Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
ARCELORMITTAL BELGIUM NV met als contactadres John Kennedylaan 51, 9042 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024079599) ingediend bij de deputatie op 30 januari 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het veranderen van een siderurgisch complex, het regulariseren van sleufsilo’s, een luifel en equipmentcontainer op een betonverharding en het regulariseren van de Torero installatie
• Adres: Bokstraat 4 en John Kennedylaan 51-53,
• Kadastrale gegevens: afdeling 14 sectie A nrs. 75W, 75V, 176M2, 176L2, 176P2, 176S2, 176H2, 176D2, 176W2, 176X2, 179N2, 179G2, 179M2, 243H, 257D2, 257C2, 257E2, 257Z, 293M, 293P, 293R, 293W, 372A2, 372B2, 372Z, 372C2, 372S, 423G, 423H, 423K, 423L, 512F, 512F2, 512V, 512S, 512H2, 512G2, 512Z, 512T, 512A2, 512R, 514A, 515B, 515A, 515D, 515E, 515C, sectie B nrs. 104S, 104L, 104R, 191X, 191M, 191P, 191Y, 191T, 191G, 197/2 C, 233A, 292R, 292X, 292P, 292Y, 292T, 292V, 292W, 292G2, 292C2, 292F2, 292D2, 292B2, 292H2, 292E2, 357/2 B, 362K, 362G, 362H, 364B, 450G, 450F, 450K, 450H, 450L, sectie D nrs. 32M, 32P, 133D, 147M, 147K, 147L, 147N, 147S, 159C, 180E, 198D, 206/2 A, 212K, 225D, 225C, 357C, 357L, 357S, 357T, 357V, 357W, 374B, 423F2, 423L2, 423B2, 423V, 423K2, 423Y, 532E, 554D, 573X, 573S, 573N, 573T, 576M, 576N, 576P, 601C, 601/2 B, 603C, 603H, 603F, 603G, 603D, 603E, 603K, 603B, 603A, 604B, 604A, sectie E nrs. 94C, 107D, 123E2, 123G2, 123F2, 123D2, 123Y, 123E, 123B2, 123A2, 123C, 123V, 123R, 123S, 123X, 123W, 363B, 363C, 363D, 363E, 363A, sectie H nrs. 915/2 A, 915S, 915Z, 915Y, 917M, 917R, 917P, 917T en 917V
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 2 april 2025.
De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 3 april 2025.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 14 mei 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit.
Het terrein uit de aanvraag situeert zich op de industriële site van ArcelorMittal langsheen de John Kennedylaan in de Gentse kanaalzone. In het oosten wordt deze grootschalige site begrensd door deze laan. Ten westen ligt het Kanaal Gent – Terneuzen. ArcelorMittal is de meest noordelijke industriële activiteit binnen de Gentse Kanaalzone.
ArcelorMittal Gent (verder AMG) is een geïntegreerd staalbedrijf en vervaardigt uitsluitend producten uit vlak koolstofstaal met hoge toegevoegde waarde. De voornaamste eigenschappen van deze producten zijn uniforme mechanische eigenschappen, een zuiver oppervlak, een uitstekende
vlakheid, een soepele vervormbaarheid en een superieure lasbaarheid. De eindproducten vinden
onder meer hun toepassing in koetswerk voor auto’s, vaten en metalen verpakkingen, radiatoren,
bouwelementen zoals trappen, plafonds en muurbekleding, huishoudapparaten, buizen, rollend
spoorwegmaterieel en wegenuitrusting zoals verkeersborden.
Het voorwerp van de aanvraag betreft:
1/ de uitbreiding van de capaciteit van de Torero-installatie. Met behulp van deze installatie kan ArcelorMittal afvalhout klasse B (ongevaarlijk behandeld houtafval) omzetten tot biokool. Deze kan vervolgens ingezet worden als reductiemiddel in de hoogovens en dit in vervanging van fossiele poederkool.
2/ een toename van de inhoud van de beitsbaden in beitserij drie n.a.v. het vernieuwen van de beitserij drie.
3/ een afname van de capaciteit van de sinterfabrieken. Er wordt een afname gevraagd van 100.000 ton/jaar (rubriek 20.2.1.). Wegens optimalisaties in het hoogoven-proces kan AMG met een lagere sinterproductie dezelfde ruwijzerproducties garanderen.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden gevraagd:
1/ Regularisatie van sleufsilo’s, een luifel en equipmentcontainer op een betonverharding (Bio-kool:
- Sleufsilo’s
De sleufsilo’s betreffen half gesloten constructies, opgebouwd uit betonblokken en wordt afgedekt door een stalen vakwerksysteem waarover folie gespannen werd. De bruto dakoppervlakte meet 347 m². Er is een sproeisysteem voorzien onder het dak. Het hemelwater dat op het dak valt, wordt opgevangen in de nieuwe hemelwaterput (10.000 l) en 2 infiltratieputten.
