Terug
Gepubliceerd op 24/06/2026

Notulen  commissie welzijn, werk, onderwijs, participatie en personeel (WWOPP)

di 09/06/2026 - 19:00 Gemeenteraadszaal

Samenstelling

Aanwezig

Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Yüksel Kalaz; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Els Roegiers; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Johan Deckmyn; Ywein Joris; Tom Van Dyck; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Christophe Peeters; Sami Souguir; Filip Watteeuw; Mathias De Clercq; Sofie Bracke; Bram Van Braeckevelt; Sven Taeldeman; Gert Robert; Veli Yüksel; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Stijn De Roo; Anneleen Van Bossuyt; Joris Vandenbroucke; Hafsa El-Bazioui; Burak Nalli; Sarah Van Acker; Jenna Boeve; Bob Cammaert; Mathieu Cockhuyt; Yilmaz Cetinkaya; Freya Van den Bossche; Bruno Matthys; Gaëlle De Smet; Wouter Decoodt

Afwezig

Ronny Rysermans; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Maarten De Grauw; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme

Secretaris

Tom Van Dyck

Voorzitter

Dilek Arici

Agendapunten

IR 1.

2026_MV_00462 - Mondelinge vraag van raadslid Stephanie D'Hose: de helft van de leerlingen voor buitengewoon secundair kreeg geen school toegewezen

Datum beslissing: wo 10/06/2026 - 08:47
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Els Roegiers; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Veerle Baert; Sabena Donkor; Charlotte Coucke; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Ywein Joris; Tom Van Dyck; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Christophe Peeters; Filip Watteeuw; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Hafsa El-Bazioui; Burak Nalli
Afwezig
Yüksel Kalaz; Ronny Rysermans; Lies Vanpeperstraete; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Johan Deckmyn; Maarten De Grauw; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Tom Van Dyck
Voorzitter
Dilek Arici
IR 1.

2026_MV_00462 - Mondelinge vraag van raadslid Stephanie D'Hose: de helft van de leerlingen voor buitengewoon secundair kreeg geen school toegewezen

2026_MV_00462 - Mondelinge vraag van raadslid Stephanie D'Hose: de helft van de leerlingen voor buitengewoon secundair kreeg geen school toegewezen

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

96,7 % van de kinderen die zich aangemeld hadden voor het secundair onderwijs kunnen naar de school uit hun top drie, zelfs 91 % kan naar de school van zijn/haar eerste keuze. 

Maar voor de kinderen voor het buitengewoon secundair onderwijs is het een ander verhaal, daar kreeg slechts de helft een plaats toegewezen.  

De grootste tekorten zijn vooral te vinden bij type 2 en type 9. Kinderen met een verstandelijke beperking (typé 2) aangemeld voor een schoolcontext met een grote zorgomkadering kreeg slechts 36 % een toewijzing. 

Indiener(s)
Stephanie D'Hose
Gericht aan
Evita Willaert
Tijdstip van indienen
ma 11/05/2026 - 16:52
Toelichting

Dit zijn schrijnende cijfers, hoe zal de schepen dit verder aanpakken ?  

Zal de schepen in overleg gaan met minister Demir om tot een oplossing te komen ? 

Bestaat er een mogelijkheid om extra capaciteit te creëren ?   

Bespreking
Antwoord

Mevrouw D’Hose

Laat mij beginnen met te zeggen dat ik uw bezorgdheid deel. De toewijzingscijfers voor het buitengewoon onderwijs zijn ronduit dramatisch. En het zijn vooral kinderen met een verstandelijke beperking en kinderen met autisme die botsen op een tekort aan plaatsen.

Ik wil even duiden dat we hier niet spreken over Gentse cijfers, maar over die van onze LOP-regio. Dat betreft een groot gebied, nl Gent, Evergem, Merelbeke-Melle, Wachtebeke en Zelzate.  

U geeft in uw vraag enkel het percentage toekenningen voor kinderen met een verstandelijke beperking mee.  Bij hen zijn er 2 groepen:  

  • Van de 58 kinderen met een verstandelijke beperking die een grote zorgomkadering (OV1) nodig hebben, kreeg inderdaad 36 % een toewijzing 
  • Van de 52 kinderen met een verstandelijke beperking aangemeld voor een schoolcontext richting begeleide deelname aan de arbeidsmarkt (OV2) was dat 50 procent.

Ook in type 9 zijn er twee groepen. 

  • Voor kinderen met autisme die nood hebben aan een extra gestructureerde omgeving, was er voor de 29 aangemelde kinderen in de gehele regio nog geen plaats na de aanmeldperiode. 
  • Echter, van de 160 jongeren met autisme die kunnen doorstromen naar hoger onderwijs of de arbeidsmarkt, kreeg 80 procent een plaats. 

Over alle types en opleidingsvormen heen kreeg in totaal 52% van de 624 aangemelde kinderen een plek.

Dit zijn allemaal cijfers van toewijzing na een eerste matching tussen jongeren en scholen. We weten dat er na de aanmeldperiode altijd nog een beperkt aantal plaatsen vrijkomen in het bijzonder secundair onderwijs, bijvoorbeeld door dubbele aanmeldingen en leerlingen die nog moeten beslissen tussen gewoon en buitengewoon onderwijs. Je hoort dus dat er wat nuance in het verhaal zit, maar dat neemt niet weg dat er inderdaad nood is aan doortastend beleid. 

Vanuit het stedelijk onderwijs doen we alvast inspanningen. Zo zijn er voor komend schooljaar 2 extra plaatsen voorzien in het Instituut Bert Carlier voor OV1, type 2. Daarnaast zijn er deze legislatuur in dezelfde school grotere infrastructuurwerken voorzien waarmee we op de iets langere termijn 34 extra plaatsen kunnen creëren.  

Ook in het katholiek onderwijs werden extra plaatsen bij gecreëerd voor het komend schooljaar, met name in Sint-Gregorius. Het gaat om 4 plaatsen voor OV3, type 9. 

We kijken echter niet alleen naar het buitengewoon onderwijs om het recht op onderwijs voor kinderen met ondersteuningsnoden te realiseren. Ook inclusief onderwijs is voor ons een belangrijke piste, waarin we als stad een voortrekkersrol willen opnemen. Daarom hebben we met het bijzonder onderwijs type 9 ingetekend op de projectoproep om pionierschool te worden in het kader van het plan ‘scholen voor iedereen’. Wat daarvan de impact zal zijn, is af te wachten, maar we gaan ervan uit dat hierdoor meer leerlingen in het gewoon secundair onderwijs les zullen kunnen volgen, hetzij integraal, hetzij deeltijds, waardoor extra plaatsen vrijkomen in het bijzonder onderwijs.  

Zoals daarnet al gezegd is het systeem van aanmelden en capaciteit geen louter stedelijk verhaal, maar wel regionaal georganiseerd. Het is positief dat in het buitengewoon onderwijs alle types voor het eerst samen hebben aangemeld in onze regio. Dat heeft als – ik geef toe, wat bedenkelijk - voordeel dat de capaciteitsproblemen nog beter zichtbaar worden over de hele regio. 

