Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
AETHER RENEWABLE CHEMICALS BV met als contactadres James Cookstraat 10, 9042 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024106027) ingediend bij de deputatie op 5 april 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het exploiteren van een productieunit om afvalstoffen om te zetten in hernieuwbare brandstoffen en brandstofadditieven (IIOA), het bouwen van een tankenpark en aanhorige constructies, verhardingen en omgevingsaanleg (SH) + bijstelling van de milieuvoorwaarden
• Adres: James Cookstraat 10, 9042 Gent
• Kadastrale gegevens: sectie G nrs. 48F en afdeling 14620L
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 11 juni 2025.
De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 11 juni 2025.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 3 juli 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit. De aanvraag situeert zich aan het Kluizendok in de haven van Gent en bevindt zich zowel op het grondgebied van de stad Gent als op het grondgebied van Evergem.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Het betreft het exploiteren van een productie-unit om afvalstoffen om te zetten naar hernieuwbare brandstoffen en brandstofadditieven, het bouwen van een tankenpark en aanhorige constructies, verhardingen en omgevingsaanleg en de bijstelling van de milieuvoorwaarden. De nieuwe inrichting wordt aangevraagd in naam van Aether Renewable Chemicals.
Het gaat om:
- Een nieuwe inrichting voor een productie-unit, die in staat is om plantaardige (afval-)oliën en (afval-)glycerine om te zetten in hernieuwbare brandstoffen en brandstofadditieven.
Dit gebeurt in verschillende fasen. In de eerste fase zal er zo’n 10.000 tot 20.000 mt per jaar geproduceerd worden. In een tweede fase zo’n 100.000 mt per jaar.
- Het bouwen van een tankenpark en aanhorige constructies:
- Aanleggen van verhardingen en omgeving
De site is momenteel volop in ontwikkeling. Voor de verschillende zones van de totale site wordt per zone een omgevingsvergunning aangevraagd en vervolgens uitgevoerd.
Het terrein is momenteel deels bebouwd met de constructies vergund in fase 1, 2 en 3. De zone waar fase 4 zal uitgevoerd worden valt deels in een niet-ontwikkelde zone uit vorige fases. Het voorwerp van deze aanvraag betreft de verdere ontwikkeling en uitbreiding aan de zuidzijde van de bestaande site en wordt aan de linkerzijde begrens door de spoorlijn.
Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten
Het betreft het exploiteren van een productieunit om afvalstoffen om te zetten in hernieuwbare brandstoffen en brandstofadditieven (IIOA) + bijstelling van de milieuvoorwaarden.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
2.2.4.2°a) | Dierlijke bijproducten: opslag en activiteiten categorie 3-materiaal | Opslag en nuttige toepassing van dierlijke bijproducten (afvalstof), categorie 3-materiaal | klasse 2 | Nieuw | 3 materiaal |
2.2.5.e)3° | opslag en fysisch-chemische behandeling al of niet in combinatie met mechanische behandeling, van andere niet gevaarlijke afvalstoffen (meer dan 25 ton) | Opslag en fysisch-chemische behandeling van andere niet-gevaarlijke afvalstoffen | klasse 1 | Nieuw | 2592 ton |
2.4.3.b)2° | nuttige toepassing van niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 75 ton per dag, d.m.v. voorbehandeling van afval voor verbranding of meeverbranding | Nuttige toepassing van niet-gevaarlijke afvalstoffen, nl de voorbehandeling van afval (oliën en vetten) voor verbranding of meeverbranding (GPBV rubriek) | klasse 1 | Nieuw | 100 ton/dag |
2.4.7. | de destructie of verwerking van kadavers of dierlijk afval met een verwerkingscapaciteit van meer dan 10 ton per dag | Destructie of verwerking van dierlijk afval (GPBV rubriek) | klasse 1 | Nieuw | 100 ton/dag |
7.1.3° | productie of behandeling van organische of anorganische chemicaliën (jaarcapaciteit van meer dan 10 000 ton) | De productie, verwerking of behandeling van organische of anorganische chemicaliën, waarbij gebruik gemaakt wordt van verestering | klasse 1 | Nieuw | 20000 ton/jaar |