- Betonverharding
De betonverharding onder de sleufsilo’s wordt gezien als een fundering die hoort bij de sleufsilo’s; betonverharding onder de equipmentcontainer wordt gezien als een fundering die hoort bij de equipmentcontainer. Totaal opp. betonverharding bedraagt 707,50 m². Ten zuiden van de betonverharding is over de lengte een afvoergoot voorzien. Het hemelwater dat op de verharding valt wordt opgevangen in de afvoergoot die afwatert naar een bestaande gracht.
- Luifel
De luifel is een half gesloten staalconstructie afgedekt/omsloten door metalen platen waaronder een mobiele transportband wordt geplaatst. De bruto dakoppervlakte meet 26,20 m². Er is een sproeisysteem voorzien onder het dak. Het hemelwater dat op het dak valt wordt niet opgevangen, maar vloeit af naar de verharding en wordt verder opgevangen in de afvoergoot die afwatert naar een bestaande gracht.
In de equipmentcontainer bevindt zich het antistof sproeisysteem en er wordt intern ook controle gedaan van het water voor de sproeisystemen. De bruto oppervlakte van de container bedraagt 7,30 m ².
2/ Regularisatie van Torero installatie:
De Torero installatie werd reeds vergund in 2019 in de OMV ‘BIOKOOL -TORERO (Duplicaat 2017004525)’ met OMV ref.nr.: 2019005565. De installatie werd echter afwijkend uitgevoerd.
- TW1-AB (betonverharding) en TW1-AF (wadi)
Een deel van de zone voor het aanvoeren van het B-hout wordt voorzien van een verhard betonnen wegdek (TW1-AB) met een oppervlak van 505,18 m².
Het hemelwater dat op de deze betonverharding valt, wordt via een nieuwe olieafscheider die aangesloten wordt op een bestaande put naar het nieuwe infiltratiebekken afgeleid.
- TW1-AA (betonverharding)
Deze verharding (594,24 m²) dient als loszone. Het hemelwater dat er op valt, vloeit af richting de bestaande wielwasinstallatie staat. Het hemelwater zal verder als bedrijfsafvalwater behandeld worden en niet opgevangen worden in een infiltratiebekken of wadi.
- TW1-AE (grindverharding)
Er werd een grindverharding (164,17 m²) aangelegd als uitbreiding op de betonverhardingen voor ontsluiting van de loszone, opslag en drogerinstallatie.
- Stockage
De stockage is een open constructie, opgebouwd uit betonblokken en afgedekt door een stalen vakwerksysteem waarover folie gespannen werd met een oppervlakte van 564 m². Deze stockage dient voor opslag van klasse B-afvalhout dat gebruikt wordt in de installatie. Het hemelwater dat op het dak van de stockage valt, wordt opgevangen en afgeleid naar de bovengrondse regenwatertanks.
- GB1 (onderstation)
Het gebouw is opgebouwd in/uit 2 niveaus: een “kabelruimte”, dit is het gelijkvloers en een “elektrisch- en sturingsverdieping (hoog-en laagspanningsruimte), dit is de bovenverdieping en heeft een oppervlakte van 102,15 m².
- TW1-AH (regenwatertanks)
Het opgevangen hemelwater van de stockage en het noordelijk deel van het dak van het onderstation, wordt opgevangen in twee bovengrondse hemelwatertanks (TW1-AH) met elk een capaciteit van 15.000 l, 30.000 l in totaal. De overloop van de regenwatertanks zal naar de nieuwe wadi (TW1-AF) worden afgeleid.
- TW1 (droger)
De volledige installatie is opgesteld in een open staalstructuur met een oppervlakte van 897,80 m².
- TW1-W (Baanoversteek)
Over baan nr. 200.0101 is een baanoversteek (pijpenbrug/piperack) gerealiseerd, die bestaat uit een gegalvaniseerde stalen vakwerkstructuur. Deze brug is toegankelijk via de trappentoren van de baanoversteek. Deze oversteek zal zowel dienst doen als ondersteuning/draagvlak/oplegging van alle nutsvoorzieningen tussen beide zones, evenals de transportband.
