het energieverbruik zelfs niet aan het in het belastingreglement beoogde minimumverbruik om de energiecomponent te berekenen.

Gezien de beperkte impact van de niet-elektriciteitsproductie op de totale aanwezigheid en activiteiten van de betrokken belastingplichtigen op het grondgebied van de Stad Gent, weegt de meerkost (zowel in technische aanpassing van de software, als in personeelskost) niet op tegen de marginale aanpassing van de inschatting van hun draagkracht en het totale belastingbedrag.

Zoals veelvuldig bevestigd in Cassatierechtspraak (zie o.m. Cass. 1 oktober 1999,T.F.R 2005/5, p80; Cass. 3 september 2015, R.W. 2016-17,32; Cass. 16 juni 2016, F.14.0218.N), mag de fiscale wet (waarmee bij uitbreiding een lokale belasting wordt bedoeld) een verschil in toestanden opvangen dank zij categorieën die op vereenvoudigde en benaderende wijze met de werkelijkheid overeenstemmen (zoals overigens ook aangegeven bij de motivering voor diverse andere keuzes in het belastingreglement). Dit is des te meer het geval voor een fiscale bepaling waar zowel de doeltreffendheid (in casu, het inschatten van de financiële draagkracht van elektriciteitsproducenten) als de administratieve kost (van het apart berekenen van een miniem deel van die draagkracht) tegen mekaar moeten worden afgewogen, en dit in een belasting die hoofdzakelijk budgettair van aard is waardoor de rendabiliteit van een maatregel mee in de overweging moet worden betrokken.

 

B. Compensatie

Daarmee wordt de belasting voor deze categorie van belastingplichtigen nog op slechts 1 component gebaseerd, met name de oppervlakte. Dat kan geen schending van het gelijkheidsbeginsel inhouden, omdat de stad Gent hiermee gevolg geeft aan de Energiebelastingsrichtlijn. Tegelijk wordt de draagkracht van alle andere ondernemingen – voor zover zij aan de voorwaarden voldoen – ingeschat door een combinatie van hun oppervlakte én energieverbruik. De energiecomponent heeft wel een sturend aspect, maar is ook een component in de inschatting van de fiscale draagkracht van ondernemingen. Om het evenwicht te behouden in deze belasting, maakt de stad Gent een afweging tussen nagestreefde beleidsopties, de inschatting van de fiscale draagkracht van ondernemingen, rekening houdende met het Europeesrechtelijke vastgestelde kader. Deze afweging noopt tot het besluit dat de elektriciteitsproducenten worden belast aan een apart oppervlaktetarief. Dit sluit aan bij het aangepast tarief voor agrarische ondernemingen dat al in het belastingreglement is opgenomen, en reeds geruime tijd wordt aanvaard in de rechtspraak (zie o.m. de hoger geciteerde cassatierechtspraak).

Waar de normale uitoefening van landbouwactiviteiten echter noodzaakt tot een lager oppervlaktetarief, dient voor de elektriciteitsproducenten het tarief net te compenseren dat voor deze categorie van belastingplichtigen de draagkracht niet (mee) wordt berekend op basis van het wisselend energieverbruik. Er wordt dus gekozen voor een hoger tarief.

Het voorgestelde tarief komt overeen met 4x het tarief van de ‘overige’ bedrijfsvestigingen. Het verschil is daarmee minder sterk dan bij de agrarische bedrijfsvestigingen, maar resulteert in een belastingtarief in dezelfde grootteorde als andere ondernemingen met vergelijkbare oppervlaktes.  Hoewel in de simulaties die aan de goedkeuring van het reglement (en deze wijziging) voorafgaan sommige andere ondernemingen (wiens draagkracht op een combinatie van oppervlakte en energieverbruik is gebaseerd) met een grotere oppervlakte minder betalen, zijn er ook ondernemingen die met een kleinere oppervlakte die in een hoger belastingbedrag resulteren. Het voorgestelde tarief blijkt dus een aanvaardbaar gemiddeld belastingtarief.

Opnieuw kan worden verwezen naar vaststaande cassatierechtspraak (zie hoger) die stelt dat de keuze voor een bepaald tarief objectief en in abstracto moet worden beoordeeld, zonder dat alle concrete belastingplichtigen moeten worden onderzocht of dat alle mogelijke alternatieve tarieven worden afgetoetst. Het is dus niet nodig dat de vergelijking met alle andere ondernemingen wordt gemaakt, zo lang de vergelijking in algemene lijn opgaat.

 

2. Verduidelijkingen

In artikel 3, §4, f wordt aangevuld dat ook een bewezen nulverbruik, bijvoorbeeld wanneer de oppervlakte op Gents grondgebied geen gebouwen of andere verbruikers bevat, kan worden aanvaard voor de bepaling van het energieverbruik van een vestiging die op de grens van het grondgebied is gelegen.

In artikel 4, §2 wordt verduidelijkt dat het tarief per ha of per m² enkel bij het hoogste bijhorende forfait dient te worden opgeteld. Wanneer verschillende forfaits van toepassing zijn, zoals bij de 'overige bedrijfsvestigingen', zijn deze niet cumulatief. In dat tarief wordt bovendien verduidelijkt dat het tweede tarief van toepassing is 'vanaf 1.500m²', en niet enkel voor de oppervlaktes tussen 1.500² en 2.500m².

