Terug
Gepubliceerd op 11/05/2022

2022_MV_00288 - Mondelinge vraag van raadslid Karlijn Deene: Plannen voor Gravensteen?

commissie vrije tijd, publiekszaken en pensioenen (VPP)
ma 09/05/2022 - 19:00 Hybride vergadering
Datum beslissing: ma 09/05/2022 - 19:57
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Johan Deckmyn; Gabi De Boever; Mehmet Sadik Karanfil; Stephanie D'Hose; Karlijn Deene; Jef Van Pee; Anne Schiettekatte; Mieke Bouve; Cengiz Cetinkaya; Evita Willaert; Adeline Blancquaert; Tom De Meester; Stijn De Roo; Anita De Winter; Yeliz Güner; Yüksel Kalaz; Bert Misplon; Joris Vandenbroucke; Sonja Welvaert; Manuel Mugica Gonzalez; Fourat Ben Chikha; Ronny Rysermans; Nicolas Vanden Eynden; Sofie Bracke; Sami Souguir; Annelies Storms; Patricia De Beule; Zeneb Bensafia; Karla Persyn; Anneleen Van Bossuyt; Els Roegiers; Emilie Peeters; Anneleen Schelstraete

Afwezig

Christiaan Van Bignoot; Carl De Decker; Mattias De Vuyst; Alana Herman; Caroline Persyn; Gert Robert; Veli Yüksel; Christophe Peeters; Tom Van Dyck; Bart De Muynck; André Rubbens; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman

Secretaris

Anneleen Schelstraete
2022_MV_00288 - Mondelinge vraag van raadslid Karlijn Deene: Plannen voor Gravensteen? 2022_MV_00288 - Mondelinge vraag van raadslid Karlijn Deene: Plannen voor Gravensteen?

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

-

Indiener(s)

Karlijn Deene

Gericht aan

Sami Souguir

Tijdstip van indienen

ma 02/05/2022 - 10:50

Toelichting

Tijdens de Vlaamse commissie onroerend erfgoed van donderdag 21 april beantwoordde minister Diependaele een vraag over de verbouwingsplannen voor het Gravensteen. Uit het antwoord van de minister blijkt dat het Agentschap Onroerend Erfgoed de nieuwe door de stad voorgelegde plannen deels gunstig, deels ongunstig heeft beoordeeld. Deze nieuwe plannen zijn het resultaat van een denkoefening door de stadsbouwmeester die een verplaatsing van het externe paviljoen in de ‘oksel’ van de huidige toegangstoren en de walmuur had voorgesteld. Dit concept werd dan verder uitgewerkt door het eerder al aangestelde architectenteam. 

De minister verwees in zijn antwoord ook naar het feit dat het Agentschap er in zijn advies op wijst dat men niet op de hoogte is waarom er vandaag niet verder wordt gewerkt op de andere ontwerpen die tijdens het eerdere bemiddelingstraject aan bod kwamen, hoewel een ervan het agentschap zeer beloftevol leek. Dit laatste ontwerp – van SOS Gravensteen – werd ook door toegankelijkheidsagentschap Inter beoordeeld als potentieel hebbend. De stadsbouwmeester wees dit voorstel echter af in een nota die eind 2021 aan de commissie werd gepresenteerd. Gezien het eigen voorstel van de stadsbouwmeester nu deels ongunstig wordt geadviseerd rijst de vraag of die afwijzing wel gefundeerd was. 

Vandaar mijn vragen: 

  1. Welke elementen in de nieuwe plannen werden door het Agentschap gunstig en welke ongunstig beoordeeld? Hoe haalbaar is dit nieuwe plan nog?
  2. Is het niet hoog tijd om het ontwerp van SOS Gravensteen – bijgestuurd en uitgewerkt waar nodig, in nau overleg met zowel het Agentschap als Inter – een faire kans te geven?

Bespreking

Antwoord

Ik ga jullie beide vragen, die enigszins in dezelfde lijn liggen gezamenlijk beantwoorden.

Mevrouw Blancquaert, vooreerst is het nooit de bedoeling, noch de intentie geweest om schade aan te richten aan het Gravensteen. Integendeel: de jury van de Open Oproep heeft net gekozen voor het meest terughoudende voorstel. Ze apprecieerde ‘de punctuele ingrepen’ en ‘de ­respectvolle houding naar het ­monument, zonder in te boeten aan organisatorische en scenografische slagkracht’.