- Container 1 en 2
Dit zijn nieuwe constructies met een oppervlakte van 14,40 m² en 5,76 m². Het hemelwater dat op de container valt, wordt niet opgevangen in goten of afvoerleidingen. Het stroomt langs de gevel en infiltreert in de bodem op eigen terrein.
- GB2A (reactor)
Het reactorgebouw GB2A werd uitgevoerd, het maalgebouw GB2B werd niet uitgevoerd. Het gebouw is opgebouwd uit een gegalvaniseerde stalen skeletstructuur en is bekleedd.m.v. geprofileerde bardagebekleding. De constructie heeft een oppervlakte van 528,17 m².
- TW2-V (verbindingsbrug)
De buizenloop/pijpenbrug (piperack) die een verbinding maakt met het “Sinterfabriek 2”-gebouw, dient om alle utiliteitsleidingen, waaronder aardgas, stikstof, kanaalwater en perslucht naar de nieuwe installatie te brengen.
- TW2-C (koelinstallatie)
Aan de zuidzijde van GB2A (reactorgebouw) werd een koelinstallatie geplaatst (gesloten type) om de koelschroef van het nodige koelwater te voorzien.
- Laadstation
Dit is een nieuwe constructie. De open staalstructuur is voorzien van twee plaatsen voor 40 m³ containers en heeft een oppervlakte van 119,43 m².
- Filter
Dit is een nieuwe constructie (43,20 m²) om het opgevangen houtstof tijdens het proces te filteren.
- TW2-Y (grindverharding)
Aan de oostzijde van het reactorgebouw is er grindverharding (60,52 m²)) voorzien als toegang naar een sectionaalpoort en deur.
- TW2-W (grindverharding)
Aan de westzijde van het gebouw is er grindverharding (549,25 m²) voorzien als toegang naar een sectionaalpoort en deur.
- TW2-Q (stikstof buffertank en ontspanstraat)
De tank heeft een inhoud van ca. 30 m³ en is afdragend op een (gewapende) betonplaat, alsook een ontspanstraat.
Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten
Het betreft het veranderen van een siderurgisch complex, het regulariseren van sleufsilo’s, een luifel en equipmentcontainer op een betonverharding en het regulariseren van de Torero installatie.
Algemeen
ArcelorMittal Belgium NV maakt deel uit van de staalgroep ArcelorMittal – ontstaan na een fusie tussen Arcelor en Mittal Steel – en groepeert in België verschillende vestigingen in Vlaanderen en Wallonië, welke actief zijn in de vlak-koolstofstaalsector.
De inrichting is gelegen aan de John Kennedylaan 51 te 9042 Gent, meer bepaald in een gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven (industrieterreinen) conform het geestplan.
ArcelorMittal Gent (verder AMG) is een geïntegreerd staalbedrijf en vervaardigt uitsluitend producten uit vlak koolstofstaal met hoge toegevoegde waarde. De voornaamste eigenschappen van deze producten zijn uniforme mechanische eigenschappen, een zuiver oppervlak, een uitstekende vlakheid, een soepele vervormbaarheid en een superieure lasbaarheid. De eindproducten vinden onder meer hun toepassing in koetswerk voor auto’s, vaten en metalen verpakkingen, radiatoren, bouwelementen zoals trappen, plafonds en muurbekleding, huishoudapparaten, buizen, rollend spoorweg-materieel en wegenuitrusting zoals verkeersborden.
De basismilieuvergunning voor het bedrijf AMG werd verleend op 23 juni 2016 en is geldig voor een termijn van 20 jaar, tot 23 juni 2036. Sindsdien werd de vergunning meermaals aangepast door wijzigingen en uitbreidingen.
Voorwerp aanvraag
UITBREIDING CAPACITEIT TORERO-INSTALLATIE
Het voorwerp van de aanvraag betreft de uitbreiding van de capaciteit van de Torero-installatie. Met behulp van deze installatie kan AMG afvalhout klasse B (ongevaarlijk behandeld houtafval) omzetten tot biokool. Deze kan vervolgens ingezet worden als reductiemiddel in de hoogovens en dit in vervanging van fossiele poederkool.
De torero-installatie zal jaarlijks 87.000 ton/jaar afvalhout omzetten in ongeveer 40.000 ton biokolen. De vergunde capaciteit van de installatie bedraagt maximaal 100 ton/dag. AMG wenst deze capaciteit te verhogen tot maximaal 260 ton/dag (rubriek 2.4.3.b)2°) gezien de capaciteit uitgaat van de input en niet op basis van de hoeveelheid gassen die verbrand worden op jaarbasis. De uurcapaciteit zal toenemen tot maximaal 11 ton/h (rubriek 2.4.2.a).