7.11.1°b) | de fabricage van organisch-chemische producten, zoals zuurhoudende koolwaterstoffen, zoals: alcoholen aldehyden ketonen carbonzuren esters mengels van esters acetaten ethers peroxiden epoxyharsen | De fabricage van organisch-chemische producten, nl zuurstofhoudende koolwaterstoffen (GPBV rubriek) | klasse 1 | Nieuw | 20000 ton/jaar |
12.2.2° | transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | Transformatoren | klasse 2 | Nieuw | 2500 kVA |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Luchtcompressoren en airconditioninginstallaties | klasse 3 | Nieuw | 34,11 kW |
17.3.2.2.3°b) | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders | Opslag van ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 (recycle MTBE en MTBE) in bovengrondse houders | klasse 1 | Nieuw | 438 ton |
17.3.5.3° | giftige vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS06 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 5 ton | Opslag van giftige vloeistoffen in bovengrondse houders (recycle MTBE) | klasse 1 | Nieuw | 216 ton |
17.3.6.3° | schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering met gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton | Opslag van schadelijke vloeistoffen in bovengrondse houders (recycle MTBE en MTBE) | klasse 1 | Nieuw | 438 ton |
17.3.7.3° | op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton | Opslag van op lange termijn gezondheidsgevaarlijke stoffen in bovengrondse houders (recycle MTBE) | klasse 1 | Nieuw | 216 ton |
44.2.3°a) | andere inrichtingen voor het vervaardigen of behandelen van plantaardige of dierlijke oliën en vetten, wassen, of andere niet-eetbare vetstoffen dan de inrichtingen, vermeld in rubriek 44.1, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 1000 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Behandelen van dierlijke vetten (geen afvalstof) | klasse 1 | Nieuw | 1900 kW |
44.3. | opslagplaatsen voor vetten, wassen, oliën of andere niet-eetbare vetstoffen met een capaciteit van meer dan 10 ton, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 17 en 48 | Opslag van dierlijke vetten (geen afvalstof) | klasse 2 | Nieuw | 2592 ton |
Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:
Artikel: 5.2.1.5§5, 5.2.1.3§1, 5.2.1.5§2
Omschrijving: Artikel 5.2.1.5§5 - Verplichting tot aanleg groenscherm van 5m breed
Artikel 5.2.1.3§1 - Verplichting tot opmaak van een werkplan
Artikel 5.2.1.5§2 - Ontoegankelijkheid van de site voor onbevoegden
Motivatie:
Artikel 5.2.1.5§5 - Verplichting tot aanleg groenscherm van 5m breed
Aangezien de afvalstoffen in een tank worden opgeslagen, is er geen risico op visuele hinder afkomstig van de opslag van afvalstoffen.
Artikel 5.2.1.3§1 - Verplichting tot opmaak van een werkplan
Er wordt maar met twee types afval gewerkt wat de aanvaarding, verwerking en afvoer van afvalstoffen zeer beperkt maakt.
Er worden rubrieken aangevraagd voor het verbranden van afvalstoffen, echter gebeurt deze verbranding eigenlijk niet op deze site. De verbranding gebeurt wanneer de biobrandstoffen elders worden ingezet voor het opwekken van energie.
Omwille hiervan is het opmaken van een werkplan niet relevant.
Artikel 5.1.2.5§2 - Ontoegankelijkheid voor onbevoegden
Er wordt gevraagd af te wijken van de bepaling die zegt dat de site ontoegankelijk dient te worden gemaakt voor onbevoegden (in de praktijk met een omheining van 2m hoogte). Gezien de aard van de activiteiten is een dergelijke ontoegankelijkheid niet relevant. De afvalstoffen die verwerkt worden zijn opgeslagen in afgesloten opslagtanks en de orde wordt goed bewaard op de site.
Voorstel: Artikel 5.2.1.5§5 - Verplichting tot aanleg groenscherm van 5m breed
Er wordt afgezien op de verplichting tot het aanleggen van een groenscherm van 5m breed.
Artikel 5.2.1.3§1 - Verplichting tot opmaak van een werkplan
Er wordt afgezien op de verplichting tot het opmaken van een werkplan.
Artikel 5.2.1.5§2 - Ontoegankelijkheid voor onbevoegden
De site dient niet ontoegankelijk te worden gemaakt voor onbevoegden, een omheining van 2m dient niet aangelegd te worden rondom de site.
