In een opmerkelijke open brief aan schepen Watteeuw uit een grote groep directeurs binnen het Stedelijk Onderwijs Gent hun “ernstige bezorgdheid “ over het functioneren van de algemeen directeur en “de wijze van leidinggeven, besluitvorming, communicatie en samenwerking binnen onze organisatie”. Er wordt gesproken over een “fundamenteel verlies van vertrouwen.”
Over de brief werd uitvoerig in de media bericht.
“Het dossier rond de directeur van Atheneum Wispelberg vormt daarbij voor velen het kantelpunt. De manier waarop dit dossier werd behandeld, heeft bij ons niet alleen grote verbazing gewekt, maar ook geleid tot fundamentele vragen over de gevolgde procedures, de zorgvuldigheid van de besluitvorming en de wijze waarop met betrokkenen werd gecommuniceerd. De berichtgeving en de daaropvolgende reacties binnen de schoolgemeenschap hebben deze bezorgdheid verder versterkt.”
De brief vervolgt: “Wij vragen u daarom om de huidige situatie grondig te beoordelen en de noodzakelijke conclusies te trekken. Gezien het fundamentele en onoverbrugbare verlies van vertrouwen dat is ontstaan, zijn wij van oordeel dat de algemeen directeur niet langer over het noodzakelijke draagvlak beschikt om het Stedelijk Onderwijs Gent op een geloofwaardige en verbindende wijze verder te leiden. Om die reden vragen wij dat zijn mandaat als algemeen directeur wordt beëindigd.”
“Tegelijk vragen wij dat er werk wordt gemaakt van een hersteltraject voor het vertrouwen binnen onze organisatie, waarbij directeurs opnieuw op een transparante, respectvolle en participatieve manier betrokken worden bij het beleid en de strategische keuzes van het Stedelijk Onderwijs Gent.”
Het is voor ons als raadsleden onmogelijk om ons, zonder kennis van het volledige dossier, uit te spreken over het functioneren van de algemeen directeur, maar de open brief wijst wel op een zeer diepe malaise in het stedelijk onderwijs, een acute leiderschapscrisis en een aanslepende frustratie over het gebrek aan transparantie en participatie binnen het departement onderwijs en de leiding van het Stedelijk Onderwijs.
“Wij hopen dat u de ernst van dit signaal erkent”, besluit de open brief. “Wij wensen op korte tijd een signaal en actie zo niet zullen wij gemeenschappelijk het werk neerleggen.
1. Wat is de inhoudelijke reactie van schepen Watteeuw op deze opmerkelijke open brief? Erkent schepen Watteeuw de ernst van de situatie? Hoe verklaart schepen Watteeuw deze aanslepende malaise?
2. Acht de schepen het verstandig om enerzijds de betrokken schooldirecteurs te verwijten de open brief naar de pers te sturen, maar anderzijds zélf bijzonder scherp in de pers (!) te reageren, en de schooldirecteurs bovendien te verwijten de waarden van het stedelijk onderwijs niet te respecteren (!), terwijl in de open brief net de kritiek gemaakt wordt dat bij veel onderwijsdossiers "de gehanteerde werkwijze onvoldoende strookt met de waarden die wij als onderwijsorganisatie willen uitdragen: transparantie, respect, zorgvuldigheid, rechtszekerheid en vertrouwen"? Is de schepen van oordeel dat op een dergelijke manier olie op het vuur gooien bijdraagt aan het herstellen van de rust in het stedelijk onderwijs?
3. Met welke waarden van het stedelijk onderwijs is deze open brief volgens schepen Watteeuw in tegenspraak? Participatie, transparantie, een open debatcultuur en verzet tegen onrecht zijn toch net kernwaarden van het stedelijk onderwijs?
4. Welke verdere stappen zal schepen Watteeuw zetten als reactie op deze open brief? Zullen deze stappen volstaan om de rust in het stedelijk onderwijs te doen terugkeren?
5. Wat is de timing die schepen Watteeuw daarbij voor ogen heeft, en volstaat die timing om de aangekondigde staking af te wenden?
Meneer De Meester, Mevrouw Heyndrickx en collega’s.
Als er meldingen zijn van problemen, dan moeten die kunnen besproken worden. Dan moeten die onderzocht worden, om het even over wie het gaat. Of het nu gaat het om het departementshoofd, over een directeur, over een leraar, over een brugfiguur, over een directeurscoach, noem maar op.