De betrokken gevaarlijke stoffen in het project bestaan uit aardgas en Torrgas. Er wordt een uitbreiding aangevraagd van rubriek 17.2.2 met ca. 60 kg aardgas (MNG-18) in de leidingen en buffervaten en ca. 75 kg Torrgas1 (P2/H2) in de reactor (en cycloon).
T.o.v. de vergunning met kenmerk OMV_2019005565 waarin de Torero-installatie werd opgenomen en vergund wordt via voorliggend aanvraagdossier ook gevraagd om het toepassingsgebied van de afvalstoffen te verruimen. Naast afvalhout wordt ook gevraagd om ook andere niet-recycleerbare niet-gevaarlijke end-of-life afvalstoffen op te nemen in de scope (rubriek 2.3.4.1.j en 2.2.5.e)3°). Enkel niet-recycleerbare stromen met een hoog kool- of waterstofgehalte zullen worden overwogen. Preferentieel zal er gezocht worden naar stromen met een hoog gehalte aan biogene koolstof. Deze stromen komen typisch vrij als residu’s van sorteerinstallaties als de restfractie van recyclage- en verwerkingsprocessen. Een voorbeeld van deze stromen zijn SRF & RDF pellets, afkomstig van de nabewerking (verdichting d.m.v. pelletisatie) van sorteerresidu’s. De inzet en hoeveelheid van inzet van deze stromen is nog onderwerp van labo- en pilootonderzoek.
Er wordt tevens een regularisatie aangevraagd m.b.t. de Torero-installatie. De wijzigingen in het ontwerp van de Torero-installatie hebben voornamelijk betrekking op de aanvoer van afvalhout. In de oorspronkelijke plannen was een laadstation voorzien waar het afvalhout zou worden gelost en vervolgens via transportbanden naar de verwerkingsinstallatie zou worden gebracht.
Volgens de nieuwe plannen zal het afvalhout rechtstreeks worden gelost in een hal, die aan drie zijden is afgesloten en voorzien is van een overkapping. Deze hal fungeert als tijdelijk opslagpunt voor het afvalhout, voordat het verder wordt verwerkt. Het hout wordt daarna met wielladers direct in een aanvoertrechter geladen, waarbij een mistgordijn wordt ingezet om stofemissies te beperken.
Er wordt ook een nieuw laadstation voorzien om de gevormde biokool te kunnen laden in de bestaande kolenmaalinstallaties van GHV naar HOO.
OMBOUW BEITSERIJ 3
Het voorwerp van de aanvraag betreft tevens een toename van de inhoud van de beitsbaden in beitserij 3 n.a.v. het vernieuwen van de beitserij 3.
Beitserij 3 betreft een gekoppelde beitslijn en vormt samen met de ‘tandem 1’-walslijn de TTS-lijn. De beitsbaden zijn opgenomen in de huidige vergunning onder rubriek 29.5.5.4. De TTS-lijn is vergund voor 120 m³ (exclusief 60 m³ spoelbaden). Er worden in totaliteit 4 beitsbaden voorzien van 4 x 81 m³ of 324 m³. Er wordt aldus een uitbreiding gevraagd met 204 m³. Er wordt geen uitbreiding van de productiecapaciteit voorzien op deze TTS-lijn.
Het ingangsgedeelte van de beitserij 3 en de zuurgeneratie3 maken geen deel uit van het voorwerp van de aanvraag.
VERMINDERING CAPACITEIT SIFA2
Tot slot wordt een afname gevraagd van de capaciteit van de sinterfabrieken. Er wordt een afname gevraagd van 100.000 ton/jaar (rubriek 20.2.1.). Wegens optimalisaties in het hoogoven-proces kan AMG met een lagere sinterproductie dezelfde ruwijzerproducties garanderen.
MER-plicht
Overeenkomstig artikel 2 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage, valt het project onder volgende categorieën van bijlage I en II:
Bijlage I:
- 14 - Afvalverwijderingsinstallaties voor de verbranding, zoals gedefinieerd in punt D10 van artikel 4.2.1 VLAREMA, of chemische behandeling, zoals gedefinieerd in punt D9 van artikel artikel 4.2.1 VLAREMA, van ongevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 100 ton per dag.
Bijlage II:
- 4 e) - Installaties voor oppervlaktebehandeling van metalen, plastic materiaal en kunststoffen met een elektrolytisch of chemisch procedé, met gebruik van procesbaden met een individuele inhoud van 100 m3 of meer of een productiecapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer.