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen:
* Op 13/02/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor opslag van grond van ontstane grondoverschotten uit een vergund infrastructuurwerk in de zone kluizendok, als vervolg van de magellaanstraat. (OMV_2019090637)
* Op 19/03/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het verwijderen van de tijdelijke natuur zandeken-inrichting maaibos fase 1 moervaartvallei. (OMV_2018124138)
* Op 13/08/2020 werd een weigering afgeleverd voor het exploiteren van een inrichting voor de opslag en recyclage van inerte afvalstoffen en een mengcentrale. (OMV_2020013807)
* Op 12/11/2020 werd een aktename afgeleverd voor de gedeeltelijke stopzetting (verkleinen van de oppervlakte waarop de grondhopen gestockeerd worden). (OMV_2020128739)
* Op 17/12/2020 werd een gedeeltelijke voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een inrichting voor de opslag en recyclage van inerte afvalstoffen en een mengcentrale + een bijstelling. (OMV_2020108395)
* Op 06/05/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een op- en overslag bedrijf voor gevaarlijke producten + bijstelling. (OMV_2020176548)
* Op 06/01/2022 werd een aktename afgeleverd voor gehele overdracht van een op- en overslagbedrijf voor gevaarlijke producten. (OMV_2021181396)
* Op 07/04/2022 werd een aktename afgeleverd voor de exploitatie van een tijdelijke bronbemaling voor de plaatsing van waterputten en een weegbrug. (OMV_2022040665)
* Op 02/02/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een op- en overslag bedrijf voor gevaarlijke producten (iioa); inclusief het nog niet goedgekeurd project-mer pr3417. (OMV_2022104628)
* Op 30/03/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een terminal met bijbehorende steiger (iioa en sh). (OMV_2022115174)
* Op 06/07/2023 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van een werfinrichting in het kader van het bouwen van een tankenpark. (OMV_2023084207)
* Op 06/09/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een bronbemaling en het wijzigen van het reliëf voor de aanleg van een fietstunnel. (OMV_2023017937)
* Op 19/12/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een terminal met bijhorende steiger (iioa + sh). (OMV_2024072971)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in de zone voor zeehaven- en watergebonden bedrijven Kluizendok en in de reservatiezone voor waterwegeninfrastructuur
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023 (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023): Zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg (havenweg).
5. WATERPARAGRAAF
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf.
Met betrekking tot de waterparagraaf wordt volgend advies uitgebracht:
Toetsing gewestelijke verordening (GSV) en algemeen bouwreglement stad Gent (ABR) inzake hemelwater
Gescheiden stelsel
Conform artikel 3.4 van het ABR dient bij nieuwbouw en bij verbouwingen waarbij het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan aangepast worden, de bouwheer verplicht een privaat gescheiden afvoerstelsel voor afvalwater en hemelwater te voorzien.
Het privaat afvoerstelsel voor hemelwater moet, in de mate dat het niet wordt geïnfiltreerd, in eerste instantie aangesloten worden op een waterloop indien technisch mogelijk is. Indien dit niet kan, mag er aangesloten worden op een RWA en in laatste instantie op een gemengde riolering.
Verharding
Conform artikel 3.2 van het ABR moet het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt worden. Deze verharding moet waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.
Volgens de gegevens van het aanvraagdossier kan een gedeelte van de verharding natuurlijk infiltreren.
Waterdoorlatende verharding dient uitgevoerd te worden met waterdoorlatende materialen, geplaatst op een waterdoorlatende funderingslaag en onderfunderingslaag. De hellingsgraad moet minder dan 2% bedragen. Er mogen geen afvoerkolken voorzien worden. Een verhoogde veiligheidskolk kan, indien deze minimaal 5 cm boven de verharding wordt voorzien.
Bij natuurlijke infiltratie moeten de verhardingen, zonder dat hiervoor een afvoersysteem wordt aangelegd, afvloeien naar een voldoende grote onverharde oppervlakte (op eigen terrein) waar natuurlijke infiltratie kan plaatsgrijpen. De onverharde oppervlakte moet minimaal 25% van de oppervlakte van de afwaterende oppervlakte zijn. Er mogen geen afvoerkolken of boordstenen voorzien worden die de doorstroming van het water onmogelijk maken.
Een deel van de verharding wordt als afvalwater beschouwd aangezien het hemelwater door contact met delen van de verharding zo vervuild is. Dit afvalwater moet bij de IIOA opgenomen en besproken worden.
De overige verharding van 867 m² wordt aangesloten op de infiltratievoorziening.
Hemelwaterput
Het dak van aether-building (454,7 m²) wordt aangesloten op de bestaande hemelwaterputten van 300.000 liter.
Groendak
Volgens het ABR moet, indien het dak volledig wordt gebruikt voor de opvang en hergebruik van hemelwater, geen groendak voorzien te worden.
