Terug
Gepubliceerd op 10/05/2022

2022_GR_00479 - Nieuw politiereglement op de kamerwoningen - Goedkeuring

commissie algemene zaken, financiën en burgerzaken (AFB)
ma 16/05/2022 - 19:00 Hybride vergadering

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Mathias De Clercq
2022_GR_00479 - Nieuw politiereglement op de kamerwoningen - Goedkeuring 2022_GR_00479 - Nieuw politiereglement op de kamerwoningen - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3

de Vlaamse codex wonen, gecodificeerd op 17 juli 2020, artikel 3.2

de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988, artikel 119 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

de Vlaamse codex wonen, gecodificeerd op 17 juli 2020, artikel 3.2

de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988, artikel 135

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Sedert de opname van het Kamerdecreet in de Wooncode in 2013 voorziet artikel 6 van de Wooncode, d.i. huidig artikel 3.2 van de Vlaamse Codex Wonen, dat de gemeenteraad strengere veiligheids- en kwaliteitsnormen dan deze voorzien op gewestelijk vlak in een gemeentelijke verordening kan opleggen.

Op 23/02/2015 heeft de gemeenteraad van die mogelijkheid gebruik gemaakt en een nieuwe politieverordening op de kamerwoningen goedgekeurd. Deze verordening voorzag een evaluatie na vijf jaar. In 2021 is die evaluatie doorgevoerd door de brandweerzone en een aantal stadsdiensten.

Het resultaat van deze evaluatie ligt nu voor.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

ALGEMEEN

De brandweer stelt een aantal kleine inhoudelijke wijzigingen voor om het reglement beter af te stemmen op de "basisnormen", en op het politiereglement op de publiek toegankelijke inrichtingen.

Op vraag van de brandweer en van woontoezicht wordt het toepassingsgebied van het reglement uitgebreid naar studio’s die deel uitmaken van een kamerwoning. Dit omwille van een gelijke behandeling op vlak van brandreglementering van woonentiteiten (kamers en studio’s) die zich in hetzelfde gebouw bevinden. Het is nodig om naast de brandveiligheid van kamers ook de studio's in hetzelfde gebouw gelijktijdig en met dezelfde normering te controleren. Kamers en studio's worden beide bewoond door hetzelfde publiek (studenten) en dienen aan dezelfde veiligheidsvoorwaarden te beantwoorden.

De brandweer stelt daarnaast ook voor om ook entiteiten in grootschalige vormen van studentenhuisvesting zoals omschreven in het bouwreglement, op te nemen in dit reglement.

Het toepassingsgebied (artikel 3) van het reglement blijft de "kamerwoning", en door een gelijkstelling in de definities (artikel 2) van deze specifieke categorieën met het begrip "kamerwoning", wordt het toepassingsgebied (beperkt) uitgebreid tot deze specifieke categorieën. De gelijkstelling vloeit voort uit het bestaan van gemeenschappelijke ruimtes in het gebouw die door meerdere bewoners gebruikt worden waardoor gelijkaardige risico's kunnen ontstaan als bij kamers, en die daarom brandveiligheidsnormen vereisen conform de politieverordening op de kamerwoningen.

Deze politieverordening is - zoals reeds vermeld - opgemaakt in uitvoering van huidig artikel 3.2. van de Vlaamse Codex Wonen. De uitbreiding van het toepassingsgebied van deze politieverordening op de kamerwoningen naar andere woonvormen, i.c. studio’s enerzijds en de kamers, studio’s en studentenappartementen in grootschalige collectieve accommodaties voor studenten anderzijds, gebeurt niet in uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen, maar vinden hun rechtsgrond in artikel 135 van de nieuwe gemeentewet (NGW) .

De wijzigingen op het kamerreglement zullen ter goedkeuring voorgelegd worden aan de Vlaamse Regering (artikel 3.2 lid 2 Vlaamse Codex Wonen). De wijzigingen, voor zover betrekking op andere woningen dan kamers, worden niet ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering.