Gezien het voorwerp van de aanvraag valt onder bijlage I van het m.e.r.-besluit werd een MER
opgemaakt.
Er dient opgemerkt te worden dat het MER eveneens het Green Primary project omvat waarvoor op
korte termijn een omgevingsvergunningsaanvraag zal worden ingediend voor fase 1.
Veiligheidsnota
ArcelorMittal is een hoge drempel bedrijf en is bijgevolg VR-plichtig. In het verleden werd reeds een omgevingsveiligheidsrapport OVR/14/07 opgemaakt dat werd goedgekeurd. Gelet op het voorwerp van de aanvraag wordt een veiligheidsnota VN/24/06 toegevoegd aan voorliggend aanvraagdossier.
In de veiligheidsnota wordt besloten dat de geplande wijzigingen geen aanleiding geven tot bijkomende externe effecten, noch risico’s ten opzichte van het risico berekend in het OVR/14/07.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
2.2.5.e)3° | opslag en fysisch-chemische behandeling al of niet in combinatie met mechanische behandeling, van andere niet gevaarlijke afvalstoffen (meer dan 25 ton) | Naast afvalhout worden ook mogelijks andere end-of-life, niet-recycleerbare types afvalstromen overwogen. De opslagcapaciteit blijft ongewijzigd. | klasse 1 | Verandering | 0 ton |
2.3.4.1.j) | opslag en verbranding andere niet-gevaarlijke afvalstoffen | De opslag en verbranding van andere niet-gevaarlijke niet-recycleerbare afvalstromen (o.a. SRF & RDF pellets) met een nominaal thermisch vermogen van meer dan 10 MW. | klasse 1 | Nieuw | 10 MW |
2.4.2.a) | de verwijdering of nuttige toepassing van afvalstoffen in afvalverbrandingsinstallaties voor niet gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 3 ton/uur | Uitbreiding van de capaciteit van de Torero-installatie met 7 ton/h. | klasse 1 | Verandering | 7 ton/uur |
2.4.3.b)2° | nuttige toepassing van niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 75 ton per dag, d.m.v. voorbehandeling van afval voor verbranding of meeverbranding | Uitbreiding van de capaciteit van de Torero-installatie met 160 ton/dag. | klasse 1 | Verandering | 160 ton/dag |
17.2.2. | VR-plichtige inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de hoeveelheid, vermeld in bijlage 6, delen 1 en 2, kolom 3, bij dit besluit, aanwezig zijn, in voorkomend geval gebruikmakend van de sommatieregel als vermeld in noot 4 bij bijlage 6, deel 1 en deel 2
noot: hogedrempelinrichting | Uitbreiding met 60 kg aardgas (MNG-18) in de leidingen en buffervaten en 75 kg Torrgas (P2/H2) in de reactor (en cycloon) van de Torero-installatie. | klasse 1 | Verandering | 0 inrichting |
20.2.1. | productie en omzetting van metalen: roosten, pelletiseren sinteren van ertsen, met inbegrip van zwavelhoudend erts | Afname van de capaciteit van SIFA2 met 100.000 ton/jaar. | klasse 1 | Verandering | -0,1 miljoen/ton |
29.5.5.4° | oppervlaktebehandeling van metalen door middel van een elektrolytisch of chemisch procédé (meer dan 30 000 l) voor alleen de behandelingsbaden (exclusief spoelbaden) | Uitbreiding van de inhoud van de beitsbaden met 204.000 liter. | klasse 1 | Verandering | 204000 liter |
2. HISTORIEK
De vergunningverlenende overheid is verantwoordelijk voor de opmaakt van de vergunningenhistoriek.
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.
Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen binnen de afbakeningslijn van het zeehavengebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste havenweg.
4.5. Archeologienota
Gelet op het programma van maatregelen in de archeologienota met referentienummer 31416, waarvan akte genomen dd. 18/11/2024, zijn er geen specifieke maatregelen met betrekking tot archeologisch erfgoed noodzakelijk.
Uiteraard blijven de werken onderhevig aan artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet, en dienen alle eventuele vondsten bij het Agentschap Onroerend Erfgoed te worden gemeld.
ID nota: 15557: https://loket.onroerenderfgoed.be/archeologie/notas/archeologienotas/31416
5. WATERPARAGRAAF
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf. Met betrekking tot de waterparagraaf wordt volgend advies uitgebracht:
Toetsing gewestelijke verordening (GSV) en algemeen bouwreglement stad Gent (ABR) inzake hemelwater
Verharding
Een deel van de verharding wordt voorzien in waterdoorlatende materialen / of kan afwateren naar de omgeving.