Het is belangrijk dat we die capaciteitsproblemen echt op dat regionale niveau bekijken. Het heeft namelijk geen zin om alleen in Gent bijkomende plaatsen te voorzien, als blijkt dat de nood eigenlijk het hoogst is in pakweg Zele. Want we weten allemaal hoe moeilijk het busvervoer in het buitengewoon onderwijs verloopt; we hebben er alle belang bij om kinderen zo dicht mogelijk in hun buurt naar school te laten gaan. 

Daarom ook dat we de vraag van het Lokaal Overlegplatform aan minister Demir volmondig ondersteunen, met name om het capaciteitsprobleem Vlaanderenbreed in kaart te brengen en op te lossen.

Heb ik hier in eigen persoon al overleg over gehad met de minister? Neen, als waarnemend schepen van Onderwijs heb ik hier nog geen tijd voor gehad. Maar eerlijk gezegd: dit zou geen nieuws mogen zijn voor de minister. Ik wéét zelfs dat dit geen nieuws is voor de minister, gelet op de vragen die ze daar geregeld over krijgt in het Vlaams Parlement, maar ook door de vele noodkreten vanuit het onderwijsveld en van bezorgde ouders. Deze capaciteitstekorten slepen al jaren aan en zijn een majeur probleem van de Vlaamse Regering. Vanuit de stad doen we wat we kunnen binnen onze bevoegdheid, maar het is aan Vlaanderen om met structurele oplossingen te komen.

wo 10/06/2026 - 14:13
IR 2.

2026_MV_00496 - Mondelinge vraag van raadslid Veerle Baert: Wijzigingen OCMW-dienstverlening aan vreemdelingen

Datum beslissing: wo 10/06/2026 - 08:47
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Els Roegiers; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Veerle Baert; Sabena Donkor; Charlotte Coucke; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Ywein Joris; Tom Van Dyck; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Christophe Peeters; Filip Watteeuw; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Hafsa El-Bazioui; Burak Nalli
Afwezig
Yüksel Kalaz; Ronny Rysermans; Lies Vanpeperstraete; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Johan Deckmyn; Maarten De Grauw; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Tom Van Dyck
Voorzitter
Dilek Arici
IR 2.

2026_MV_00496 - Mondelinge vraag van raadslid Veerle Baert: Wijzigingen OCMW-dienstverlening aan vreemdelingen

2026_MV_00496 - Mondelinge vraag van raadslid Veerle Baert: Wijzigingen OCMW-dienstverlening aan vreemdelingen

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

De werkdruk binnen de OCMW’s neemt al geruime tijd sterk toe. Naast de impact van de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen en herwerkte aanrekening van bestaansmiddelen dreigen ook de geplande wijzigingen rond OCMW-dienstverlening aan vreemdelingen een grote bijkomende belasting te vormen voor het OCMW.

Wat voorlopig iets minder aandacht kreeg zijn de geplande wetswijzigingen rond OCMW-dienstverlening aan vreemdelingen. Het gaat o.a. om volgende maatregelen:

  • heel wat categorieën van verblijfsgerechtigde vreemdelingen zullen hun recht op (equivalent) leefloon verliezen, dit gedurende de eerste vijf jaar.   
  • erkende vluchtelingen zouden in principe nog altijd recht behouden op het volledige leefloon vanaf het moment van erkenning maar hun leefloon zou sterker gekoppeld worden aan “integratie-inspanningen” via het GPMI (Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie).
  • voor subsidiair beschermden zou de regeling strenger worden. Zij zullen niet automatisch het volledige leefloon krijgen. Het vertrekpunt zou een lager bedrag zijn, dat pas bij voldoende integratie-inspanningen kan verhoogd worden richting volledig leefloon

De VVSG waarschuwde hierover expliciet voor de mogelijke toename van dakloosheid, armoede en schulden maar ook voor de impact op de sociaal werkers zelf. Volgens de VVSG riskeren deze maatregelen de kernopdracht van het OCMW - het waarborgen van menselijke waardigheid - onder druk te zetten en kunnen ze leiden tot extra administratieve lasten, juridische procedures en demotivatie bij personeel.

Indiener(s)
Veerle Baert
Gericht aan
Astrid De Bruycker
Tijdstip van indienen
vr 22/05/2026 - 14:32
Toelichting

1. Hoe schat de stad Gent de impact van deze geplande federale maatregelen in op de werking en de werkdruk van het Gentse OCMW ?  Hoe staat het met de werkdruk vandaag en hoe ziet de schepen dit evolueren ?

 2. Hoe bereidt Gent zich hierop voor ? Hoe probeert de stad de basisdienstverlening te blijven garanderen ? 
3. De VVSG stelt ook fundamentele juridische vragen bij delen van de geplande hervormingen. Heeft de stad Gent hierover overleg gepleegd met de minister, andere steden en de VVSG ? 

Bespreking
Antwoord

Dank u wel, collega. 

Je wijst op een zeer reëel probleem. De situatie is bijzonder lastig werkbaar. Door opeenvolgende ingrepen van de federale minister wordt de druk op onze basisdienstverlening steeds groter. 

  1. Impact op werkdruk en werking 

De impact is zeer groot en structureel. 

Vandaag staat de werkdruk al op een kritiek niveau: 

  • Maatschappelijk werkers en administratieve diensten die de steunbetalingen doorvoeren zitten aan hun limiet. 

  • De aard van het werk is fundamenteel aan het verschuiven: van begeleiden naar controleren en rekenen. Steeds meer tijd gaat naar administratie, bewijsstukken en complexe berekeningen, en minder naar effectieve sociale begeleiding. Door de nieuwe manier van bestaansmiddelen aanrekenen, moeten onze maatschappelijk werkers ook vaker negatieve boodschappen aan de cliënt doorgeven. 

Daarbovenop krijgen we nu een opeenstapeling van federale maatregelen: 

  • De beperking van de werkloosheid leidt tot een instroom van bijna 1000 extra leefloondossiers. 

  • Ook de nieuwe regels rond de aanrekening van bestaansmiddelen treffen mogelijk tot 1000 bestaande dossiers, met bijkomende administratieve last en vaak lagere steun als gevolg. 

  • En, alsof dit nog niet voldoende is, vanaf 2027 de hervorming rond nieuwkomers. 

Op basis van wat we nu weten, zou dit in Gent betekenen dat: 

  • Ongeveer 300 gezinnen verliezen volledig hun recht op steun in de eerste 5 jaar. Deze mensen zullen enkel recht hebben op dringend medische hulp en “socio-professionele hulp” – waarbij nog niet duidelijk is wat die zal inhouden. 

  • Nog eens ongeveer 300 gezinnen zullen met minder middelen moeten rondkomen. 

  • Bij erkende vluchtelingen (±2000 dossiers) en tijdelijk en subsidiair beschermden (±1250 dossiers) komt er een zwaardere administratieve opvolging gekoppeld aan integratievoorwaarden. 