In artikel 6, §2 a wordt verduidelijkt dat in het geval van windturbines, de oppervlakte onder de rotorbladen eveneens valt onder de vrijgestelde oppervlakte. Hoewel die oppervlakte niet wordt ingenomen door de turbine in strikte zin, verhindert de veiligheid (en doorgaans de vergunning) dat de oppervlakte onder de rotorbladen nog anders nuttig kan worden gebruikt.

In artikel 4, §3, b wordt de term 'stroom' en 'elektrische stroom' vervangen door energie. Ook andere energieomzettingen binnen een onderneming, moeten immers behoed worden van een dubbele belasting ten laste van dezelfde belastingplichtige.

In artikel 9 wordt verduidelijkt dat vanaf aanslagjaar 2025 de belastingverhoging van 30% wegens tijdige maar onjuiste aangifte bijkomend van tel wordt, naast de belastingverhoging van 40% bij laattijdige of ontbrekende aangifte die van kracht blijft. 

3. Taalfouten en leesbaarheid

Er slopen enkele kleine taalfoutjes in het oorspronkelijke belastingreglement, die bij deze kunnen worden rechtgezet. Enkele wijzigingen aan zinsbouw of layout bevorderen de leesbaarheid van het reglement.

In artikel 3, §4 b wordt het woord 'aansluitpunt' in het meervoud gezet.

In artikel 3, §4 g wordt het woord 'omgezetting' vervangen door 'omzetting'.

In artikel 4, §3 wordt de zin 'Vorken lopen vanaf een ondergrens.... 1MWH = 1.000 kWh.' verplaatst naar boven de tarieftabel.


De wijzigingen treden in werking met ingang van 1 januari 2022.

Activiteit

AC35508 Opmaak van economiegerelateerde belasting- en retributiereglementen, verwerking en invordering van de kohierbelastingen ervan

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

Voegt aan artikel 2 van de 'Algemene bedrijfsbelasting' een §11 toe als volgt:

"§ 11  Als elektriciteitsproducent wordt beschouwd, de onderneming wiens activiteit bestaat in productie van elektriciteit voor hoofdzakelijk verkoop aan afnemers."

De wijzigingen treden in werking op 1 januari 2022.

Artikel 2

Wijzigt artikel 3 van de 'Algemene bedrijfsbelasting' als volgt:

  • In §4, b. wordt 'aansluitpunt' vervangen door 'aansluitpunten'.
  • §4, f laatste zin wordt aangevuld met ', of met een bewezen nulverbruik.'
  • In §4, b. wordt 'omgezetting' vervangen door 'omzetting'.

De wijzigingen treden in werking op 1 januari 2022.

Artikel 3

Wijzigt artikel 4 van de 'Algemene bedrijfsbelasting' als volgt:

  • In §2, eerste zin wordt tussen de woorden 'het' en 'bijhorende forfait', het woord 'hoogste' gevoegd.
  • In §2 wordt een punt c. Elektriciteitsproducenten toegevoegd:

c. Elektriciteitsproducenten

Tarief in euro

 

 

2022

2023

2024

2025

Tot en met 2.500m²

 

 

3.200

3.256

3.308

3.364

Meer dan 2.500m² (per m² boven 2.500)

 

 

1,60

1,64

1,64

1,68

Tarief in euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Tot en met 2.500m²

3.424

3.480

3.540

3.600

3.660

3.724

Meer dan 2.500m² (per m² boven 2.500)

1,72

1,76

1,76

1,80

1,84

1,88


  • Het tarief 'overige bedrijfsvestigingen' krijgt de letter d
  • In het tarief 'overige bedrijfsvestigingen' wordt het forfait '1.500m² tot en met 2.500m²' hernoemd tot 'Vanaf 1.500m²'.
  • In §3 wordt de zin 'Vorken lopen vanaf.... 1MWH = 1.000 kWh' verplaatst naar boven de tarieftabel

De wijzigingen treden in werking op 1 januari 2022.

Artikel 4

Wijzigt artikel 6 van de 'Algemene bedrijfsbelasting' als volgt:

  • §2, a wordt aangevuld met ', inclusief de oppervlakte onder de rotorbladen van windturbines'
  • In §3, b worden de woorden 'stroom' of 'elektrische stroom' vervangen door 'energie'
  • §3 wordt aangevuld met 'e. De elektriciteitsproducenten'

De wijzigingen treden in werking op 1 januari 2022.

Artikel 5

Vervang in artikel 9 van de 'Algemene bedrijfsbelasting' de tweede alinea als volgt:

"De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 40% van de ontdoken belasting bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn, en vanaf aanslagjaar 2025 bovendien met 30% van de ontdoken belasting in geval van tijdige maar onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, maar bedraagt minimum 25 euro en maximum 500 euro. In geen geval mag het verhoogd recht het dubbele van de verschuldigde belasting overschrijden."

De wijzigingen treden in werking op 1 januari 2022.

Artikel 6

Neemt kennis van de gecoördineerde versie van de 'Algemene bedrijfsbelasting' zoals gevoegd in bijlage.


Bijlagen

  • Gecoördineerde versie gewijzigd belastingreglement - met markeringen
  • Gecoördineerde versie gewijzigd belastingreglement