Waterdoorlatende verharding:
De waterdoorlatende verharding moet uitgevoerd worden met waterdoorlatende materialen, geplaatst op een waterdoorlatende funderingslaag en onderfunderingslaag. De hellingsgraad bedraagt minder dan 2%.
Er mogen geen afvoerkolken voorzien worden. Een verhoogde veiligheidskolk kan, indien deze minimaal 5 cm boven de verharding wordt voorzien.
Natuurlijke infiltratie:
De verhardingen of overdekte constructies moeten, zonder dat hiervoor een afvoersysteem wordt aangelegd (met uitzondering van dakgoten en regenpijpen) afvloeien naar een voldoende grote onverharde oppervlakte (op eigen terrein) waar natuurlijke infiltratie kan plaatsgrijpen. De onverharde oppervlakte moet minimaal 25% van de oppervlakte van de afwaterende oppervlakte zijn. Er mogen geen afvoerkolken of boordstenen voorzien worden die de doorstroming van het water onmogelijk maken.
De oppervlakte waaronder zich ondergrondse constructies bevinden mogen niet in rekening gebracht worden bij de onverharde zone.
Afvalwater (Vlarem)
Het hemelwater dat op een gedeelte van de verharding TW1-AA betonverharding-loszone (595,24 m²) valt is potentieel vervuild en dient conform het Vlarem aanzien te worden als afvalwater. Het hemelwater stroomt samen met het hemelwater dat op de betonfundering (897,80 m²) van de TW1
droger-installatie valt naar de drainagegoten onder de droger. Het hemelwater wordt via de zuidelijk gelegen bestaande olieafscheider aangesloten op de bezinktank van de bestaande wielwasinstallatie om daar in gesloten circuit hergebruikt te worden. De overloop van de wielwasinstallatie is reeds
aangesloten op het bestaand rioolnet 3 en D.
GB2A (Reactor - 528,17 m²)
Het reactorgebouw is gelegen langsheen het sinterfabriek gebouw. De activiteiten in het sinterfabriek gebouw zorgen voor stof dat vrijkomt in de nabije omgeving. Dat stof is zwaarder en gedraagt zich anders dan normaal stof. Het stof wordt op regelmatige basis verwijderd van het dak.
Er zijn geen accommodaties/faciliteiten aan dit gebouw verbonden zoals toiletten die gebruik zouden kunnen maken van mogelijk opgevangen hemelwater. Alsook de vrije ruimte in de zone is sterk beperkt omwille van bestaande onder- als bovengrondse infrastructuur en andere installaties, om
hier andere randvoorzieningen te creëren. Daarom zijn geen regenwaterputten geplaatst. Een infiltratievoorziening is niet wenselijk omwille van stof (dat zich substantieel anders voordoet dan “normaal” stof) uit de omgeving, zou het systeem versneld toeslibben.
Daarom wordt het hemelwater dat op het dak van het reactorgebouw valt, beschouwd als afvalwater en afgevoerd naar het bestaande rioolnet 3 en D.
Hemelwaterput
Het hemelwater van de dakoppervlakte van de sleufsilo’s (347 m²) wordt opgevangen in een hemelwaterput van 10 m³ voor hergebruik in de sproeisystemen silo’s en luifel. Er kan niet nagegaan worden of het volume van de hemelwaterput is afgestemd op het hergebruik.
Het hemelwater van het dak stockage (564 m²) en het dak noordelijk deel GB1 (onderstation) (61 m²) valt wordt opgevangen in een hemelwaterput van 30 m³. Het volume hemelwaterputten is afgestemd op de hergebruiksmogelijkheden.
Groendak
Conform artikel 3.8 van het ABR wordt een afwijking gevraagd voor de aanleg van een groendak. Gelet op de motivatie in het dossier kan de afwijking kan aanvaard worden.
Infiltratievoorziening
De infiltratievoorziening is bovengronds (type wadi) en heeft een inhoud van 17.000 liter en een oppervlakte van 41 m². Via een nieuwe KWS afscheider loopt het hemelwater, komende van de TW1-AB
(betonverharding van 505,18 m²) er in opgevangen.
Een tweede infiltratievoorziening is bovengronds (type wadi) en heeft een inhoud van 21.000 liter en een oppervlakte van 50 m². Deze wadi ontvangt de overloop van de hemelwaterputten van 30.000 liter.
