Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Roel Stynen - Celine Exter met als contactadres Ooievaarstraat 75, 9000 Gent hebben een aanvraag (OMV_2024135678) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 25 november 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het verbouwen van de eengezinswoning
• Adres: Ooievaarstraat 75, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 16 sectie K nr. 712B6
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 10 december 2024.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 15 januari 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
OMGEVING
Het pand uit voorliggende aanvraag bevindt zich langs de Ooievaarstraat in de wijk ‘Brugse Poort – Rooigem’. De omgeving bestaat voornamelijk uit gesloten residentiële bebouwing, opgebouwd uit 2 en 3 bouwlagen met een hellend dak. De percelen langs deze kant van de straat worden gekenmerkt door diepe, smalle percelen, waarbij de tuin geknikt ligt t.o.v. de achtergevel van de gebouwen.
ERFGOEDWAARDE
Het pand met adres te Ooievaarstraat 75, 9000 Gent is vastgesteld op de inventaris van het bouwkundig erfgoed als ‘Arbeiderswoningen’ met ID 135682 en wordt als volgt beschreven: “Arbeiderswoningen van twee en een halve bouwlaag daterend uit de jaren 1860, die oorspronkelijk deel uitmaakten van een lange, aaneengesloten rij in eenheidsbebouwing.”.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het verbouwen van de eengezinswoning.
MORFOLOGIE
Het perceel in kwestie is ca. 206m², heeft een totale diepte van ca. 47m40 bij een breedte van 4m65. Het gebouw bestaat uit 2,5 bouwlagen met een hellend dak. De bouwdiepte van het hoofdgebouw bedraagt 8m02 (gemeten vanaf de rooilijn). De kroonlijsthoogte aan de voorgevel bedraagt +8m20 en +8m07 aan de achtergevel met een nokhoogte van +11m56 (gemeten vanaf het trottoirpeil). Het volume van het hoofdgebouw blijft behouden en er worden hieraan geen wijzigingen voorzien. Intern wordt er wel een nieuwe indeling voorzien.
De bestaande aanbouw is perceelsbreed voorzien tot op een bouwdiepte van 12m22 (gemeten vanaf de rooilijn) en heeft een totale hoogte van +2m83 (gemeten vanaf het trottoirpeil). De bestaande aanbouw wordt integraal gesloopt. Er wordt een nieuwe perceelsbrede aanbouw voorzien. Deze is voorzien tot op een diepte van 12m81 op de rechter perceelsgrens en 14m97 op de linker perceelsgrens (gemeten vanaf de rooilijn). Tot een diepte van 11m95 wordt er een perceelsbrede lichtstraat voorzien met een totale hoogte van +4m22 (gemeten vanaf het trottoirpeil). Dit zorgt voor een ophoging van de rechter scheidingsmuur met 1m39 over een lengte van ca. 3m93. Het overige deel van de aanbouw dat dieper gelegen is heeft een totale hoogte van +3m20 (gemeten vanaf het trottoirpeil). Achter de aanbouw is er een luifel aanwezig met een diepte van 1 m en op dezelfde hoogte van de aanbouw. Dit zorgt voor een ophoging van de linker scheidingsmuur met 3m20 over een lengte van 3m70 en de rechter scheidingsmuur met ca. 22 cm over een lengte van 3m70.
Achteraan het perceel is er een bijgebouw aanwezig. Deze blijft behouden en maakt geen deel uit van de aanvraag.