Dit betekent: 

  • Meer dan één derde van de huishoudens wordt hierdoor geraakt. 

  • Meer complexe regelgeving, meer interpretatievragen, meer juridische risico’s. 

  • En opnieuw: veel meer negatieve beslissingen die onze maatschappelijk werkers moeten meedelen. 

En dat heeft, naast de impact op het menswaardig inkomen van de gezinnen in kwestie, ook een menselijke kost bij onze medewerkers: 

  • Emotionele belasting neemt sterk toe. 

  • Motivatie komt onder druk. 

  • Het sociaal werk wordt stap voor stap uitgehold. 

Kortom, de werkdruk stijgt niet lineair, maar exponentieel, door de combinatie van instroom, complexiteit en verstrenging. De wonde wordt niet alleen dieper, ze wordt ook moeilijker behandelbaar. 

  1. Voorbereiding en garantie basisdienstverlening

Gent probeert zich zo goed mogelijk voor te bereiden, maar we moeten eerlijk zijn over de grenzen. 

Wat we doen om de basisdienstverlening te blijven garanderen: 

  • We hebben preventief extra maatschappelijk werkers aangeworven om ons voor te bereiden op wat een aardschok zou betekenen binnen het maatschappelijk werk: het beperken van de werkloosheid in tijd. Maar, De extra capaciteit wordt nu opnieuw opgeslorpt door nieuwe complexe regelgeving. Daardoor verdwijnt het effect van onze voorbereidende aanwervingen gedeeltelijk 

  • We hebben via de VVSG de ontwerpteksten geanalyseerd en feedback gegeven. 

  • We hebben onze diensten al gebrieft en impactinschattingen gemaakt en wachten de definitieve wetteksten af.  

  • We zetten in op de samenwerking met het middenveld door hen mee te nemen in de toenemende druk op het OCMW. We verwachten immers dat ook zij die druk alsmaar meer voelen en extra mensen moeten ondersteunen. Want, waar rechten worden afgebouwd, verdwijnen noden niet.

  1. Overleg en juridische bezorgdheden

  • We hebben actief feedback gegeven op de ontwerpteksten die VVSG ons stuurde. 

  • We hebben rechtstreeks overleg gehad met de minister, met nadruk op: 

  • de impact van de wijzigingen op het menswaardig bestaan van deze mensen, 

  • administratieve vereenvoudiging, 

  • haalbare implementatietermijnen (bijvoorbeeld voor aanpassing softwaretoepassingen), 

  • en faciliteren  van digitalisering. 

  • Onze burgemeester heeft, vanuit het burgemeestersoverleg centrumsteden, via een brief naar de minister een duidelijk signaal gegeven: 

  • vraag tot fasering van de maatregelen, 

  • en minstens 3 tot 6 maanden voorbereidingstijd. 

Deze brief brengt een overleg tussen de minister, het burgemeestersoverleg en de VVSG voort.   

  1. Slot

Wij zullen als stad Gent onze verantwoordelijkheid blijven nemen.
Onze maatschappelijk werkers doen dat elke dag opnieuw, met enorme inzet. 

Maar laat ons helder zijn: de grens van wat lokaal kan worden opgevangen, komt in zicht.

wo 10/06/2026 - 13:48
IR 3.

2026_MV_00506 - Mondelinge vraag van raadslid Stephanie D'Hose: Vrijstelling schoolfacturen

Datum beslissing: wo 10/06/2026 - 08:47
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Els Roegiers; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Veerle Baert; Sabena Donkor; Charlotte Coucke; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Ywein Joris; Tom Van Dyck; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Christophe Peeters; Filip Watteeuw; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Hafsa El-Bazioui; Burak Nalli
Afwezig
Yüksel Kalaz; Ronny Rysermans; Lies Vanpeperstraete; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Johan Deckmyn; Maarten De Grauw; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Tom Van Dyck
Voorzitter
Dilek Arici
IR 3.

2026_MV_00506 - Mondelinge vraag van raadslid Stephanie D'Hose: Vrijstelling schoolfacturen

2026_MV_00506 - Mondelinge vraag van raadslid Stephanie D'Hose: Vrijstelling schoolfacturen

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Vorige week lazen we in de pers dat er de voorbije 6 jaar ongeveer een half miljoen euro aan schoolfacturen kwijtgescholden is. Het gaat hier steeds om gezinnen die financieel in moeilijkheden zitten. Graag had ik volgende vragen gesteld om meer inzicht te krijgen in de context achter deze cijfers:

Indiener(s)
Stephanie D'Hose
Gericht aan
Evita Willaert
Tijdstip van indienen
wo 03/06/2026 - 12:20
Toelichting
  1. Hoe wordt er bepaald dat een gezin vrijstelling krijgt of er een factuur kwijtgescholden wordt? Door wie wordt dit bepaald?
  2. Welke verdere omkadering krijgen gezinnen in deze situatie? 
    1. Gaat dit over eenmalige vrijstellingen of terugkerende vrijstellingen? Hoe wordt ervoor gezorgd dat gezinnen uit deze situatie geholpen worden?
    2. Is er verdere begeleiding? 
    3. Welke afstemming is er tussen welzijnspartners en het onderwijs? 
  3. We lazen dat de cijfers per jaar sterk schommelen, is er zicht op hoe dit komt?
Bespreking
Antwoord

Beste raadlid

Beste collega D'Hose

De stad hanteert een zorgvuldig maar mensgericht proces voor het toekennen van vrijstellingen, of kwijtscheldingen van schoolfacturen. Het initiatief om een dossier op te starten ligt in de eerste plaats bij de scholen. Zij signaleren wanneer gezinnen financieel vastlopen. In uitzonderlijke situaties gebeurt dit op basis van informatie van derden zoals een gerechtsdeurwaarder.

De aanvragen worden administratief getoetst door het team ‘Kindfacturatie’: zij controleren of het dossier volledig is en of de aangeleverde informatie de aanvraag ondersteunt. De inhoudelijke beoordeling gebeurt ook binnen dit team. Ze zorgen ervoor dat er eenzelfde lijn wordt gehanteerd bij elke beslissing.

Vrijstellingen worden telkens voor één schooljaar toegekend, in de hoop dat de financiële situatie van het gezin verbetert. 

Aan gezinnen wordt systematisch meegegeven dat zij contact kunnen opnemen met het OCMW. Door o.a. GDPR kan er helaas geen verdere begeleiding geboden worden: gegevensuitwisseling tussen onderwijs en OCMW is juridisch niet mogelijk omwille van GDPR en het feit dat beide organisaties aparte entiteiten zijn. Daarnaast kunnen brugfiguren of de werking Kinderen Eerst gezinnen toeleiden naar welzijnspartners.