Infiltratievoorziening
Er wordt een ondergrondse infiltratievoorziening van 49.310 liter – 123,27 m² (50 cm diepte) voorzien. Volgens de aanvraag is het plaatsen van een bovengrondse infiltratie onmogelijk daar de beschikbare ruimtes beperkt zijn.
De ondergrondse infiltratievoorziening dient over de volledige bodem- en infiltratie-oppervlakte goed toegankelijk te zijn met CCTV-camera (een goed toegankelijke toegangsput met verlaagde bodem (= slibzak) is te voorzien op het begin en einde van elke infiltratiestraat of infiltratiestreng).
De infiltratievoorziening dient over de gehele bodem- en wandoppervlakte alsook in alle uithoeken gemakkelijk grondig te reinigen zijn met een rioolspuitkop (rioolrat), waarbij het vuil en slib zonder obstructies uit de voorziening verwijderd kan worden.
Er kan voldaan worden aan de GSV en het ABR indien bovenstaande maatregelen worden toegepast.
Voor de praktische toepassing van de regelgeving wordt verwezen naar het Technisch achtergronddocument bij de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater.
6. NATUURTOETS
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.
7. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 20 juni 2025 tot en met 19 juli 2025.
Op het moment van opmaak van advies werden gedurende dit openbaar onderzoek geen bezwaarschriften ingediend.
8. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Vanuit stedenbouwkundig oogpunt zijn er geen bezwaren tegen de geplande constructies omdat het ontwerp beantwoordt qua inplanting, materialengebruik en afmetingen aan de gangbare normen die worden toegepast bij de beoordeling van aanvragen gelegen in zeehaven- en watergebonden industriële gebieden.
Gezien de activiteiten een kade gebonden karakter hebben is de aanvraag principieel in overeenstemming met de bestemming van het geldende plan. In het GRUP worden een aantal criteria opgegeven waaraan een stedenbouwkundige vergunning dient te worden beoordeeld:
Verbeterde buffering t.o.v. het omliggende woongebied:
Er is tussen de bedrijvigheid en de woningen in het GRUP een bufferzone vastgelegd, indien deze buffervoorziening aangetast wordt door de inrichting dient er overwogen worden om extra (groen)buffering te voorzien op eigen terrein.
Zorgvuldig ruimtegebruik met toepassing van de best beschikbare technieken:
De aanvraag voldoet aan deze bepaling o.a. door het compact bebouwen van het perceel en het gemeenschappelijk voorzien van de ontsluiting door de verschillende concessionarissen.
Kwaliteitsvolle aanleg van het bedrijfsterrein en afwerking van de bedrijfsgebouwen weliswaar afgestemd op de functionele invulling: de geplande werken vertonen een industrieel karakter dat binnen de omgevingscontext valt te aanvaarden. De bouw van de nieuwe operationeel gebouw met procesruimte en tankpark vallen te verantwoorden binnen dit havenlandschap.
Aandacht voor de permanente en de tijdelijke ecologische infrastructuur: voorliggende aanvraag omvat geen specifieke vermelding van enige ecologische infrastructuur. De studie 'Inventarisatie van de natuurwaarden in de Gentse kanaalzone', goedgekeurd via een beoordelingsverslag door het Agentschap voor Natuur en Bos, bepaalt dat het verlies van alle reeds verdwenen en toekomstig te verdwijnen natuurwaarden binnen het havengebied naar aanleiding van de verdere ontwikkeling van de haven, dient gecompenseerd te worden middels een oppervlakte van 205ha natuurdoelstellingen. Deze natuurdoelstelling zal hoofdzakelijk gerealiseerd worden binnen enkele natuurkerngebieden en gedeeltelijk binnen de koppelingsgebieden en dit zowel binnen als buiten het havengebied.
Engagementen voor de realisatie van de 205ha natuurdoelstelling zijn op 7 juli 2010 herbevestigd door de Vlaamse Overheid, de stad Gent en het Havenbedrijf Gent AGH in het 'Convenant natuurdoelstellingen en groen raamwerk'.
Deze globale werkwijze valt o.i. te verkiezen boven een beoordeling voor iedere aanvraag.
Mobiliteitsluik
1/ Parkeren
In de project-MER-screening voor het project wordt aangegeven dat in het worst-case-scenario alle werknemers zullen met de wagen komen. Er zijn maximaal 16 werknemers dagelijks aanwezig.
Er worden 13 parkeerplaatsen voorzien, waarvan 1 parkeerplaats voor personen met een handicap. Indien de parkeerplaatsen op het eigen projectgebied niet voldoen, mag ook gebruikt worden van de bestaande parkeerplaatsen op het terrein van Ghent Renewables. Er wordt daarnaast een fietsenstalling voorzien voor 10 fietsen, wat positief is.