RIOLERING
Er wordt een gescheiden rioleringsstelsel voorzien met een septische put van 1.500 l en een hemelwaterput van 5.000 l. Er wordt een bovengrondse infiltratievoorziening voorzien (7,85 m² / 1.300 liter)
INDELING
Er wordt een grondige heropdeling van de woning voorzien. Hierbij wordt de traphal die nu centraal in de woning aanwezig is naar de voorzijde van de woning verschoven, waardoor de bestaande schouw wordt gesupprimeerd. Verder wordt de bestaande achtergevel op de gelijkvloerse verdieping volledig opengewerkt. De gelijkvloerse verdieping bestaat uit een inkom met de traphal, berging en sanitair aan de voorzijde, centraal de leefruimte en aan de achterzijde een leefkeuken (eetruimte en keuken). Achter de woning is er een perceelsbreed terras aanwezig met achterliggend een diepe tuin van ca. 115 m². De eerste verdieping wordt ook grondig verbouwd. Hier wordt de vloerplaat aan de voorzijde doorbroken voor de nieuwe locatie van de traphal en wordt de bestaande schouw ook hier gesupprimeerd. De eerste verdieping wordt voorzien van een badkamer en de traphal aan de voorzijde en een slaapkamer aan de achterzijde. Onder het hellende dak worden er 2 slaapkamers voorzien.
MATERIALISATIE
De bestaande voorgevel bestaat uit op de gelijkvloerse gevel een bekleding in natuursteen en op de verdieping een gevelpleister met sierelementen. De gelijkvloerse gevel wordt grondig aangepast en de voordeur wordt van links naar rechts in de gevel verplaatst. Hierbij wordt de gelijkvloerse gevel ook afgewerkt in gevelpleister met sierelementen.
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Stedenbouwkundige vergunningen
- Op 26/12/1972 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van de voorgevel. (KW O-20-72).
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023).
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening voetgangersverkeer
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- langs de straatkant gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
HEMELWATERPUT
Met voorliggende aanvraag wordt de bestaande woning uitgebreid met een gelijkvloers aanbouwvolume. Hierdoor is de aanleg van een hemelwaterput verplicht. De horizontale dakoppervlakte die in rekening moet gebracht worden bedraagt 70 m². Hierdoor moet een hemelwaterput voorzien worden met een minimale inhoud van 5.000 l. De aanvraag voldoet hieraan. De hemelwaterput wordt uitgerust met een pompinstallatie die voorziet in het hergebruik van het opgevangen hemelwater voor toiletspoeling, poetswater, wasmachine en gebruik buiten.
INFILTRATIEVOORZIENING
Het perceel is groter dan 120 m², waardoor er verplicht een bovengrondse infiltratievoorziening aangelegd moet worden. Het totale dakoppervlakte bedraagt 70 m². De horizontale dakoppervlakten van de delen van de daken die zijn uitgerust met een groendak met een minimale opslagcapaciteit van 50 liter per vierkante meter door twee gedeeld. Er worden in de aanvraag geen groendaken voorzien.
Als er een hemelwaterput met hergebruik aanwezig is, mag de afwateren oppervlakte met 30 m² verminderd worden. Het uiteindelijk in rekening te brengen dakoppervlakte bedraagt 40m².
De infiltratieoppervlakte bedraagt 8 % van de afwaterende oppervlakte en is in dit geval 3,2 m². Het buffervolume bedraagt 33 l per m² afwaterende oppervlakte en is in dit geval 1.320 l. De aanvraag voldoet aan de oppervlakte maar net niet naar bufferend volume. Echter gaat het hier om 20 l en kan er geconcludeerd worden dat de bovengrondse infiltratievoorziening hieraan voldoet.
GROENDAK
Aangezien het nieuw plat dak wordt aangesloten op een voldoende gedimensioneerde hemelwaterput, is het aanleggen van een groendak niet verplicht.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Er is geen waardevol groen of boom verwijderd. De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen. Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI. Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN. Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
Aangezien de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, werd met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen gevraagd. Er werden geen bezwaarschriften ingediend binnen de vervaltermijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de dag van ontvangst van het verzoek om een standpunt.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Zoals opgenomen in de inventarisbeschrijving, maakt deze arbeiderswoning deel uit van een representatieve, voorheen aaneengesloten, rij eenheidsbebouwing met een architecturale en historische waarde. Deze komt tot uiting komt in volgende aspecten:
- Het uitzicht van de gevels: de indeling, geleding, ritmering, materialisatie en buitenschrijnwerk. Op vandaag is de gelijkvloerse zone van de voorgevel verstoord;
- Het uitzicht van de daken: met hun volume en dakafwerkingsmateriaal;
- De dragende structuur: dragende muren en houten vloerroosteringen, dragende houten dakconstructie en de trappartijen. De trap van gelijkvloers naar de eerste verdieping is vermoedelijk niet de oorspronkelijke maar deze van de eerste naar de tweede verdieping wel;
- De indeling: kenmerkende en intact bewaarde plattegrond van een midden 19de-eeuwse burgerwoning vanaf de eerste verdieping. De gelijkvloerse verdieping werd verregaand verbouwd, vanaf de eerste verdieping is de oorspronkelijke indeling behouden;
- De ruimtelijkheid die voortvloeit uit de dragende structuur en indeling;
- Authentieke vaste interieurelementen.
