Uit een recente bevraging van IDEWE blijkt dat gemiddeld 38% van de zorgmedewerkers minstens af en toe agressie ervaart vanwege patiënten/bewoners of bezoekers. Uitgesplitst ervaart 32% van de zorgmedewerkers minstens af en toe verbale agressie, gevolgd door bedreigingen met fysiek geweld (26%) en fysieke agressie, zoals slaan of duwen (17%). Opvallend is dat daarnaast ook 7,5% van de zorgverleners agressie ervaart van de eigen collega’s.
De impact van agressie op het werk mag niet onderschat worden. Een verantwoordelijke van IDEWE verwoordde het als volgt: “Agressie tast het psychosociaal welzijn van medewerkers aan. Ze voelen zich minder veilig, minder betrokken en nemen vaker afstand van hun werk. Op langere termijn verhoogt dat ook het risico op uitval, wat dan weer meer druk op de overgebleven collega’s legt.” Afgezien daarvan kan agressie op het werk ook levensbedreigend zijn, zoals we in Gent moesten ervaren met de moord op een OCMW-medewerker.
1. Wat is de evolutie in de stedelijke en OCMW-zorgverlening (MA’s individuele hulpverlening, dienst outreachend werk, woonzorgcentra, Jan Palfijn, Gentse CAS, enz.), zowel qua externe als interne agressie?
2. Hoe evalueert de schepen de huidige maatregelen om agressie tegen zorgmedewerkers terug te dringen en zoveel mogelijk te vermijden? Ressorteren de maatregelen een effect en is de tendens positief?
3. Kan de schepen een stand van zaken schetsen van de lopende testfase met de noodknoppen (van het type TWIG Neo zoals eerder werd meegedeeld)?
1. Wat is de evolutie in de stedelijke en OCMW-zorgverlening (MA’s individuele hulpverlening, dienst outreachend werk, woonzorgcentra, Jan Palfijn, Gentse CAS, enz.), zowel qua externe als interne agressie?
Laat mij eerst opnieuw benadrukken dat de veiligheid van onze medewerkers een absolute prioriteit blijft en dat we daarbij een nultolerantie aanhouden.
Wat de cijfers betreft, zien we na augustus 2025 een duidelijke piek in het aantal registraties van agressie. Voor 2025 werden stadsbreed 352 opvolgingen agressie geregistreerd in het interne systeem (t.o.v. 133 in 2023) en 305 meldingen gedaan bij IDPBW, (t.o.v. 119 in 2023).
Maar die stijging moet zorgvuldig geïnterpreteerd worden. Sinds de tragische gebeurtenissen in augustus vorig jaar besteden we extra aandacht aan het melden, registreren en opvolgen van agressie. Aan medewerkers werd gevraagd om incidenten consequenter te registreren. Alleen zo kan ons beleid op een accurate manier verder ontwikkeld worden.
De cijfers wijzen dus niet noodzakelijk op een evenredige stijging van het aantal agressie-incidenten. Interessant daarbij is dat het aantal cliënten waarvoor agressie wordt gemeld stijgt, terwijl het gemiddeld aantal incidenten per cliënt ongeveer gelijk blijft.
2. Hoe evalueert de schepen de huidige maatregelen om agressie tegen zorgmedewerkers terug te dringen en zoveel mogelijk te vermijden? Ressorteren de maatregelen een effect en is de tendens positief?
Zoals ik eerder al aangaf, verwachten we niet dat één enkele maatregel of technologische toepassing alle risico's kan uitsluiten. Daarom zetten we in op een brede aanpak van preventie, ondersteuning en nazorg.
De voorbije maanden werden bestaande kaders rond agressie verder versterkt. Er kwamen bijkomende richtlijnen rond huisbezoeken, risicotaxatie en verhoogde waakzaamheid in specifieke situaties. Ook het vormingsaanbod voor medewerkers werd uitgebreid.
Daarnaast werden veiligheidsmaatregelen genomen in gebouwen en onthaalruimtes en beschikken medewerkers vandaag over een handelingskader bij acute of ernstige dreiging. Op de testfase rond mobiele noodknoppen kom ik dadelijk terug.
Ook nazorg blijft belangrijk. Medewerkers kunnen rekenen op ondersteuning door leidinggevenden, de preventiedienst en het welzijnsprogramma via Mensura.
Het is moeilijk om conclusies te trekken over het effect van alle maatregelen. Wat we in elk geval zien, is dat agressie sneller wordt gemeld en systematischer wordt geanalyseerd. Dat laat ons toe om risico's beter in kaart te brengen en continu bij te sturen.
3. Kan de schepen een stand van zaken schetsen van de lopende testfase met de noodknoppen (van het type TWIG Neo zoals eerder werd meegedeeld)?
Momenteel loopt een pilootproject met twintig mobiele noodknoppen binnen zeven diensten, waaronder drie welzijnsbureaus, Thuislozenzorg, Sociale Woonbegeleiding, Preventie voor Veiligheid en Outreachend Werken.
De opstart ging gepaard met opleidingen en teammomenten waarin zowel de technische werking als het gebruik in de dagelijkse praktijk werden besproken. April was de eerste volledige testmaand voor alle deelnemende teams.
Voor de zomer voorzien we een eerste tussentijdse evaluatie om na te gaan hoe de toepassing in de praktijk wordt ervaren en of bijsturingen nodig zijn.
Een grondige evaluatie volgt eind oktober. Daarbij kijken we niet alleen naar de technische werking, maar ook naar de vraag of de noodknoppen bijdragen aan de veiligheid én het veiligheidsgevoel van medewerkers.
Zoals ik ook eerder heb aangegeven, bekijken we dergelijke technologische oplossingen met een open blik, maar zonder ze als wondermiddel te beschouwen. Ze kunnen een onderdeel zijn van een bredere veiligheidsaanpak. Niet minder maar ook niet meer.
wo 10/06/2026 - 13:32