De jaarlijkse schommelingen in de cijfers hebben meerdere oorzaken. Tijdens de coronaperiode werd minder gefactureerd, waardoor er nadien ook minder moest worden kwijtgescholden. In 2023 zorgde de automatische inkomensbevraging bij FOD Financiën voor meer sociale kortingen, waardoor opnieuw minder facturen onbetaald bleven. Tegelijk werd de voorbije jaren sterker ingezet op sensibilisering rond signalen van financiële problemen, al blijft de inschatting per school mensenwerk.

wo 10/06/2026 - 14:06
IR 4.

2026_MV_00508 - Mondelinge vraag van raadslid Sophie Vanonckelen: daklozen tijdens Gentse Feesten

Datum beslissing: wo 10/06/2026 - 08:47
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Els Roegiers; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Veerle Baert; Sabena Donkor; Charlotte Coucke; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Ywein Joris; Tom Van Dyck; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Christophe Peeters; Filip Watteeuw; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Hafsa El-Bazioui; Burak Nalli
Afwezig
Yüksel Kalaz; Ronny Rysermans; Lies Vanpeperstraete; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Johan Deckmyn; Maarten De Grauw; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Tom Van Dyck
Voorzitter
Dilek Arici
IR 4.

2026_MV_00508 - Mondelinge vraag van raadslid Sophie Vanonckelen: daklozen tijdens Gentse Feesten

2026_MV_00508 - Mondelinge vraag van raadslid Sophie Vanonckelen: daklozen tijdens Gentse Feesten

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Uit gesprekken met dakloze mensen leren we dat de Gentse Feesten - hoe vrolijk het er ook aan toe mag gaan - niet voor iedereen in onze stad een feest zijn. Lallende toeristen, zatte feestenbezoekers maken erg brutale of dreigende opmerkingen die voor daklozen erg onveilig aanvoelen. Terwijl daklozen vaak - vanuit veiligheid - net de publieke ruimte wat opzoeken, is dat tijdens de feestenperiode toch wel anders.
Daarnaast is de loutere infrastructuur van de Gentse Feesten voor mensen in dakloosheid ook hinderend voor hun gebruikelijke routines en plekjes.


Indiener(s)
Sophie Vanonckelen
Gericht aan
Astrid De Bruycker
Tijdstip van indienen
wo 03/06/2026 - 16:07
Toelichting
  1. Waar kunnen mensen in dakloosheid tijdens de Gentse feesten overdag en 's avonds terecht? 
  2. Worden er extra maatregelen genomen om hun nood aan veiligheid te garanderen? 
Bespreking
Antwoord

Collega Vanonckelen, 

Bedankt voor uw vraag en voor uw bezorgdheid voor mensen die op straat moeten verblijven. Ik deel die bezorgdheid. Dakloosheid is een van de meest extreme vormen van armoede. Dakloosheid is, zomer en winter, een vreselijke vorm van onrecht. 

Het bestrijden van dakloosheid blijft dan ook een van mijn prioriteiten. We blijven hier heel hard op inzetten. Onze houvast hiervoor is het ROOF-plan, dat u waarschijnlijk ook goed kent, met tal van acties, op korte, middellange en lange termijn, om dakloosheid te kunnen beëindigen in onze stad. 

We zetten daarbij vooral in op structurele oplossingen. Lees: woonoplossingen. Maar ook op preventie: we moeten ervoor zorgen dat we dakloosheid kunnen voorkomen. Dat doen we. Deze legislatuur met nog meer budget dan ooit. 

Helaas zijn we er nog niet. Op dit moment zijn er nog altijd mensen dak- of thuisloos. Dakloze personen kunnen daarom het hele jaar door terecht in zowel de nachtopvang als de dagopvang. 

Die werking blijft gegarandeerd, ook tijdens de Gentse Feesten. Het is wel zo, dat we tijdens de Gentse Feesten veel actiever toeleiden naar verschillende vormen van opvang. Er is tijdens de Gentse Feesten dagelijks een organisatiecomité, met alle Gentse Feesten partners. Daar wordt ook dagelijks gekeken wat nodig is, daar vertelt schepen Watteeuw je straks meer over. 

Overdag hebben we als stad een inloopcentrum. Dat bevindt zich in de Oude Houtlei. Dat is in het stadscentrum, maar buiten de feestenzone. Dak- en thuisloze personen kunnen er terecht om te verblijven, iets drinken en kleren te wassen. 

‘s Nachts zijn er 65 plaatsen in onze twee nachtopvanglocaties. Wanneer het aanbod volzet is en bij barre weeromstandigheden, kunnen ze extra noodbedden inzetten. 

Ook enkele andere dagopvanginitiatieven blijven open tijdens de Gentse feesten, zoals respijtplek De Moester in Sint-Denijs-Westrem of Café zonder naam in Nieuw-Gent. Dat laatste is een initiatief van Bond Zonder Naam. 

Als het gaat over veiligheid van mensen die op straat verblijven, laat ik mijn collega aan het woord: de schepen bevoegd voor outreachend werken. Die dienst heeft een heel korte lijn met mensen die op straat moeten verblijven.  

 

OUTREACH / FW

  • Vanuit Outreachend werken voorzien we een nachtpatrouille tijdens de Gentse Feesten. Tijdens de nachtpatrouille gaan we de dak-en thuislozen opzoeken om te kijken of ze een voldoende veilige plaats gevonden hebben. 

  • We luisteren elke dag bij het OC Gentse Feesten om na te gaan of er specifieke aandachtspunten zijn i.h.k.v. veiligheid van dak- en thuislozen zodat de collega’s van (jeugd)straathoekwerk en de buurtstewards hier op kunnen anticiperen. Zij voorzien ook overdag permanentie tijdens de Gentse Feesten. 

  • Daarnaast is er ook permanentie voorzien ikv de lockerwerking voor dak-en thuislozen van Outreachend werken. Zo kan iedereen zijn gerief op een veilige manier blijven opbergen. 

wo 10/06/2026 - 13:57
IR 5.

2026_MV_00509 - Mondelinge vraag van raadslid Els Roegiers: Recente bevraging IDEWE: 4 op 10 zorgmedewerkers ervaart agressie

Datum beslissing: wo 10/06/2026 - 08:47
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Els Roegiers; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Veerle Baert; Sabena Donkor; Charlotte Coucke; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Ywein Joris; Tom Van Dyck; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Christophe Peeters; Filip Watteeuw; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Hafsa El-Bazioui; Burak Nalli
Afwezig
Yüksel Kalaz; Ronny Rysermans; Lies Vanpeperstraete; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Johan Deckmyn; Maarten De Grauw; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Tom Van Dyck
Voorzitter
Dilek Arici
IR 5.

2026_MV_00509 - Mondelinge vraag van raadslid Els Roegiers: Recente bevraging IDEWE: 4 op 10 zorgmedewerkers ervaart agressie

2026_MV_00509 - Mondelinge vraag van raadslid Els Roegiers: Recente bevraging IDEWE: 4 op 10 zorgmedewerkers ervaart agressie

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Uit een recente bevraging van IDEWE blijkt dat gemiddeld 38% van de zorgmedewerkers minstens af en toe agressie ervaart vanwege patiënten/bewoners of bezoekers. Uitgesplitst ervaart 32% van de zorgmedewerkers minstens af en toe verbale agressie, gevolgd door bedreigingen met fysiek geweld (26%) en fysieke agressie, zoals slaan of duwen (17%). Opvallend is dat daarnaast ook 7,5% van de zorgverleners agressie ervaart van de eigen collega’s.