Als er meldingen zijn, moet je dat serieus pakken. Ik denk dat ik ook niet die reputatie heb, maar ik wil geen zaken onder de mat vegen. Nooit. Maar als we dan onderzoeken, als we dan het gesprek aangaan en als ik de zaken in handen heb, dan ga ik dat altijd doen met respect voor alle betrokkenen.
Ik ben jarenlang personeelsverantwoordelijke geweest en ik weet uit ervaring hoe belangrijk het is om alle medewerkers met respect te behandelen. Op ieder moment.
En laat het duidelijk zijn, collega’s: zolang ik het voor het zeggen heb, in onderwijs of bij andere bevoegdheden, als men zich focust op één persoon, dan ga ik dat debat niet publiek voeren. Ik ga dat debat niet in aanschouwen van iedereen voeren. Ik doe dat dus niet. Dat is geen goeie manier van werken. Laat dat heel duidelijk zijn.
En dan kom ik tot de open brief. Ik ben om 9u22, zondagmorgen, gebeld door een journalist. De journalist zei dat ik een mail had gekregen: een open brief van een groep directeurs.
Ik heb die anonieme mail dan gezien. Dat was een mail die toegekomen was om 8u14. Ik heb daar toch wel snel op gereageerd, omdat ik vond dat het inderdaad een signaal was dat ik wou oppikken.
Ik heb eigenlijk heel snel gezegd: kijk, ik ben altijd bereid om in gesprek te gaan. Ik wil het gesprek met open vizier aangaan, maar wel met respect voor alle betrokkenen. Neem gerust contact op met mijn kabinet. Mijn deur staat open. En ja, ik meen dat ook echt.
Als er een groep mensen is die met mij wil praten, dan staat mijn deur ook open. En ik wil in zo’n gesprek het signaal helder krijgen, de meldingen duidelijker maken en kijken wat er van mij verwacht wordt.
Dat lijkt mij een logische houding. En de vraag die ik me dan ook stel: ik stel me niet alleen de vraag wat wordt aangekaart, wat wordt verwacht van mij, maar ik vraag me natuurlijk ook af met wie ik spreek. En ik ga ook de context bekijken.
Die drie vragen plus de context. De anonieme mail zegt te spreken in naam van een grote groep directies van het stedelijk onderwijs, maar dat is natuurlijk ook wel vaag.
En dus stel ik mij daar vragen over. Maar een anonieme mail kan wel. Ik kan me voorstellen dat er een drempel is om niet direct de namen prijs te geven. Maar als men naar mij schrijft, dan ga ik ervan uit dat dat een eerste contact is, dat men het signaal wil overbrengen.
En als men ziet dat de deur open staat, dat men dan pas een volgende stap zet. Meer zelfs: als men dat niet zou doen, dan bestaat er een duidelijke procedure binnen onderwijs waar men terecht kan. Men kan werken via de ombudsdienst, via het interne meldpunt. Dat is geregeld. Men kan zijn zaken volledig anoniem kwijt.
Ik heb de anonieme zender uitgenodigd. Maar ik zit nog altijd met de vraag met wie ik spreek. Ik heb al snel geantwoord met de vraag, maar ik heb geen antwoord ontvangen. En dan heb ik deze morgen een reminder gestuurd.
Beste,
Zondag hebben jullie mij aangeschreven. Ik heb snel geantwoord omdat ik alle meldingen en signalen ernstig wil nemen. Ik heb dan de suggestie gedaan om contact op te nemen met mijn kabinet om een gesprek in te plannen.
Dergelijke signalen laat ik niet graag in het ijle hangen, maar tot nu toe heb ik nog geen antwoord ontvangen.
Ik heb dat verstuurd. Ik heb onmiddellijk antwoord gekregen, maar niet van de afzender, maar van Microsoft Outlook: dit e-mailadres bestaat niet meer.
Ja, het is toch wel vreemd. Dat betekent dat ik een signaal heb gekregen, dat ik geantwoord heb, dat ik een open hand heb uitgestoken, maar dat ik dus niet weet over wie het gaat en dat ik zelfs geen contact meer kan opnemen.