De inwerkingtreding van de volledige verordening wordt in principe bepaald op 1/1/2023, met dien verstande dat die datum slechts geldt onder voorbehoud van voorafgaande goedkeuring van de regels die betrekking hebben op kamers door de Vlaamse Regering (in uitvoering van artikel 3.2. Vlaamse Codex Wonen).

Omdat er veel wijzigingen doorgevoerd worden, is het aangewezen om de oude verordening integraal te vervangen door de nieuwe tekst.

In de bijlage bij het gemeenteraadsbesluit is naast de nieuwe verordening, ook een versie opgenomen waar de wijzigingen zichtbaar zijn gebleven.

Deze wijzigingen worden hieronder, voor zover relevant, toegelicht.

DE WIJZIGINGEN (t.o.v. de verordening versie 2015) IN DETAIL

Definities:

De definitie “studio” is gelijk aan de definitie in het algemeen bouwreglement, met dien verstande dat hier in het kamerreglement enkel studio's in kamerwoningen bedoeld zijn, terwijl in het bouwreglement studio's in diverse woongebouwen mogelijk zijn.

De entiteiten in “studentenhomes”, d.i. de grootschalige verblijfsaccommodatie voor studenten (zowel van hoger onderwijsinstellingen als private initiatiefnemers), zijn in het Algemeen Bouwreglement niet als “woningen” gekwalificeerd. Vanuit het oogpunt van brandveiligheid worden deze entiteiten in die “studentenhomes” in dit nieuwe politiereglement wel gelijk geschakeld met het begrip “woning” in een "kamerwoning" omwille van de bewoning door studenten zodat de dezelfde brandveiligheidsnormen opgelegd kunnen worden.

In de volledige tekst ven de verordening wordt het begrip woning gebruikt ter vervanging van het begrip “kamer” of “studio”.

Artikel 4. Algemene bepalingen

In de zin worden de woorden “of de kamerwoning waarvan de woning deel uitmaakt” toegevoegd, omdat het niet volstaat dat de woning (kamer of studio) veilig is. Ook het gebouw zelf moet brandveilig zijn.

De aangifteplicht wordt geschrapt op vraag van dienst wonen.

Artikel 5. Voorschriften voor bouwelementen

In §2 lid 2 is de tekst nu opgebouwd naar analogie met de basisnormen omdat de basisnormen niet van toepassing bij bestaande oude gebouwen tenzij in geval van een volume- of oppervlakte- uitbreiding, wat maakt dat sommige bestaande kamerwoningen nooit zouden moeten beantwoorden aan de basisnormen.

Voor §3 is de tekst om dezelfde reden aangepast aan de basisnormen: het gaat hier over bekledingsmaterialen. Vroeger golden daarvoor de klasse A1 tot A4. De Europese normen zijn nu gedefinieerd van A tot E klasse. Daardoor is A verwarrend want komt voor in beide systemen.. Bekleding met een oud attest wordt dus aanvaard. Nieuwe Europese attesten worden ook aanvaard. De B/klasse wil zeggen brandklasse B, dit is een minimale brandklasse. Dit alles is dus afgeleid uit de basisnormen.

§5 Binnentrappenhuizen: 

a) Bij controles is vastgesteld dat bekledingsmaterialen niet voldoen aan de C-floor klasse. Het gaat om een uitbreiding van floor-klasse naar de trappen. Tegelijk gaat het om een versoepeling van de basisnormen naar een stabiliteit van 1/2 uur. Metalen trappen worden aanvaard vanaf bepaalde smelttemperatuur.

De hoogte van kamerwoningen komt +- overeen met lage gebouwen volgens de basisnormen.

b) technische aanpassingen bij het “rookluik”: De nieuwe tekst komt uit de norm op rookluiken (NBNS21-208/3) en wordt afgestemd op de norm die vroeger niet bestond. Automatisch opengaan hoeft niet meer.

d) Bij oude gebouwen loopt de trap soms zonder scheiding door naar de kelder. Het is nodig om de toegang tot de kelder af te sluiten op de gelijkvloerse verdieping om bij brand het risico op doorloop naar de kelder te voorkomen.