De impact van agressie op het werk mag niet onderschat worden. Een verantwoordelijke van IDEWE verwoordde het als volgt: “Agressie tast het psychosociaal welzijn van medewerkers aan. Ze voelen zich minder veilig, minder betrokken en nemen vaker afstand van hun werk. Op langere termijn verhoogt dat ook het risico op uitval, wat dan weer meer druk op de overgebleven collega’s legt.” Afgezien daarvan kan agressie op het werk ook levensbedreigend zijn, zoals we in Gent moesten ervaren met de moord op een OCMW-medewerker.

Indiener(s)
Els Roegiers
Gericht aan
Astrid De Bruycker
Tijdstip van indienen
wo 03/06/2026 - 17:35
Toelichting

1. Wat is de evolutie in de stedelijke en OCMW-zorgverlening (MA’s individuele hulpverlening, dienst outreachend werk, woonzorgcentra, Jan Palfijn, Gentse CAS, enz.), zowel qua externe als interne agressie?

2. Hoe evalueert de schepen de huidige maatregelen om agressie tegen zorgmedewerkers terug te dringen en zoveel mogelijk te vermijden? Ressorteren de maatregelen een effect en is de tendens positief?  

3. Kan de schepen een stand van zaken schetsen van de lopende testfase met de noodknoppen (van het type TWIG Neo zoals eerder werd meegedeeld)?

Bespreking
Antwoord

1. Wat is de evolutie in de stedelijke en OCMW-zorgverlening (MA’s individuele hulpverlening, dienst outreachend werk, woonzorgcentra, Jan Palfijn, Gentse CAS, enz.), zowel qua externe als interne agressie?

Laat mij eerst opnieuw benadrukken dat de veiligheid van onze medewerkers een absolute prioriteit blijft en dat we daarbij een nultolerantie aanhouden. 

Wat de cijfers betreft, zien we na augustus 2025 een duidelijke piek in het aantal registraties van agressie. Voor 2025 werden stadsbreed 352 opvolgingen agressie geregistreerd in het interne systeem (t.o.v. 133 in 2023) en 305 meldingen gedaan bij IDPBW, (t.o.v. 119 in 2023). 

Maar die stijging moet zorgvuldig geïnterpreteerd worden. Sinds de tragische gebeurtenissen in augustus vorig jaar besteden we extra aandacht aan het melden, registreren en opvolgen van agressie. Aan medewerkers werd gevraagd om incidenten consequenter te registreren. Alleen zo kan ons beleid op een accurate manier verder ontwikkeld worden. 

De cijfers wijzen dus niet noodzakelijk op een evenredige stijging van het aantal agressie-incidenten. Interessant daarbij is dat het aantal cliënten waarvoor agressie wordt gemeld stijgt, terwijl het gemiddeld aantal incidenten per cliënt ongeveer gelijk blijft. 

2. Hoe evalueert de schepen de huidige maatregelen om agressie tegen zorgmedewerkers terug te dringen en zoveel mogelijk te vermijden? Ressorteren de maatregelen een effect en is de tendens positief?

Zoals ik eerder al aangaf, verwachten we niet dat één enkele maatregel of technologische toepassing alle risico's kan uitsluiten. Daarom zetten we in op een brede aanpak van preventie, ondersteuning en nazorg. 

De voorbije maanden werden bestaande kaders rond agressie verder versterkt. Er kwamen bijkomende richtlijnen rond huisbezoeken, risicotaxatie en verhoogde waakzaamheid in specifieke situaties. Ook het vormingsaanbod voor medewerkers werd uitgebreid. 

Daarnaast werden veiligheidsmaatregelen genomen in gebouwen en onthaalruimtes en beschikken medewerkers vandaag over een handelingskader bij acute of ernstige dreiging. Op de testfase rond mobiele noodknoppen kom ik dadelijk terug.  

Ook nazorg blijft belangrijk. Medewerkers kunnen rekenen op ondersteuning door leidinggevenden, de preventiedienst en het welzijnsprogramma via Mensura. 

Het is moeilijk om conclusies te trekken over het effect van alle maatregelen. Wat we in elk geval zien, is dat agressie sneller wordt gemeld en systematischer wordt geanalyseerd. Dat laat ons toe om risico's beter in kaart te brengen en continu bij te sturen. 

3. Kan de schepen een stand van zaken schetsen van de lopende testfase met de noodknoppen (van het type TWIG Neo zoals eerder werd meegedeeld)?

Momenteel loopt een pilootproject met twintig mobiele noodknoppen binnen zeven diensten, waaronder drie welzijnsbureaus, Thuislozenzorg, Sociale Woonbegeleiding, Preventie voor Veiligheid en Outreachend Werken. 

De opstart ging gepaard met opleidingen en teammomenten waarin zowel de technische werking als het gebruik in de dagelijkse praktijk werden besproken. April was de eerste volledige testmaand voor alle deelnemende teams. 

Voor de zomer voorzien we een eerste tussentijdse evaluatie om na te gaan hoe de toepassing in de praktijk wordt ervaren en of bijsturingen nodig zijn. 

Een grondige evaluatie volgt eind oktober. Daarbij kijken we niet alleen naar de technische werking, maar ook naar de vraag of de noodknoppen bijdragen aan de veiligheid én het veiligheidsgevoel van medewerkers. 

Zoals ik ook eerder heb aangegeven, bekijken we dergelijke technologische oplossingen met een open blik, maar zonder ze als wondermiddel te beschouwen. Ze kunnen een onderdeel zijn van een bredere veiligheidsaanpak. Niet minder maar ook niet meer.  

wo 10/06/2026 - 13:32
IR 6.

2026_MV_00513 - Mondelinge vraag van raadslid Karlijn Deene: Kloof meisjes/jongens bij schoolverlaters zonder diploma

Datum beslissing: wo 10/06/2026 - 08:47
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Els Roegiers; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Veerle Baert; Sabena Donkor; Charlotte Coucke; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Ywein Joris; Tom Van Dyck; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Christophe Peeters; Filip Watteeuw; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Hafsa El-Bazioui; Burak Nalli
Afwezig
Yüksel Kalaz; Ronny Rysermans; Lies Vanpeperstraete; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Johan Deckmyn; Maarten De Grauw; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Tom Van Dyck
Voorzitter
Dilek Arici
IR 6.