Dat de meningen daarover nogal verschillen is een understatement. Maar goed, vandaag staan we waar we staan.

In de commissie Cultuur van 11 oktober ll. heeft de stadsbouwmeester zijn omstandig advies na de ‘bemiddelingsronde’ uitvoerig toegelicht. In zijn advies beargumenteert de stadsbouwmeester welke van de alternatieven mogelijk zijn, welke niet en waarom.

Daar werden toen geen bezwaren tegen geuit en werd integendeel gematigd positief op gereageerd.

  • Tussenkomst K. Deene: Blij dat er openheid is om de ideeën die vanuit burgerparticipatie naar voren zijn gekomen effectief te bekijken en er iets mee te doen. Vragen naar timing toe - alternatief voorstel zal worden bestudeerd. Hoe ziet u het verdere verloop. In welke mate zullen bewoners/actiegroepen vanuit hun expertise en inzichten verder betrokken worden bij het bestuderen van dat alternatief voorstel.

Het alternatieve voorstel van SOS Gravensteen waarnaar Onroerend Erfgoed had verwezen als mogelijk levensvatbaar, is in het advies van de stadsbouwmeester als dusdanig niet weerhouden. Samenvattend gesteld, brengt SOS Gravensteen een aantal voorstellen samen om tegemoet te komen aan de gestelde randvoorwaarden. Maar de som van de impact van de verschillende ‘kleinere’ ingrepen op het monument wordt, ons inziens, zeer groot, namelijk:

-         Een bijkomende ingang aan de waterzijde (kant De Lieve) met een helling vanaf het Veerleplein, een aanmeersteiger en doorbreking van de walmuur met lift, heeft een grote impact op het erfgoedbeeld van het Gravensteen vanaf de Lieve. Het zowat meest iconische zicht op het Gravensteen.

-         Het voorstel voorziet ook in een paviljoen op het opperhof. Een aantal functies worden in de Vismijn geplaatst, maar die locatie is eenvoudigweg niet beschikbaar. Het uit elkaar halen van het programma beperkt aanzienlijk het logisch functioneren van de dienstverlening in het Gravensteen. Vanuit die uitgangspunten zou het paviljoen op het opperhof wel eens heel groot kunnen worden.

-         Een lift binnen in het donjon moet worden bereikt met een passerelle met een lange helling over het opperhof. Het hoogteverschil tussen opperhof en de eerste verdieping is zeer aanzienlijk (bewijzen de vele trappen vandaag). Deze passerelle integraal toegankelijk maken vergt een lange helling die een grote impact heeft op de ruimte van het opperhof. 

-         De impact van de lift intern in het gebouw verstoort ook aanzienlijk de erfgoedbeleving van de grote en unieke ruimtes in de donjon en beperkt ook de mogelijkheden voor scenografie en museale werking van deze zalen. De toevoeging van nog extra passerelles om de walmuur te verbinden met de donjon, maakt het bezoekerstraject erg onleesbaar en reduceert zowel de bezoekersbeleving als een vloeiende organisatie.

Het college was en is van mening dat het voorstel onvoldoende elementen bevat om het rudimentaire ontwerp verder uit te laten werken met het oog op het bekomen van formele adviezen.

Deze elementen vond het college wel terug in het advies van de stadsbouwmeester om de positionering van het paviljoen rechts van het poortgebouw verder te laten onderzoeken. Nogmaals: dit werd tijdens de commissie Cultuur van 11 oktober 2021 in alle openheid en transparantie toegelicht.

Begin december vorig jaar (CBS 02/12/2021) keurde het college dan ook een aanvullende opdracht voor het onderzoek naar de alternatieve positie van het paviljoen goed. Vooropgesteld werd dat dit onderzoek ongeveer een 6-tal maanden in beslag zou nemen.

Het is na meer gedetailleerde uitwerking van de alternatieve positie dat advies werd gevraagd aan het Agentschap Onroerend Erfgoed, het advies waarnaar minister Diependaele verwees in zijn antwoord op een parlementaire vraag. 

Collega Deene

Zoals de minister aangaf in zijn antwoord en u herhaalt in uw vraag, is het advies deels gunstig en deels ongunstig beoordeeld door het Agentschap.

