Sterk versteende gebieden zoals steden warmen sneller op dan hun meer landelijke omgeving. Hittegolven, wateroverlast bij piekbuien en de groeiende druk op de stadsinfrastructuur maken deel uit van een toenemende stedelijke realiteit.
75% van de verharde oppervlakte in Gent ligt op privaat domein, waarvan private buitenruimten 40% van het totale stedelijk oppervlak uitmaakt. Verharde bedrijventerreinen, parkings en binnenkoeren versterken dus mee het hitte-eilandeffect: ze absorberen warmte overdag en geven die 's nachts af. Ook verhinderen ze waterinfiltratie bij piekbuien. Daarom is het nodig te ontharden en vergroenen, samen met de Gentenaars en Gentse bedrijven, waarbij deze ambitie uitdrukkelijk wordt onderschreven in het bestuursakkoord 2025–2030.
Om uitvoering te geven aan dit beleidsengagement startte de Stad Gent een voorbereidingstraject. Na een analyse van het bestaande (subsidie)instrumentarium op Vlaams en federaal niveau, werden lacunes voor specifieke doelgroepen geïdentificeerd. Uit die analyse bleek dat de federale thematische investeringsaftrek (40%, van kracht vanaf aanslagjaar 2027) uitsluitend toegankelijk is voor vennootschappen die minstens 50% van hun verharding vervangen. Daarmee worden KMO's, VME's, syndici en zorginstellingen structureel buiten beschouwing gelaten. Voor VME's bestaat zelfs geen enkel ondersteuningsaanbod.
Het voorliggende subsidiereglement vult deze lacune op en ondersteunt (grote) bedrijven, KMO's, zorginstellingen, VME's en syndici of coöperatieve vennootschappen met een vestiging of eigendom in Gent bij de klimaatbestendige heraanleg van hun private buitenruimten. De subsidie bedraagt 50% tot 70% van de projectkost, met een minimum van €6.000 en een maximum van €50.000. Verplichte componenten zijn ontharding en bijkomende bomen. Voorafgaand onderzoek, gevelgroen en beplantingsplannen komen facultatief in aanmerking.
Voor de uitvoering van dit reglement is een budget voorzien van €900.000, verdeeld over 6 jaar. Dit budget is vastgelegd op 354950000.
Dit subsidiereglement valt onder het richtlijnenkader voor investeringssubsidies. De aanvrager moet geen projectnota opmaken, omdat alle informatie die daarin moet staan wordt opgevraagd in het aanvraagformulier.
De beleidsverklaring MJP26-31 stelt "meer en sneller te ontharden" als een van de kerndoelstellingen van het klimaatbeleid. Dit reglement is een concrete uitvoeringsmaatregel van dit engagement aan de hand van een vrijwillige ondersteuning om samen werk te maken van meer groen en schaduw in de stad.
De baten van ontharding zijn voor een groot deel collectief: koelere straten, minder druk op gemeentelijke rioleringsinfrastructuur, lagere gezondheidskosten door hittestress. Een bedrijf dat investeert, draagt de volledige kostprijs maar kan die collectieve opbrengst niet recupereren. Dit rechtvaardigt overheidsingrijpen. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt bovendien dat kleine ondernemingen bijkomende drempels kennen: kennistekort, ontbreken van een intern aanspreekpunt voor duurzaamheid, onzekerheid over uitvoering. De subsidie hoopt die drempel te verlagen tot het kantelpunt waarop investeringen wél plaatsvinden.
De federale investeringsaftrek vereist ≥ 50% ontharding en geldt enkel voor vennootschappen. De Vlaamse VIPA-subsidie voor zorginstellingen vergt een expliciete welzijnslink. De Vlaamse VLAIO-bedrijventerreinsubsidie richt zich op projectontwikkelaars, niet op individuele ondernemingen. Voor VME's en syndici bestaat geen enkel instrument op enig beleidsniveau. Het stadsreglement sluit die lacunes gericht: kleinere ingrepen (30%, min. 50m2), advies- en ontwerpkosten, gevelgroen en bomen gelden als zelfstandige subsidiabele posten. Daarmee geeft de stad concreet invulling aan de bestuursakkoordbelofte om "bedrijven te laten investeren in vergroening" via specifieke ondersteuning.
De Dienst Milieu en Klimaat is belast met de uitvoering van dit reglement.
Het nieuw 'Subsidiereglement voor ontharden en vergroenen van private buitenruimtes ' treedt in werking op 1 juli 2026.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Dienst Milieu en Klimaat | ||
| Budgetplaats | 354950000 | ||
| Categorie* | I subs | ||
| Subsidiecode | NIET_RELEVANT | ||
| 2026 | 150.000 | ||
| 2027 | 150.000 | ||
| 2028 | 150.000 | ||
| 2029 | 150.000 | ||
| 2030 | 150.000 | ||
| 2031 | 150.000 | ||
| Totaal | 900.000 |
Zie bijlage