Om de aanvraag te toetsen aan de goede ruimtelijke ordening, bekijken we de voorgestelde parkeeroplossingen. De Stad beoogt de leefbaarheid en kwaliteit van de stad te bewaren en zelfs te versterken zonder de parkeeroverlast op de omgeving zonder meer te verhogen. De Stad stelde hiertoe een set van fiets- en autoparkeerrichtlijnen op, opgenomen in het Parkeerplan Gent, deel uitmakend van het Mobiliteitsplan van de Stad. De functie van het project is echter niet specifiek opgenomen in de richtlijnen, waardoor gebruik gemaakt wordt van maatwerk om de parkeeroplossingen te bepalen. De Nota fiets- en autoparkeerrichtlijnen is géén op zichzelf staand, verordenend instrument maar houdt wél rekening met de decretaal vastgestelde beoordelingselementen die de goede ruimtelijke ordening mee vorm geven. In die zin is deze nota dan ook te beschouwen als ‘beleidsmatig gewenst met betrekking tot de mobiliteitsimpact’, in de zin van art. 4.3.1 §2 2° a) van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening.
Ook de inrichting van een fietsenberging is belangrijk om het fietsgebruik aan te moedigen. Een gebruiksvriendelijke berging wordt sneller gebruikt en stimuleert fietsgebruik.
Over het algemeen kan de kwaliteit van een fietsenberging worden afgemeten aan de hand van 4 criteria: locatie van de fietsenberging, type fietsenstalling, afmetingen van de fietsenberging en bijkomende comforteisen.
Er wordt een fietsenstalling voorzien voor 10 fietsparkeerplaatsen. Echter hebben we meerdere opmerkingen bij deze fietsenstalling:
- De totale lengte bedraagt 3 meter, en is onvoldoende. Er is minimaal 4 meter nodig. Dit is enerzijds 2 meter voor de lengte van de fiets en 2 meter gangpad. Naast de fietsenstalling is een parkeerplaats gelegen, waardoor er onvoldoende ruimte zal zijn na de fietsen.
- De fietsparkeerplaatsen zijn voorzien in een systeem op één niveau (hoog-laag). De as-op-as-afstand dient minstens 50 cm te bedragen, maar dit is slechts zo’n 45 cm.
- In de project-MER-screening wordt er niet gesproken van bezoekers, dus het zijn fietsparkeerplaatsen voor personeelsleden. De fietsenstalling dient bijgevolg overdekt te zijn en afsluitbaar. Op basis van de plannen is dit niet het geval.
De fietsenstalling en fietsparkeerplaatsen dienen aangepast te worden. Op de plannen is te zien dat parkeerplaats P02, P03 en P04 een breedte hebben van 3 meter, terwijl de overige parkeerplaatsen een breedte hebben van 2.50 meter. Het is niet duidelijk wat de reden hiervoor is.
Indien alle autoparkeerplaatsen uitgevoerd worden met dezelfde maatvoering (breedte 2,50 meter) in plaats van een deel met een breedte van 2,50 meter en een deel met een breedte van 3 meter (met uitzondering van de parkeerplaats voor personen met een handicap, die wel breder moet voorzien worden) komt ruimte vrij om de fietsenstalling conform in te richten.
De fietsenstalling staat in de parkeerstrook ingepland, tussen autoparkeerplaatsen. Naar inplanting lijkt het logische de fietsenstalling te scheiden van de autoparkeerplaatsen (eerst voorzien van de fietsenstalling dichtst tegen de ingang, met daarnaast de autoparkeerplaatsen te beginnen met de parkeerplaats voor personen met een handicap). Een ander alternatief kan zijn om de fietsenstalling voor personeel inpandig te voorzien.
De aanpassingen aan de afmeting en locatie van de fietsenstalling worden opgelegd als bijzondere voorwaarden.
2/ Mobiliteitseffecten (verkeersgeneratie en circulatie)
Per dag zijn er enerzijds gemiddelde 9 vrachten of 18 verkeersbewegingen, en anderzijds maximaal 16 werknemers of 32 verkeersbewegingen. Dit is een beperkt aantal.
Er wordt in de project-MER-screening aangegeven dat: “Gezien de lage verkeersgeneratie en gezien de gunstige ligging (industriezone aan de haven, zonder woongebieden in de omgeving), worden er geen negatieve effecten verwacht ten gevolge van de verkeersgeneratie van project Aether.”
