De Vlaamse regering zorgt ervoor dat het S.M.A.K. een Vlaams museum wordt voor hedendaagse en actuele kunst. In de komende drie jaar transformeert het museum van een stedelijk naar een Vlaams museum. Dit moet afgerond zijn op 1 januari 2029.
Zo komen er in Gent middelen vrij; de Vlaamse overheid neemt de structurele werkingssubsidie van 3 miljoen euro per jaar over. De schepen kondigde aan dat ze het vrijgekomen budget wil herinvesteren in de Gentse cultuursector.
De schepen aan dit te willen doen in drie sporen; ‘versterking van het Gentse culturele ecosysteem’ (1); ‘versterking en professionalisering van het AGB Kunsten en Erfgoed’ (2) en ‘cultuur als motor voor de hele stad’ (3).
Daarom deze vragen;
Collega’s,
Bedankt om deze belangrijke vraag te stellen en mij de kans te geven om dit nog eens scherp te stellen. Ik zou het jammer vinden om dit dossier te reduceren tot één museum of één budgetlijn, want dit is een belangrijke stap die gaat over de toekomst van cultuur in onze stad als geheel.
Laat mij vooreerst duidelijk stellen: de doorgroei van het S.M.A.K. naar een Vlaams museum is geen eindpunt, maar een nieuw begin. Het is een erkenning van Gent als cultuurstad, maar ook een kans – en een verantwoordelijkheid – om ons volledige culturele ecosysteem te versterken.
En net daarom gaan we de vrijgekomen middelen niet parkeren, maar voluit herinvesteren in cultuur. Dat is niet alleen een expliciete afspraak met de Vlaamse overheid, het is ook een bewuste politieke keuze, volledig in lijn met ons beleidsplan: cultuur als basisrecht, zichtbaar is in elke wijk en die ruimte geeft aan nieuwe stemmen. Vlaanderen èn Gent delen de visie dat dit niet gewoon een erkenning is van een Vlaams museum maar dat we dit een meerwaarde moeten laten zijn voor de brede sector èn de samenleving.
Concreet gaat het om 3,1 miljoen euro per jaar aan vrijgekomen middelen.
We zetten die middelen in langs drie duidelijke sporen.
Eén: versterking van het veld.
Ongeveer de helft van de middelen laten we rechtstreeks vloeien naar organisaties, kunstenaars en initiatieven – groot én klein, inclusief bottom-up initiatieven.
Door de vrijgekomen middelen hebben we extra zuurstof kunnen geven aan onze cultuursector.
Maar ondanks de stevige verhoging van de middelen hebben we nog steeds moeilijke keuzes moeten maken. Dat is eveneens een realiteit.
Tweede spoor: versterking van het AGB Kunsten en Erfgoed.
Een tweede deel van de middelen gaat naar de andere Gentse musea en hun werking.
We investeren in een robuuste structuur, een sterk leiderschapsmodel en voldoende slagkracht. Een sterke centrale structuur met als doel om elk huis maximaal ruimte te geven om zich inhoudelijk en artistiek te ontwikkelen.
Sterke instellingen en een sterk veld zijn geen tegenpolen – ze versterken elkaar.
Drie: cultuur als motor voor de hele stad.
We grijpen dit moment ook aan om cultuur sterker te verbinden met andere domeinen zoals onderwijs, zorg, economie en innovatie,...
We doen dit ook heel bewust. Wie als kind met cultuur in aanraking komt, bouwt vaardigheden en betrokkenheid op voor het leven. De positieve impact van cultuur op welzijn en mentale gezondheid is meermaals bewezen. En ten slotte blijft cultuur een sterke economische hefboom voor Gent, vandaag én in de toekomst.
Samen met S.M.A.K., de andere musea, de Cultuurdienst en het brede cultuurveld zetten we Gent nog veel sterker op de kaart als cultuurstad, en als dé stad voor hedendaagse en actuele kunst in het bijzonder.
Dat zal voor mij pas geslaagd zijn als we dat niet alleen in onze musea zelf, maar tot in het hart van onze wijken en deelgemeenten, tastbaar maken.
Jullie weten dat het mijn diepe overtuiging is dat cultuur van en voor elke Gentenaar is. Ik zal deze Vlaamse erkenning dus ook aangrijpen als een kans om dat verder waar te maken. Dat sluit ook naadloos aan bij de doelstelling van minister Gennez.
Ik herhaal dus nog even kort:
3,1 miljoen euro per jaar
we herinvesteren die middelen in samenspraak met de Vlaamse overheid bewust en volledig in cultuur
ongeveer de helft gaat naar het veld, inclusief kleinschalige initiatieven
de andere helft naar versterking van onze instellingen en naar bredere stedelijke impact