De hemelwateput van 10 m³ wordt aangesloten op een intiltratieput van 10 m³ met overloop op de industrieel afvalwaterriolering. Volgens de GSV is een infiltratrievoorziening met een volume van
m³ en een oppervlakte van 27,76 m² nodig. Er dient voldaan te worden aan de GSV.
Hergebruik
Het hemelwater dat op de TW1-AA betonverharding-loszone (595,24 m²) valt, wordt via de zuidelijk gelegen bestaande olieafscheider aangesloten op de bezinktank van de bestaande wielwasinstallatie om daar in gesloten circuit hergebruikt te worden. De overloop van de wielwasinstallatie is reeds
aangesloten op het bestaand rioolnet 3 en D.
Het hemelwater dat op de betonverharding valt ter plaatse van de luifel,
de sleufsilo’s en de equipmentcontainer (707,5 m²) wordt opgevangen in een afvoergoot
die afwatert naar een bestaande gracht binnen de site van Arcelor die aangesloten is op industrieel afvalwater riolering. Het afvalwater wordt afgevoerd naar de warmwals waar het hergebruikt wordt en teveel afvalwater wordt uiteindelijk geloosd in het kanaal (AMG heeft hiervoor een vergunning).
6. NATUURTOETS
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.
Met betrekking tot de natuurtoets wordt volgend advies uitgebracht:
Er wordt geen waardevol groen of boom verwijderd voor de realisatie (regularisatie) van beide installaties gesitueerd binnen dit staalbedrijf. Beperkte zones langs de randen van de Toreroinstallatie hadden wat begroeiing, maar van weinig biologische waarde en sterk verstoord.
7. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 12 april 2025 tot en met 11 mei 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werd 1 bezwaarschrift ingediend.
De bezwaren worden als volgt samengevat:
- Mobiliteit
De bezwaarindiener is van oordeel dat de stijging van het aantal voertuigen wel een impact kan hebben gezien het dichtslibben van de wegen.
- Hout
De bezwaarindiener stelt dat niet-verontreinigd houtafval, zeker als het onder andere op recyclageparken wordt verzameld, heel vaak verontreinigd behandeld houtafval bevat. Een goede opvolging en monitoring van de afvalgassen is noodzakelijk. De bezwaarindiener vraagt dan ook om deze opvolging mee op te nemen als voorwaarde bij de omgevingsvergunning.
- MER
De bezwaarindiener heeft volgende opmerkingen bij het MER:
(1) In het MER is geen bijkomende informatie te vinden over SRF & RDF pellets. Wat zijn dit, wat is de samenstelling ervan (bevat dit plastic), … Voor reststromen is het risico op verontreinigingen nog groter dan bij afvalhout. De bezwaarindiener is van mening dat hierover extra informatie moet opgenomen worden in het MER.
(2) Gezien de samenstelling niet opgenomen is, kan er niet van uitgegaan worden dat de beoordeling geen invloed heeft op de verschillende disciplines van het MER, zeker op die van de luchtemissies. De bezwaarindiener vraagt dan ook een aanvulling in het MER met dit aspect.
(3) Daarnaast vraagt de bezwaarindiener ook om een monitoringverplichting op te nemen in de voorwaarden van de vergunning.
(4) De bezwaarindiener is van oordeel dat de aanvraag voor de drie kleine projecten (zie inleiding) niet in deze MER Green Primary thuishoren. Het MER Green Primary hoort bij de aanvraag van de nieuwe staalfabriek route DRI-EAF (direct reduced iron – elektrische vlamboogoven) waarvan de bouw en de ingebruikname later gepland worden.
- MER-Green primary
De bezwaarindiener formuleerde een hele reeks suggesties en opmerkingen tijdens het openbaar onderzoek van de aanmelding van de kennisgevingsnota voor dit MER Green Primary en herhaalt deze in het bezwaarschrift.
De vergunningverlenende overheid staat in voor de behandeling van de bezwaren.
8. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag is ruimtelijk en stedenbouwkundige te verantwoorden binnen de industriële context van
de Gentse zeehaven. Zowel qua schaal als materiaalgebruik integreert de uitbreiding zich binnen zijn omgeving. De ruimtelijke en visuele impact is beperkt.
mobiliteit
De stedenbouwkundig handelingen gaan voornamelijk om technische installaties zonder noemenswaardige mobiliteitsimpact.
