Terug
Gepubliceerd op 02/06/2025

2025_CBS_05027 - OMV_2025011920 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van de bestaande toegangstrap met ingewerkte hellingsbaan ter verbetering van de toegankelijkheid - zonder openbaar onderzoek - Woodrow Wilsonplein, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
wo 28/05/2025 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: wo 28/05/2025 - 10:01
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Sofie Bracke, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Astrid De Bruycker, schepen
2025_CBS_05027 - OMV_2025011920 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van de bestaande toegangstrap met ingewerkte hellingsbaan ter verbetering van de toegankelijkheid - zonder openbaar onderzoek - Woodrow Wilsonplein, 9000 Gent - Vergunning 2025_CBS_05027 - OMV_2025011920 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen van de bestaande toegangstrap met ingewerkte hellingsbaan ter verbetering van de toegankelijkheid - zonder openbaar onderzoek - Woodrow Wilsonplein, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Stad Gent met als contactadres Botermarkt 1, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025011920) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 20 maart 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het verbouwen van de bestaande toegangstrap met ingewerkte hellingsbaan ter verbetering van de toegankelijkheid

• Adres: Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 4 sectie D nr. 2542C2

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 7 april 2025.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 21 mei 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de omgeving

Het onderwerp van de aanvraag bevindt zich in de binnenstad, langsheen het Woodrow Wilsonplein. De omgeving is zeer divers en bestaat uit verscheidene kantoren en commerciële gebouwen.

 

Het gebouw op het bouwperceel is opgenomen als 'Propagandacentrum en administratief complex Elektriciteits-, Gas- en Waterdiensten' in de inventaris van het bouwkundig erfgoed (relictid:133586).

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Het onderwerp van de aanvraag betreft een aanpassing aan de bestaande trappenconstructie van het Stadskantoor van Stad Gent. Het gebouw is op heden enkel via een lift toegankelijk voor minder mobiele mensen. Omdat deze lift af en toe in panne staat werd door het college van Burgemeester en Schepenen beslist om een permanente oplossing te zoeken.

Voorliggende aanvraag voorziet deze oplossing, namelijk het integreren van een helling in deze bestaande trappenconstructie.

 

De aanvraag omvat volgende handelingen:

1/ de afbraak van de bestaande bekledingen van de trap

2/ het aanpassen en toevoegen van verschillende draagconstructies en funderingen

3/ het verbouwen van de bestaande trap met nieuwe hellingsbanen uit prefabbeton

3/ het vervangen van de verharding op het verhoogde voorplein, gelegen bovenaan de trap

 

Om een betere toegankelijkheid te garanderen, die niet onderhevig is aan technisch defect (zoals bij de lift), wordt de bestaande trap verbouwd tot een trappenpartij met een ingewerkte hellingsbaan van max. 4.97%. Deze helling vertrekt op het maaiveld aan het Woodrow Wilsonplein en komt boven aan het verhoogde voorplein, bovenop de fietsenparking, waar de inkom van het Stadskantoor gelegen is.

De nieuwe constructie zal in totaal 3,36 m verder naar de rooilijn worden gelegd om de nodige lengte voor de hellingsbaan te kunnen uitvoeren binnen de regelgeving toegankelijkheid. De nieuwe voorzijde blijft wel 6,23 m achter de voorbouwlijn/rooilijn van het kadastraal perceel.

Verder zal de bestaande betegeling worden vervangen door sterkere gewapende prefab betonnen tegels. Dit met uitzondering van de natuursteen onder de balustrade en tegen de gevelzijden van de trap, deze blijven behouden.
Ook wordt een balustrade en trapleuning geplaatst aan de zijkanten van de nieuwe trapconstructie, tot de 1e trede, deze heeft een totale hoogte van maximaal 3,50 m.
De bestaande constructie van het fries blijft onaangeroerd en wordt beschermd tijdens te werken.

Tijdens uitvoering van de werken zal de toegang tot het Stadskantoor verzekerd blijven via de zijdelingse kleine trap, waar ook een tijdelijke hellingsbaan is geplaatst. Deze tijdelijke helling werd voor 2 jaar vergund in april 2025 (OMV_2024144737).

2.       HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

* Op 12/03/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de renovatie van het ‘administratief centrum zuid’, de renovatie en restauratie van het voormalige bibliotheekgebouw, de nieuwbouw van een agora die zal fungeren als ontvangstgebouw voor de burger en het verder exploiteren en veranderen door uitbreiding van een administratief centrum. (OMV_2019139598)

* Op 17/04/2025 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een tijdelijke helling aan het stadskantoor. (OMV_2024144737)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven. De adviezen zijn integraal op het omgevingsloket na te lezen.

 

Gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 11 april 2025 onder ref. 031773-044/MN/2025:
Besluit: GUNSTIG

 

Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius afgeleverd op 30 april 2025 onder ref. 5000097553.
 

Noot van de Omgevingsambtenaar: In het voortraject werd reeds een advies opgevraagd aan Fluvius waarbij volgende vereisten werden gesteld: 

-      De cabine kan niet buiten dienst genomen worden tijdens de werken.

-      De toegang van de cabinemoet gevrijwaard blijven. 

-      De ventilatie van de cabine moet gevrijwaard blijven. 

-      De stabiliteit van de cabine moet zeker behouden blijven.