Artikel 6. uitrusting van de kamerwoning

§3 branddetectieinstallatie

- “multicriteria”: de optische rookdetector wordt uitgebreid met meer intelligente rookdetectoren.

- schrappen commandosignaal rookluik: opening van een rookluik is geschrapt uit de normen (zie artikel 5 b). Dit luik moet manueel te bedienen zijn.

Artikel 7. Technische installaties 

§1 verwarming: toestellen voor de productie van warm water worden toegevoegd.

a) Dit artikel wordt uitgebreid zodat, naast centrale verwarming, ook individuele toestellen gevat worden.

In de praktijk wordt de stookplaats vaak gebruikt als berging, waardoor het - brandrisico verhoogt. In punt 4° wordt dit toegevoegd.

§3 Kooktoestellen

a) De koppeling van het kooktoestel op gas wordt technisch anders omschreven.

c) losstaande toestellen: dit artikel laat toe om ter plaatse in te grijpen bij een controle.

§4 goed vakmanschap: Dit artikel geeft de mogelijkheid om alle veiligheidsrisico's te vatten die niet in de regelgeving zijn opgenomen. De tekst is opgemaakt naar analogie met PTI-reglement.

Artikel 8

Het jaarlijks overmaken aan Dienst Wonen van een lijst van bewoners wordt in kader van de GDPR geschrapt wegens niet noodzakelijk.

Artikel 9

De verplichting in hoofde van de eigenaar 'om ten allen tijde" tot toegang te verlenen is geschrapt, omdat deze verplichting te ruim is, en geen rekening houdt met het recht op privacy van de bewoners. Behoudens noodgevallen beschikt de brandweer over dezelfde controlebevoegdheid als andere diensten met toezichtbevoegdheid.

De tabel is geactualiseerd en in gelijke bewoordingen opgesteld als andere gelijkaardige lokale brandpreventiereglementen.

Artikel 10 en 11 zijn niet gewijzigd.

Artikel 12 bepaalt dat het huidige reglement wordt opgeheven op de dag dat het nieuwe reglement in werking treedt.

Artikel 13 bepaalt dat het nieuwe reglement in werking treedt op 1 januari 2023, op voorwaarde dat het reglement vooraf door de Vlaamse Regering is goedgekeurd. De goedkeuring van de Vlaamse Regering is immers vereist in toepassing van artikel 3.2 Vlaamse Codex Wonen. Indien de Vlaamse Regering het reglement pas na 1 januari 2023 goedkeurt, dan treedt het reglement in werking op datum van de goedkeuring door de Vlaamse Regering.

Activiteit

AC34561 Ondersteuning, advisering en handhaving met betrekking tot juridische en gerechtelijke dossiers

Besluit

Artikel 1

heft op het reglement op de kamerwoningen, goedgekeurd in de gemeenteraad van 23 februari 2015, en gewijzigd in de gemeenteraad van 14 december 2015, op de datum van inwerkingtreding van het nieuwe reglement op de kamerwoningen.

Artikel 2

Keurt goed het Politiereglement op de kamerwoningen, zoals opgenomen in bijlage, met inwerkingtreding op 1 januari 2023 onder voorbehoud van goedkeuring door de Vlaamse Regering. Indien de Vlaamse Regering het reglement goedkeurt na 1 januari 2023, treedt het reglement in werking op de datum van goedkeuring door de Vlaamse Regering.

Artikel 3

Legt het Politiereglement op de kamerwoningen, zoals opgenomen in bijlage, voor ter goedkeuring aan de Vlaamse Regering, wat betreft het gedeelte dat uitvoering geeft aan artikel 3.2. van de Vlaamse Codex Wonen.


Bijlagen