2026_MV_00513 - Mondelinge vraag van raadslid Karlijn Deene: Kloof meisjes/jongens bij schoolverlaters zonder diploma

2026_MV_00513 - Mondelinge vraag van raadslid Karlijn Deene: Kloof meisjes/jongens bij schoolverlaters zonder diploma

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

De krant De Tijd vestigde op basis van nieuwe cijfers van StatBel voor het jaar 2025 nog eens de aandacht op de al langer bestaande kloof tussen meisjes en jongens op het vlak van schoolverlaten zonder secundair onderwijsdiploma. Vorig jaar verliet 5,5% van de Vlaamse jongeren het middelbaar onderwijs zonder diploma. Uitgesplitst volgens geslacht ging het om 7,6% jongens en 3,3% meisjes. In vergelijking met meisjes verlaten dus dubbel zoveel jongens het onderwijs zonder diploma.

Verschillende verklarende factoren zijn al aangereikt om deze historische kloof te verklaren: hogere schoolmoeheid en lagere motivatie bij jongens, de aantrekkingskracht van de arbeidsmarkt die voor jongens sterker speelt, de vermindering van het aantal mannelijke leerkrachten, enz.

Indiener(s)
Karlijn Deene
Gericht aan
Evita Willaert
Tijdstip van indienen
wo 03/06/2026 - 21:27
Toelichting
  1. Wat is ter zake de situatie in de Gentse context en meer specifiek ook in het stedelijk onderwijs?
  2. Wordt er met het oog op deze problematiek een gericht beleid ontwikkeld? Welke aanpak is er vanuit bijvoorbeeld het Onderwijscentrum? Welk aanbod is er voor het Gentse onderwijsveld om hierop in te zetten?
Bespreking
Antwoord

Mevrouw Deene

Als jongeren de schoolbanken verlaten zonder diploma, dan heeft dat een enorme impact op hun kansen op de arbeidsmarkt, en op hun volledige volwassen leven. Ik denk dat dit ik hier niets nieuws mee vertel. Als stadsbestuur vinden wij het dan ook essentieel om sterk in te zetten op het terugdringen van de ongekwalificeerde uitstroom, ongeacht of het gaat om jongens of meisjes. 

De meest recente Gentse cijfers (schooljaar 2023–2024) tonen aan dat 19,3% van de jongens (446 leerlingen) het middelbaar vroegtijdig verlaat, tegenover 12,8% van de meisjes (283 leerlingen). Ook in onze stad zien we dus dat jongens inderdaad meer het onderwijs verlaten zonder diploma dan meisjes, in ongeveer dezelfde verhouding als op Vlaams niveau. Het globale cijfer ligt – omwille van de grootstedelijke context, hoger dan het Vlaams gemiddelde maar bijvoorbeeld lager dan in Antwerpen, waar 23,8% jongens en 14,9% meisjes geen diploma behalen. 

Alleen zou het te kortzichtig zijn om ons enkel op het verschil tussen jongens en meisjes te focussen. We zien dat kinderen en jongeren die opgroeien in moeilijke, kwetsbare thuissituaties meer kans hebben om geen diploma te behalen. Jongeren die ooit schoolse vertraging hebben opgelopen, hebben ook een groter risico. Kinderen die bovengemiddeld afwezig zijn op school, maken ook meer kans om uiteindelijk geen diploma te behalen. 

We moeten dus op al die domeinen beleid voeren en dat zo goed mogelijk in kaart brengen en de nuances te zien.

In uw vraag wordt er gefocust op de problemen bij jongens. Het is belangrijk dat we die problemen ook bij meisjes zien, want daar zijn die ook groot genoeg.

Het is dus een complexer vraagstuk, dat een gedifferentieerde aanpak vraagt. In eerste instantie zijn bij de schooluitval en spijbelgedrag de scholen zelf en het CLB aan zet. Maar als stad kiezen we ervoor om hen daarin sterk te ondersteunen. 

 Ik geef u een kleine greep uit de acties vanuit de stad:

  • Het Gents spijbelactieplan stimuleert een krachtig partnerschap om met de leerling en hun context aan de slag te gaan. Zo maken we sterke,  geïntegreerde begeleidingstrajecten die de ontplooiingskansen van Gentse kinderen en jongeren in het basis- en secundair onderwijs maximaal ondersteunen. 
  • Op 11 mei 2026 organiseerde het Gents Onderwijscentrum al voor de 6e keer de  Actiedag Operatie Geslaagd: “Iedereen gekwalificeerd!”. De Actiedag inspireert en verbindt Gentse secundaire schoolteams en partners uit onderwijs, welzijn, werk en vrije tijd. 
  • We ondersteunen Gentse scholen ook om het aanwezigheidsbeleid op school te verbeteren, zodat kinderen en jongeren minder problematisch afwezig zijn.  
  • De brugfiguren zetten mee in op verbinding tussen school en de gezinnen. Ze gaan bijvoorbeeld op preventieve huisbezoeken voor de start van het secundair onderwijs, ondersteunen de school in het organiseren van laagdrempelige infomomenten en leiden ouders toe naar de oudercontacten. 
  • Het Steunpunt Leerrecht Leerplicht (TOPunt) biedt ondersteuning aan leerlingen in het Gentse leerplichtonderwijs die een hoog risico lopen op schooluitval. Het Steunpunt biedt leerlingen een traject op maat aan als vervolg op CLB-begeleiding. De begeleiding vertrekt vanuit het toekomstperspectief van de leerling om zo aan de slag te gaan met de noden en behoeften van de leerling. 
  • Met Kinderen Eerst, een samenwerking met de sociale dienst van Stad Gent en OCMW Gent, onder bevoegdheid van schepen De Bruycker, zorgen we ervoor dat maatschappelijk werkers van het OCMW ofwel aanwezig zijn op school, ofwel dat scholen één aanspreekpunt hebben bij het OCMW wanneer ze specifieke hulpvragen merken bij ouders.  

 

Samengevat kunnen we dus stellen dat de stad heel wat acties onderneemt om de ongekwalificeerde uitstroom uit het onderwijs terug te dringen. We zetten telkens die acties in die passend zijn binnen een specifieke schoolcontext, of voor de specifieke jongere, ongeacht of het een jongen of meisje is. In ieder geval tonen de cijfers aan dat deze acties broodnodig zijn – we blijven er daarom tijd en middelen voor inzetten. 

wo 10/06/2026 - 14:25
IR 7.

2026_MV_00523 - Mondelinge vraag van raadsleden Tom De Meester, Julie Steendam: Open brief directeurs Stedelijk Onderwijs en de reactie van schepen Watteeuw

Datum beslissing: wo 10/06/2026 - 08:47
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Els Roegiers; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Veerle Baert; Sabena Donkor; Charlotte Coucke; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Ywein Joris; Tom Van Dyck; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Christophe Peeters; Filip Watteeuw; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Hafsa El-Bazioui; Burak Nalli
Afwezig
Yüksel Kalaz; Ronny Rysermans; Lies Vanpeperstraete; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Johan Deckmyn; Maarten De Grauw; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Tom Van Dyck
Voorzitter
Dilek Arici
IR 7.