Wat de verkeersgeneratie betreft, geeft de mobiliteitsnota aan dat de effecten op mobiliteit ongewijzigd blijven ten opzichte van de beoordeling in het aanvraagdossier met kenmerk OMV_2019005565. Een verwerkingscapaciteit van 87.000 ton per jaar (vnl houtafval) resulteert in een toename van ongeveer 5.000 vrachtwagens per jaar, wat neerkomt op gemiddeld 17 vrachtwagens per dag. Deze stijging is verwaarloosbaar in vergelijking met het totale aantal vrachtwagenbewegingen (900–1.000 per dag) t.o.v. de actuele situatie. De aanvoer zal plaatsvinden tussen 7.00 uur en 19.00 uur, niet op zon- en feestdagen.
De mobiliteitsnota geeft aan dat de aanvoer zal plaatsvinden via Post 4, de ingang het dichtst bij de zone waar biokool wordt behandeld. Deze neventoegang ligt ten zuiden van de site en verbindt via Knippegroen met de John F. Kennedylaan (R4 Oost). Momenteel wordt deze bestaande ingang al gebruikt voor vergelijkbare vrachtstromen waaronder het vervoer van zwavel, teer en benzol, evenals de afvoer van afvalstoffen. Hierdoor worden er geen nieuwe verkeersstromen geïntroduceerd, en blijft het impactgebied beperkt. De nota besluit dat omwille van het feit dat de vrachtwagens een ingang gebruiken die aansluit op de John F. Kennedylaan (R4 Oost), en dus omliggende wegen en woongebieden nauwelijks extra belast worden, dit bijdraagt aan een minimale verstoring van de mobiliteit.
We kunnen akkoord gaan dat er geen onoverkomelijke mobiliteitsimpact te verwachten valt gezien het beperkt aantal bijkomende dagelijkse vrachtwagenbewegingen die gespreid worden over de dag en de ligging in het havengebied met nabije aansluiting op het hogere weggennet R4. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat door het project R4WO de ontsluiting via het knooppunt Knippegroen naar de R4 op termijn niet meer mogelijk zal zijn. Er zal een nieuw knooppunt Moervaart-Noord gerealiseerd worden met ovonde die de R4 verbindt met de lokale wegen waaronder de Pleitstraat zodat het project o.a. via deze route kan ontsluiten naar de R4. Deze ontsluiting verloopt ook volledig via haven/industriegebied en niet langs woongebied
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.
De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het veranderen van een siderurgisch complex, het regulariseren van sleufsilo’s, een luifel en equipmentcontainer op een betonverharding en het regulariseren van de Torero installatie van ARCELORMITTAL BELGIUM nv, gelegen te Bokstraat 4 en John Kennedylaan 51-53, .
Verzoekt de deputatie om volgende voorwaarden voor de geplande werken op te nemen:
Hemelwater:
Een deel van de verharding wordt voorzien in waterdoorlatende materialen / of kan afwateren naar de omgeving.
- Waterdoorlatende verharding:
De waterdoorlatende verharding moet uitgevoerd worden met waterdoorlatende materialen, geplaatst op een waterdoorlatende funderingslaag en onderfunderingslaag. De hellingsgraad bedraagt minder dan 2%. Er mogen geen afvoerkolken voorzien worden. Een verhoogde veiligheidskolk kan, indien deze minimaal 5 cm boven de verharding wordt voorzien.
- Natuurlijke infiltratie:
De verhardingen of overdekte constructies moeten, zonder dat hiervoor een afvoersysteem wordt aangelegd (met uitzondering van dakgoten en regenpijpen) afvloeien naar een voldoende grote onverharde oppervlakte (op eigen terrein) waar natuurlijke infiltratie kan plaatsgrijpen. De onverharde oppervlakte moet minimaal 25% van de oppervlakte van de afwaterende oppervlakte zijn. Er mogen geen afvoerkolken of boordstenen voorzien worden die de doorstroming van het water onmogelijk maken. De oppervlakte waaronder zich ondergrondse constructies bevinden mogen niet in rekening gebracht worden bij de onverharde zone.
De dakoppervlakte van de sleufsilo’s (347 m²) (hergebruik, infiltratie) moet afgetoetst worden aan de GSV.
Verzoekt de deputatie om volgende aandachtspunten op te leggen aan de aanvrager:
Door het project R4WO zal de ontsluiting via het knooppunt Knippegroen naar de R4 op termijn niet meer mogelijk zal zijn. Er zal een nieuw knooppunt Moervaart-Noord gerealiseerd worden met ovonde die de R4 verbindt met de lokale wegen waaronder de Pleitstraat zodat het project o.a. via deze route kan ontsluiten naar de R4. Deze ontsluiting verloopt ook volledig via haven/industriegebied en niet langs woongebied.