Op de adviesvraag, gesteld via het Omgevingsloket, werd een algemeen advies gegeven dat niet van toepassing is op het onderwerp van de aanvraag. Na verduidelijking per mail, met de behandelaar van het dossier (dd. 21 mei 2022), werd meegegeven dat het advies dat in voortraject werd opgesteld mocht worden opgenomen in de omgevingsaanvraag.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut en parkgebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
In de gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen zijn de voorzieningen toegelaten, welke gericht zijn op het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. Woongelegenheid kan toegestaan worden voor zover die noodzakelijk is voor de goede werking van de inrichtingen (artikel 17 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen) 
De parkgebieden moeten in hun staat bewaard worden of zijn bestemd om zodanig ingericht te worden, dat ze, in de al dan niet verstedelijkte gebieden, hun sociale functie kunnen vervullen.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.

Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg BINNENSTAD - DEEL ZUID, goedgekeurd op 29 november 2002, en is bestemd als zone voor gemeenschapsvoorzieningen.


De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 
 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening toegankelijkheid

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

De aanvraag voorziet een afwijking op de normen, namelijk het niet plaatsen van leuningen aan beide zijden van de helling. De beschrijvende nota motiveert deze afwijking uitvoerig.

 

Aangezien er naast de helling ook een trap en lift aanwezig zijn (beiden voldoen aan de verordening toegankelijkheid), wordt er voldaan aan de voorwaarde dat 2/3e van de opties conform zijn (artikel 18).

De traphelling (ook wel gekend als STRAMP) werd tijdens de ontwerpfase negatief geadviseerd door Inter. Daarna werd er nog informeel advies ingewonnen bij diverse afdelingen van Inter om de normen uit de verordening zo goed mogelijk ontwerpmatig te verwerken. De helling is namelijk uitermate belangrijk voor het functioneren van de toegang van het gebouw dat het niet volledig kunnen voldoen aan de afwerkingseisen ondergeschikt is.

De leuning/handgreep is namelijk moeilijk te realiseren. Wetende dat er voor personen die ondersteuning nodig hebben nog 2 alternatieven hebben (de lift en drie trapdelen met leuningen) lijkt het realistisch dat deze doelgroep de nieuwe helling niet zullen gebruiken. Deze zal voornamelijk worden gebruikt voor scooters/scootmobielen die niet in de lift kunnen (deze zijn groter dan de wettelijke grootte van de liftkooi/ 1400/1100 toelaat).

 

Om de veiligheid op de ingewerkte helling te kunnen garanderen, is op volgende gelet:

 

  • Treden op de helling zijn zo uitgewerkt dat ze steeds de afrijdbeveiliging garanderen
  • Vreemde treden (die niet meer als traptrede te gebruiken zijn) zijn uitgewerkt als zitelement
  • Blinden worden via betegeling naar de zijkanten geleid, naar trappen mét leuningen

 

Voor de rest zijn de percentages, bordessen, … uitvoerig besproken in verschillende varianten tijdens het voorontwerp, om tot deze beste keuze te komen. Ook materialisatie van de ondergrond werd besproken.

 

Gelet op bovenstaande punten kan de afwijking op de normering (§9 leuningen) worden toegestaan, gezien het belang van de helling zelf en de voldoende veilige alternatieven.

 

Gewestelijke verordening voetgangersverkeer

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

 

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

 

5.1 Ligging project

Het project situeert zich in het afstroomgebied van De Muinkschelde (beheer: De Vlaamse Waterweg).  Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het terrein is momenteel bebouwd.

 

5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

De voorliggende aanvraag wijzigt niets aan de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel blijft ongewijzigd. Zo wordt het afwaterende water op de trap op dezelfde manier opgevangen (en afgevoerd naar de buffertanken) zoals dat reeds op heden gebeurt.

 

Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het algemeen bouwreglement van de stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3. Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Er is geen waardevol groen of boom verwijderd.

 

De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing. 

De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De bestaande trappenconstructie wordt uitgebreid met een diepte van 3,36 m, wat een totale oppervlakte van ca. 68,50 m² betekent. Deze hele nieuwe constructie bevindt zich boven bestaande verhardingen en heeft geen extra impact op het hemelwaterverhaal. Verder wordt de nieuwe footprint volledig binnen de bestaande voorbouwlijn voorzien waardoor kan worden geconcludeerd dat de uitbreiding inpasbaar is in de omgeving. De impact op het bestaande openbaar domein is, gelet op de grote open ruimte (Woodrow Wilsonplein), zeer beperkt.

Verder wordt er een afwijking aangevraagd op de normen van de toegankelijkheidsverordening voor het niet plaatsen van leuningen. Deze is aanvaardbaar omdat er nog 2 alternatieven zijn (namelijk een trap met leuningen en de lift) die wel conform de toegankelijkheidsverordening zijn.

 

De nieuwe helling is een aanvulling op de bestaande infrastructuur. Vanuit verschillende hoeken werd de beslissing gemaakt om ook een oplossing te bieden voor scooters (die nu niet in de lift passen) en een oplossing die niet onderhevig is aan technische storingen.

Deze nieuwe trapconstructie met helling zal een meerwaarde bieden voor alle gebruikers van het Stadskantoor en is inpasbaar in de omgeving. Bijgevolg wordt deze gunstig, met voorbehoud van de voorwaarde, beoordeeld.
 

CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het verbouwen van de bestaande toegangstrap met ingewerkte hellingsbaan ter verbetering van de toegankelijkheid aan Stad Gent gemeente (O.N.:0207451227) gelegen te Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

    

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

De voorwaarden opgenomen in het vooradvies van Fluvius die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden.

volgende vereisten worden gesteld: 

-      De cabine kan niet buiten dienst genomen worden tijdens de werken.

-      De toegang van de cabinemoet gevrijwaard blijven. 

-      De ventilatie van de cabine moet gevrijwaard blijven. 

-      De stabiliteit van de cabine moet zeker behouden blijven.