Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
De heer Anthony Van Cayseele met als contactadres Grondwetlaan 76, 9040 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025012046) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 29 januari 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het regulariseren van de veranda op de eerste verdieping en het terras op de eerste en tweede verdieping
• Adres: Grondwetlaan 76-76C, 9040 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 18 sectie B nrs. 324K2 en 324L2
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 31 maart 2025.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 24 juni 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Het terrein uit de aanvraag ligt langs de Grondwetlaan in Sint-Amandsberg. De omgeving bestaat uit een mix van een- en meergezinswoningen in een gesloten bebouwing. Op het terrein staat een meergezinswoning van 3 bouwlagen en een hellend dak.
Het pand is sinds 1994 gekend als een kamerwoning met 9 entiteiten. Nadien zijn geen bouw-, stedenbouwkundige noch omgevingsvergunningen verleend voor dit pand, waardoor de rechtmatige toestand 9 entiteiten is.
Op 13/09/2011 werd door de controleur van de dienst Toezicht tijdens een plaatsbezoek vastgesteld dat de kamerwoning was gewijzigd naar een gezinswoning, met een uitbreiding van de 1e verdieping met een bureauruimte. Hiervoor werd aangemaand om een regularisatiedossier in te dienen, in samenwerking met een architect. Op 22/04/2014 werd een bijkomend onderzoek gedaan waarbij werd vastgesteld dat een aangebouwd bijgebouw op de eerste verdieping werd gesloopt en heropgericht. Ook hier werd voor aangemaand.
De vastgestelde bouwmisdrijven zijn ondertussen strafrechtelijk verjaard. De strafrechtelijke verjaringstermijn voor de wederrechtelijke uitvoering van deze werken bedraagt namelijk 5 jaar en de instandhouding van deze werken is op zich niet strafbaar meer in de huidige wetgeving. De toestand is nooit geregulariseerd en blijft dus onvergund.
Volgens de huidige plannen telt het pand vandaag zes entiteiten. Op de eerste verdieping bevindt zich de eerste entiteit, bestaande uit één slaapkamer, een eigen leefruimte, keuken en sanitair. De tweede verdieping huisvest de tweede entiteit, eveneens met één slaapkamer, eigen leefruimte, keuken en sanitair. Daarnaast bevindt zich op deze verdieping ook een gemeenschappelijke keuken die gedeeld wordt door de vier overige entiteiten onder het dak. De plannen verduidelijken niet of deze vier entiteiten vandaag nog aanwezig zijn.
Het doel van de aanvraag is het regulariseren van de volgende werken die zonder voorafgaande omgevingsvergunning uitgevoerd zijn:
- Op het plat dak van de gelijkvloerse aanbouw werd de bestaande aanbouw met berging gesloopt en een nieuwe (diepere) aanbouw gebouwd. De aanbouw heeft een totale bouwdiepte van 17m (inclusief hoofdvolume) en omvat een bureau en een badkamer. De aanbouw heeft een totale hoogte van 6,42m.
- Het plat dak van de gelijkvloerse aanbouw werd gedeeltelijk ingericht als terras via het plaatsen van een tegelvloer.
- Op het plat dak van de onvergunde aanbouw werd een terras van 6,40m² ingericht. Het terras is begrensd door een valscherm van 1m hoog.
Er worden geen handelingen aangevraagd die betrekking hebben op de inrichting en het aantal entiteiten.
2. HISTORIEK
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgend extern advies is gegeven:
Gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 23 april 2025 onder ref. 004169-003/PJ/2025.
De brandweer heeft geen bezwaar tegen het regulariseren van de aanbouw van een veranda, badkamer en terras. Dit advies betreft enkel de regularisatie van de nieuwe constructies op de verdieping +1, inclusief het terras. Er wordt benadrukt dat als het gebouw in gebruik is als kamerwoning er integraal moet worden voldaan aan het ‘politiereglement op de kamerwoningen’ van de Stad Gent.
Het advies is raadpleegbaar op het omgevingsloket.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). Er zijn geen specifieke voorschriften van toepassing.
Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'SYNGEMKOUTER' (Besluit tot goedkeuring door de Deputatie op 31 januari 2008). De locatie is volgens dit RUP gelegen in een zone voor wonen: gesloten bebouwing, een zone voor bouwvrije tuinen en een zone voor tuinen en bijgebouwen.
De aanvraag wijkt af van het stedenbouwkundig voorschrift inzake de toegelaten bouwdiepte op de verdieping.
Het RUP bepaalt het volgende met betrekking tot de bouwdiepte:
- “De maximaal toegelaten bouwdiepte op het gelijkvloers komt overeen met de diepte van de bouwzone zoals aangeduid op het grafisch plan.
- Vanaf de tweede bouwlaag bedraagt de bouwdiepte maximum 12m.
- Als de bestaande toestand al groter is en het geen nieuwbouw of herbouw is mag, de bestaande diepte met een maximum tot 15m behouden blijven.
- In de strook aangeduid met letter B mag tot maximum 15m diep gebouwd worden vanaf de tweede bouwlaag indien dit omwille van de aanpalende bebouwing ruimtelijk te verantwoorden is.“
Het betrokken perceel is aangeduid met een letter B, wat inhoudt dat – mits voldoende ruimtelijke motivering – een bouwdiepte tot 15m op de verdieping mogelijk is. In deze aanvraag wordt echter een uitbreiding voorzien met een bouwdiepte van 17m op de verdieping.
In uitvoering van artikel 4.4.1. §1 van de VCRO kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen toegestaan worden op de stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. De afwijkingen kunnen betrekking hebben op perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.
Binnen het RUP geldt een algemene maximale bouwdiepte van 12m vanaf de tweede bouwlaag. Voor dit specifieke perceel, gelegen in de zone aangeduid met letter B, voorziet het RUP een bijkomende mogelijkheid om – mits voldoende ruimtelijke motivering – tot maximaal 15m diep te bouwen op de verdieping. Dit is op zich al een afwijking ten opzichte van de standaardregel en biedt dus een uitzondering binnen een strikt afgebakend kader.
Een uitbreiding tot meer dan 15m, zoals in de huidige aanvraag (17m), gaat echter buiten dit uitzonderingskader. De omliggende panden kunnen tot slechts 12m diep op de verdieping bouwen volgens de voorschriften. Deze overschrijding is substantieel en kan daarom niet als een beperkte afwijking beschouwd worden in de zin van artikel 4.4.1 §1 van de VCRO.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, het wijkt af op volgend punt:
- artikel 4.20 Natuurlijke verlichting
In een appartement (…) moeten de woonkamer, de keuken en de slaapkamer daglicht ontvangen. Deze daglichten moeten cumulatief aan volgende voorwaarden voldoen:
- uitmonden in de openlucht
- (…)
- voor een keuken en een woonkamer in een appartement (…) moet de totale oppervlakte van het daglicht minimum 1/10 van de netto vloeroppervlakte van de keuken of de woonkamer bedragen, met een minimum van 1m²;
De daglichten in een scheidingsmuur worden niet meegerekend voor de berekening van de oppervlakte van de natuurlijke verlichting. Vensters of openingen die uitgeven op een overdekte ruimte worden niet meegerekend voor de berekening van de oppervlakte van de natuurlijke verlichting.
De keuken wordt alleen verlicht via een raam dat uitkomt op de overdekte aanbouw. Hierdoor krijgt de keuken geen rechtstreeks daglicht en is er geen directe verbinding met de open lucht, wat niet is toegestaan. Ook het raam in de leefruimte kijkt uit op dezelfde overdekte aanbouw en ontvangt daarom geen direct daglicht. De leefruimte grenst aan de eetruimte, waarin zich wel een raam in de gevel bevindt. Omdat er geen geveltekening bij de aanvraag is gevoegd, is het onduidelijk of dit raam groot genoeg is om beide ruimtes voldoende van daglicht te voorzien. De aanvraag voldoet niet aan artikel 4.20 van het algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1 Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Stad Gent. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2 Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel wordt niet ingrijpend aangepast. Er wordt enkel verticaal uitgebreid en het plat dak van de uitbreiding is aangesloten op een hemelwaterput. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het Algemeen Bouwreglement van de Stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Overstromingen
Volgens de pluviale overstromingskaart bestaat er een middelgrote overstromingskans ter hoogte van het project en dit zowel vanaf de straatzijde als vanaf de achterzijde. Om de impact op het overstromingsregime te vermijden dienen de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater strikt toegepast te worden.