2026_MV_00523 - Mondelinge vraag van raadsleden Tom De Meester, Julie Steendam: Open brief directeurs Stedelijk Onderwijs en de reactie van schepen Watteeuw

2026_MV_00523 - Mondelinge vraag van raadsleden Tom De Meester, Julie Steendam: Open brief directeurs Stedelijk Onderwijs en de reactie van schepen Watteeuw

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

In een opmerkelijke open brief aan schepen Watteeuw uit een grote groep directeurs binnen het Stedelijk Onderwijs Gent hun “ernstige bezorgdheid “ over het functioneren van de algemeen directeur en “de wijze van leidinggeven, besluitvorming, communicatie en samenwerking binnen onze organisatie”. Er wordt gesproken over een “fundamenteel verlies van vertrouwen.”

Over de brief werd uitvoerig in de media bericht.


“Het dossier rond de directeur van Atheneum Wispelberg vormt daarbij voor velen het kantelpunt. De manier waarop dit dossier werd behandeld, heeft bij ons niet alleen grote verbazing gewekt, maar ook geleid tot fundamentele vragen over de gevolgde procedures, de zorgvuldigheid van de besluitvorming en de wijze waarop met betrokkenen werd gecommuniceerd. De berichtgeving en de daaropvolgende reacties binnen de schoolgemeenschap hebben deze bezorgdheid verder versterkt.”


De brief vervolgt: “Wij vragen u daarom om de huidige situatie grondig te beoordelen en de noodzakelijke conclusies te trekken. Gezien het fundamentele en onoverbrugbare verlies van vertrouwen dat is ontstaan, zijn wij van oordeel dat de algemeen directeur niet langer over het noodzakelijke draagvlak beschikt om het Stedelijk Onderwijs Gent op een geloofwaardige en verbindende wijze verder te leiden. Om die reden vragen wij dat zijn mandaat als algemeen directeur wordt beëindigd.”


“Tegelijk vragen wij dat er werk wordt gemaakt van een hersteltraject voor het vertrouwen binnen onze organisatie, waarbij directeurs opnieuw op een transparante, respectvolle en participatieve manier betrokken worden bij het beleid en de strategische keuzes van het Stedelijk Onderwijs Gent.”

Het is voor ons als raadsleden onmogelijk om ons, zonder kennis van het volledige dossier, uit te spreken over het functioneren van de algemeen directeur, maar de open brief wijst wel op een zeer diepe malaise in het stedelijk onderwijs, een acute leiderschapscrisis en een aanslepende frustratie over het gebrek aan transparantie en participatie binnen het departement onderwijs en de leiding van het Stedelijk Onderwijs.


“Wij hopen dat u de ernst van dit signaal erkent”, besluit de open brief. “Wij wensen op korte tijd een signaal en actie zo niet zullen wij gemeenschappelijk het werk neerleggen.


Het is zeer uitzonderlijk dat schooldirecteurs zich op die manier collectief uitspreken en, op de valreep nota bene van de examenperiode, dreigen met een algemene staking in het stedelijk onderwijs. Het toont hoe diep het ongenoegen zit.

Het is daarom des te opmerkelijker dat schepen Watteeuw in een eerste reactie in de pers niet ingaat op de fond van het dossier, maar wel op de boodschappers schiet: “Ik ben altijd bereid om het gesprek aan te gaan. Wat ik niet zal doen, is zomaar publiek en ten aanschouwe van iedereen het proces maken van een medewerker. Het is niet netjes om mij een anonieme brief te sturen en die dan ook onmiddellijk naar de pers te sturen. Zo handelen strookt niet met de waarden van het Stedelijk Onderwijs Gent. Wie met mij wil praten, kan contact opnemen met mijn kabinet. Mijn deur staat open.”

Indiener(s)
Julie Steendam, Tom De Meester
Gericht aan
Evita Willaert
Tijdstip van indienen
zo 07/06/2026 - 13:23
Toelichting

1. Wat is de inhoudelijke reactie van schepen Watteeuw op deze opmerkelijke open brief? Erkent schepen Watteeuw de ernst van de situatie? Hoe verklaart schepen Watteeuw deze aanslepende malaise?
2. Acht de schepen het verstandig om enerzijds de betrokken schooldirecteurs te verwijten de open brief naar de pers te sturen, maar anderzijds zélf bijzonder scherp in de pers (!) te reageren, en de schooldirecteurs bovendien te verwijten de waarden van het stedelijk onderwijs niet te respecteren (!), terwijl in de open brief net de kritiek gemaakt wordt dat bij veel onderwijsdossiers "de gehanteerde werkwijze onvoldoende strookt met de waarden die wij als onderwijsorganisatie willen uitdragen: transparantie, respect, zorgvuldigheid, rechtszekerheid en vertrouwen"? Is de schepen van oordeel dat op een dergelijke manier olie op het vuur gooien bijdraagt aan het herstellen van de rust in het stedelijk onderwijs?
3. Met welke waarden van het stedelijk onderwijs is deze open brief volgens schepen Watteeuw in tegenspraak? Participatie, transparantie, een open debatcultuur en verzet tegen onrecht zijn toch net kernwaarden van het stedelijk onderwijs?
4. Welke verdere stappen zal schepen Watteeuw zetten als reactie op deze open brief? Zullen deze stappen volstaan om de rust in het stedelijk onderwijs te doen terugkeren?
5. Wat is de timing die schepen Watteeuw daarbij voor ogen heeft, en volstaat die timing om de aangekondigde staking af te wenden?

Bespreking
Antwoord

Meneer De Meester, Mevrouw Heyndrickx en collega’s. 

 

Als er meldingen zijn van problemen, dan moeten die kunnen besproken worden. Dan moeten die onderzocht worden, om het even over wie het gaat. Of het nu gaat het om het departementshoofd, over een directeur, over een leraar, over een brugfiguur, over een directeurscoach, noem maar op.

Als er meldingen zijn, moet je dat serieus pakken. Ik denk dat ik ook niet die reputatie heb, maar ik wil geen zaken onder de mat vegen. Nooit. Maar als we dan onderzoeken, als we dan het gesprek aangaan en als ik de zaken in handen heb, dan ga ik dat altijd doen met respect voor alle betrokkenen.

Ik ben jarenlang personeelsverantwoordelijke geweest en ik weet uit ervaring hoe belangrijk het is om alle medewerkers met respect te behandelen. Op ieder moment. 

En laat het duidelijk zijn, collega’s: zolang ik het voor het zeggen heb, in onderwijs of bij andere bevoegdheden, als men zich focust op één persoon, dan ga ik dat debat niet publiek voeren. Ik ga dat debat niet in aanschouwen van iedereen voeren. Ik doe dat dus niet. Dat is geen goeie manier van werken. Laat dat heel duidelijk zijn.

En dan kom ik tot de open brief. Ik ben om 9u22, zondagmorgen, gebeld door een journalist. De journalist zei dat ik een mail had gekregen: een open brief van een groep directeurs.

Ik heb die anonieme mail dan gezien. Dat was een mail die toegekomen was om 8u14. Ik heb daar toch wel snel op gereageerd, omdat ik vond dat het inderdaad een signaal was dat ik wou oppikken.