Dus welk signaal zit daarachter? Ik vraag me gewoon af wie mij heeft gecontacteerd.
Ik krijg ook andere mails. Mails van schooldirecties die zich heel expliciet uitspreken. Ik heb er vandaag nog drie gekregen.Ik ga enkele opmerkingen voorlezen van directies die mij een mail sturen en die hierop ingaan.
De eerste zegt dat hij zich niet aangesproken voelt, aangezien hij als directeur niet op de hoogte is van deze brief, noch van de inhoud of de gevolgde werkwijze.
De tweede zegt dat niet alle directeurs deze oproep steunen en dat hij niet op de hoogte was. Hij betreurt de manier waarop men in de media verschijnt zonder goedkeuring.
De derde zegt dat hij zich wil distantiëren van deze anonieme communicatie en het hele gebeuren betreurt.
De vierde zegt dat hij niet betrokken was bij het opstellen of verspreiden van de anonieme brief, dat hij die niet heeft ontvangen of gelezen en dat hij alles enkel uit de media kent.
Ik vind dat straf. En vandaag nog meer: twee regio’s hebben zich unaniem gedistantieerd van die brief. Dus met wie spreek ik?
Ik merk trouwens dat die open brief niet gepubliceerd is. Ik kan hem nergens vinden. Ik heb hem gekregen, de pers heeft hem gekregen. Maar ik blijf met de vraag zitten: met wie spreek ik?
En over mijn uitspraak “niet netjes”: ik heb het niet moeilijk met het feit dat er mensen zijn die zeggen dat er iets niet goed gaat. Ik heb ook geen moeilijkheden met het feit dat men dat anoniem doet. Dat moet kunnen.
We hebben daar procedures voor om te maken dat mensen dat veilig kunnen doen. Maar waar ik het wel moeilijk mee heb, is dat men die anonieme mail ook onmiddellijk naar de pers stuurt. Zo wordt de discussie over één persoon publiek gevoerd. Dat botst met alles waar ik voor sta: betrokkenheid, vertrouwen, respect.
Je voert het proces van één persoon niet in de pers. Je kaart het intern aan. Je spreekt de verantwoordelijken aan. En je probeert het op te lossen. Maar niet in de pers. Ik betreur dat ten zeerste.
Als ik zeg dat dat niet netjes is, dan is dat mijn interpretatie. Maar ik meen wat ik zeg.
En ik heb altijd in mijn loopbaan in de politiek gezegd wat ik dacht, ook als het ongemakkelijk is. Maar dat betekent niet dat ik niet wil spreken met die mensen, als ik weet wie ze zijn. Maar we gaan het niet in de pers voeren. Niet.
En dan over de situatie: het college heeft een eerste traject rechtgezet. De zogenaamde beslissing van elf mei bestaat niet meer. Er is alleen de beslissing van tweeëntwintig mei. Die is vormelijk correct en gericht op het geven van de juiste informatie en rechten aan betrokkenen. Ik vind het niet fair dat men blijft zeggen dat er een onwettige situatie bestaat. We gaan dat correct en evenwichtig beoordelen, met respect voor alle betrokkenen. Ik vraag iedereen om dat besluit te accepteren. Daarna wil ik werken aan herstel, in alle sereniteit.
De situatie op het schooldomein raakt iedereen. Ik betreur dat het inhoudelijke deel deel werd van het publieke debat. Ik heb dat niet gezocht. Ik heb geprobeerd het te temperen. Dat is niet goed gelukt. Iedereen moet in eigen boezem kijken. Niemand heeft daar baat bij: niet de kinderen, niet de leerkrachten, niet de scholen.
Het stedelijk onderwijs heeft een sterke reputatie. Het is mijn bekommernis om die te behouden en te versterken.
Ik wil de ervaring gebruiken om het stedelijk onderwijs sterker te maken. Ik zal daar iedereen voor nodig hebben. Zonder taboes zullen we processen en procedures onder de loep nemen.
Niemand zit te wachten op deze onrust. Het is een drukke periode op school. En een staking zonder voorafgaand gesprek zou enorme gevolgen hebben.
Dus mijn oproep blijft: de deur staat open. Het enige pad vooruit is gesprek, om de situatie te ontmijnen en rust en stabiliteit terug te brengen.
do 11/06/2026 - 09:39