3/ Logistiek verkeer
Er wordt een laad- en losplaats voor trucks voorzien. Er wordt aangegeven dat er een laad- en losplaats voorzien is voor trucks en het laden en lossen 24/7 kan gebeuren. De vrachtwagens kunnen gebruik maken van de bestaande wachtplaatsen op het terrein van Ghent Renewables. Alle vrachtwagens die niet onmiddellijk geladen/gelost kunnen worden zullen zich eerst parkeren op de daarvoor voorziene wachtplaatsen. Alle trucks worden gewogen bij aankomst en vertrek.
Het is belangrijk dat het laden en lossen op eigen terrein gebeurt.
Voor alle vrachtwagenbewegingen (van eigen vloot of van externen in opdracht) dient een wachtzone op eigen terrein voorzien te worden die 24/7 toegankelijk is. Op die manier vermijden we dat er hinder ontstaat op het openbaar domein. Deze wachtzone is idealiter voorzien van voorzieningen, maar minimaal dient dit sanitair te zijn. Ook na de opdracht dient de chauffeur deze wachtzone te kunnen gebruiken (ook na de werkuren), inclusief de voorzieningen, en dit voor minstens 11u na de activiteit (gelet op de minimale verplichtingen die vastgelegd zijn in de Europese Wetgeving).
Er is een wachtzone voorzien.
Algemeen is het belangrijk dat het parkeren en alle vrachtwagenbewegingen inclusief het wachten, het laden en lossen en het manoeuvreren op eigen terrein gebeurt. De openbare weg mag hier niet door gehinderd worden.
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.
De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het exploiteren van een productieunit om afvalstoffen om te zetten in hernieuwbare brandstoffen en brandstofadditieven (IIOA), het bouwen van een tankenpark en aanhorige constructies, verhardingen en omgevingsaanleg (SH) + bijstelling van de milieuvoorwaarden van AETHER RENEWABLE CHEMICALS bv, gelegen te James Cookstraat 10, 9042 Gent.
Verzoekt de deputatie om volgende voorwaarden voor de geplande werken op te nemen:
1. Inrichting en locatie autoparkeerplaatsen en fietsenstalling:
Alle autoparkeerplaatsen worden uitgevoerd met een breedte 2,50 meter, met uitzondering van de parkeerplaats voor personen met een handicap.
De diepte van de fietsenstalling wordt vergroot van 3 naar 4,50 meter.
De fietsenstalling dient overdekt en afsluitbaar te zijn. Het hemelwater dat erop valt, wordt afgevoerd op eigen terrein.
De fietsenstalling en aangepaste parkeerplaats worden omgewisseld van plaats waardoor de fietsenstaling gescheiden wordt van de autostaanplaatsen (eerst voorzien van de fietsenstalling dichtst tegen de ingang, met daarnaast de autoparkeerplaatsen te beginnen met de parkeerplaats voor personen met een handicap).
2. Hemelwater:
Waterdoorlatende verharding dient uitgevoerd te worden met waterdoorlatende materialen, geplaatst op een waterdoorlatende funderingslaag en onderfunderingslaag. De hellingsgraad moet minder dan 2% bedragen. Er mogen geen afvoerkolken voorzien worden. Een verhoogde veiligheidskolk kan, indien deze minimaal 5 cm boven de verharding wordt voorzien.
Bij natuurlijke infiltratie moeten de verhardingen, zonder dat hiervoor een afvoersysteem wordt aangelegd, afvloeien naar een voldoende grote onverharde oppervlakte (op eigen terrein) waar natuurlijke infiltratie kan plaatsgrijpen. De onverharde oppervlakte moet minimaal 25% van de oppervlakte van de afwaterende oppervlakte zijn. Er mogen geen afvoerkolken of boordstenen voorzien worden die de doorstroming van het water onmogelijk maken.
De ondergrondse infiltratievoorziening dient over de volledige bodem- en infiltratie-oppervlakte goed toegankelijk te zijn met CCTV-camera (een goed toegankelijke toegangsput met verlaagde bodem (= slibzak) is te voorzien op het begin en einde van elke infiltratiestraat of infiltratiestreng).
De infiltratievoorziening dient over de gehele bodem- en wandoppervlakte alsook in alle uithoeken gemakkelijk grondig te reinigen zijn met een rioolspuitkop (rioolrat), waarbij het vuil en slib zonder obstructies uit de voorziening verwijderd kan worden.
Er worden geen aandachtspunten meegegeven.