Ik heb eigenlijk heel snel gezegd: kijk, ik ben altijd bereid om in gesprek te gaan. Ik wil het gesprek met open vizier aangaan, maar wel met respect voor alle betrokkenen. Neem gerust contact op met mijn kabinet. Mijn deur staat open. En ja, ik meen dat ook echt.

Als er een groep mensen is die met mij wil praten, dan staat mijn deur ook open. En ik wil in zo’n gesprek het signaal helder krijgen, de meldingen duidelijker maken en kijken wat er van mij verwacht wordt.

Dat lijkt mij een logische houding. En de vraag die ik me dan ook stel: ik stel me niet alleen de vraag wat wordt aangekaart, wat wordt verwacht van mij, maar ik vraag me natuurlijk ook af met wie ik spreek. En ik ga ook de context bekijken.

Die drie vragen plus de context. De anonieme mail zegt te spreken in naam van een grote groep directies van het stedelijk onderwijs, maar dat is natuurlijk ook wel vaag.

En dus stel ik mij daar vragen over. Maar een anonieme mail kan wel. Ik kan me voorstellen dat er een drempel is om niet direct de namen prijs te geven. Maar als men naar mij schrijft, dan ga ik ervan uit dat dat een eerste contact is, dat men het signaal wil overbrengen.

En als men ziet dat de deur open staat, dat men dan pas een volgende stap zet. Meer zelfs: als men dat niet zou doen, dan bestaat er een duidelijke procedure binnen onderwijs waar men terecht kan. Men kan werken via de ombudsdienst, via het interne meldpunt. Dat is geregeld. Men kan zijn zaken volledig anoniem kwijt. 

Ik heb de anonieme zender uitgenodigd. Maar ik zit nog altijd met de vraag met wie ik spreek. Ik heb al snel geantwoord met de vraag, maar ik heb geen antwoord ontvangen. En dan heb ik deze morgen een reminder gestuurd.

 

Beste, 

Zondag hebben jullie mij aangeschreven. Ik heb snel geantwoord omdat ik alle meldingen en signalen ernstig wil nemen. Ik heb dan de suggestie gedaan om contact op te nemen met mijn kabinet om een gesprek in te plannen.

Dergelijke signalen laat ik niet graag in het ijle hangen, maar tot nu toe heb ik nog geen antwoord ontvangen.

 

Ik heb dat verstuurd. Ik heb onmiddellijk antwoord gekregen, maar niet van de afzender, maar van Microsoft Outlook: dit e-mailadres bestaat niet meer.

Ja, het is toch wel vreemd. Dat betekent dat ik een signaal heb gekregen, dat ik geantwoord heb, dat ik een open hand heb uitgestoken, maar dat ik dus niet weet over wie het gaat en dat ik zelfs geen contact meer kan opnemen.

Dus welk signaal zit daarachter? Ik vraag me gewoon af wie mij heeft gecontacteerd.

Ik krijg ook andere mails. Mails van schooldirecties die zich heel expliciet uitspreken. Ik heb er vandaag nog drie gekregen.Ik ga enkele opmerkingen voorlezen van directies die mij een mail sturen en die hierop ingaan.

De eerste zegt dat hij zich niet aangesproken voelt, aangezien hij als directeur niet op de hoogte is van deze brief, noch van de inhoud of de gevolgde werkwijze.

De tweede zegt dat niet alle directeurs deze oproep steunen en dat hij niet op de hoogte was. Hij betreurt de manier waarop men in de media verschijnt zonder goedkeuring.

De derde zegt dat hij zich wil distantiëren van deze anonieme communicatie en het hele gebeuren betreurt.

De vierde zegt dat hij niet betrokken was bij het opstellen of verspreiden van de anonieme brief, dat hij die niet heeft ontvangen of gelezen en dat hij alles enkel uit de media kent.

Ik vind dat straf. En vandaag nog meer: twee regio’s hebben zich unaniem gedistantieerd van die brief. Dus met wie spreek ik?

Ik merk trouwens dat die open brief niet gepubliceerd is. Ik kan hem nergens vinden. Ik heb hem gekregen, de pers heeft hem gekregen. Maar ik blijf met de vraag zitten: met wie spreek ik?

En over mijn uitspraak “niet netjes”: ik heb het niet moeilijk met het feit dat er mensen zijn die zeggen dat er iets niet goed gaat. Ik heb ook geen moeilijkheden met het feit dat men dat anoniem doet. Dat moet kunnen.

We hebben daar procedures voor om te maken dat mensen dat veilig kunnen doen. Maar waar ik het wel moeilijk mee heb, is dat men die anonieme mail ook onmiddellijk naar de pers stuurt. Zo wordt de discussie over één persoon publiek gevoerd. Dat botst met alles waar ik voor sta: betrokkenheid, vertrouwen, respect.

Je voert het proces van één persoon niet in de pers. Je kaart het intern aan. Je spreekt de verantwoordelijken aan. En je probeert het op te lossen. Maar niet in de pers. Ik betreur dat ten zeerste.

Als ik zeg dat dat niet netjes is, dan is dat mijn interpretatie. Maar ik meen wat ik zeg.

En ik heb altijd in mijn loopbaan in de politiek gezegd wat ik dacht, ook als het ongemakkelijk is. Maar dat betekent niet dat ik niet wil spreken met die mensen, als ik weet wie ze zijn. Maar we gaan het niet in de pers voeren. Niet.

En dan over de situatie: het college heeft een eerste traject rechtgezet. De zogenaamde beslissing van elf mei bestaat niet meer. Er is alleen de beslissing van tweeëntwintig mei. Die is vormelijk correct en gericht op het geven van de juiste informatie en rechten aan betrokkenen. Ik vind het niet fair dat men blijft zeggen dat er een onwettige situatie bestaat. We gaan dat correct en evenwichtig beoordelen, met respect voor alle betrokkenen. Ik vraag iedereen om dat besluit te accepteren. Daarna wil ik werken aan herstel, in alle sereniteit.

De situatie op het schooldomein raakt iedereen. Ik betreur dat het inhoudelijke deel deel werd van het publieke debat. Ik heb dat niet gezocht. Ik heb geprobeerd het te temperen. Dat is niet goed gelukt. Iedereen moet in eigen boezem kijken. Niemand heeft daar baat bij: niet de kinderen, niet de leerkrachten, niet de scholen.

Het stedelijk onderwijs heeft een sterke reputatie. Het is mijn bekommernis om die te behouden en te versterken.

Ik wil de ervaring gebruiken om het stedelijk onderwijs sterker te maken. Ik zal daar iedereen voor nodig hebben. Zonder taboes zullen we processen en procedures onder de loep nemen.

Niemand zit te wachten op deze onrust. Het is een drukke periode op school. En een staking zonder voorafgaand gesprek zou enorme gevolgen hebben.

Dus mijn oproep blijft: de deur staat open. Het enige pad vooruit is gesprek, om de situatie te ontmijnen en rust en stabiliteit terug te brengen.

do 11/06/2026 - 09:39