Ruimten met kwetsbare functies worden best beschermd tegen wateroverlast door het volgen van de richtlijnen omtrent overstromingsveilig bouwen https://www.vmm.be/water/overstromingen/hoe-je-woning-beschermen.
Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3 Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Er is geen waardevol groen of boom verwijderd. De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing.
Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 8 april 2025 tot en met 7 mei 2025. Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De stedenbouwkundige voorschriften van het RUP zijn voldoende gedetailleerd opgesteld en worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven. De bouwdiepte op de verdieping is geen beperkte afwijking op de voorschriften van het RUP. Een afwijking op basis van artikel 4.4.1 §1 van de VCRO wordt niet toegestaan (zie 4.1 Ruimtelijke uitvoeringsplannen).
Volgens de plannen werden geen stedenbouwkundige handelingen uitgevoerd om het plat dak van de gelijkvloerse laag in te richten als terras. Desondanks is op de plannen duidelijk te zien dat er een houten terrasvloer is aangelegd. Dit terras ligt op slechts 73cm van de linker perceelsgrens, waardoor er een direct zicht mogelijk is op de tuin van de buur, wat in strijd is met de regels rond lichten en zichten zoals vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek.
Het terras strekt zich uit tot een diepte van 23m, inclusief het hoofdvolume van het gebouw, waardoor er een sterke inkijk in de aangrenzende tuin mogelijk is. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de privacy van de aanpalende. Uit recente luchtfoto’s blijkt bovendien dat het terras in de praktijk zelfs nog verder doorloopt. Het platte dak voorbij deze 23m is ingericht met kunstgras en een zitbank, en ook aan de rechterzijde van het terras is een zitmeubel geplaatst. Om de hinder naar de aanpalenden te beperken, moet de diepte van het terras beperkter en moet de afstand van het terras tot de perceelsgrenzen groter.
Op het plat dak van de onvergunde aanbouw is een terras ingericht. Hoewel het terras op voldoende afstand van de perceelsgrenzen ligt, is het belangrijk te benadrukken dat de aanbouw zelf niet vergund is. Aangezien de aanbouw niet geregulariseerd wordt, is ook het terras niet vergunbaar.
De mogelijke wijzigingen aan de scheidingsmuren zijn niet duidelijk weergegeven op de plannen. Volgens het grondplan van de verdieping was de bestaande scheidingsmuur 2,40m hoog. Uit de snede van de nieuwe toestand blijkt echter dat de aanbouw een hoogte van 2,90m heeft, wat betekent dat de scheidingsmuur waarschijnlijk met 50cm is verhoogd. Daarnaast is er een bijkomende onduidelijkheid omdat de scheidingsmuren op het terreinprofiel met de bestaande toestand slechts gedeeltelijk zijn ingetekend. Hier blijkt dat de scheidingsmuur links en rechts 15m diep is, terwijl de aanbouw een nieuwe scheidingsmuur creëert over een diepte van 2m.
Tegelijkertijd tonen 3D-luchtfoto’s aan dat de scheidingsmuur met een andere gevelsteen is opgemetseld dan de andere muren, wat vragen oproept over mogelijke wijzigingen aan de muur. Dit zorgt voor twijfel over de precieze aanpassingen aan de scheidingsmuur.
De aanvraag is niet in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening.
CONCLUSIE
Ongunstig. De bouwdiepte van de aanbouw is in strijd met de voorschriften van het RUP Syngemkouter. De afwijking voldoet niet aan de voorwaarden van art. 4.4.1 §1 van de VCRO. Bijkomend veroorzaakt de aanbouw een strijdigheid met artikel 4.20 van het ABR en is de aanbouw niet in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het regulariseren van de veranda op de eerste verdieping en het terras op de eerste en tweede verdieping aan de heer Anthony Van Cayseele gelegen te Grondwetlaan 76-76C, 9040 Gent.