Samengevat kan gesteld worden dat het onderbrengen van de meest belastende functies (museumshop, kantoren medewerkers, hoogspanningskabine, …) in een nieuwbouw buiten de omwalling – zijnde ‘een’ paviljoen – op vlak van onroerenderfgoedzorg aanvaardbaar is en positief wordt geëvalueerd. Hierdoor blijft de historische site binnen de omwalling gespaard, bovendien is het volume kleinschalig en houdt het afstand van de walmuur.

Bij de uitwerking geven zij nog een aantal randvoorwaarden mee over de hoogte van het nieuwe volume, de materialisatie ervan en de documentatie van de werken met stockage van nog bruikbaar materiaal, maar het ‘alternatieve’ paviljoen ‘an sich’ kan dus op een gunstig advies rekenen.

Het ontwerp voorziet twee mogelijke pistes voor mindervaliden om vanuit de stalling aan te sluiten op het hoofdparcours. Het maken van bijkomende doorbrekingen om vanuit de stalling aan te sluiten op de hoofdlift brengt te veel materiële schade met zich mee aan het muurwerk van de stalling en de donjon. Deze ingreep impliceert bovendien het uitgraven van zones met archeologische waarde. 

Onroerend Erfgoed adviseert dit voorstel ongunstig, omdat het afbreuk doet aan de historische en oudheidkundige waarde van de oudste fase van het Gravensteen. Ze zijn dan ook voorstander van een andere optie, waarbij een kleine lift in de stalling voorzien wordt met uitkomst op het opperhof. Hierbij kunnen alle muren in hun oorspronkelijke opbouw behouden blijven en er zijn dan geen grootschalige uitgravingen nodig.

Deze tweede optie komt de erfgoedwaarden ten goede, aldus het advies van het Agentschap Onroerend Erfgoed.

Met dit deel van het advies komen we in een patstelling.

De toegankelijkheidsambtenaar van de Stad, hierin gesteund door het Agentschap INTER, vinden de piste van de ‘kleine lift’, die in werkelijkheid een plateaulift is, dan niet aanvaardbaar.

Uit het onderzoek van de architecten blijkt dat een volwaardige lift op die plaats niet realiseerbaar is. Een plateaulift die een hele verdieping moet overbruggen, wordt meteen de zwakste schakel in de hele routing, zowel op het vlak van veiligheid, betrouwbaarheid, handling als duurzaamheid. Plateauliften vallen onder de machinerichtlijnen, zijn heel traag (en met vasthoudknop), vergen veel onderhoud, werken niet altijd zoals ze zouden moeten, hebben kortom veel nadelen.

Het klopt collega Deene dat, zoals de minister in zijn antwoord aangaf, het advies van het Agentschap Onroerend Erfgoed stelt dat men niet op de hoogte is waarom niet verder werd gewerkt op andere ontwerpen die tijdens het bemiddelingstraject naar voren kwamen, hoewel één ervan “zeer beloftevol” leek.

Maar zoals gezegd, was en is het college van mening dat het voorstel onvoldoende elementen bevat om het rudimentaire ontwerp verder uit te laten werken. Zoals ook werd toegelicht door de stadsbouwmeester in deze commissie.

Omdat het enigszins bevreemdend is dat men in een formeel ambtelijk advies verwijst naar rudimentaire schetsontwerpen die momenteel niet voor advies voorliggen, werd afgelopen donderdag, 5 mei, een bijkomend overleg met het Agentschap Onroerend Erfgoed gepland.

Tijdens dit overleg werd o.a. door de stadsbouwmeester zijn advies toegelicht op basis waarvan tot huidig voorliggend scenario – met paviljoen links van het poortgebouw - werd gekomen.

Op basis van dit overleg zou nu een aanvullend advies door het Agentschap Onroerend Erfgoed worden verstrekt op basis waarvan het aanvullend onderzoek naar een alternatieve positie van het paviljoen kan worden afgerond. Samen met de kennisname van het resultaat van het aanvullend onderzoek zal het college zich vervolgens buigen over het vervolgtraject voor het project.

Samengevat zijn we op dit moment dus in afwachting van een aanvullend advies van het Agentschap Onroerend Erfgoed om de lopende onderzoeksopdracht af te kunnen ronden en zal het college zich vervolgens buigen over het vervolgtraject van het project.

wo 11/05/2022 - 13:49