Al deze elementen bepalen mede de architecturale en historische waarde van het pand, ze moeten maximaal behouden blijven.
De muren worden aan de voorgevel van binnenuit geïsoleerd. Aan de achtergevel wordt een bestaande aanbouw gesloopt i.f.v. de bouw van een nieuw volume. De achtergevel wordt verder vanaf de buitenzijde geïsoleerd. De voorgestelde werken aan de achterzijde van het pand hebben geen negatieve impact op de aanwezige erfgoedwaarde van het pand en niet storend zichtbaar zijn vanaf het openbaar domein. De gewenste aanbouw met lichtstraat is hoger voorzien dan wat er gangbaar als ruimtelijk aanvaardbaar wordt beschouwd. Echter biedt de atypische perceelsvorm een moeilijke ontwerpopgave om een kwalitatieve aanbouw te voorzien. Hierbij kan er vanuit ruimtelijk standpunt akkoord worden gegaan met de beperkte meerhoogte in functie van een lichtstraat. Deze zoekt aansluiting met het gabarit van de linker aanpalende en biedt de mogelijkheid aan de rechter aanpalende op hier naar de toekomst op aan te sluiten. De impact op de omgeving blijft bijgevolg beperkt.
De aanvraag betreft verder de interne verbouwing van de woning waarbij een recentere trap van gelijkvloers naar eerste verdieping en de vermoedelijk originele trap vanaf de eerste verdieping vervangen worden door een nieuwe trap vanaf de gelijkvloerse verdieping. Deze nieuwe trap komt op een andere plaats in de woning te zitten. Gezien de verbouwing die het pand in het verleden reeds onderging, wordt vermoed dat de resterende erfgoedwaarde van de interieurelementen eerder beperkt zal zijn. Echter, het verplaatsen van de trap heeft tot gevolg dat alle dragende binnenvloeren verregaand moeten worden aangepast of vervangen worden. De dragende structuren en de trap zijn vanuit erfgoedstandpunt maximaal te behouden. De verplaatsing van de trap is bijgevolg niet verzoenbaar met het behoud van de erfgoedwaarde van de dragende structuren en de ruimtelijkheid en wordt ongunstig beoordeeld.
Verder wordt de gelijkvloerse gevel grondig aangepast. Hierbij worden de toegangsdeur en raam verwisseld van locatie. De huidige deur en raam zitten nog op de originele locatie en vormen hierin een eenheid met de overige arbeiderswoningen binnen het ensemble van de vastgestelde arbeiderswoningen. Het verplaatsen van de deur is onverenigbaar met het behoud van de erfgoedwaarden en wordt ongunstig beoordeeld.
De voorgestelde ingrepen doen afbreuk aan de architecturale en historische waarde van het pand. In een verdere voorbespreking met de Dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg kan gezocht worden naar een indeling en gevelopbouw die zowel de erfgoedwaarden als het beoogde programma verzoent.
CONCLUSIE
Ongunstig, De aangevraagde werken aan de voorgevel en intern in de woning zijn onverenigbaar met het behoud van de erfgoedwaarden.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het verbouwen van de eengezinswoning aan Roel Stynen - Celine Exter gelegen te Ooievaarstraat 75, 9000 Gent.